Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:10319

Op 5 August 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-332532-24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:10319. De plaats van zitting was Dordrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10-332532-24
Datum uitspraak:
5 August 2026
Datum publicatie:
19 August 2026

Indicatie

In een woning in Rotterdam is een hoeveelheid harddrugs en een groot geldbedrag aangetroffen. De verdachte staat ingeschreven in deze woning. Hoewel hij ontkent iets af te weten van wat er in zijn woning is aangetroffen, vindt de rechtbank dat voldoende bewijs aanwezig is om tot een veroordeling te komen van het medeplegen van het voorhanden hebben van verdovende middelen en van witwassen. De rechtbank legt in dit vonnis uit waarom en legt hem een gevangenisstraf op van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-332532-24

Datum uitspraak: 5 augustus 2026

Datum zitting: 22 juli 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1978 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. K.C. van de Wijngaart

Officier van justitie: mr. M.J.W. van Breukelen

Kern van het vonnis

In een woning in Rotterdam is een hoeveelheid harddrugs en een groot geldbedrag aangetroffen. De verdachte staat ingeschreven in deze woning. Hoewel hij ontkent iets af te weten van wat er in zijn woning is aangetroffen, vindt de rechtbank dat voldoende bewijs aanwezig is om tot een veroordeling te komen van het medeplegen van het voorhanden hebben van verdovende middelen en van witwassen. De rechtbank legt in dit vonnis uit waarom en legt hem een gevangenisstraf op van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met anderen, in zijn woning aan [adres 1] te Rotterdam, meerdere soorten en hoeveelheden harddrugs voorhanden heeft gehad en daarnaast een bedrag van € 96.304 aanwezig had in die woning terwijl dit geldbedrag uit misdrijf afkomstig was (witwassen).

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

Feit 1

hij op of omstreeks 6 november 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 11.878,60 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of

- ongeveer 2.571,l gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- ongeveer 83,7 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevatten MDMA, zijnde heroïne en/ of cocaïne en/ of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Feit 2

hij op of omstreeks 6 november 2023 te Rotterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een of meer voorwerpen (contant geldbedrag van in totaal 96.304 euro) voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit/die voorwerp(en), onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig misdrijf of uit enig eigen misdrijf.

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor beide feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte samen met anderen meerdere hoeveelheden verdovende middelen en een groot geldbedrag voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de in bijlage opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.

2.3.2.

Bewijsmotivering

De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De rechtbank gaat daarbij uit van de volgende feiten en omstandigheden.

De verdachte was op 6 november 2023 eigenaar van de woning aan [adres 1] te Rotterdam. Op die dag werd melding gedaan van meerdere mannen die zich in, op en rond de woning bevonden. Ter plaatse trof de politie in de woning van de verdachte meerdere hoeveelheden geld en verdovende middelen aan en leek het erop dat het pand was ingericht als versnijdingspand voor het bereiden van verdovende middelen. Het geld lag op meerdere plekken (verstopt) in de woning. De aangetroffen verdovende middelen werden voor een deel bemonsterd en getest door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De verdachte verklaarde dat hij zijn woning in die periode onderverhuurde en dat hij niet wist wat er in de woning lag of wat zich daar afspeelde.

Het uitgangspunt is dat een eigenaar van een woning geacht wordt wetenschap en beschikkingsmacht te hebben over de spullen in die woning. De rechtbank vindt dat op basis van de genoemde bewijsmiddelen vast is komen te staan dat de verdachte op 6 november 2023 zelf aanwezig was in de woning en dus wetenschap had van de aanwezigheid van verdovende middelen en het geld in zijn woning. De verdachte werd door zijn buurvrouw herkend op beelden van haar ringdeurbel. Die getuige weet hoe haar buurman eruit ziet omdat hij haar altijd groet en verklaarde dat hij er al lange tijd woont. Een andere buurtbewoner verklaarde dat zij de bewoner van [adres 1] rondom het incident zijn woning zag verlaten en hem daarbij herkende omdat hij op dit adres al lange tijd woont. Anders dan door de verdachte is gesteld gaat de rechtbank er vanuit dat de beide getuigen de verdachte hebben herkend en niet iemand anders, bijvoorbeeld een of meer onderverhuurders van het pand. De verdachte heeft op de zitting verklaard dat het pand slechts korte tijd voor 6 november 2023 werd onderverhuurd. Het is onaannemelijk dat de getuigen deze persoon of personen hebben herkend omdat beiden verklaren dat de door hen herkende buurman al langer op [adres 1] woont.

