Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:2048

Op 25 February 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 83-135863-23, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:2048. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
83-135863-23
Datum uitspraak:
25 February 2026
Datum publicatie:
2 March 2026

Indicatie

Veroordeling voor het medeplegen van witwassen van bijna € 300.000,-. Vrijspraak van uitvoer verdovende middelen en het medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de (inter)nationale handel in verdovende middelen. Gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk. Partiële nietigheid dagvaarding en geen schending Landeck-vereiste.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 83-135863-23

Datum uitspraak: 25 februari 2026

Datums zittingen: 11 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode 1] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. R.J.H. van der Wal,

Officier van justitie: mr. M. van der Zwan.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met anderen een gewoonte heeft gemaakt van het witwassen van verschillende goederen, contante geldbedragen en cryptovaluta, verdovende middelen vanuit Nederland heeft uitgevoerd en voorbereidingshandelingen heeft verricht voor de (inter)nationale verkoop van verdovende middelen. De gehele tenlastelegging luidt als volgt:

1

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 09 november 2023, te

Rotterdam en/of Voorthuizen en/of Leusden en/of Hoogland, althans in Nederland

en/of in Spanje,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal,

(telkens)(van) een of meer voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van 200.000 euro en/of een of meer horloges en/of een of meer

tasjes (Louis Vuitton) ( Voorthuizen ) en/of

- een geldbedrag van 100.000 euro en/of een of meer horloges (Leusden) en/of

- 136.78330999 BTC (ter waarde van $ 2.044.091,71) en/of l.120,73011806 LTC (ter

waarde van $ 105.453,83) en/of een hoeveelheid Monero (omzet Single Vendor Shop

Heineken Express, AMB-060) en/of

- contante stortingen (18.090 euro - rekening ING, AMB-078)

- hoeveelheden cryptovaluta (omzet Heineken Express op darkweb marktplaatsen

White House Market en/of Monopoly en/of Icarus en/of Torrez en/of andere

darkweb marktplaatsen) en/of

- en/of/althans een of meer (andere) hoeveelheden cryptovaluta en/of geldbedragen

a. a) de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding, de verplaatsing

heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de

rechthebbende(n) op genoemde voorwerpen was/waren, en/of heeft verborgen

en/of verhuld wie genoemde voorwerpen voorhanden heeft/hebben gehad,

en/of

b) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of

heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), dat bovenomschreven voorwerpen

geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig

misdrijf, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) van het plegen van dat feit

een gewoonte heeft/hebben gemaakt, en/of

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) dat feit heeft/hebben gepleegd in de

uitoefening van zijn/hun beroep en/of bedrijf.

2

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 09 november 2023, te

Rotterdam en/of Voorthuizen en/of Hoogland, althans in Nederland en/of in

Spanje,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk

buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft doen brengen

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne,

en/of

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde

3,4-methyleendioxymethamfetamine, en/of

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD (lysergide), zijnde

LSD (lysergide), en/of

in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine,

een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3

hij in of omstreeks de periode van 01 januari 2015 tot en met 9 november 2023 te Rotterdam en/of

Voorthuizen en/of Leusden en/of Hoogland, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, te weten

- het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen,

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van cocaïne en/of MDMA en/of LSD en/of amfetamine (AMB-079), in elk geval (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door met [medeverdachte] en/of met een of meerdere (onbekend gebleven) personen berichten uit te wisselen en/of afspraken te maken over het afhandelen van bestellingen en/of invoer en/of uitvoer en/of vervoer en/of afleveren en/of verbergen en/of uithalen van middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1 en/of over het (financieel en/of technisch en/of logistiek, beheren en/of promoten van de (darkweb, single vendor shop HeinekenExpress en/of accounts/vendorshop HeinekenExpress op een of meer darkweb marktplaatsen en/of door het beheren van die (darknet) accounts en/of vendorshop HeinekenExpress (AMB-079),

en/of voorwerpen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen,

te weten:

een of meer telefoon(s) en/of simkaarten (AMB-058. AMB-062), en/of

- een of meer laptop(s) (AMB-065, AMB-077), en/of

- een of meer USB-sticks (AMB-049,), en/of

- bitcoins en/of andere cryptovaluta (AMB-044, AMB-060, AMB-048 a+b,), en/of

- een of meer (luchtkussen) enveloppen en/of gripzakjes en/of (ander) verpakkingsmateriaal (IBN-A 007+a, IBN-A-008f, en/of

