Beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten en het in de zaak met parketnummer 10/291582-25 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 251 (tweehonderdeenenvijftig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 100 (honderd) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de plaatsing en behandeling bij een driemilieusvoorziening, te weten Pluryn, Groot Emaus of een soortgelijke instelling;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 7] 1974 en [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 8] 1969 in [geboorteplaats 6] , [geboorteland 3] ;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats 2] , [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2007 te [geboorteplaats 3] ( [geboorteland 1] ), [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2006 te [geboorteplaats 1] , [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2007 te [geboorteplaats 5] ( [geboorteland 2] ) en [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedatum 6] 2010 te [geboorteplaats 1] ;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
heft de voorlopige hechtenis op, met ingang van de civiele plaatsing;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], te betalen een bedrag van € 4.209,70 euro (zegge: vierduizend tweehonderdnegen euro en zeventig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.209,70 euro (hoofdsom, zegge: vierduizend tweehonderdnegen euro en zeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer] te betalen een bedrag van
€ 4.628,05 (zegge: vierduizend zeshonderdachtentwintig euro en vijf cent), bestaande uit € 2.628,05 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededader(s), de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] te betalen € 4.628,05 (hoofdsom, zegge: vierduizend zeshonderdachtentwintig euro en vijf cent), bestaande uit € 2.628,05 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging (10/003085-23) van de bij vonnis van 13 april 2023 van de kinderrechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf;
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging (10/136716-23) van de bij vonnis van 28 september 2023 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie;
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F. Aukema-Hartog, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. F.P.J. Schoonen en A.M. van der Leeden, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2025.
De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Tekst (gewijzigde) tenlastelegging
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/332550-24
1hij op of omstreeks 13 oktober 2024 te Capelle aan den IJsseltezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van eenwoning, althans in de voortuin van die woning, gelegen aan het [adres delict 2] ,een explosief, althans explosieve/brandbare substantie en/of stof(fen), totontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen, te duchten was;
2hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Rotterdam,een scooter (merk: La Souris, kenteken: [kentekennummer] ), althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregengoed betrof;
3 hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Rotterdamtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk brand heeft gesticht en/ofeen ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van eenpand, gelegen aan de [adres delict 1] , een explosief en/of brandbare substantieen/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens) tot ontsteking en/of ontbrandingen/of ontploffing te brengen,terwijl daarvan- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten voornoemd pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetenpersonen in en/of nabij voornoemd pand en/of nabijgelegen pandente duchten was;
4hij op of omstreeks 15 oktober 2024 te Tilburg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht door in een kozijn, althans voor de gevel vaneen (bedrijfs)pand (gelegen aan de [adres delict 3] ) een cobra 6, althans eenexplosieve en/of brandbare substantie en/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens)tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen,terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemd pland en/ofnabijgelegen panden en/of in die panden aanwezige goederen,te duchten was;
5hij op of omstreeks 12 oktober 2024 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van eenwoning, gelegen aan het [adres delict 4] , een explosief en/of brandbare substantieen/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens) tot ontsteking en/of ontbrandingen/of ontploffing te brengen,terwijl daarvan- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten voornoemd pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetenpersonen in en/of nabij voornoemd pand en/of nabijgelegen pandente duchten was;
Parketnummer 10/291582-25
hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Schiedam, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een tot op heden onbekend gebleven persoon en/of één of meer reiziger(s) welkezich bevond(en) in metrolijn B (met wagonnummer 5514) (die ten tijde van hetschietincident stil stond op metrostation Schiedam-Nieuwland) heeft bedreigd metenig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:- een tot op heden onbekend gebleven wapen te richten op de geopendemetrodeuren en/of- vervolgens één of meer knalpatro(o)n(en) te schieten naar/in de richting van diegeopende metrodeuren terwijl voornoemde onbekend gebleven persoon zich in dedeuropening bevond en/of een groot aantal reizigers zich in voornoemde metrobevond.