Bovendien is op meerdere spullen uit de woning DNA van de verdachte aangetroffen. De verdediging heeft bepleit dat deze spullen verplaatsbaar zijn en dat het logisch is dat DNA van de verdachte in zijn huis aanwezig is, maar dat dit niet betekent dat de verdachte wetenschap had van de verdovende middelen en het geld in de woning. Het DNA-spoor aan de binnenzijde van een (gas)masker is daarentegen dusdanig specifiek dat op basis daarvan gesteld kan worden dat de verdachte een actieve bijdrage heeft geleverd aan het versnijden van de verdovende middelen. Een dergelijk masker wordt immers gedragen bij deze handelingen en het DNA komt niet zomaar aan de binnenzijde terecht. Het DNA van de verdachte is daarnaast op meerdere goederen aangetroffen, wat volgens de rechtbank wijst op het feit dat de verdachte vaker in zijn woning aanwezig was.

Ook komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het medeplegen van witwassen van het grote geldbedrag dat in de woning lag. Hierboven heeft de rechtbank vastgesteld dat de verdachte zich bezighield met het bereiden van verdovende middelen en dat hij op 6 november 2023 samen met anderen aanwezig was in de woning. Mensen die zich inlaten met de productie van verdovende middelen, weten dat daaromheen grote hoeveelheden geld in omloop zijn, zeker gelet op de straatwaarde van de in deze zaak aangetroffen verdovende middelen. Gelet daarop had de verdachte op zijn minst het voorwaardelijk opzet op het voorhanden hebben van het geldbedrag.

Deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, leiden de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen en het geld in de woning en dat hij hiermee zodanige bemoeienis heeft gehad dat van medeplegen sprake was. Het verweer wordt verworpen.

Met de verdediging is de rechtbank van oordeel dat enkel de verdovende middelen die nader zijn getest door het NFI tot de bewezenverklaring kunnen worden gebezigd. Van de overige middelen is enkel een indicatieve test beschikbaar. Het Gerechtshof in Den Haag heeft meermalen overwogen, onder meer in zijn arrest van 18 april 2017 (ECLI:NL:GHAMS:2017:4206), dat het gebruik van een indicatieve test er op zichzelf niet aan in de weg staat om buiten redelijke twijfel te achten dat in beslag genomen voorwerpen waarvan wordt vermoed dat het drugs zijn, de stoffen bevatten die uit deze test blijken. Er dient echter voldoende ondersteunend en betekenisvol bewijs te zijn voordat de conclusie kan worden getrokken dat wettig en overtuigend is bewezen dat het de drugs betreft die in de tenlastelegging zijn vermeld. Gelet op het feit dat er tussen de in beslag genomen goederen (waarvan wordt vermoed dat dit verdovende middelen zijn) grote uiterlijke verschillen bestaan, had in dit geval van ieder afzonderlijk goed een monster naar het NFI gezonden moeten worden, ter verificatie. Een indicatieve test is onvoldoende. De rechtbank verklaart daarom enkel bewezen de hoeveelheden verdovende middelen die zijn getest door het NFI.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1

hij op 6 november 2023 te Rotterdam tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk aanwezig heeft gehad

- 11.817 gram heroïne en

- 1.966gram cocaïne en

- 30.7 gram MDMA,

zijnde heroïne en cocaïne en MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Feit 2

hij op 6 november 2023 te Rotterdam een voorwerp (contant geldbedrag van in totaal 96.304 euro), voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit voorwerp, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf of uit enig eigen misdrijf.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd

Feit 2

medeplegen van witwassen

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een voorwaardelijke gevangenisstraf met daarnaast een taakstraf voor de maximale duur zodat de verdachte niet terug naar de gevangenis hoeft. Bovendien is verzocht om bijzondere voorwaarden te formuleren. Indien de rechtbank hiervoor een rapport van Reclassering Nederland nodig heeft, heeft de verdediging het voorwaardelijke verzoek gedaan de zaak aan te houden en een rapport aan te vragen.