- handleidingen Heineken Express en/of mode/formulieren communicatie met klanten en/of (sjablonen van) briefjes om bij een bestelling te voegen, en/of

- goederen verkregen via de labshop (waaronder 120 liter DMF en/of 377 liter kaliumcarbonaat en/of buchner trechters en/of filtreerpapier en/of bekerglazen en/of afzuigflessen en/of een volgelaatsmasker) (AMB-067)

voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit.

2
Geldigheid van de dagvaarding (feit 1)

Partiële nietigheid dagvaarding

De officier van justitie beschuldigt de verdachte onder feit 1 onder meer van het witwassen van:

“- hoeveelheden cryptovaluta (omzet Heineken Express op darkweb marktplaatsen White House Market en/of Monopoly en/of Icarus en/of Torrez en/of andere darkweb marktplaatsen) en/of

- en/of/althans een of meer (andere) hoeveelheden cryptovaluta en/of geldbedragen.”

De rechtbank stelt vast dat hiermee sprake is van een zeer brede en weinig feitelijke beschuldiging. Ook het dossier biedt weinig aanknopingspunten om vast te kunnen stellen om welke cryptovaluta en geldbedragen het precies gaat, aangezien in het omvangrijke dossier verwijzingen worden gemaakt naar uiteenlopende cryptovaluta en geldbedragen met verschillende herkomsten waarvan niet vanzelfsprekend is dat deze te koppelen zijn aan de verdachte.

Zodoende heeft de rechtbank zich de vraag gesteld of voor de verdediging voldoende duidelijk was tegen welke beschuldigingen zij zich moest verdedigen. Ter zitting is deze vraag besproken met de partijen, waarbij de officier van justitie volstond met een verwijzing naar het procesdossier en de verdediging opmerkte dat onduidelijk was waarop dit deel van de beschuldiging concreet zag. Dit onderdeel van de beschuldiging heeft dus geen verfeitelijking gekregen, terwijl dit in de visie van de rechtbank wel voor de hand had gelegen. De rechtbank merkt hierbij op dat ter zitting weliswaar een vordering wijziging tenlastelegging van de officier van justitie is toegewezen, maar de bewoording van dit onderdeel van de beschuldiging onveranderd is gebleven ten opzichte van de originele beschuldiging in de dagvaarding.

Conclusie

Het bovengenoemde onderdeel van de beschuldiging is onvoldoende duidelijk. Het is daardoor niet mogelijk geweest voor de verdediging om zich tegen de daarin gelegen beschuldigingen te verweren en voor de rechtbank niet mogelijk om over deze beschuldigingen te oordelen. Dit deel van de tenlastelegging zal daarom nietig worden verklaard.

Overwegingen

3
Beoordeling vormverzuim
3.1.

Standpunt van de verdediging

Er is sprake van een schending van het Landeck-vereiste, aangezien voor het gebruik van bepaalde onderzoeksbevindingen toestemming nodig was van een rechter-commissaris. In dit kader voert de verdediging aan dat de bevindingen die ten grondslag lagen aan het onderzoek naar de verdachte gebaseerd zijn op onderzoek naar de inhoud van een telefoon die in beslag is genomen in een andere strafzaak tegen de verdachte. In die betreffende zaak is de verdachte uiteindelijk niet vervolgd omdat geen sprake was van strafbare feiten. Door onderzoek in deze telefoon uit te voeren, is inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte, terwijl hiervoor toestemming van de rechter-commissaris noodzakelijk was. Deze toestemming is niet gevraagd en als deze wel was gevraagd, zou de vereiste toestemming niet zijn verkregen. Gelet hierop is sprake van een vormverzuim, wat op zijn minst gecompenseerd moet worden met strafvermindering.

