Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:11910

Op 8 September 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10.196975.23, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:11910. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10.196975.23
Datum uitspraak:
8 September 2026
Datum publicatie:
14 September 2026

Indicatie

De verdachte wordt veroordeeld voor een diefstal met (bedreiging met) geweld in vereniging gepleegd. De aangever is naar een woning gelokt en is daar onder meer met een mes in zijn pols gestoken. De verdachte en zijn medeverdachten hebben de bezittingen van de aangever weggenomen. De verdachte krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 1 jaar. Daarnaast wordt een taakstraf van 220 uren opgelegd, waarbij rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.196975.23

Datum uitspraak: 8 september 2026

Datum zitting: 25 augustus 2026

Tegenspraak zonder aanwezigheid van de verdachte

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [plaatsnaam] .

Advocaat van de verdachte: mr. I.A. van Straalen

Officier van justitie: mr. M.J. Kruit

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Advocaat van de benadeelde partij: mr. K. Zech

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor een diefstal met (bedreiging met) geweld in vereniging gepleegd. De aangever is naar een woning gelokt en is daar onder meer met een mes in zijn pols gestoken. De verdachte en zijn medeverdachten hebben de bezittingen van de aangever weggenomen. De verdachte krijgt een gevangenisstraf opgelegd van 180 dagen, waarvan 179 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 1 jaar. Daarnaast wordt een taakstraf van 220 uren opgelegd, waarbij rekening is gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

1
Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

hij op of omstreeks 15 april 2022 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een portemonnee met daarin 100 euro en/of een bankpas van die [slachtoffer] en/of een rijbewijs van die [slachtoffer] en/of een Iphone 11pro en/of een fles parfum en/of een tas merk Louis Vuitton en/of een trui merk Four en/of Sneakers merk Nike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n), door

- die [slachtoffer] naar een woning te lokken en/of laten komen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] naar binnen te trekken en op een bank te gooien en/of

- onder bedreiging van een mes die [slachtoffer] te dwingen om geld over te maken en/of

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: 'dat ze hem dood zouden maken als hij geen geld ging overmaken' althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een pistool tegen het hoofd van die [slachtoffer] te zetten en/of

- die [slachtoffer] meerdere malen althans eenmaal tegen het lichaam te slaan en/of schoppen en/of

- die [slachtoffer] met een mes in zijn pols te steken

en/of:

hij op of omstreeks 15 april 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee met daarin 100 euro en/of een bankpas van [slachtoffer] en/of een rijbewijs van die [slachtoffer] en/of een Iphone 11pro en/of een fles parfum en/of een tas merk Louis Vuitton en/of een trui merk Four en/of Sneakers merk Nike, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer] toebehoorde(n), heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door geweld en/of bedreiging met geweld, tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken door:

- die [slachtoffer] naar een woning te lokken en/of laten komen en/of

- ( vervolgens) die [slachtoffer] naar binnen te trekken en op een bank te gooien en/of

- onder bedreiging van een mes die [slachtoffer] te dwingen om geld over te maken en/of

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: 'dat ze hem dood zouden maken als hij geen geld ging overmaken' althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- een pistool of daarop gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer] te zetten en/of

- die [slachtoffer] meerdere malen althans eenmaal tegen het lichaam te slaan en/of schoppen en/of

- die [slachtoffer] met een mes in zijn pols/arm te steken.

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld, in die zin dat sprake is van medeplegen van diefstal met geweld.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit nu de betrokkenheid van de verdachte bij het feit niet bewezen kan worden. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte het feit, te weten het in vereniging plegen van een diefstal met geweld en met bedreiging met geweld, heeft begaan. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van politie, aangifte [aangever]  (Voetnoot 2)Ik werd benaderd via Instagram door een vrouw. Het account heette [accountnaam] . Op 14 april 2022 besproken we om met elkaar af te spreken. De vrouw gaf aan dat ze op de [adres 2] verbleef. Op 15 april 2022 om ongeveer 02:30 uur was ik bij het portiek aan de [adres 2] . Ik zag dat de deur op een kiertje stond. Ik klopte op de deur en ik werd toen beetgepakt bij mijn kleding, vanachter de deur. Ik werd met veel kracht naar binnen getrokken, door de hal naar de woonkamer. Dezelfde persoon die mij naar binnen trok pakte meteen mijn tas. Dit was een nektas van het merk Louis Vuitton. Er waren drie jongens.