De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de (schrijnende) persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de leeftijd van de feiten.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft in zijn woning grote hoeveelheden verdovende middelen en een groot geldbedrag, afkomstig uit een misdrijf, voorhanden gehad. De verdachte heeft door het voorhanden hebben van harddrugs een bijdrage geleverd aan de instandhouding van drugshandel. Het is een feit van algemene bekendheid dat drugs, met name harddrugs, ernstige schade berokkenen aan de gebruikers daarvan en leiden tot ernstige vormen van verslaving. Bovendien gaat het gebruik van en de handel in drugs vaak gepaard met andere vormen van criminaliteit en overlast die de samenleving ondermijnen en niet zelden leiden tot gewelddadige incidenten en gevaarlijke situaties in het openbaar.

Door het witwassen van uit criminele activiteiten ontvangen gelden heeft de verdachte geld met een criminele herkomst aan het zicht van justitie onttrokken. Een dergelijk witwasfeit is verwerpelijk en heeft een ontwrichtende werking op de integriteit van het financieel economische verkeer.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 23 juni 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Overige persoonlijke omstandigheden

Er is in deze zaak geen rapport over de verdachte opgemaakt door Reclassering Nederland. De verdachte heeft tijdens de zitting zijn persoonlijke omstandigheden toegelicht. Daaruit blijkt dat het sinds het plegen van deze feiten bergafwaarts is gegaan met de verdachte. Hij heeft geen woning meer en verblijft bij meerdere kennissen. De relatie met zijn partner is verbroken, maar hij heeft nog wel regelmatig de zorg over zijn dochtertje van 2 jaar. De verdachte heeft uitgesproken dat hij graag hulp zou willen en dat hij zich ook al heeft gemeld bij verschillende instanties, maar dat de hulp tot nu toe nog niet van de grond is gekomen. De verdachte staat open voor begeleiding door Reclassering Nederland en is bereid zich aan bijzondere voorwaarden te houden, indien deze worden opgelegd. Door de verdediging is dan ook het verzoek gedaan om, ambtshalve, bijzondere voorwaarden te formuleren.

4.3.3.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een forse gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan, houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Het uitgangspunt in deze is een gevangenisstraf voor de duur van rond de 40 maanden, zeker nu de rechtbank uit gaat van een actieve rol van de verdachte in het geheel.

De rechtbank weegt echter ook het tijdverloop en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte mee. Desondanks moet wel een straf volgen voor de fouten die de verdachte in het verleden heeft gemaakt. Daarom wordt een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd.

De rechtbank ziet geen reden om een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen, noch om (ambtshalve) bijzondere voorwaarden te formuleren of de zaak aan te houden in afwachting van een reclasseringsrapport. Met de oplegging van deze straf zal de verdachte op termijn in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling en op dat moment zal dan kunnen worden bezien welke hulp de verdachte nodig heeft om zijn leven weer op de rit te krijgen. De voorwaarden kunnen in dat kader en op dat moment beter toegespitst worden op de situatie van de verdachte. Een voorwaardelijk strafdeel is dan niet nodig.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5
In beslag genomen voorwerpen
5.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslag genomen voorwerpen worden verbeurd verklaard.

5.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

5.3.1.

Verbeurdverklaring

Als bijkomende straf voor feit 2 worden de in beslag genomen voorwerpen, te weten in totaal € 96.075,- en elastieken, verbeurd verklaard. Het strafbare feit is met betrekking tot deze voorwerpen gepleegd.

6
Wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33, 33a, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Beslissing

7
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd voor feit 2:

- een geldbedrag van € 1.090,- ( G6664761 )

- een geldbedrag van € 980,- ( G6664798 )

- een geldbedrag van € 205,- ( G6664815 )

- een geldbedrag van € 13.780,- ( G6664985 )

- een geldbedrag van € 80.020,- ( G6664993 )

- elastieken om 2 bundels geld ( G6665917 )

- elastieken om 8 bundels geld ( G6665915 )

8
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.H. Geerars, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en L.B. Esser, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. S. Hoebe, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 5 augustus 2026.

Mrs. Esser en Hoebe zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage 1 – Bewijsmiddelen

1. Verklaring van de verdachte  (Voetnoot 2)

De woning aan [adres 1] te Rotterdam was op 6 november 2023 mijn woning. Ik stond daar ook ingeschreven. Ik heb de woning een korte periode onderverhuurd rond deze datum.