3.2.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat het onderzoek naar de verdachte niet is aangevangen op basis van de gegevens die gevonden zijn in de voornoemde telefoon van de verdachte. Al voordat deze gegevens onderdeel werden van het onderhavige onderzoek, was sprake van redengevende TCI-meldingen en kwam de verdachte ook naar voren in het onderzoek naar de medeverdachte dat geruime tijd daarvoor was aangevangen. Daarnaast zal de rechtbank de bevindingen van het onderzoek naar de inhoud van de telefoon niet bezigen voor het bewijs. Het verweer wordt verworpen.

4
Beoordeling van de beschuldigingen
4.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

4.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij in de periode van 1 februari 2022 tot en met 9 november 2023, in Nederland

tezamen en in vereniging met anderen, meermalen,

van voorwerpen, te weten:

- een geldbedrag van 198.000 euro, en

- een geldbedrag van 100.000 euro

a. a) de vindplaats heeft verborgen, en

b) heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft omgezet,

terwijl hij en/of zijn mededaders wisten, dat bovenomschreven voorwerpen

geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig

misdrijf.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte  (Voetnoot 2)

U houdt mij voor dat in het chalet in [plaats 1] waar ik woonde en in het kantoor van Healthy Fusion in Leusden contante geldbedragen zijn gevonden van ongeveer € 200.000,- en € 100.000,- respectievelijk. U houdt mij mijn schriftelijke verklaring uit DOC-094 voor en u vraagt mij of het klopt dat het geld dat gevonden is van [persoon A] was.

Dat klopt. [persoon A] zat in Roemenië in detentie. Hij had aan mij gevraagd om het geld op te halen. Dat was ongeveer € 320.000,-. [persoon A] had mij verteld waar het lag. Ik heb het geld met een familielid van [persoon A] opgehaald. Dit geld zat in de bank van [persoon A] verstopt. Het waren twee grote blauwe zakken. Het geld was met elastiekjes verpakt en bestond uit kleine coupures. Het nam veel ruimte in beslag.

Via-via kwam ik bij een Chinese man terecht bij wie ik het geld kon omwisselen naar grotere coupures. De eerste ontmoeting was op de wc bij een Van der Valk hotel. Daarna heeft het een aantal maanden geduurd om het geld om te wisselen naar grotere coupures. Ik heb het gewisselde geld verdeeld over het vogelhuisje (onder een dubbele bodem) bij mijn caravan en in een kluis in de verborgen ruimte in het kantoor van Healthy Fusion.

U vraagt aan mij of ik aan [persoon A] heb gevraagd waar het geld vandaan kwam en houdt mij voor dat hij in detentie zit vanwege de handel in amfetamine.

Dat heb ik niet gevraagd.

U vraagt aan mij hoe ik dan wist dat [persoon A] het geld met het ‘venten van potten en pannen’ had verdiend, conform mijn schriftelijke verklaring.

Dat heeft hij mij niet verteld. Dat had ik zelf bedacht.

2. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring [persoon A]  (Voetnoot 3)

V: [persoon B] is verdachte in een strafzaak zoals u weet en wordt ervan verdacht dat hij onder andere geld heeft witgewassen. [persoon B] zegt echter dat het geld dat onder hem

in beslag is genomen, feitelijk uw geld was. Kunt u hier eens op reageren?

A: Dat klopt. Ik heb [persoon B] gevraagd om het geld uit mijn appartement te halen op het moment dat ik gearresteerd was in Roemenië. Dat was denk ik ergens rond februari 2022.

3. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 4)

Doorzoeking ter inbeslagneming in de woning aan de [adres 2] , [postcode 2] te [plaats 1] op 9 november 2023.

Tijdens de doorzoeking zijn diverse waardevolle voorwerpen aangetroffen. Achterin de tuin

bevond zich een schutting waaraan een tweetal vogelhuisjes hingen. In een van deze

vogelhuisjes zat onder een dubbele bodem een tweetal pakketten verstopt. Op elk pakket stond met pen geschreven 100k. Vermoedelijk is de totale waarde van deze twee pakketten 200.000 euro.

4. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 5)

Doorzoeking ter inbeslagneming in het pand aan [adres 3] te [plaats 2] op 9 november 2023.

Tijdens de doorzoeking werd in beslag genomen: contant geld uit een kluis.

5. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 6)

Het totaal aan aangetroffen en in beslaggenomen contante geld gevonden in het vogelhuisje in [plaats 1] op 9 november 2023 komt neer op € 198.000,-.

Het totaal aan aangetroffen en in beslaggenomen contante geld gevonden in het pand in [plaats 2] op 9 november 2023 komt neer op € 120.000,-.

4.3.2.

Bewijsmotivering feit 1

Aanleiding zaak

De verdachte is in beeld gekomen naar aanleiding van TCI-meldingen waarin was vermeld dat de verdachte (samen met anderen) betrokken was bij de (inter)nationale handel in verdovende middelen. Op basis van deze verdenking hebben er doorzoekingen plaatsgevonden in de woning en in het kantoor van de onderneming van de verdachte, waarbij grote contante geldbedragen zijn gevonden. De verdachte heeft hierover een verklaring afgelegd.

Contante geldbedragen

In de woning van de verdachte in [plaats 1] zijn twee gesealde pakketten met in totaal € 198.000,- in contanten in een vogelhuisje gevonden. In het kantoor van de onderneming van de verdachte, Healthy Fusion, is in een kluis in een verborgen ruimte € 120.000,- aan contant geld gevonden.

Gelet op de vindplekken van deze geldbedragen en de aangetroffen kleine coupures, acht de rechtbank een gerechtvaardigd vermoeden van witwassen aanwezig. De verdachte heeft hierover verklaard dat hij dit geld op verzoek van zijn vriend [persoon A] uit het bankstel in diens woning heeft gehaald, en heeft verborgen op de voornoemde verstopplekken. De verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat [persoon A] dit geld had verdiend met de deur-tot-deur verkoop van potten en pannen. Hiermee is in beginsel een voldoende concrete en verifieerbare verklaring gegeven voor de legale herkomst van de contante gelden. [persoon A] is daarop gehoord bij de rechter-commissaris en heeft bevestigd dat hij een dergelijk verzoek bij de verdachte heeft neergelegd. Desalniettemin heeft [persoon A] zelf verklaard dat hij dit geld had verdiend door de handel in caravans, campers en auto’s, hetgeen de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld tegenspreekt. Daarbij komt dat [persoon A] op geen enkele manier heeft willen aantonen dat hij dit geld op deze manier, of enige andere legale wijze, heeft verdiend. Tegelijkertijd is bekend dat [persoon A] in detentie zit vanwege betrokkenheid bij de handel in amfetamine. Een en ander maakt dat de rechtbank tot de conclusie komt dat de verklaring van de verdachte over de herkomst van het geld het gerechtvaardigde witwasvermoeden niet kan ontzenuwen. Dit maakt dat met voldoende mate van zekerheid wordt uitgesloten dat het geld een legale herkomst had.

De verdediging heeft aangevoerd dat de beschuldiging van opzetwitwassen niet bewezen kan worden verklaard omdat de verdachte niet heeft geweten dat deze contante geldbedragen uit misdrijf afkomstig waren. De rechtbank verwerpt dit verweer. Aan de verdachte is door iemand van wie hij wist dat hij in het buitenland in detentie zat gevraagd om vuilniszakken met honderdduizenden euro’s in kleine coupures uit zijn bankstel te halen. Vervolgens heeft de verdachte gedurende een periode van enkele maanden deze coupures op verschillende momenten omgewisseld in grotere coupures met een voor hem nagenoeg onbekend persoon. Deze wisseling heeft minstens eenmaal plaatsgevonden op het toilet van een Van der Valk hotel. De verdachte heeft naar eigen zeggen geen vragen gesteld over de herkomst van dit geld. Onder deze omstandigheden moet geconcludeerd worden dat de verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het geld een criminele herkomst had.

Ten aanzien van de hoogte van de bedragen merkt de rechtbank op dat in de tenlastelegging onderscheid is gemaakt tussen het bedrag dat is gevonden in het vogelhuisje (in de tenlastelegging opgenomen tot een bedrag van € 200.000,-) en het bedrag in de kluis in de verborgen ruimte bij het bedrijf Healthy Fusion (in de tenlastelegging opgenomen tot een bedrag van € 100.000,-). Ten aanzien van het vogelhuisje zal het aldaar aangetroffen bedrag van € 198.000,- bewezen worden verklaard. Ten aanzien van het in de kluis bij Healthy Fusion aangetroffen bedrag van € 120.000,- zal de bewezenverklaring beperkt blijven tot het tenlastegelegde bedrag van € 100.000,-, nu de rechtbank is gebonden aan de inhoud van de tenlastelegging.

