Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2025:15385

Op 9 December 2025 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10/332550-24 en 10/291582-25 (gevoegd ttz) / TUL, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2025:15385. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10/332550-24 en 10/291582-25 (gevoegd ttz) / TUL
Datum uitspraak:
9 December 2025
Datum publicatie:
16 January 2026

Indicatie

Veroordeling voor een reeks aan strafbare feiten gepleegd in de periode van 12 oktober 2024 tot en met 28 oktober 2024 en vervolgens op 29 oktober 2025, waaronder brandstichting, het teweegbrengen van een ontploffing, opzetheling en een misdrijf tegen het leven gericht. Aan de verdachte wordt een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 251 dagen opgelegd, met aftrek voorarrest, met een proeftijd van twee jaar en met bijzondere voorwaarden. (Gedeeltelijke) toewijzing vorderingen benadeelde partij(en) en afwijzing van de vorderingen tenuitvoerlegging voorwaardelijke straffen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/332550-24 en 10/291582-25 (gevoegd ttz)

Parketnummers vordering TUL VV: 10/003085-23 en 10/136716-23

Datum uitspraak: 9 december 2025

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 2010,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres 1] ( [postcode 1] ) in [woonplaats] ,

preventief gedetineerd in de Justitiële Jeugdinrichting [naam JJI] ,

[detentieadres] , [postcode 2] in [detentieplaats] ,

raadsvrouw mr. N. Bevelander, advocaat te Amsterdam.

1
Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 25 november 2025.

De onderhavige zaak is gelijktijdig behandeld met de civiele zaak tegen de verdachte onder zaaknummer: C/10/706967 / JE RK 25-1935.

2
Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De dagvaarding in de zaak met parketnummer 10/332550-24 is op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie gewijzigd. De tekst van de (gewijzigde) tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3
Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. H.J. du Croix heeft gevorderd:

bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde (te weten: het opzettelijk veroorzaken van brand of een ontploffing, meermaals gepleegd, en opzetheling) en het in de zaak met parketnummer 10/291582-25 ten laste gelegde, te weten bedreiging;

veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 251 dagen met aftrekvan voorarrest, waarvan 100 dagenvoorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich meldt bij de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de jeugdreclassering), meewerkt aan een plaatsing en behandeling bij een driemilieusvoorziening, te weten Pluryn of Groot Emaus of een soortgelijke instelling,

zich houdt aan een contactverbod met de slachtoffers en met de medeverdachten [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats 2] , [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2007 te [geboorteplaats 3] ( [geboorteland 1] ), [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2006 te [geboorteplaats 4] , [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2007 te [geboorteplaats 5] ( [geboorteland 2] ) en [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedatum 6] 2010 te [geboorteplaats 4] ;

met opdracht aan de jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht.

4
Waardering van het bewijs
4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/291582-25 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering parketnummer 10/332550-24 feit 3

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft partiële vrijspraak bepleit van het in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 3 ten laste gelegde medeplegen. De verdachte heeft bekend dat hij het tenlastegelegde feit alleen heeft gepleegd.

4.2.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 3 ten laste gelegde (brandstichting) wettig en overtuigend kan worden bewezen. Echter dient de verdachte partieel te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen, nu de verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij het feit alleen heeft gepleegd.

4.2.2.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank stelt voorop dat medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan van het feit sprake is geweest van voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en één of meer anderen.

De verdachte heeft verklaard dat hij door een tussenpersoon, [medeverdachte 4] , is benaderd om tegen betaling een explosief tot ontploffing te brengen bij de sisha lounge ‘ [naam horecagelegenheid] ’ aan de [adres delict 1] in Rotterdam. Op 18 oktober 2024 is de verdachte naar het desbetreffende adres gegaan en heeft hij het explosief tot ontbranding gebracht. De opdrachtgever en de tussenpersoon hebben de uitvoering voorbereid en georganiseerd, waarbij de verdachte de uitvoeringshandeling heeft verricht. Gelet op deze onderlinge taakverdeling en de afstemming die daaraan voorafging, is sprake van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking en dus van medeplegen.