2. Verklaring van [getuige 1]  (Voetnoot 3)

Op 6 november 2023 omstreeks 4:35 uur hoorde ik hard gebonk van buiten. Ik keek uit mijn raam en zag dat er twee mannen op het dak liepen. Ik zag dat er meerdere mensen heen en weer renden op het dak. Ik belde toen de politie. Kort daarna zag ik dat er twee mannen in het donker gekleed uit de woning van [adres 1] renden. Een paar minuten later zag ik dat het licht in de woning van [adres 1] aan ging. Omstreeks 05:00 uur kwam de bewoner van [adres 1] naar buiten. Ik herkende hem, want hij woont hier al een tijd.

3. Verklaring van [getuige 2]  (Voetnoot 4)

Vanmorgen zag ik dat de balkondeur open stond van [huisnummer] . De man die daar woont is een Marokkaanse man die altijd heel vriendelijk vraagt hoe het met mij gaat en groet. Ik heb een ringdeurbel met beelden.

4. Verklaring van [getuige 2]  (Voetnoot 5)

Van de camerabeelden van de ringdeurbel van de woning aan [adres 2] is een printscreen gemaakt waarop een persoon zonder gezichtsbedekking is te zien. Wij, verbalisanten, hebben deze printscreen aan de bewoonster van [adres 2] genaamd [getuige 2] getoond. Ik, verbalisant, hoorde haar direct zeggen: “Dat is de buurman”. De bewoonster deelt haar trappenhuis met [adres 1] . Op laatst genoemd adres staat ingeschreven: [verdachte] .

5. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 6)

Op 6 november 2023 is de woning aan [adres 1] te Rotterdam betreden ter doorzoeking op grond van de Opiumwet.

Meterkast (Ruimte H)

Direct rechts in de hal is een (meter)kast met 2 schuifdeuren. Naast deze kast werd een kleine hoeveelheid verdovende middelen aangetroffen (H1). Na het verbreken van de deur van de meterkast bleek dat aan de binnenzijde van de deur 3 dichte bakken waren bevestigd.

In de onderste bak werd een hoeveelheid geld (H3) en verschillende hoeveelheden

vermoedelijke verdovende middelen aangetroffen (H4, 5 en 6).

In de bovenste bak werd een kartonnen doos aangetroffen met 2 blokken verdovende middelen (H7). Op de bodem van de meterkast lag een plastic zak waarin 6 blokken met verdovende middelen (H2) zaten.

Kamer (Ruimte B)

In de hal links was een kamer (ruimte B) hier werd in een jaszak een hoeveelheid geld aangetroffen (B1).

Slaapkamer (Ruimte F)

Onder het matras van het bed werd aangetroffen een hoeveelheid verdovende middelen (F1). In de kledingkast werden 6 gesealde pakken verdovende middelen (F3) aangetroffen. In een vakje van een sporttas in de kledingkast werden 2 bundels geld (F4) aangetroffen.

Woonkamer (Ruimte I)

In de woonkamer werden onder meer verdovende middelen en een tas met muntgeld aangetroffen (I1 t/m 10).

Keuken (Ruimte J)

In de CV-kast werden 8 bundels met geld aangetroffen. Op een rek in de CV-kast werden 3 gasmaskers aangetroffen (J2 t/m 4). In een ruimte onder de vriezer werd een zak met verdovende middelen aangetroffen (J5).

6. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 7)

Goednummer : PL 1700-2023357645-6664796

SIN goed : AARA1758NL

SIN monsters : AARA1757NL

Omschrijving : 6x vacuümzakken met daarin bruin poeder

Gewicht netto : 4886 gram

Positief voor heroïne

Goednummer : PL 1700-2023357645-6664763

SIN goed : AAQS4092NL

SIN monsters : AARA1753NL

Omschrijving : 5x blokken omwikkeld in tape en plastic folie, logo; Rolls-Royce

met daarin bruin samengeperst, materiaal

Gewicht netto : 2450 gram

Positief voor heroïne

Goednummer : PL 1700-2023357645-6664778

SIN goed : AARAI759NL

SIN monsters : (1.) AARA1752NL

(2.) AARAI754NL

Omschrijving : (1.) 4x blokken omwikkeld in tape en plastic met daarin bruin

samengeperst materiaal

(2.) 3x plastic zakken met daarin bruine brokken en poeder

Gewicht netto : (1.) 1970 gram

: (2.) 2511 gram

Positief voor heroïne

Goednummer : PL 1700-2023357645-6664758

SIN goed : AAQS4093NL

SIN monsters : AARD1983NL

Omschrijving : 2x blokken omwikkeld in bruin tape, zwarte ballon, plastic en een sealbag met daarin wit samengeperst materiaal, opdruk: logo Company name, indruk blok: een arend