Horloges en tasjes

In de woning zijn namaakhorloges en namaak Louis Vuitton tasjes gevonden. In één van deze tasjes zat € 1.355,-. Ook in het kantoor van Healthy Fusion zijn namaakhorloges gevonden. De rechtbank overweegt dat deze voorwerpen van dusdanig onopmerkelijke waarde zijn, dat op basis van alleen het aantreffen van deze horloges en tasjes geen sprake is van een witwasvermoeden. De verdachte zal van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Cryptovaluta $ 2.15 miljoen (omzet Single Vendor Shop HeinekenExpress)

In tegenstelling tot de officier van justitie ziet de rechtbank geen aanknopingspunten op basis waarvan de verdachte in verband kan worden gebracht met het cluster van crypto-adressen dat wordt toegeschreven aan HeinekenExpress, zijnde een op het darkweb actieve verkoper van verdovende middelen. Niet is vast komen te staan dat de verdachte toegang had tot deze rekeningen of daarvanuit cryptovaluta ontving. De verdachte zal daarom van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Contante stortingen

De rechtbank stelt vast dat de verdachte tussen 15 februari 2016 en 25 februari 2019 in totaal € 18.090,- in contanten verdeeld over 18 keer heeft gestort op zijn bankrekening. De verdachte heeft verklaard dat dit geld zwart was verdiend met het zetten van tatoeages. Hiervoor is geen nadere onderbouwing gegeven, noch is hier – anders dan onderzoek in de belastingaangiftes – onderzoek naar gedaan. De rechtbank concludeert dat 18 stortingen van gemiddeld ongeveer € 1.000,-, per keer verdeeld over een periode van drie jaren, geen witwasvermoeden oplevert nu niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld een legale herkomst had. De verdachte zal daarom ook van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Gewoonte

De bewezenverklaarde witwashandelingen zijn niet van dusdanige aard of frequentie dat zij tot de conclusie leiden dat de verdachte een beroep of gewoonte heeft gemaakt van het witwassen. De verdachte zal daarom van deze onderdelen worden vrijgesproken.

Conclusie

De rechtbank acht het medeplegen van witwassen van de volgende tenlastegelegde contante geldbedragen (met een totaal van € 298.000) wettig en overtuigend bewezen:

Feit 1, eerste gedachtestreepje: € 198.000,-

Feit 1, tweede gedachtestreepje: € 100.000,-

4.3.3.

Vrijspraak feiten 2 en 3

De verdachte wordt beschuldigd van het medeplegen van de uitvoer van verdovende middelen vanuit Nederland (feit 2) en het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor die handel binnen en buiten Nederland (feit 3). Het dossier bevat aanwijzingen dat de verdachte zich bezig hield met verdachte praktijken op dit vlak. Naast bijvoorbeeld de voornoemde TCI-meldingen, komt de bijnaam van de verdachte voor in documenten en notities van de medeverdachte die betrekking hebben op verdovende middelen en HeinekenExpress. Bovendien heeft de verdachte deze medeverdachte de opdracht gegeven om een grote hoeveelheid enveloppen naar adressen overal ter wereld te sturen.

De verdachte heeft ontkend dat hij betrokken was bij de handel in verdovende middelen. Ook de medeverdachte - die heeft erkend betrokken te zijn geweest bij de activiteiten van Heinekenexpress - heeft verklaard dat de verdachte hier niets mee te maken had. Ter zitting heeft de verdachte in aanvulling hierop verklaard dat voornoemde verdachte omstandigheden verklaard kunnen worden door het gegeven dat hij zich in diezelfde periode, en met behulp van de medeverdachte, bezig hield met de handel in “research chemicals”: psychoactieve stoffen die (destijds) niet op de lijsten van de Opiumwet geplaatst waren. Voor deze verklaring biedt het dossier meerdere aanwijzingen en de verdachte handelingen kunnen voor het belangrijkste deel verklaard worden aan de hand van deze (destijds) legale handel. Voor zover er belastend bewijs overblijft, is dit onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen van de beschuldigingen onder 2 en 3. De verdachte zal daarom van deze feiten worden vrijgesproken.