Ik zag dat jongen 1 mijn nektasje op een tafel zette. Door de andere twee jongens werd ik op de bank gegooid. Ik zag dat een van de jongens een mes in zijn handen had. Ze wilden dat ik mijn telefoon pakte en dat ik geld over ging maken. We waren continu in gevecht. Ik ben een aantal keer goed geraakt. Ik weigerde geld over te maken. Jongen 1 zei tegen mij dat ze me dood zouden maken als ik geen geld ging overmaken. Mijn telefoon werd afgepakt.

Ik zag dat de lange jongen een pistool in zijn rechterhand vasthad. Het was gelijkend op een Glock en zwart of donkerkleurig. Ik zag dat de jongen het pistool links tegen mijn hoofd aanzette. Ik pakte het pistool en voelde dat het nep was.

Ik liet jongen 3 los en greep naar jongen 2. Ik voelde toen een mes tegen mijn ribben. Jongen 3 begon meteen op me in te slaan. Ik hoorde dat ze me dood wilde schieten en steken. Ik zag dat het een groot keukenmes was. Ik was in gevecht met alle drie de jongens en ineens voelde ik dat ik in mijn pols werd gestoken. Toen ik nogmaals weigerde mijn telefooncode te geven en geld over te maken, gingen de drie mannen weer met mij in gevecht.

De drie mannen pakten vervolgens al mijn spullen en ze renden de woning uit.

Ze hebben de volgende spullen meegenomen:

- portemonnee met daarin 100 euro cash, bankpas en rijbewijs

- telefoon (iPhone 11 pro)

- fles parfum

- Louis Vuitton nektas

- trui (four Amsterdam)

- sneakers (Nike)

Ik keek naar mijn arm en zag dat het bloed uit mijn arm spoot. Ik had alleen nog maar een broek en sokken aan. De rest was meegenomen door die drie jongens. Ik zag op een tafel in de woonkamer een keukenmes. Ik vermoed dat zij mij met dit mes hebben gestoken.

2. Proces-verbaal van politie, verklaring [getuige] (Voetnoot 3)

Ik was vannacht 15 april 2022 in mijn woning aan de [adres 2] . Ineens kwamen er drie voor mij onbekende jongens binnen. Ze hadden een soort bivakmuts op. Ik zag dat er vervolgens een Nederlandse jongen via de voorkant naar binnen kwam gelopen. Ik zag dat een lange dunne jongen de voordeur op slot deed. Hij hield een mes vast. Ik zag dat hij met het mes een steekbeweging in de richting van de Hollandse jongen maakte. Ik zag dat één van de jongens een pistool vasthield. Ik zag dat hij met dat pistool op de Hollandse jongen richtte. Ik hoorde dat hij zei ‘Geld, geld!’. Ik zag dat ze de Hollandse jongen met zijn drieën vastpakten. Ze deden zijn shirt en schoenen uit en zetten hem op de andere bank in de woonkamer. Ik zag dat alle drie de jongens de Hollandse jongen sloegen op zijn hoofd en bovenlichaam. Ik hoorde de Hollandse jongen zeggen ‘Ik heb geen geld!’. Ik zag dat de jongen met het mes de jongen stak. Ik zag dat het begon te bloeden. Ik zag dat de drie jongens de tas, het shirt en de schoenen van de Hollandse jongen meenamen en via de achterzijde mijn woning verlieten.

3. Proces-verbaal van politie  (Voetnoot 4)

Op 15 april 2022 kwamen wij ter plaatse aan de [adres 2] . De voordeur werd geopend door de hoofdbewoner [getuige] . Ik liep de woonkamer in en zag op de eettafel een keukenmes. Ik vroeg aan [getuige] of dit mes van hem was. Ik hoorde dat hij zei dat dit mes van de verdachten was en dat deze gebruikt was door een van hen. Ik nam dit mes in beslag. Ik zag bloedsporen ter hoogte van het tv-meubel en op de eettafel.

4. Proces-verbaal van politie  (Voetnoot 5)Ik heb het Instagram account van [accountnaam] bekeken en ik weet dat [naam] uit Engeland op de foto staat. Het is dus een fake-account.

5. Proces-verbaal van politie  (Voetnoot 6)Ik had telefonisch contact met [aangever] . Bij ons was telefoonnummer [telefoonnummer] bekend als telefoonnummer van de verdachte. [aangever] vertelde dat hij destijds voor de overval contact had met een vrouw via Instagram. Er werden op 6 april 2022 telefoonnummers uitgewisseld. [aangever] kon, nadat zijn telefoon was weggenomen, nog in zijn Instagramaccount en had daar het telefoonnummer uitgehaald.