Gewicht netto : 1966 gram

Positief voor cocaïne

Goednummer : PL 1700-2023357645-6664791

SIN goed : AARA1767NL

SIN monsters : (7.) AARD1972NL

Omschrijving : (7.) een plastic zakje met daarin 65x bruine tabletten, indruk:

Louis Vuitton

Gewicht netto : (7.) 30.7 gram

Positief voor MDMA

7. Deskundigenverslag (Voetnoot 8)

Kenmerk : AARA1757NL

Omschrijving : poeder, bruin, uit 4886 gram

Conclusie : bevat heroïne

8. Deskundigenverslag (Voetnoot 9)

Kenmerk : AARA1753NL

Omschrijving : poeder, bruin, uit 2450 gram

Conclusie : bevat heroïne

9. Deskundigenverslag (Voetnoot 10)

Kenmerk : AARA1752NL

Omschrijving : poeder, bruin, uit 1970 gram

Conclusie : bevat heroïne

10. Deskundigenverslag (Voetnoot 11)

Kenmerk : AARA1754NL

Omschrijving : poeder, bruin, uit 2511 gram

Conclusie : bevat heroïne

11. Deskundigenverslag (Voetnoot 12)

Kenmerk : AARD1983NL

Omschrijving : poeder en brokjes, wit, uit 1966 gram

Conclusie : bevat cocaïne

12. Deskundigenverslag (Voetnoot 13)

Kenmerk : AARD1972NL

Omschrijving : tablet, bruin, uit 30,7 gram

Conclusie : bevat MDMA

13. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 14)

Goednummer : 6665897

SIN : AARA2250NL

Object : Gasmasker

Inhoud/specificatie : Gesloten sealbag overgenomen 41846583

Bijzonderheden : Gasmasker J6

Spoornummer : 222551

SIN : AARD2154NL

Relatie met SIN : AARA2250NL

Plaats veiligstellen : Binnenzijde mondmasker

Goednummer : 6665896

SIN : AARA2249NL

Object : Gasmasker

Inhoud/specificatie : Gesloten sealbag overgenomen 41846582

Bijzonderheden : Gasmasker J4

Spoornummer : 222545

SIN : AARD2155NL

Relatie met SIN : AARA2249NL

Plaats veiligstellen : Binnenzijde mondmasker

14. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 15)

Op 6 november 2023 heeft een forensisch onderzoek aan [adres 1] te Rotterdam plaatsgevonden.

Op de vloer in de hal na de voordeur is een bloedspoor aangetroffen, bemonsterd en veiliggesteld. Deze is voorzien van SIN AARD3229NL.

Op de vloer nabij de trap lag een peuk lag die is veiliggesteld en voorzien van SIN AARD3220NL.

In de woonkamer op de tweede woonlaag stond op de salontafel diverse blikjes en flesjes die zijn veiliggesteld en bemonsterd:

AARD3225NL - bemonstering drinkgedeelte flesje AH water.

AARD3224NL - bemonstering drinkgedeelte blikje Red Bull.

Op het balkon van de keuken op de tweede woonlaag zat er een bloedveeg ter hoogte van de reling van het balkon die is bemonsterd, veiliggesteld en voorzien van SIN AARD3226NL.

15. Deskundigenverslag (Voetnoot 16)

AARD2153NL : Bemonstering binnenzijde mondmasker

AARD2154NL : Bemonstering binnenzijde mondmasker

AARD3220NL : Peuk

AARD3224NL : Bemonstering blikje Red Bull

AARD3225NL : Bemonstering flesje AH water

AARD3226NL : Bemonstering van raam balkon buitenzijde

AARD3229NL : Bemonstering van vloer hal

Bemonstering : Binnenzijde mondmasker AARD2154NL

DNA-profiel : DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.