4.2.3.

Conclusie

Het in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 3 ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank opgave gedaan van de wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde en het onder parketnummer 10/291582-25 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

Parketnummer 10/332550-24

1hij op of omstreeks 13 oktober 2024 te Capelle aan den IJsseltezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van eenwoning, althans in de voortuin van die woning, gelegen aan het [adres delict 2] ,een explosief, althans explosieve/brandbare substantie en/of stof(fen), totontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen, te duchten was;

2hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Rotterdam,een scooter (merk: La Souris, kenteken: [kentekennummer] ), althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregengoed betrof;

3 hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Rotterdamtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk brand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van een pand, gelegen aan de [adres delict 1] ,

een explosief en/of brandbare substantie en/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens) tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten voornoemd pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetenpersonen in en/of nabij voornoemd pand en/of nabijgelegen panden

te duchten was;

4hij op of omstreeks 15 oktober 2024 te Tilburg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in een kozijn, althans voor de gevel van een (bedrijfs)pand (gelegen aan de [adres delict 3] ) een cobra 6, althans eenexplosieve en/of brandbare substantie en/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens)tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen,terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemd pland en/ofnabijgelegen panden en/of in die panden aanwezige goederen,te duchten was;

5hij op of omstreeks 12 oktober 2024 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van eenwoning, gelegen aan het [adres delict 4] , een explosief en/of brandbare substantieen/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens) tot ontsteking en/of ontbrandingen/of ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten voornoemd pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetenpersonen in en/of nabij voornoemd pand en/of nabijgelegen panden te duchten was;

Parketnummer 10/291582-25

hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Schiedam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een tot op heden onbekend gebleven persoon en/of één of meer reiziger(s) welkezich bevond(en) in metrolijn B (met wagonnummer 5514) (die ten tijde van hetschietincident stil stond op metrostation Schiedam-Nieuwland) heeft bedreigd metenig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:- een tot op heden onbekend gebleven wapen te richten op de geopendemetrodeuren en/of- vervolgens één of meer knalpatro(o)n(en) te schieten naar/in de richting van diegeopende metrodeuren terwijl voornoemde onbekend gebleven persoon zich in dedeuropening bevond en/of een groot aantal reizigers zich in voornoemde metrobevond.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5
Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10/332550-24

1.

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

2.

opzetheling;

3.

medeplegen van het opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

4.

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;

5.

medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;

Parketnummer 10/291582-25

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6
Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

Overwegingen

7
Motivering straf
7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op veertien- en vijftienjarige leeftijd (al dan niet samen met een ander of anderen) schuldig gemaakt aan meerdere ernstige strafbare feiten.

Allereerst heeft de verdachte zich op 12 oktober 2024 samen met anderen schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning in Spijkenisse. De ontploffing vond midden in de nacht plaats, op een moment waarop de bewoners lagen te slapen. De verdachte heeft weliswaar ontkend dat hij zelf bij de woning aanwezig is geweest, maar heeft ter zitting bekend dat hij door een opdrachtgever is benaderd om de ontploffing teweeg te brengen en dat hij de informatie daarvoor heeft doorgegeven aan twee andere personen die de opdracht hebben uitgevoerd.

In de nacht van 13 oktober 2024 heeft de verdachte zich wederom samen met een ander schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een ontploffing bij een woning in Capelle aan den IJssel, waardoor schade is ontstaan aan goederen die in de tuin stonden.

De verdachte heeft zich tevens op 15 oktober 2024 schuldig gemaakt aan het teweegbrengen van een ontploffing bij een bedrijfspand in Tilburg door een explosief tegen het kozijn te plaatsen, terwijl de eigenaar boven het pand in zijn woning lag te slapen.