6. Proces-verbaal politie  (Voetnoot 7)Het telefoonnummer welke werd gebruikt om aangever in de val te lokken bleek te zijn [telefoonnummer] . Dit bleek een prepaid nummer te zijn. Dit telefoonnummer was in juli 2021 gebruikt om de politie te bellen met een terugbelverzoek. Degene die belde gaf op te zijn [verdachte] . Ook werd het nummer [telefoonnummer] gebruikt tijdens een overval op een pakketbezorger in Den Haag op 15 februari 2022 om het slachtoffer te lokken. Voor deze overval werd onder andere aangehouden [verdachte] .

Er was onderzoek gedaan naar de historische gegevens van [telefoonnummer] om aan te tonen dat [verdachte] tussen 1 september 2021 en 17 februari 2022 de gebruiker was. Het telefoonnummer straalde aan op zendmasten binnen het bereik van de woning van de vader van [verdachte] , de woning van de (ex)partner van [verdachte] en de woning van de moeder van [verdachte] . Het is zeer waarschijnlijk dat [verdachte] ook ten tijde van de woningoveral op 15 april 2022 de gebruiker was van het nummer [telefoonnummer] .

7. Proces-verbaal van politie (Voetnoot 8)Op 6 juli 2022 werd [verdachte] aangehouden voor een overval in Den Haag. Tijdens zijn aanhouding werden een viertal telefoons onder hem in beslag genomen, waaronder:

- iPhone 6 | het telefoonnummer [telefoonnummer] heeft in deze telefoon gezeten

- iPhone XR | deze was in de periode 1 september 2021 tot en met 17 februari 2022 voorzien van telefoonnummer [telefoonnummer]

- iPhone 13 | ik zag dat de telefoon op 15 april 2022 de gehele dag vanaf middernacht actief was. De stappenteller was van 02:12 tot 03:55 actief en wederom tussen 05:03 en 06:27 uur.

8. Kennisgeving van inbeslagneming (Voetnoot 9)Inbeslagneming

Plaats : [adres 2] , Rotterdam

Datum en tijd : 15 april 2022 te 07:15 uur

Goednummer : [proces-verbaalnummer 1] -6375515

Object : Mes (Vleesmes)

9. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 10)In verband met een onderzoek naar een overval in een woning te Rotterdam werd door mij een forensisch onderzoek verricht naar biologische sporen aan sporendragers.

Goednummer : [proces-verbaalnummer 1] -6375515

SIN : AAPO9614NL

Object : Mes (Vleesmes)

Onderzoek mes met SIN AAPO9614NL

Ik heb de sporen veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN AAPR5434NL (gehele heft) en AAPR5435NL (snijrand lemmet), verpakt en verzegeld.

10. DNA-rapport van het NFI (Voetnoot 11)

AAPR5435NL#01

Snijrand lemmet

AAPO9614NL

DNA kan afkomstig zijn van:

minimaal twee personen

een relatief grote hoeveelheid DNA:

- [slachtoffer]

een relatief kleine hoeveelheid DNA:

- [verdachte]

Bewijskracht

- meer dan 1 miljard

- meer dan 1 miljard

2.3.2.

Bewijsmotivering

In de nacht van 15 april 2022 is [aangever] (hierna ook: aangever) naar een woning aan de [adres 2] gegaan. In die woning is hij aangevallen door drie jongens, waarbij hij onder meer in zijn onderarm werd gestoken. De jongens zijn er daarna met zijn spullen vandoor gegaan. De vraag die voorligt is of de verdachte één van deze drie jongens is geweest.

De rechtbank acht de aangifte, in tegenstelling tot de raadsman, betrouwbaar. De verklaring van aangever wordt ondersteund door het dossier, waarbij vooral de verklaring van [getuige] van belang is. Hij bevestigt de aangifte op belangrijke punten. Verder is de verwonding waarover wordt verklaard daadwerkelijk zichtbaar en ook de bevindingen van de verbalisanten ter plaatse passen bij de verklaringen van zowel aangever als de getuige. Dat betekent dat vast staat dat de aangever naar de woning aan de [adres 2] is gelokt in de veronderstelling dat hij een afspraak met een vrouw had waarmee hij via (naar later blijkt: een nep-account op) Instagram in contact was gekomen. Aldaar is hij beroofd van zijn spullen, op de wijze waarop hij dit heeft verklaard in zijn aangifte.

Aangever heeft het telefoonnummer waarmee hij vervolgens Whatsappcontact over de afspraak heeft gehad op enig moment aan de politie doorgegeven en dit nummer komt, zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, uit bij de verdachte. Dat uit het dossier geen eenduidige onderbouwing volgt hoe aangever precies aan dit nummer komt, doet hier niet aan af. Dat het telefoonnummer waarmee aangever naar de woning is gelokt aan de verdachte gekoppeld kan worden, duidt op zijn betrokkenheid hierbij.

Daar komt nog bij dat in die woning aan de [adres 2] een mes is gevonden waarop DNA van zowel aangever als de verdachte is aangetroffen. [getuige] heeft verklaard dat dit mes van de verdachten was en door een van hen was gebruikt. Dit plaatst de verdachte in de woning, zeker nu uit het dossier en de verklaring van de verdachte geen enkele andere oorzaak volgt voor de aanwezigheid van zijn DNA ter plaatse. De aanwezigheid van het DNA van de verdachte op het mes in de woning aan de [adres 2] schreeuwt om een verklaring van de verdachte, in het bijzonder omdat [getuige] , de bewoner van die woning, heeft verklaard dat de drie jongens die bij de woningoverval betrokken waren onbekenden voor hem waren. De verdachte heeft tot op heden evenwel geen verklaring afgelegd. Door de raadsman zijn eventuele alternatieve scenario’s gepresenteerd, maar deze zijn niet aannemelijk gemaakt. Het dossier biedt daarvoor geen aanknopingspunten. De aanwezigheid van het DNA van de verdachte op het mes in de woning duidt op betrokkenheid van de verdachte bij het strafbare feit. De omstandigheid dat uit zijn telefoon kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van het strafbare feit actief is geweest, ondersteunt dit.

De rechtbank concludeert dan ook dat gelet op alle omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien, de verdachte één van de drie personen is geweest die aangever heeft aangevallen en bestolen op de [adres 2] . Ten aanzien van de tenlastelegging merkt de rechtbank op dat deze wordt gelezen als alternatief gepresenteerde feiten: een afpersing óf een diefstal met (bedreiging met) geweld. Het handelen wordt gekwalificeerd als een diefstal met geweld en met bedreiging met geweld, in vereniging gepleegd.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 15 april 2022 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen een portemonnee met daarin 100 euro en een bankpas van [slachtoffer] en een rijbewijs van die [slachtoffer] en een Iphone 11pro en een fles parfum en een tas merk Louis Vuitton en een trui merk Four en Sneakers merk Nike die aan [slachtoffer] toebehoorden, heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld door geweld en bedreiging met geweld, tegen voornoemde [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken door:

- die [slachtoffer] naar een woning te lokken en laten komen en

- ( vervolgens) die [slachtoffer] naar binnen te trekken en op een bank te gooien en

- onder bedreiging van een mes die [slachtoffer] te dwingen om geld over te maken en

- die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen: 'dat ze hem dood zouden maken als hij geen geld ging overmaken' althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en

- een op een pistool gelijkend voorwerp tegen het hoofd van die [slachtoffer] te zetten en

- die [slachtoffer] meerdere malen tegen het lichaam te slaan en

- die [slachtoffer] met een mes in zijn pols/arm te steken.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld, gepleegd tegen personen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straffen
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 240 dagen, waarvan 239 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van 1 jaar. Daarnaast moet een taakstraf voor de duur van 240 uren, te vervangen door 120 dagen hechtenis, worden opgelegd.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Er is vrijspraak bepleit, maar in het geval de rechtbank het feit bewezen acht wordt verzocht toepassing te geven aan het adolescentenstrafrecht (hierna: ASR), rekening te houden met het tijdsverloop en geen onvoorwaardelijke jeugddetentie of gevangenisstraf op te leggen. De verdediging verwijst hierbij naar het rapport van psycholoog dr. R.A.R. Bullens van 24 oktober 2022, dat de rechtbank op 20 februari 2025 heeft doen besluiten jeugddetentie op te leggen voor een door de verdachte gepleegde overval op 15 februari 2022, welke overval dus kort voor deze diefstal met geweld op 15 april 2022 plaatsvond.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en bedreiging met geweld. De aangever is naar een woning gelokt in de veronderstelling dat hij een afspraak had met een vrouw, maar werd nietsvermoedend aangevallen door drie jongens. Hij is geslagen, er is een (nep)pistool tegen zijn hoofd aangezet en hij is in zijn onderarm gestoken. Vervolgens zijn de bezittingen van de aangever weggenomen. Dit is voor de aangever een zeer angstaanjagende ervaring geweest, zoals ook naar voren komt uit de ingediende vordering. Algemene ervaringsregels leren dat slachtoffers van dit soort delicten daarvan nog lange tijd (psychische) gevolgen ondervinden. Daarnaast maken dergelijke feiten een ernstige inbreuk op de rechtsorde en nemen de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving hierdoor toe.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 juli 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder afpersing en diefstal met geweld. Een deel van die veroordelingen is van ná de pleegdatum in onderhavige zaak, wat betekent dat artikel 63 Sr van toepassing is. De rechtbank houdt daar rekening mee bij het bepalen van de straf.

Persoonlijke omstandigheden

De raadsman heeft de rechtbank kort voor de zitting de hiervoor genoemde Pro Justitia rapportage uit oktober 2022 toegestuurd, waarin over de verdachte is gerapporteerd in een andere zaak en onder meer is overwogen het ASR toe te passen. Er waren indicaties voor toepassing daarvan nu de verdachte de risico’s van zijn handelen beperkt kon inschatten, zijn eigen gedrag nauwelijks kon organiseren, handelde zonder na te denken en in contact jonger dan zijn kalenderleeftijd overkwam. Er zijn echter ook contra-indicaties voor toepassing van ASR gegeven. Zo heeft de verdachte een (jaren)lange justitiële voorgeschiedenis, zijn er aanwijzingen voor criminele associaties in het verleden en verwachtte hij destijds een kind met zijn verloofde. Er werd geconcludeerd dat het jeugdstrafrecht het beste leek aan te sluiten bij zijn behandelbehoefte en dat de verdachte nog kon profiteren van een pedagogische aanpak.

De rechtbank overweegt dat het advies voor het toepassen van het ASR in het hiervoor beschreven rapport geënt lijkt op de behoeften van de verdachte destijds voor onder meer behandeling. Niet is gebleken dat er na dit advies invulling aan die behandelbehoefte is gegeven. Of de verdachte daar ook nu nog behoefte aan heeft, is eveneens niet duidelijk geworden. De verdachte is niet ter zitting verschenen om een en ander toe te lichten. Dat betekent dat de rechtbank in onderliggende zaak géén toepassing zal geven aan het ASR, maar wel bij de op te leggen straf rekening zal houden met de jonge leeftijd van de verdachte ten tijde van het delict en hetgeen daarover is gerapporteerd in het voornoemde Pro Justitia rapport.

4.3.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 19 juni 2023, omdat de verdachte toen is aangehouden en verhoord in deze zaak. Tot aan dit vonnis is een periode van drie jaar en ruim twee maanden verstreken.

Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn met zo’n vijftien maanden is geschonden. Dit heeft gevolgen voor de op te leggen straf.

4.3.4.

Oplegging straffen

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Echter, het heeft veel te lang geduurd voordat de zaak van de verdachte is behandeld en blijkens zijn strafblad heeft hij na de pleegdatum in onderliggende zaak geen misdrijven meer gepleegd. Hij is hierna wel nog meermaals veroordeeld voor eerder gepleegde feiten, zodat artikel 63 Sr van toepassing is. Het voorgaande samen genomen, betekent dat de rechtbank het niet (meer) passend acht om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De gevangenisstraf zal in voorwaardelijke vorm worden opgelegd, met uitzondering van één dag gelet op het taakstrafverbod dat van toepassing is. Deze voorwaardelijke straf heeft ook als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten pleegt. Nu het feit ruim vier jaar geleden is gepleegd, zal hieraan een proeftijd van 1 jaar worden verbonden.

Gelet op de ernst van het feit en het gegeven dat de gevangenisstraf in voorwaardelijke vorm wordt opgelegd, zal hiernaast een taakstraf worden opgelegd. De rechtbank acht een taakstraf van 240 uren passend, maar de schending van de redelijke termijn zal gecompenseerd worden door een vermindering van twintig uren van de op te leggen taakstraf.

5
Vordering van de benadeelde partij
5.1.

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij voor het feit € 2.615,17 als vergoeding voor materiële schade en € 5.750 als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade. Daarnaast is € 10.000 gevorderd, anticiperend op de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep.

5.2.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële en immateriële schade kan worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade. De gevorderde € 10.000 als ophoging voor een eventueel hoger beroep, moet niet-ontvankelijk worden verklaard.

5.3.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair is de gevorderde schade op de verschillende onderdelen betwist en dient de vordering afgewezen te worden.

5.4.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank merkt allereerst op dat de gevorderde kosten anticiperend op de mogelijkheid van het instellen van hoger beroep, worden afgewezen. Er is geen (andere) schade gesteld of gebleken.

5.4.1.

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De rechtbank zal de vordering tot schadevergoeding toewijzen voorzover het gaat om de kosten voor de betaalpas, het rijbewijs, de tas, de trui, de schoenen, de parfum en het geld. Voor de gevorderde schade van de telefoon geldt dat uit de aangifte blijkt dat de weggenomen telefoon een iPhone 11 Pro betrof. Gelet op de waarde daarvan in 2022, schat de rechtbank die schade in op € 500.

Dit betekent dat de verdachte in totaal € 2.243,17 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen. Voor het overige deel is de benadeelde partij niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan daarom bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.4.2.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij is naar een woning gelokt en is daar door drie mannen aangevallen, waarbij hij onder meer in zijn onderarm is gestoken. Vervolgens hebben de verdachten zijn spullen weggenomen. De aard en de ernst van de normschending brengen in dit geval mee dat de nadelige gevolgen voor de benadeelde partij zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon op andere wijze, als bedoeld in artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek kan worden aangenomen.

De schade wordt naar billijkheid begroot waarbij in het bijzonder rekening is gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt. Verder is bij de begroting rekening gehouden met bedragen die door rechters in vergelijkbare gevallen zijn toegekend en het tijdsverloop sinds het moment dat strafbare feit is gepleegd. Gelet op alle feiten en omstandigheden is een vergoeding van € 2.500 voor immateriële schade in dit geval billijk. De benadeelde partij is in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.4.3.

Hoofdelijke veroordeling

De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met twee (tot op heden onbekende) mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

5.4.4.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 15 juli 2022.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij grotendeels wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 47 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

7
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals onder 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het onder 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

(Voorwaardelijke) gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen;

bepaalt dat 179 (honderdnegenenzeventig) dagen van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 1 (één) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de algemene voorwaarde, dat hij zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt, niet naleeft.

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 220 (tweehonderdtwintig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 110 (honderdtien) dagen;

Vordering [benadeelde partij]

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, aan de [benadeelde partij] , te betalen een bedrag van € 4.743,17, bestaande uit € 2.243,17 als vergoeding van materiële schade en € 2.500 als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 15 april 2022 tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door (een) andere mededader(s) (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering voor zover deze ziet op de materiële en immateriële schade; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst af de vordering van de benadeelde partij voor zover deze ziet op mogelijke kosten in verband met hoger beroep;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0 en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat € 4.743,17 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 15 april 2022 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 47 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft/hebben vergoed.

8
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. S. Zuidwijk en D. van Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 september 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Beesde, proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 1] .

Voetnoot 2

Het proces-verbaal aangifte, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 2] , pagina 1 tot en met 12, inhoudende de verklaring van [benadeelde partij] .

Voetnoot 3

Het proces-verbaal verhoor getuige, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 3] , pagina 14 tot en met 16, inhoudende de verklaring van [getuige] .

Voetnoot 4

Het proces-verbaal van bevindingen, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 4] , pagina 22 en verder.

Voetnoot 5

Het proces-verbaal van bevindingen, Team Opsporing, [proces-verbaalnummer 5] , pagina 42 tot en met 45.

Voetnoot 6

Het proces-verbaal van bevindingen, Team Opsporing, [proces-verbaalnummer 6] , pagina 46.

Voetnoot 7

Het proces-verbaal van bevindingen, Team Opsporing, [proces-verbaalnummer 7] , pagina 55 en 56.

Voetnoot 8

Het proces-verbaal van bevindingen, Team Opsporing, [proces-verbaalnummer 8] , pagina 57 tot en met 60.

Voetnoot 9

De kennisgeving van inbeslagneming, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 9] .

Voetnoot 10

Het proces-verbaal vooronderzoek lab, Eenheid Rotterdam, nummer [proces-verbaalnummer 10] .

Voetnoot 11

Een rapport DNA-onderzoek van het NFI van 1 maart 2023, pagina 96 tot en met 104.