Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:10323

Op 16 July 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10.071083.24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:10323. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10.071083.24
Datum uitspraak:
16 July 2026
Datum publicatie:
19 August 2026

Indicatie

De verdachte wordt veroordeeld voor vier diefstallen op verschillende momenten: hij heeft ingebroken in twee woningen en heeft daar goederen weggenomen en hij heeft geldbedragen gepind met pinpassen die niet van hein waren. Hij krijgt hiervoor een taakstraf opgelegd van 200 uur.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.071083.24

Datum uitspraak: 16 juli 2026

Datum zitting: 2 juli 2026

Verstek

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1966 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres: [adres 1] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: [advocaat] (niet gemachtigd)

Officier van justitie: mr. M.L.M. Kuiper

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor vier diefstallenop verschillende momenten: hij heeft ingebroken in twee woningen en heeft daar goederen weggenomen en hij heeft geldbedragen gepind met pinpassen die niet van hem waren. Hij krijgt hiervoor een taakstraf opgelegd van 200 uur.

1
Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

1

hij in of omstreeks 23 februari 2023 tot en met 24 februari 2023 te Rotterdam een laptop van het merk Apple, type MacBook Pro 16 en/of een (bijbehorende) laptoptas en/of een (bijbehorende) oplader en/of een externa harde schijf en/of een laptop van het merk Asus en/of een (bijbehorende) laptoptas en/of een (bijbehorende) oplader en/of verlengsnoer en/of een computermuis en/of een externe harde schijf en/of een telefoon van het merk Nokia, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

2

hij in of omstreeks 24 maart 2023 tot en met 26 maart 2023 te Rotterdam een portemonnee en/of vier pinpassen en/of twee OV-chipkaarten en/of twee rijbewijzen en/of een kentekenbewijs en/of een telefoon van het merk Apple, type SE en/of een laptop van het merk Dell en/of een dokterstas met toebehoren, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;

3

hij op of omstreeks 26 maart 2023 te Rotterdam een geldbedrag groot 92,43 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas(sen) en/of creditcard(s) van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] ;

4

hij in of omstreeks 26 februari 2024 tot en met 27 februari 2024 te Rotterdam een geldbedrag groot 97 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 5] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van die [slachtoffer 5] .

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld voor alle vier de feiten.

2.2.

Oordeel van de rechtbank

2.2.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte de feiten heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.2.3.

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering ten aanzien van feit 4.

Feit 1: diefstal in februari 2023

1. Proces-verbaal van politie, verklaring van de verdachte (Voetnoot 2)V: Op 23 februari 2023 is de aangever gaan slapen. De aangever verklaart dat er twee laptops en een Nokia telefoon zijn weggenomen (..) Op 25 februari 2023 zijn deze teruggevonden in de bosjes achter de flat aan de [straat 1] in Rotterdam. (..) Er zijn camerabeelden. Twee collega’s herkennen jou daarop.

A: Ik was die dag daar in de wijk. Ik ben toen gaan kijken of ik ergens kon inbreken door te flipperen. Ik ben naar de huizen aan het water gelopen en heb een woning open geflipperd. Dit was in de nacht. In de woning heb ik toen twee laptops en een telefoon meegenomen. Ik ben daarna naar de [straat 1] gegaan. Ik ben later teruggegaan naar de [straat 1] en heb de spullen opgehaald en in de rode Dirk tas gedaan. Ik heb de tas met de laptops in de bosjes gezet. De telefoon heb ik gehouden en verkocht.

2. Proces-verbaal van politie, aangifte [slachtoffer 1]  (Voetnoot 3)

Ik doe aangifte van diefstal van twee laptops uit een woning aan [adres 2] te Rotterdam. Ik verblijf op dit moment samen met mijn man in bovengenoemde woning.

De laptops welke zijn gestolen kan ik als volgt omschrijven.

Apple MacBook pro 16, de MacBook is mijn eigendom.

Laptop van het merk Asus, de laptop is eigendom van mijn man.

Op 23 februari 2023 zijn mijn man en ik gaan slapen. Op 24 februari 2023 kwamen wij erachter dat mijn Macbook en de laptop van mijn man niet meer op de plek lagen waar wij ze die avond ervoor hadden gezien. Ik zag dat mijn laptop uitstraalde in de omgeving van de [straat 1] in Rotterdam.

In mijn laptoptas van de Macbook bevinden zich meerdere kabels, waaronder een oplader, en een externe harde schijf.

In de laptoptas van mijn man bevinden zich een verlengsnoer, een oplader, een muis en een externe harde schijf.

3. Proces-verbaal van politie, aanvullend verhoor aangeven [slachtoffer 2]  (Voetnoot 4)Op 25 februari 2023 zijn de beide laptops, inclusief laptoptassen en harde schijven, die eerder gestolen waren, teruggevonden in de bosjes aan de [straat 1] in Rotterdam. Ik zag dat de telefoon, merk Nokia, niet langer in de laptoptas zat.

Feit 2 en 3: diefstal in maart 2023

4. Proces-verbaal van politie, verklaring van de verdachte (Voetnoot 5)V: Ik ga je vragen stellen over de tweede inbraak, gepleegd tussen 24 en 25 maart 2023 op de [adres 3] te Rotterdam. Ik laat je foto’s zien van het pinnen bij de Shell aan de [straat 2] met de ING pas die gestolen is uit deze woning.

A: Ik herken mij wel op de foto’s, dat ik aan het pinnen ben.

V: Er is ook een laptop, Apple telefoon en dokterstas met spullen daarin gestolen.

A: Die dokterstas herinner ik mij wel weer. Ook hier ben ik door flipperen de woning ingegaan. Ik heb daar de spullen gepakt en ben toen weer weggegaan.

V: Wat heb je met de laptop, telefoon en dokterstas gedaan?

A: Het was een oude laptop, de telefoon en tas heb ik weggegooid. Met de bankpassen ben ik toen gaan pinnen.

5. Proces-verbaal van politie, aangifte [slachtoffer 3]  (Voetnoot 6)Zij deed aangifte mede namens het slachtoffer [slachtoffer 4] .

Op 24 maart 2023 gingen wij slapen. Op 25 maart 2023 kon ik, [slachtoffer 4] , mijn portemonnee niet vinden. Ik zag dat er nog meer spullen misten uit mijn huis. Toen ik op mijn bankafschriften ging kijken, zag ik dat er op meerdere plekken geld van mijn en de rekening van [slachtoffer 3] was gehaald.

Wij misten in totaal vier pinpassen. Tevens misten wij onze persoonlijke OV-chipkaarten, rijbewijzen en een kentekenbewijs. Verder miste ik, [slachtoffer 3] , mijn werktelefoon en werklaptop. Daarbij miste ik mijn dokterstas met daarin onder andere een stethoscoop, otoscoop en thermometer.

Fotoblad

Foto 4 | Informatie weggenomen iPhone

Apple SE 2 64GB Iphone

Foto 5 | Informatie weggenomen laptop

Dell Latitude E7250 Thin Client

Bijlagen

Afschrift Betaalrekening | [slachtoffer 4]

SHELL [straat 2] ROTTERDAM | 25-03-2023 06:56 | - € 22,05

City [wijk 1] BV ROTTERDAM NLD | 25-03-2023 07:18 | - € 24,88

SHELL [straat 2] ROTTERDAM | 25-03-2023 05:26 | - € 12,30

Afschrift Betaalrekening | [slachtoffer 3]

Esso Rdam [straat 3] ROTTERDAM | 25-03-2023 08:12 | - € 33,20

Feit 4: diefstal februari 2024

6. Proces-verbaal van politie, verklaring van de verdachte (Voetnoot 7)V: Je bent gisteren (rb: 27 februari 2024) aangehouden omdat je bij de Jumbo op de [straat 4] te Rotterdam werd herkend omdat je daar eerder met een gestolen pas spullen had gekocht.

A: Ik ga altijd blikjes zoeken bij [wijk 2] . Toen ik daar aankwam zag ik een bankpas op de grond liggen van de ABNAMRO bank. Ik heb deze opgeraapt. Bij de Albert Heijn bij [wijk 2] heb ik een blikje bier gekocht. Ik heb gekeken of de pas het nog deed. Deze deed het en ik heb het blikje bier betaald met de gevonden pas. Daarna ben ik naar de Jumbo gegaan en heb ik daar nog shag, beltegoed en 6 blikjes bier gekocht. Die heb ik ook betaald met de gevonden pas.

7. Proces-verbaal van politie, aangifte [slachtoffer 5] (Voetnoot 8)Op 26 februari 2024 deed ik bij de Albert Heijn aan [wijk 2] te Rotterdam boodschappen en betaalde met mijn ABN-Amro bankpas. Op 27 februari 2024 wilde ik mijn bankpas pakken, maar deze zat niet meer in mijn jaszak. Ik keek op mijn telefoon in mijn bankapp en zag dat er nadat ik boodschappen had gedaan nog meerdere betalingen waren gedaan: bij de Albert Heijn, de Dirk en Jumbo en een slijterij. Ik krijg het gepinde geldbedrag van de bank terug. Dit is ongeveer 97 euro.

2.2.2.

Bewijsmotivering feit 4

De verdachte heeft verklaard dat hij de bankpas niet heeft gestolen, maar dat hij deze op straat heeft gevonden. Hij wordt echter niet beschuldigd van de diefstal van die pinpas, maar van het wegnemen van een geldbedrag door onbevoegd gebruik van die pas te maken. Dit bekent de verdachte feitelijk. Daarmee kan ook dit feit, diefstal met een valse sleutel, worden bewezen.

2.2.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1

hij in de periode van 23 februari 2023 tot en met 24 februari 2023 te Rotterdam een laptop van het merk Apple, type MacBook Pro 16 en een (bijbehorende) laptoptas en een (bijbehorende) oplader en een externe harde schijf en een laptop van het merk Asus en een (bijbehorende) laptoptas en een (bijbehorende) oplader en verlengsnoer en een computermuis en een externe harde schijf en een telefoon van het merk Nokia, die aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming;

Feit 2

hij in de periode van 24 maart 2023 tot en met 26 maart 2023 te Rotterdam een portemonnee en vier pinpassen en twee OV-chipkaarten en twee rijbewijzen en een kentekenbewijs en een telefoon van het merk Apple, type SE en een laptop van het merk Dell en een dokterstas met toebehoren, die aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak;

Feit 3

hij omstreeks 26 maart 2023 te Rotterdam een geldbedrag groot 92,43 euro dat aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpassen van die [slachtoffer 3] en/of die [slachtoffer 4] ;

Feit 4

hij in de periode van 26 februari 2024 tot en met 27 februari 2024 te Rotterdam een geldbedrag dat aan [slachtoffer 5] , toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, door onbevoegd gebruik te maken van de pinpas van die [slachtoffer 5] .

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van inklimming

Feit 2

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak

Feit 3 en 4

diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, meermalen gepleegd

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 240 uren.

4.2.

Oordeel van de rechtbank

4.2.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier diefstallen op verschillende momenten. Hij heeft twee keer ingebroken in een woning en daarbij spullen weggenomen. Hiermee heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en hun gevoel van veiligheid in hun eigen huis aangetast. Daarnaast heeft de verdachte geld gepind met gestolen bankpassen en met een bankpas die hij op straat had gevonden. De verdachte heeft alleen aan zijn eigen behoeften gedacht en geen respect getoond voor de eigendommen van anderen.

4.2.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 29 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Deze eerdere veroordeling dateert van 2 februari 2023 en dus van vlak voor het eerste bewezenverklaarde feit in onderhavige zaak.

Rapport reclassering

In het rapport van de reclassering van 29 mei 2026 staat onder meer dat bij de verdachte ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van problematiek op verschillende leefgebieden. Doordat hij verkeerde in een negatief netwerk raakte hij in 2022 zijn woning kwijt en werd hij dakloos. De verdachte is bekend met verslavingsproblematiek en viel terug in veelvuldig (hard)drugsgebruik. Om het middelengebruik te kunnen bekostigen, is hij overgegaan tot het plegen van de delicten. In de periode van de woninginbraken was er sprake van reclasseringstoezicht dat net was opgestart. De verdachte heeft zich vervolgens gedurende het toezicht intensief ingezet om aan zijn problematiek te werken. Hij onderging een ambulante behandeling, volgde een gedragsinterventie en werd geplaatst binnen een begeleide woonvorm. In 2025 werd het toezicht positief afgesloten. De verdachte is ontvankelijk geweest voor de forensische interventies. Hij heeft zijn middelengebruik sterk teruggedrongen, heeft andere manieren geleerd om met stress om te gaan en heeft zich onttrokken aan het negatieve sociale netwerk. Hij verblijft nog steeds bij begeleid wonen en is in het afgelopen jaar niet meer met de politie in aanraking geweest. De verdachte is voornemens deze positieve lijn voort te zetten. De risico’s op recidive zijn sterk verminderd en het opleggen van nieuwe en/of andere interventies is niet nodig. Er wordt dan ook geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

4.2.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 28 februari 2024, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld voor de feiten. Tot aan dit vonnis is een periode van twee jaar en ruim vier maanden verstreken.

Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn met ruim vier maanden is geschonden. De rechtbank houdt hier rekening mee bij het bepalen van de straf.

4.2.4.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf in beginsel passend. Echter, de feiten zijn inmiddels al een tijd geleden gepleegd, en er lijkt destijds sprake te zijn geweest van een slechte periode (met terugval in middelengebruik) in het leven van de verdachte. Hierna heeft hij, zoals ook uit het reclasseringsrapport blijkt, zijn leven weer opgepakt en is hij niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie. De rechtbank wil die positieve ontwikkeling niet doorkruisen door een gevangenisstraf op te leggen, maar zal aan de verdachte in plaats daarvan een forse taakstraf opleggen van 200 uur, met aftrek van voorarrest.

5
Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 1 maart 2024 geschorst. Het geschorste bevel wordt opgeheven.

6
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

7
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 200 (tweehonderd) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 194 (honderdvierennegentig) uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 97 (zevenennegentig) dagen;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

8
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en L. den Teuling, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 juli 2026.

/Mr. [ ]/Mrs. [ ]/en [ ] is/zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 1] .

Voetnoot 2

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, Eenheid Rotterdam, [proces-verbaalnummer 2] , pagina 94 tot en met 104 van het procesdossier, inhoudende de verklaring van de verdachte op 28 februari 2024.

Voetnoot 3

Het proces-verbaal aangifte, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 3] , pagina 14 tot en met 18 van het procesdossier, inhoudende de aangifte van [slachtoffer 1] .

Voetnoot 4

Het proces-verbaal aanvullend verhoor aangever, Eenheid Rotterdam, nummer 2023061801-5, pagina 19 tot en met 21 van het procesdossier, inhoudende de aangifte van [slachtoffer 2] .

Voetnoot 5

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, Eenheid Rotterdam, [proces-verbaalnummer 2] , pagina 94 tot en met 104 van het procesdossier, inhoudende de verklaring van de verdachte op 28 februari 2024.

Voetnoot 6

Het proces-verbaal aangifte, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 4] , pagina 43 tot en met 55 van het procesdossier, inhoudende de aangifte van [slachtoffer 3] .

Voetnoot 7

Het proces-verbaal van verhoor verdachte, Eenheid Rotterdam, [proces-verbaalnummer 2] , pagina 94 tot en met 104 van het procesdossier, inhoudende de verklaring van de verdachte op 28 februari 2024.

Voetnoot 8

Het proces-verbaal aangifte, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 5] , pagina 83 tot en met 85 van het procesdossier, inhoudende de aangifte van [slachtoffer 5] .