Rechtbank Rotterdam, beschikking personen- en familierecht
ECLI:NL:RBROT:2026:1626
Op 3 February 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een beschikking procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/10/712246 / JE RK 25-2666, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:1626. De plaats van zitting was Rotterdam.
Indicatie
Eerste ondertoezichtstelling verleend. Kinderen gaan niet naar school en mogelijk verstoorde hechtingsrelatie. Belangrijk dat er iemand naast de moeder komt staan. Verzoek is ter zitting gewijzigd, maar de wijziging van GI heeft geen verdere invloed dus ook zonder aanwezigheid van de moeder is het gewijzigde verzoek toegewezen.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Zaaknummer: C/10/712246 / JE RK 25-2666
Datum uitspraak: 3 februari 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
de Raad voor de Kinderbescherming,
gevestigd te Rotterdam,
hierna te noemen: de Raad,
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen: de GI.
1
Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 22 december 2025;
de schriftelijke mening van de moeder, ontvangen op 19 januari 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 februari 2026. Daarbij waren aanwezig:
- twee vertegenwoordigers van de Raad, [persoon A] en [persoon B] ;
- twee vertegenwoordigers van de GI, [persoon C] en [persoon D] .
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen.
2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] .
2.2.
[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
3
Het (gewijzigde) verzoek
3.1.
De Raad verzoekt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht te stellen van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De Raad heeft het verzoek ter zitting gewijzigd in de zin dat de ondertoezichtstelling wordt uitgevoerd door de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: William Schrikker) in plaats van door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.
4.1.
De Raad heeft het (gewijzigde) verzoek als volgt toegelicht. Na overleg met de GI lijkt de William Schrikker een passendere instelling dan Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond wegens het niveau van de kinderen. De moeder doet de opvoeding van de kinderen daarnaast alleen en dit wordt door haar als zwaar ervaren. Het zou fijn zijn als er voor de moeder iemand komt die naast haar gaat staan, in dit geval een jeugdbeschermer. De bezorgdheid van de moeder over wisselende hulpverleners is begrijpelijk en dit zal de Raad doorgeven aan en bespreken met de William Schrikker.
4.2.
De GI ziet de noodzaak voor een ondertoezichtstelling voor dit gezin.
Overwegingen
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De kinderrechter ziet de door de Raad benoemde zorgen. Het gezin heeft de afgelopen jaren veel meegemaakt en dat heeft bij [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] gezorgd voor een ernstige bedreiging in hun ontwikkeling. Het ontbreekt thuis aan structuur, regelmaat en duidelijkheid. Ondanks dat de moeder haar best doet, lukt het haar niet om dit te bieden aan [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Ook zijn er zorgen over de hechtingsrelatie tussen de moeder en [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Door verschillende gebeurtenissen in het leven van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] , waaronder getuige zijn geweest van huiselijk geweld en het overlijden van de vader, lijkt de hechting ernstig verstoord. Daarnaast zijn er zorgen over het schoolverzuim van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] . Het schoolverzuim van [voornaam minderjarige 1] heeft er inmiddels voor gezorgd dat hij sinds november 2024 helemaal niet meer naar school gaat. Vervolgens is zijn dag- en nachtritme volledig verstoord geraakt. [voornaam minderjarige 1] gamed veel en vooral in de nacht. [voornaam minderjarige 1] komt daarbij ook weinig buiten en heeft vrijwel geen sociale contacten. naast zijn online contacten. Bij [voornaam minderjarige 2] is op dit moment hetzelfde patroon zichtbaar, ook haar schoolverzuim wordt steeds hoger. Zij is vaak te laat of komt dagen helemaal niet. [voornaam minderjarige 2] heeft slaapproblemen door haar eczeem en door het gamen van [voornaam minderjarige 1] . Hierdoor moet zij bij haar moeder op de kamer slapen. Het is van belang dat er iemand naast de moeder komt staan die haar helpt met het voeren van de regie.
5.3.
De moeder heeft in het verleden geen fijne ervaringen gehad met een ondertoezichtstelling, dus het is in dat verband van belang dat er goed naar haar wordt geluisterd. Zodra er een vertrouwensband ontstaat tussen de moeder en de jeugdbeschermer is er een grotere kans dat de ondertoezichtstelling succesvol is. Hiervoor is het dus belangrijk dat er weinig tot geen wisselingen zijn in de personen die bij de moeder over de vloer komen. Dit betekent dat de GI er dus ook voor dient te zorgen dat als er ondersteuning in de thuissituatie nodig is, dit ook geschiedt door een persoon of enkele vaste personen met wie de moeder eerst goed kennis heeft gemaakt en in wie zij vertrouwen heeft. Voorkomen moet worden dat de moeder wordt overvraagd of geen vertrouwen heeft in de samenwerking dan wel dat vertrouwen verliest.
5.4.
De ondertoezichtstelling is nodig. De kinderrechter zal [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht stellen voor de duur van een jaar. Nu het ter zitting gewijzigde verzoek geen verzwaring of vermeerdering van het verzoek inhoudt en de moeder niet is benadeeld door deze wijziging, ziet de kinderrechter geen belemmering, ondanks het feit dat de moeder niet ter zitting is verschenen, om dit gewijzigde verzoek toe te wijzen.
5.5.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Beslissing
6.1.
stelt [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht van de gecertificeerde instelling William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 3 februari 2026 tot 3 februari 2027;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2026 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. N.E. Moerkerken als griffier, en op schrift gesteld op 12 februari 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.