Strafrecht overig
Herstelvonnis Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:1162
Rechtbank Rotterdam, 23 januari 2026
ECLI:NL:RBROT:2026:1163 · Rechtbank Rotterdam · 23 januari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-rotterdam/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbrot-2026-1163
Zaakgegevens
Op 23 januari 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank RotterdamRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Rotterdam
- Datum uitspraak
- 23 januari 2026
- Datum publicatie
- 10 februari 2026
- Zaaknummer
- 71-119642-24 herstelvonnis
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBROT:2026:1163
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Herstelvonnis
Zie ook ECLI:NL:RBROT:2026:1162
Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Team straf 1
Parketnummer: 71-119642-24
Op 23 januari 2026 heeft de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, een vonnis uitgesproken in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ([geboorteland]),
ingeschreven op het adres [adres], [postcode] [plaatsnaam],
gedetineerd in [detentieadres],
raadsman mr. H. Raza, advocaat in Rotterdam.
Na de uitspraak is gebleken dat het dictum van het vonnis een onmiddellijk kenbare fout bevat, die zich leent voor eenvoudig herstel.
In het dictum van het vonnis is bij vergissing niet expliciet opgenomen dat de rechtbank bewezen verklaart dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 meer subsidiair en 4 primair heeft gepleegd en wordt vrijgesproken van het onder feit 3 primair en subsidiair ten laste gelegde.
Het dictum van het vonnis zal daarom bij deze beslissing worden hersteld.
Beslissing
De rechtbank:
- herstelt de kennelijke fout in het dictum als volgt;
- de navolgende alinea vervalt:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
en daarvoor komt in de plaats:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 meer subsidiair en 4 primair, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
- de volgende alinea wordt toegevoegd:
Vrijspraak
verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit 3 primair en subsidiair heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
- beveelt de griffier deze beslissing aan te tekenen op en te hechten aan het origineel van het vonnis dat is hersteld.
Dit herstelvonnis is op 27 januari 2026 gewezen door
mr. R.H. Kroon, voorzitter,
en mrs. G.C. Bos en L.N. Foppen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. Knook, griffier.