Daarnaast heeft de verdachte zich op 18 oktober 2024 schuldig gemaakt aan opzetheling van een scooter. Dit is een ergerlijk feit, waarmee door de voorafgaande diefstal schade is veroorzaakt en overlast is bezorgd aan de gedupeerde.

Voorts heeft de verdachte zich in de nacht van 18 oktober 2024 samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan brandstichting bij een horecagelegenheid/sisha lounge in Rotterdam, met forse schade aan het betreffende bedrijfspand en nabijgelegen panden tot gevolg. Tevens was er sprake van te duchten levensgevaar dan wel gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen.

Explosies zoals door de verdachte veroorzaakt zijn bedreigend en beangstigend voor de eigenaren van de woningen of de panden waar de explosies plaatsvonden, maar ook voor de bewoners en omwonenden. De gevolgen kunnen levensgevaarlijk zijn. Ook leiden dit soort explosies tot veel onrust en gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer] komt naar voren hoe groot de gevolgen van de ontploffing voor hem zijn geweest. Hij ervaart veel angst, stress en onzekerheid. Het slachtoffer heeft psychologische hulp ingeschakeld om de traumatische gebeurtenis te verwerken. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij onvoldoende stil heeft gestaan bij de impact en gevolgen van zijn handelen.

Op 29 oktober 2025 heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door op het perron van het metrostation Schiedam Nieuwland een wapen te richten op en vervolgens te schieten in de richting van een persoon die in de geopende metrodeuren van de stilstaande metro stond, waarbij meerdere reizigers zich in de directe nabijheid bevonden. Door aldus te handelen heeft de verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer en op de openbare orde. Dit soort strafbare feiten is in zijn algemeenheid schokkend voor de samenleving en in het bijzonder voor de passagiers in de metro, die getuige zijn geweest van het incident. Dit soort strafbare feiten zorgen daarmee voor gevoelens van angst en onveiligheid.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 6 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage en de verklaringen van de deskundigen op de terechtzitting

De Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 21 november 2025. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

Uit het onderzoek van de Raad komen zowel risicofactoren als beschermende factoren naar voren. De verdachte is een impulsieve jongen die weinig inzicht heeft in oorzaak en gevolg van zijn handelen. De verdachte is beïnvloedbaar en vindt het lastig om nee te zeggen. Wel gaat het goed op school en heeft hij een bijbaantje waar hij goed bezig is. De Raad meent dat het civiele kader boven het strafrechtelijke kader moet prevaleren. Gezien de ernst van de verdenkingen adviseert de Raad een deels voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen, onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte:

- zich gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden, zo frequent en zo lang die instelling dat gedurende de proeftijd noodzakelijk acht en zijn medewerking verleent aan de daaruit voortvloeiende afspraken;

- meewerkt aan de plaatsing en behandeling bij een driemilieusvoorziening, te weten Pluryn, Groot Emaus of een soortgelijke instelling;

- verboden wordt contact te leggen of te laten leggen met de slachtoffers.

De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

De Raad, vertegenwoordigd door [persoon A], heeft ter zitting toegelicht dat er zorgen zijn over de ontwikkeling en veiligheid van de verdachte. Er zijn diverse kaders (HKA-traject, enkelband en een jongerencoach) ingezet om de verdachte te helpen, maar tot nu toe heeft niets geholpen. De verdachte is aangemeld bij verschillende instanties, omdat de mogelijkheden binnen de thuissituatie zijn uitgeput. Er is een patroon zichtbaar waarin de verdachte herhaaldelijk terugvalt in negatief gedrag. De inzet van verplichte hulpverlening in de persoon van een jeugdbeschermer is noodzakelijk om dit patroon de doorbreken.

De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de jeugdreclassering), vertegenwoordigd door [persoon B] heeft ter zitting naar voren gebracht dat de verdachte is aangemeld bij Pluryn en Groot Emaus. Er is echter sprake van een wachtlijst van twee tot acht maanden. De jeugdreclassering sluit zich aan bij het advies van de Raad, ook ten aanzien van het contactverbod met de slachtoffers. Daarnaast vindt de jeugdreclassering het belangrijk dat er een contactverbod met de medeverdachten wordt opgelegd.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte aanleiding om een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen met de voorwaarden overeenkomstig het advies van de Raad en de jeugdreclassering. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarnaast legt de rechtbank in het civiele kader een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing op, nu de verdachte in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en de mogelijkheden om die bedreiging weg te nemen binnen het vrijwillige kader zijn uitgeput.

De rechtbank zal bevelen dat de (op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht (Sr) te stellen) voorwaarden en het op grond van artikel 77aa Sr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, te weten medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. Gelet op de hiervoor genoemde rapportage van de Raad, is de rechtbank van oordeel dat er zonder begeleiding ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een dergelijk misdrijf zal begaan.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8
Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
8.1.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer 2] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-332550-24 onder 4 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert betaling van een bedrag van € 4.209,70 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht de vordering voldoende onderbouwd en hoofdelijk toewijsbaar zoals verzocht, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij onvoldoende is onderbouwd, nu alleen offertes zijn overgelegd en geen facturen.

8.1.3.

Beoordeling door de rechtbank

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het onder 4 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht. De rechtbank begroot de schade op het gevorderde - met een offerte onderbouwde - bedrag van € 4.209,70. Dat betekent dat de vordering in zijn geheel wordt toegewezen.

Nu de verdachte het strafbare feit waarmee bij de strafoplegging rekening is gehouden, ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met een of meer mededaders heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededaders de benadeelde partij betalen, is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag, zoals door de benadeelde partij verzocht, vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 15 oktober 2024.

Nu de vordering van de benadeelde partij zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.1.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 4.209,70, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9.1.

Vordering benadeelde partij [slachtoffer]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [slachtoffer] , ter zake van het in de zaak met parketnummer 10-332550-24 onder 3 ten laste gelegde feit. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 43.734,66 aan materiële schade en een bedrag van € 2.000.- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- kosten advocaat bestuursrecht € 4.687,-

- inkomstenderving € 36.419,61

- kosten materialen herstel café € 828,05

- kosten lichtreclames € 1.800,-.

9.1.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de materiële schade tot een bedrag van € 7.315,05 kan worden toegekend. Deze kosten zien op de advocaatkosten, de herstelkosten van het café en de kosten voor de lichtreclames. Het gevorderde bedrag voor inkomstenderving is te complex om te kunnen beoordelen in deze strafprocedure en dient voor de burgerlijke rechter aangebracht te worden. Voor dat deel van de vordering dient de benadeelde partij dan ook niet-ontvankelijk te worden verklaard.

De immateriële schade van € 2.000,- dient in zijn geheel te worden toegewezen.

De officier van justitie vordert de schadevergoeding op te leggen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

9.1.2.

Standpunt verdediging

De verdediging stelt zich ten aanzien van de materiële schade op het standpunt dat, gelet op de voorgeschiedenis met eerdere explosies, het causaal verband tussen het door de verdachte gepleegde feit en de door de benadeelde partij geleden schade ontbreekt. De verdediging is van mening dat de kostenpost ‘inkomstenderving’ een onevenredige belasting van het strafgeding vormt, daarnaast zijn de kosten voor de lichtreclames niet goed onderbouwd en dienen deze te worden afgewezen. De materiële schadevergoeding dient te worden beperkt tot de herstelkosten van het café, voor het overige dient de benadeelde partij niet ontvankelijk te worden verklaard.

De verdediging refereert zich ten aanzien van de immateriële vordering aan het oordeel van de rechtbank.

8.1.3.

Beoordeling door de rechtbank

Kosten materialen herstel café en kosten lichtreclames

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht bestaande uit materiaalkosten en kosten lichtreclames, en dit deel van de vordering genoegzaam is onderbouwd, zal de vordering tot vergoeding van die kosten tot een bedrag van € 2.628,05 worden toegewezen.

Kosten advocaat bestuursrecht en inkomstenderving

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op advocaatkosten en gederfde inkomsten zijn, in het licht van de gemotiveerde betwisting door de verdediging, onvoldoende onderbouwd. De benadeelde partij zal in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Daarnaast is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, stelt de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast op € 2.000,-, zodat de vordering in zijn geheel zal worden toegewezen.

Nu de verdachte het strafbare feit samen met een mededader heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. Indien en voor zover de mededader de benadeelde partij betaalt is de verdachte in zoverre jegens de benadeelde partij van deze betalingsverplichting bevrijd.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 18 oktober 2024.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.1.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 4.628,05, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling worden toegepast.

9
Vordering tenuitvoerlegging
9.1.

Vonnis waarvan tenuitvoerlegging wordt gevorderd

Bij vonnis van 13 april 2023 met parketnummer 10/003085-23 van de kinderrechter in deze rechtbank is de verdachte ter zake van kort gezegd diefstal met geweld en bedreiging met geweld, openlijke geweldpleging en mishandeling veroordeeld voor zover van belang tot (een leerstraf en) een werkstraf van 60 uren, waarvan 40 uren voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De proeftijd is ingegaan op 29 april 2023.

Bij vonnis 28 september 2023 met parketnummer 10/136716-23 van de meervoudige kamer van deze rechtbank is de verdachte ter zake van kort gezegd diefstal met geweld en bedreiging met geweld veroordeeld - voor zover van belang - tot een jeugddetentie van 41 dagen, waarvan een gedeelte groot 20 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

De proeftijd is ingegaan op 13 oktober 2023.

9.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om de vorderingen tot tenuitvoerlegging af te wijzen, nu de Raad heeft geadviseerd om het civiele kader te laten prevaleren.

9.3.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de vorderingen tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

9.4.

Beoordeling door de rechtbank

De hierboven bewezen verklaarde feiten zijn na het wijzen van deze vonnissen en voor het einde van de proeftijden gepleegd. Door het plegen van de bewezen feiten heeft de verdachte de aan de vonnissen verbonden algemene voorwaarde, dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen, niet nageleefd.

In beginsel kan daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen worden gelast. Er worden evenwel redenen gezien die last niet te geven. De rechtbank acht het, gelet op de nu op te leggen jeugddetentie en de verdere afdoening in het civiele kader, niet opportuun om de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen te gelasten. De rechtbank zal daarom de vorderingen afwijzen.

10
Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 157, 285 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.

11
Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

Beslissing

12
Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10/332550-24 onder 1, 2, 3, 4 en 5 ten laste gelegde feiten en het in de zaak met parketnummer 10/291582-25 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 251 (tweehonderdeenenvijftig) dagen;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 100 (honderd) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de jeugdreclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- gedurende de proeftijd zal meewerken aan de plaatsing en behandeling bij een driemilieusvoorziening, te weten Pluryn, Groot Emaus of een soortgelijke instelling;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 7] 1974 en [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 8] 1969 in [geboorteplaats 6] , [geboorteland 3] ;

- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de medeverdachten [medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2007 te [geboorteplaats 2] , [medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2007 te [geboorteplaats 3] ( [geboorteland 1] ), [medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2006 te [geboorteplaats 1] , [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum 5] 2007 te [geboorteplaats 5] ( [geboorteland 2] ) en [medeverdachte 5] , geboren op [geboortedatum 6] 2010 te [geboorteplaats 1] ;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de gestelde voorwaarden en het aan genoemde jeugdreclasseringsinstelling opgedragen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

heft de voorlopige hechtenis op, met ingang van de civiele plaatsing;

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2], te betalen een bedrag van € 4.209,70 euro (zegge: vierduizend tweehonderdnegen euro en zeventig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededaders van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte hoofdelijk samen met zijn mededaders de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 4.209,70 euro (hoofdsom, zegge: vierduizend tweehonderdnegen euro en zeventig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededaders, tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

veroordeelt de verdachte, hoofdelijk met zijn mededader(s), om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer] te betalen een bedrag van

€ 4.628,05 (zegge: vierduizend zeshonderdachtentwintig euro en vijf cent), bestaande uit € 2.628,05 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door de mededader(s) van de verdachte aan de benadeelde partij, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte, hoofdelijk samen met zijn mededader(s), de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] te betalen € 4.628,05 (hoofdsom, zegge: vierduizend zeshonderdachtentwintig euro en vijf cent), bestaande uit € 2.628,05 aan materiële schade en € 2.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij, waaronder begrepen betaling door zijn mededader(s), tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging (10/003085-23) van de bij vonnis van 13 april 2023 van de kinderrechter van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke taakstraf, bestaande uit een werkstraf;

wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging (10/136716-23) van de bij vonnis van 28 september 2023 van de meervoudige kamer van deze rechtbank aan de veroordeelde opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie;

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F. Aukema-Hartog, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. F.P.J. Schoonen en A.M. van der Leeden, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 december 2025.

De voorzitter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst (gewijzigde) tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

Parketnummer 10/332550-24

1hij op of omstreeks 13 oktober 2024 te Capelle aan den IJsseltezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van eenwoning, althans in de voortuin van die woning, gelegen aan het [adres delict 2] ,een explosief, althans explosieve/brandbare substantie en/of stof(fen), totontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemde pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen, te duchten was;

2hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Rotterdam,een scooter (merk: La Souris, kenteken: [kentekennummer] ), althans een goed heeft verworven,voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist,althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregengoed betrof;

3 hij op of omstreeks 18 oktober 2024 te Rotterdamtezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk brand heeft gesticht en/ofeen ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van eenpand, gelegen aan de [adres delict 1] , een explosief en/of brandbare substantieen/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens) tot ontsteking en/of ontbrandingen/of ontploffing te brengen,terwijl daarvan- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten voornoemd pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetenpersonen in en/of nabij voornoemd pand en/of nabijgelegen pandente duchten was;

4hij op of omstreeks 15 oktober 2024 te Tilburg,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht door in een kozijn, althans voor de gevel vaneen (bedrijfs)pand (gelegen aan de [adres delict 3] ) een cobra 6, althans eenexplosieve en/of brandbare substantie en/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens)tot ontsteking en/of ontbranding en/of ontploffing te brengen,terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, te weten voornoemd pland en/ofnabijgelegen panden en/of in die panden aanwezige goederen,te duchten was;

5hij op of omstreeks 12 oktober 2024 te Spijkenisse, gemeente Nissewaard,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht door bij/voor/tegen de voordeur van eenwoning, gelegen aan het [adres delict 4] , een explosief en/of brandbare substantieen/of stof(fen) te plaatsen en/of (vervolgens) tot ontsteking en/of ontbrandingen/of ontploffing te brengen,terwijl daarvan- gemeen gevaar voor voor goederen, te weten voornoemd pand en/of nabijgelegenpanden en/of de in die panden aanwezige goederen en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetenpersonen in en/of nabij voornoemd pand en/of nabijgelegen pandente duchten was;

Parketnummer 10/291582-25

hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Schiedam, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een tot op heden onbekend gebleven persoon en/of één of meer reiziger(s) welkezich bevond(en) in metrolijn B (met wagonnummer 5514) (die ten tijde van hetschietincident stil stond op metrostation Schiedam-Nieuwland) heeft bedreigd metenig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door:- een tot op heden onbekend gebleven wapen te richten op de geopendemetrodeuren en/of- vervolgens één of meer knalpatro(o)n(en) te schieten naar/in de richting van diegeopende metrodeuren terwijl voornoemde onbekend gebleven persoon zich in dedeuropening bevond en/of een groot aantal reizigers zich in voornoemde metrobevond.