De rechtbank:
verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 (primair), 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden,
bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 10 (tien) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde:
- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;
stelt als bijzondere voorwaarden:
de veroordeelde zal zich na uitnodiging van de reclassering melden bij de reclassering van het Leger des Heils op het adres [adres 4] , [postcode 2] in [plaats] . De veroordeelde zal zich blijven melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
de veroordeelde zal verblijven in een instelling voor beschermd wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Het verblijf start zodra de proeftijd begint of zoveel later als er plek is voor de veroordeelde. Het verblijf duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De veroordeelde zal zich houden aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;
de veroordeelde zal gedurende de periode dat een begeleide woonvorm nog niet is gestart op vooraf vastgestelde tijdstippen aanwezig zijn op het verblijfadres, zolang het Openbaar Ministerie dat nodig vindt. De reclassering stelt de precieze tijdstippen vast, in overleg met de veroordeelde en afhankelijk van de dagbesteding.
Bij de start hoeft de veroordeelde op doordeweekse dagen met dagbesteding een aaneengesloten blok van14 uur niet op het verblijfadres te zijn tussen 07.00 uur en 21.00 uur. In de weekenden heeft de veroordeelde een aaneengesloten blok van 8 uur per dag vrij te besteden tussen 12.00uur en 20.00 uur. Het Openbaar Ministerie kan op verzoek van de reclassering de genoemde bloktijden veranderen. Het huidige verblijfadres is het adres van de schoonmoeder van de veroordeelde: [adres 5] , [postcode 3] Rotterdam. Een ander adres voor het locatiegebod is alleen mogelijk als de reclassering daarvoor toestemming geeft;
4. de veroordeelde zal zich inspannen voor het vinden en behouden van betaald werk, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
5. de veroordeelde zal meewerken aan ambulante begeleiding door het Forensisch Ambulant Team (of een soortgelijke instantie, te bepalen door de reclassering), gericht op het op orde krijgen van praktische zaken, zoals het op orde krijgen van zijn financiën. De begeleiding duurt zolang de proeftijd duurt of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden:
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;
geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
veroordeelt de verdachte hoofdelijk met diens mededaders, des dat de een betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [benadeelde] te betalen een bedrag van € 2.349,81 (zegge: tweeduizenddriehonderdnegenenveertig euro en eenentachtig cent), geheel bestaande materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 24 juni 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van [benadeelde] te betalen € 2.349,81 (hoofdsom, zegge: tweeduizenddriehonderdnegenenveertig euro en eenentachtig cent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 juni 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening;
bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van € 2.349,81 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 33 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,
en mrs. A.J.P. van Essen en N.R. Rietveld, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Grootendorst, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:
Feit 1
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht, door in de nabijheid van de woning gelegenaan de [adres 2] , een stuk (zwaar) vuurwerk, althans een explosiefvoorwerp, en/of een jerrycan benzine, althans een brand versnellende stof aan testeken en/of te ontsteken, waarna voornoemd explosief voorwerp tot ontploffing isgekomen/gebracht, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voornoemd pand en/ofnabijgelegen panden en/of meerdere auto's die zich in de omgeving bevonden,en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetende in die panden aanwezige personen en/of personen die zich op het moment vande explosie in de nabijheid van die panden bevonden,te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zoukunnen leiden:
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomenmisdrijf om opzettelijk brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen,terwijl daarvan- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten het pand aan de[adres 2] en/of nabijgelegen panden en/of de in die panden aanwezigegoederen en/of meerdere auto's die zich in de omgeving bevonden, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetende in die panden aanwezige personen en/of personen die zich op het moment vande explosie in de nabijheid van die panden bevonden,te duchten waseen stuk (zwaar) vuurwerk, althans een explosief voorwerp, en/of een jerrycanbenzine, althans een brand versnellende stof, heeft aangestoken en/of heeftontstoken en/of (vervolgens) richting het balkon van voornoemd pand heeftgegooid,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2
hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijkeen ontploffing teweeg heeft gebracht, door op/aan de voordeur van de woninggelegen aan de [adres 3] , een stuk (zwaar) vuurwerk, althans een explosiefvoorwerp, en/of een jerrycan benzine, althans een brand versnellende stof aan testeken en/of te ontsteken, waarna voornoemd explosief voorwerp tot ontploffing isgekomen/gebracht, terwijl daarvan- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten voornoemd pand en/ofnabijgelegen panden en/of de in die panden aanwezige goederen, en/of- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te wetende in die panden aanwezige personen en/of personen die zich op het moment vande explosie in de nabijheid van die panden bevonden,te duchten was;
Feit 3
hij op of omstreeks 25 juni 2025 te Rotterdam,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk en wederrechtelijkeen gebouw, te weten een pand, gelegen aan [adres 3] , geheel of ten deletoebehorende aan [bedrijf X] ., althans aan een ander dan aan verdachte,heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.