5
Kwalificatie en strafbaarheid
5.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

1. Medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.

5.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

6
Straf
6.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten veroordeeld worden tot een gevangenisstraf voor de duur van 60 maanden met aftrek van voorarrest.

6.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft, mede gelet op de gevoerde bewijsverweren, verzocht om het onvoorwaardelijke deel van een eventuele gevangenisstraf te beperken tot de duur van het voorarrest.

6.3.

Oordeel van de rechtbank

6.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft samen met anderen een contant geldbedrag van € 298.000,- witgewassen. Met zijn handelen heeft de verdachte opbrengsten met een criminele herkomst onttrokken aan het zicht van justitie en de fiscus, hetgeen de integriteit van het financiële verkeer aantast en een bedreiging vormt voor de legale economie. Door dergelijke witwaspraktijken wordt het plegen van criminele activiteiten in stand gehouden.

6.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet recent onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt niet tot een hogere straf.

6.3.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 9 november 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van bijna 28 maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden met bijna vier maanden. Vanwege de beperkte overschrijding van de redelijke termijn volstaat de rechtbank met de enkele vaststelling dat de redelijke termijn is overschreden.

6.3.4.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit kan geen andere strafsoort worden toegepast dan een gevangenisstraf. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd, zoals dit (ook) volgt uit de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk en daaraan verbonden een proeftijd voor de duur van twee jaren, passend en geboden. Het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf is gelijk aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Nu van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal worden afgetrokken, hoeft de verdachte niet terug in detentie. De rest van de gevangenisstraf wordt voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

7
In beslag genomen voorwerpen
7.1.

Standpunt van de officier van justitie

Alle inbeslaggenomen goederen (in totaal een bedrag van € 319.355,-) dienen verbeurd te worden verklaard.

7.2.

Oordeel van de rechtbank

Verbeurdverklaring

De inbeslaggenomen goederen, met uitzondering van het geldbedrag van € 1.355,- zijn het onderwerp van het bewezenverklaarde feit en/of zijn door middel van het strafbare feit verkregen. Om deze reden zullen deze geldbedragen van, in totaal € 318.000,-, verbeurd worden verklaard.

Teruggave

De rechtbank beslist tot de teruggave van het in beslag genomen geldbedrag ter hoogte van € 1.355,- aan de verdachte.

8
Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 11 juli 2024 geschorst tot aan de einduitspraak in eerste aanleg. Gelet op de op te leggen straf zal de rechtbank het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen.

9
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

10
Beslissingen

De rechtbank:

Voorvragen

verklaart de dagvaarding nietig voor zover het betreft feit 1, gedachtestreepjes 5 en 6;

verklaart de dagvaarding voor het overige geldig;

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte de feiten 2 en 3 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte feit 1, zoals hierboven omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, te weten 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd. Dit brengt met zich dat de verdachte in het kader van deze strafzaak niet terug gaat in detentie, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte de onderstaande algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

In beslag genomen voorwerpen

- verklaart het inbeslaggenomen geldbedrag van € 318.000,- (voorwerpen 2, 3 en 4 op de beslaglijst) verbeurd voor feit 1;

- beveelt de teruggave van het geldbedrag van € 1.355,- (voorwerp 1 op de beslaglijst) aan de verdachte;

Voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.

11
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H. van den Heuvel, voorzitter,

en mrs. J.F. Koekebakker en D.F. Smulders, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M.S. Westhof, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 25 februari 2026.

Mr. D.F. Smulders is niet in staat dit vonnis mede te ondertekenen

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier.

Voetnoot 2

Verklaard tijdens de zitting van 11 februari 2025.

Voetnoot 3

Proces-verbaal van de rechter-commissaris van 17 maart 2025.

Voetnoot 4

Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina’s 1891 t/m 1892 van het zaaksdossier.

Voetnoot 5

Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] , pagina’s 1907 t/m 1910 van het zaaksdossier.

Voetnoot 6

Proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 2] , pagina’s 1907 t/m 1910 van het zaaksdossier.