Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2025:10264

Op 26 August 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-004345-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2025:10264. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10-004345-25
Datum uitspraak:
26 August 2025
Datum publicatie:
25 August 2025

Indicatie

deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor hoogbejaarde man die keel echtgenote dichtknijpt, sterk verminderd toerekeningsvatbaar

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10-004345-25

Datum uitspraak: 26 augustus 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1939,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres] (detentieadres),

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in het [detentieadres],

raadsman mr. D.C.D. Newoor, advocaat te Rotterdam.

1
Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 augustus 2025.

2
Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3
Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L. de Jong heeft gevorderd:

bewezenverklaring van de impliciet subsidiair ten laste gelegde poging doodslag;

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Daarnaast oplegging van de 38v-maatregel inhoudende een contact- en locatieverbod voor de duur van drie jaren en dadelijke uitvoerbaarheid van deze bijzondere voorwaarden en maatregel.

4
Waardering van het bewijs
4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging is van oordeel dat geen sprake is van voorbedachte raad dus dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de impliciet primair ten laste gelegde verdenking poging moord. Daarnaast is er onvoldoende bewijs van een poging doodslag dan wel zware mishandeling, zoals impliciet subsidiair ten laste gelegd. Uit vaste rechtspraak volgt dat het enkel dichtknijpen van de keel niet zonder meer een aanmerkelijke kans op de dood dan wel zwaar lichamelijk letsel oplevert. De verklaring van de verdachte is dat hij de aangeefster kort bij haar keel heeft gepakt en toen zij een gil gaf heeft losgelaten. Toen de verbalisanten ter plaatse kwamen hebben ze bij de aangeefster geen zichtbaar letsel gezien. Gelet op het voorgaande dient de verdachte integraal te worden vrijgesproken van feit 1 primair.

4.1.2.

Vaststaande feiten

In de vroege ochtend van 6 januari 2025 vindt er een geweldsincident plaats tussen de verdachte en zijn echtgenote. De verklaringen van de aangeefster en de verdachte over wat er precies gebeurd is, lopen op een aantal punten uiteen, maar komen ook op essentiële punten overeen. De rechtbank stelt vast dat de verdachte de keel van de aangeefster met beide handen heeft vastgepakt en deze heeft dichtgeknepen. De aangeefster heeft aangegeven dat dit voelde alsof zij stikte en dat zij vreesde dat zij zou komen te overlijden. Toen de politie arriveerde zei de verdachte direct dat hij had gepoogd zijn vrouw te verwurgen. Hij gaf aan dat hij het leven niet meer zag zitten en dat hij het zielig vond voor zijn vrouw om haar alleen achter te laten. Hij dacht dat zijn vrouw van het leven beroven de beste optie was.

4.1.3.

Beoordeling

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat deze gedragingen een voltooide poging doodslag opleveren. De verdachte heeft direct verklaard dat hij van plan was zijn vrouw van het leven te beroven en door de non-fatale verwurging is er sprake van een begin van uitvoering van dat voornemen. Daarmee kan het impliciet subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

4.1.4.

Conclusie

De rechtbank acht het impliciet subsidiair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van de wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het impliciet subsidiair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op of omstreeks 6 januari 2025 te Oud-Alblas, gemeente Molenlanden

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, althans

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

die [slachtoffer] (meermalen) bij haar keel/nek heeft vastgepakt/vastgehouden en/of

(vervolgens) haar keel heeft dichtgeknepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5
Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

poging tot doodslag.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6
Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Overwegingen

7
Motivering straf
7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zijn vrouw met kracht bij haar keel gepakt en haar keel dichtgedrukt waardoor zij nauwelijks nog kon ademen. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij voornemens was zijn vrouw van het leven te beroven, omdat hij haar niet alleen wilde achterlaten. Door zijn handelen heeft de verdachte zijn vrouw ontzettend veel angst aangejaagd en verdriet aangedaan. De impact is zo groot dat zijn vrouw hem na 58 jaar huwelijk niet meer wil zien en geen contact meer wil, doordat de angst te groot is. De verdachte heeft ter terechtzitting spijt betuigd en om vergeving gevraagd. De verdachte komt oprecht over en uit de hierna te bespreken opgestelde rapportages blijkt dat de broze psychische en lichamelijke gesteldheid van de verdachte heeft bijgedragen aan het ontstaan van de situatie. Desondanks betreft het een ernstig feit. De verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de onaantastbaarheid van het lichaam en de lichamelijke integriteit van zijn vrouw en haar veel angst aangejaagd.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie, waaruit blijkt dat de verdachte nooit eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportages

Ter terechtzitting is het meest recente aanvullend rapport van de psycholoog van het NIFP besproken, opgemaakt op 8 augustus 2025. In het rapport staan de volgende bevindingen. Bij de verdachte is lower body Parkinsonisme vastgesteld door vasculaire schade. Hierdoor is sprake van zowel lichamelijke als cognitieve beperkingen. Daarnaast zijn vastgesteld: een depressieve stoornis die inmiddels (deels) in remissie is, een ongespecificeerde neurocognitieve stoornis, waarschijnlijk door de vastgestelde vasculaire ziekte en zwakbegaafdheid. De rapporteur is van oordeel dat er sprake is van een verband tussen het feit waar de verdenking op rust en de bij de verdachte vastgestelde stoornissen. Het is aannemelijk dat het denken van de verdachte, vanwege de bij hem bestaande depressieve stoornis en de cognitieve en intellectuele beperkingen, vernauwd is geraakt en dat hij daardoor het overzicht kwijt is geraakt. Hij heeft geen toekomst meer gezien voor zichzelf en voor zijn vrouw en was niet meer in staat om nog andere mogelijkheden of oplossingen te zien. In deze toestand heeft hij zijn vrouw bij de keel gegrepen. Gelet op het voorgaande is het advies om het ten laste gelegde in sterk verminderde mate aan de verdachte toe te rekenen. De verdachte dient te worden geplaatst in een psychosomatische dan wel geriatrische setting in de ouderenzorg waar hem 24 uur per dag structuur, begeleiding en zorg kan worden geboden.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Nu de conclusies van de psycholoog gedragen worden door de bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. Bij de verdachte bestond tijdens het begaan van het feit een psychische stoornis en een psychogeriatrische aandoening in verband waarmee het bewezenverklaarde hem in sterk verminderde mate kan worden toegerekend.

Gezien de ernst van het feit kan evenwel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij het bepalen van de duur van deze straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de straffen die in soortgelijke zaken doorgaans worden opgelegd. Omdat het bewezenverklaarde de verdachte in sterk verminderde mate wordt toegerekend, wordt een lagere straf opgelegd dan gebruikelijk bij het bewezenverklaarde delict.

Nu de reclassering begeleiding en bijzondere voorwaarden noodzakelijk acht, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Anders dan door de officier en namens de benadeelde partij is verzocht legt de rechtbank geen 38v-maatregel op inhoudende een contact- en locatieverbod. De rechtbank is van oordeel dat een contactverbod als bijzondere voorwaarde afdoende is en dat een locatieverbod gelet op de omstandigheden niet noodzakelijk is.

8
Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 287 van het Wetboek van Strafrecht.

9
Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10
Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het impliciet primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het impliciet subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte, 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde meldt zich op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering zal contact met de veroordeelde opnemen voor de eerste afspraak. De afspraken zullen zoveel mogelijk plaatsvinden op de verblijfsplaats van de veroordeelde, gezien zijn lichamelijke en psychische beperkingen en hoge leeftijd;

2. de veroordeelde laat zich onder psychiatrische behandeling stellen van de GGZ of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel mogelijk en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering

nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorgverlener dat nodig vindt. Bij een terugval of verslechtering van het psychiatrische ziektebeeld kan de reclassering een

indicatiestelling aanvragen voor een kortdurende opname (voor crisisbehandeling, detoxificatie, stabilisatie, observatie of diagnostiek). Als de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende opname indiceert, zal de veroordeelde zich, na goedkeuring door de rechter, laten opnemen in een zorginstelling voor zeven weken of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing in forensische zorg, bepaalt in welke zorginstelling de opname plaatsvindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorginstelling geeft voor de behandeling. Gelet op de problematiek kan hieronder ook het innemen van medicijnen vallen, als de zorginstelling dat nodig vindt;

3. de veroordeelde neemt op geen enkele wijze - direct of indirect - contact op met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 1940 in [geboorteplaats 2].

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

mr. drs. J.L. Luiten en mr. S.M. Schoenmakers, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.D. van der Veeke, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 6 januari 2025 te Oud-Alblas, gemeente Molenlanden

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

[slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven te beroven, althans

zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

die [slachtoffer] (meermalen) bij haar keel/nek heeft vastgepakt/vastgehouden en/of

(vervolgens) haar keel heeft dichtgeknepen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

( art 289 Wetboek van Strafrecht, art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 6 januari 2025 te Oud-Alblas, gemeente Molenlanden

zijn echtgenote, [slachtoffer], heeft mishandeld door

- haar (meermalen) bij haar keel/nek vast te pakken en/of vast te houden en/of

(vervolgens) haar keel dicht te knijpen en/of

- haar hoofd tegen/op het keukenblad te plaatsen/duwen;

( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 304 lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht )