2.3.
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte opzettelijk ongeveer zesduizend gram cocaïne heeft vervoerd.
De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Verklaring van de verdachte (Voetnoot 2)
Op 10 oktober 2025 heb ik middelen vervoerd met een auto, merk Citroën C3. Tegen mij is gezegd dat het om geperste blokken wiet ging. Ik heb dat niet gecontroleerd.
2. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 3)
Op 10 oktober 2025 zagen wij een voertuig, Citroën C3, rijden. Na een volgteken werd het voertuig tot stilstand gebracht in Hoogblokland. De bestuurder was genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 1999 te [geboorteplaats] . Wij doorzochten het voertuig. Hierbij zijn de volgende goederen in beslag genomen:
- 2 x blokken vermoedelijk cocaïne - goednummer: [goednummer 1]
- 2 x blokken vermoedelijk cocaïne - goednummer: [goednummer 2]
- 2 x blokken vermoedelijk cocaïne - goednummer: [goednummer 3] .
3. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 4)
Op 24 oktober 2025 werd onderzoek verricht aan de volgende onderzoeksitems:
Uniek Voorwerp Nummer : [SIN-nummer 1] .
Goednummer : [goednummer 2] .
Object : 2 blokken met wit samengeperst materiaal.
Nettogewicht : 1996 gram.
Uniek Voorwerp Nummer : [SIN-nummer 2] .
Goednummer : [goednummer 3] .
Object : 2 blokken met wit samengeperst materiaal.
Nettogewicht : 1990 gram.
Uniek Voorwerp Nummer : [SIN-nummer 3] .
Goednummer : [goednummer 1] .
Object : 2 blokken met wit samengeperst materiaal.
Nettogewicht : 1999 gram.
Door ons is het volgende waargenomen en bevonden:
Twee veiliggestelde monsters afkomstig van goed [SIN-nummer 1] .
Twee veiliggestelde monsters afkomstig van goed [SIN-nummer 2] .
Twee veiliggestelde monsters afkomstig van goed [SIN-nummer 3] .
4. Deskundigenverslag (Voetnoot 5)
Onderzoeksmateriaal en conclusie:
Kenmerk : [SIN-nummer 1] .
Omschrijving : blokken, wit, uit 1996 gram, aantal bemonsteringen: twee.
Conclusie : bevat cocaïne.
Cocaïne is vermeld op lijst I van de Opiumwet.
5. Deskundigenverslag (Voetnoot 6)
Onderzoeksmateriaal en conclusie:
Kenmerk : [SIN-nummer 3] .
Omschrijving : blokken, wit, uit 1999 gram, aantal bemonsteringen: twee.
Conclusie : bevat cocaïne.
6. Deskundigenverslag (Voetnoot 7)
Onderzoeksmateriaal en conclusie:
Kenmerk : [SIN-nummer 2] .
Omschrijving : blokken, wit, uit 1990 gram, aantal bemonsteringen: twee.
Conclusie : bevat cocaïne.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Standpunt verdediging
De raadsman heeft betoogd dat er sprake is van misbruik van bevoegdheden en dat de doorzoeking van de door de verdachte bestuurde auto daarom onrechtmatig is. Het was geen gewone verkeerscontrole. De verbalisanten hebben in het proces-verbaal toegeschreven naar rechtvaardiging van de doorzoeking van de auto, terwijl er geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld. Dat de auto desondanks is doorzocht levert een onherstelbaar vormverzuim op. Dat moet leiden tot bewijsuitsluiting waardoor er onvoldoende wettig bewijs is en de verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.
Verkeerscontrole
De rechtbank stelt voorop dat het uitoefenen van controlebevoegdheden als bedoeld in artikel 160, eerste en vierde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) verband dient te houden met de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 gegeven voorschriften. Indien daadwerkelijk inzage is gevorderd in het rijbewijs en/of de kentekenpapieren van het voertuig, mag worden aangenomen dat de bevoegdheden van artikel 160, eerste en vierde lid, WVW 1994 zijn uitgeoefend ter controle van de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 vastgestelde voorschriften. Zolang een dergelijke controlebevoegdheid, uitgevoerd door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, mede is uitgeoefend ter controle van de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 vastgestelde voorschriften als bedoeld in het eerste en het vierde lid van artikel 160 WVW 1994 is die uitoefening in beginsel rechtmatig, ook indien die bevoegdheid daarnaast het verrichten van opsporingshandelingen mogelijk maakt waarop deze bepalingen niet zien. Die omstandigheid brengt immers nog niet mee dat de controlebevoegdheid uitsluitend is gebruikt voor een ander doel – te weten: voor het verrichten van opsporingshandelingen – dan waarvoor deze is verleend.
Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer [nummer proces-verbaal 1] leidt de rechtbank af dat verbalisanten op 10 oktober 2025 een ANPR-melding krijgen met betrekking tot een voertuig. Dit voertuig was in het ANPR-systeem geplaatst met het doel om dit voertuig te controleren vanwege of in verband met ondermijnende criminaliteit. Op grond van artikel 160 WVW 1994 is een volgteken gegeven aan de bestuurder (de verdachte) van het voertuig. Nadat het voertuig tot stilstand was gebracht toonde de verdachte desgevraagd zijn rijbewijs en het kentekenbewijs aan de politie. Vervolgens is een controle uitgevoerd op de technische staat van het voertuig. De rechtbank stelt vast dat de politie daarmee uitvoering heeft gegeven aan de op grond van artikel 160, eerste en vierde lid, WVW 1994 toekomende controlebevoegdheden en dat door middel van inzage in het rijbewijs en het kentekenbewijs en de technische controle van het voertuig de naleving van de bij of krachtens de WVW 1994 vastgestelde voorschriften als bedoeld in die bepalingen is gecontroleerd. Anders dan de verdediging is de rechtbank, in navolging van het standpunt van de officier van justitie, van oordeel dat de verbalisanten daarmee geen misbruik hebben gemaakt van hun controlebevoegdheden.
Rechtmatigheid doorzoeking auto
De rechtbank heeft geen enkele reden om te twijfelen aan hetgeen de verbalisanten in voormeld proces-verbaal van bevindingen hebben gerelateerd over de staandehouding en het onderzoek aan de auto. Uit dat proces-verbaal leidt de rechtbank af dat het de verbalisanten na raadpleging van de systemen bleek dat zowel de verdachte als de bijrijder antecedenten hebben op het gebied van drugs. Tijdens de controle van de bevestiging van de achterbank merkte een verbalisant dat deze niet omhoog getild kon worden. De verbalisant merkte meer weerstand dan normaal. De verbalisant zag verschillende indicatoren, waardoor hij het vermoeden had dat er een verborgen ruimte in het voertuig aanwezig was. Het is een feit van algemene bekendheid dat verborgen ruimtes in voertuigen doorgaans gebruikt worden om strafbare goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken, zoals (grote hoeveelheden) wapens, geld of verdovende middelen. Gelet daarop ontstond een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit als omschreven in artikel 67, eerste lid, Wetboek van Strafvordering (Sv) en daarmee was er voldoende grond voor toepassing van artikel 96b Sv.
Vervolgens doorzochten de verbalisanten het voertuig op grond van artikel 96b Sv. Zij hebben een kier gecreëerd bij de opening van de verborgen ruimte, waardoor het mogelijk was om in de verborgen ruimte te kijken. De verbalisanten zagen dat er meerdere zakken in de verborgen ruimte lagen.
De rechtbank is van oordeel, dat de hiervoor weergegeven aanwijzingen die door de verbalisanten zijn vastgelegd voldoende basis vormden voor een verdenking van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 67 Sv. Ingevolge artikel 96b Sv waren de verbalisanten dan ook bevoegd de auto te doorzoeken. Evenals de officier van justitie acht de rechtbank de doorzoeking van het voertuig dan ook rechtmatig. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.
Voorwaardelijk opzet
De verdachte heeft verklaard dat hij ervan uitging dat hij blokken wiet vervoerde. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat hij wetenschap had van de werkelijke aard van de middelen die hij vervoerde. Van vol opzet is dan ook geen sprake.
De verdachte heeft echter wel bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij cocaïne vervoerde. Hij wist dat hij verdovende middelen zou gaan vervoeren, maar heeft de inhoud van de blokken niet gecontroleerd of zich op een andere manier van de inhoud vergewist. Onder die omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van voorwaardelijk opzet op het vervoeren van cocaïne.