Mogelijke donor van celmateriaal : [verdachte] en [persoon A]

Bemonstering : Binnenzijde mondmasker AARD2155NL

DNA-profiel : DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Mogelijke donor van celmateriaal : [verdachte] (DNA-hoofdprofiel)

Bemonstering : Peuk AARD3220NL

DNA-profiel : DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Mogelijke donor van celmateriaal : [verdachte]

Bemonstering : Blikje Red Bull AARD3224NL

DNA-profiel : DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Mogelijke donor van celmateriaal : [verdachte] (DNA-hoofdprofiel)

Bemonstering : Flesje AH water AARD3225NL

DNA-profiel : DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Mogelijke donor van celmateriaal : [verdachte] (DNA-hoofdprofiel)

Bemonstering : Raam balkon buitenzijde AARD3226NL

DNA-profiel : DNA-profiel van een man. De frequentie van het DNA-hoofdprofiel is kleiner dan één op één miljard.

Mogelijke donor van celmateriaal : [verdachte]

16. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 17)

Op 6 november 2023 werd de woning aan [adres 1] te Rotterdam doorzocht waarbij op verschillende plaatsen hoeveelheden geld is aangetroffen bestaande uit:

Goedcode Goednummer Omschrijving Bedrag

I1 6664815 briefgeld € 205,=

F4 6664761 briefgeld € 1.090,=

B1 6664798 briefgeld € 980,=

H3 6664985 2 bundels briefgeld € 13.780,=

J1 6664993 8 bundels briefgeld € 79.950,=

I6 6664822 muntgeld € 299,=

Totaal € 96.304,=

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam] met nummer [dossiernummer] .

Voetnoot 2

Verklaard tijdens de zitting van 22 juli 2026.

Voetnoot 3

Proces-verbaal van horen [getuige 1] met nummer [proces-verbaalnummer 1] , pagina 28.

Voetnoot 4

Proces-verbaal van horen [getuige 2] met nummer [proces-verbaalnummer 2] , pagina 30.

Voetnoot 5

Proces-verbaal van tonen beelden aan [getuige 2] met nummer [bestandsnummer 1] , pagina 171.

Voetnoot 6

Proces-verbaal van doorzoeking woning [adres 1] met nummer [proces-verbaalnummer 3] , pagina 52 en 53.

Voetnoot 7

Proces-verbaal van indicatieve test verdovende middelen met nummer [proces-verbaalnummer 4] , pagina 129 t/m 140.

Voetnoot 8

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 13 november 2023, nummer [rapportnummer] (aanvraag 004), opgemaakt door [medewerker nfi 1] (bijlage van zaaksdossier [dossiernaam] ).

Voetnoot 9

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 13 november 2023, nummer [rapportnummer] (aanvraag 005), opgemaakt door [medewerker nfi 1] (bijlage van zaaksdossier [dossiernaam] ).

Voetnoot 10

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 13 november 2023, nummer [rapportnummer] (aanvraag 003), opgemaakt door [medewerker nfi 1] (bijlage van zaaksdossier [dossiernaam] ).

Voetnoot 11

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 13 november 2023, nummer [rapportnummer] (aanvraag 002), opgemaakt door [medewerker nfi 1] (bijlage van zaaksdossier [dossiernaam] ).

Voetnoot 12

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 13 november 2023, nummer [rapportnummer] (aanvraag 001), opgemaakt door [medewerker nfi 1] (bijlage van zaaksdossier [dossiernaam] ).

Voetnoot 13

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 12 april 2024, nummer [rapportnummer] (aanvraag 009), opgemaakt door [medewerker nfi 2] (bijlage van zaaksdossier [dossiernaam] ).

Voetnoot 14

Proces-verbaal van biologisch vooronderzoek lab, nummer [proces-verbaalnummer 5] , pagina 150 t/m 155.

Voetnoot 15

Proces-verbaal van forensisch onderzoek [adres 1] , nummer [proces-verbaalnummer 6] , pagina 237 t/m 240.

Voetnoot 16

Deskundigenverslag van The Maastricht Forensic Insitute van 22 november 2023, nummer [rapportnummer] (aanvraag 009), opgemaakt door [deskundige] (pagina’s 161 t/m 165 van de doorgenummerde bijlagen van zaaksdossier [dossiernaam] ), met als bijlage het DNA-profielcluster 57540

Voetnoot 17

Proces-verbaal van bevindingen met nummer [bestandsnummer 2] , pagina 109 en 110.