Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:1741

Op 16 February 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-277754-23, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:1741. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10-277754-23
Datum uitspraak:
16 February 2026
Datum publicatie:
23 February 2026

Indicatie

Vrijspraak van uitlokking van diefstal met geweld alsmede de medeplichtigheid daaraan. Naast een voor de verdachte belastende verklaring bevat het dossier geen ander bewijs dat de verdachte enige betrokkenheid zou hebben bij het feit.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-277754-23

Datum uitspraak: 16 februari 2026

Datum zitting: 2 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] , [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. M. Sculic, raadsman te Rotterdam,

Officier van justitie: mr. E. Verhoeven-Ivankovic,

Benadeelde partijen: [benadeelde 1] en [benadeelde 2] ,

Advocaat van de benadeelde partijen: mr. D.M.P. van Eijsden, raadsvrouw te Den Haag.

Kern van het vonnis

De verdachte wordt vrijgesproken van de beschuldiging dat hij een diefstal met geweld in vereniging heeft uitgelokt of daaraan medeplichtig is geweest. Er is onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van het uitlokken van dan wel medeplichtigheid aan een diefstal met geweld in vereniging.

De volledige tenlastelegging houdt in dat

[medeverdachte] op of omstreeks 10 januari 2020 te Spijkenisse, gemeente

Nissewaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kluis en/of een geldbedrag (van ongeveer 80.000 euro), in elk geval enige goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/ of zijn mededader(s). welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die [medeverdachte] en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- ( met kracht) plaatsen van een hand over de neus en/of mond van die [slachtoffer 1] ,

- op de grond duwen van die [slachtoffer 1] ,

- voor het gezicht van die [slachtoffer 1] houden van een mes, althans enig scherp

voorwerp,

- die [slachtoffer 1] (dreigend) toevoegen van de woorden: "don't move, don't scream"

en/of "where is the money?" en/of "give me your husbands money, or I will kill your

baby" en/of "if you call the police, we will kill you" en/of - vastbinden van de

handen van die [slachtoffer 1]

welk feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01 augustus 2019 tot en met

10 januari 2020 te Amsterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft

uitgelokt door meerdere malen

- tegen die [medeverdachte] en/ of zijn mededader(s) te zeggen dat er in de woning van

die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] veel contant geld aanwezig was en/of dat het

gemakkelijk was om dit weg te halen en/ of

- die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) het adres van die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 2] te geven;

subsidiair:

[medeverdachte] op of omstreeks 10 januari 2020 te Spijkenisse, gemeente

Nissewaard, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een kluis

en/of een geldbedrag (van ongeveer 80.000 euro), in elk geval enige goederen,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/ of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/ of zijn mededader (s), welke diefstal werd voorafgegaan en/ of vergezeld en/ of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan die [medeverdachte] en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het - (met kracht) plaatsen van een hand over de neus en/of mond van die [slachtoffer 1] , - op de grond duwen van die [slachtoffer 1] ,

- voor het gezicht van die [slachtoffer 1] houden van een mes, althans enig scherp

voorwerp,

- die [slachtoffer 1] (dreigend) toevoegen van de woorden: "don't move, don't scream"

en/of "where is the money?" en/of "give me your husbands money, or I will kill your

baby" en/of "if you call the police, we will kill you" en/of

- vastbinden van de handen van die [slachtoffer 1] ,

bij en/of tot welk feit hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 01

augustus 2019 tot en met 10 januari 2020 te Amsterdam en/of elders in

Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk behulpzaam is geweest en/ of gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft door meerdere malen - tegen die [medeverdachte] en/ of zijn mededader(s) te zeggen dat er in de woning die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] veel contant geld aanwezig was en/of dat het

gemakkelijk was om dit weg te halen en/of

- die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) het adres van die [slachtoffer 1] en/of die

[slachtoffer 2] te geven.

2
Vrijspraak
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft ook vrijspraak bepleit voor het tenlastegelegde feit.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

Er is onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van de verdachte bij het tenlastegelegde feit. De verdachte heeft vanaf het begin alle betrokkenheid bij het feit ontkend. De man die eerder is veroordeeld voor deze diefstal met geweld in vereniging, heeft na verloop van tijd verklaard dat de verdachte hem de informatie heeft gegeven die de woningoverval mogelijk maakte. Naast deze voor de verdachte belastende verklaring bevat het dossier echter geen ander bewijs dat de verdachte enige betrokkenheid zou hebben bij het feit. De verdachte wordt daarvan dus vrijgesproken.

3
Vordering van de benadeelde partijen
3.1.

Vorderingen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben als benadeelde partij voor het tenlastegelegde feit een vergoeding van hun schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

3.2.

Standpunt van de officier van justitie en de verdediging

De officier van justitie en de verdediging hebben beiden niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen bepleit, gelet op de gevorderde/bepleite vrijspraak van het feit.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.

Beslissing

4
Beslissingen

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vorderingen;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.

5
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.J.P. van Essen, voorzitter,

en mrs. H. van den Heuvel en N.A. Nowotny, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I.C.M.A. Bals, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 februari 2026.