2.3.
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte in de nacht van 7 op 8 februari 2025 seksuele handelingen heeft verricht met het destijds dertienjarige slachtoffer door haar te tongzoenen, haar borsten te betasten, met ontbloot geslachtsdeel op haar te liggen en vervolgens heen en weer te bewegen en haar vagina te betasten met zijn penis.
De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] (Voetnoot 2)Ik sliep op 7 februari 2025 bij mijn oma. Ik lag in bed en [verdachte] kwam mijn kamer binnen. Hij kwam naast mij liggen. Ik had de deken over mij heen en [verdachte] lag eerst op de deken naast mij. Ik lag op mijn rug. Ik lag rechts van het bed en hij links. Hij deed de deken omhoog en ging eronder liggen. Hij lag op zijn zij naar mij toe. Ik weet niet meer zeker of hij helemaal onder de deken was gaan liggen. Hij raakte mij bij mijn borsten aan, ik denk met zijn linkerhand omdat hij op zijn zij lag. Hij kneep met zijn hand, dat voelde ik in allebei mijn borsten. Dit was eerst op mijn shirt en daarna onder mijn bh. Daarna is hij op mij gaan liggen. Zijn hoofd was bij mijn hoofd, zijn benen lagen op mijn benen. Toen ging hij bewegen. Hij ging heen en weer, op en neer, van boven naar beneden. Hij bleef ook mijn borsten aanraken. Na een tijdje deed hij zijn broek uit en daarna die van mij. Hij deed de knoop van mijn broek open en trok de rits naar beneden. Mijn broek was naar beneden, bij mijn enkels. Hij was niet helemaal uit. Mijn onderbroek deed hij ook tot mijn enkels naar beneden. Ik weet niet zeker wat hij met zijn eigen broek gedaan heeft, of hij die naar beneden had of helemaal uit. Zijn onderbroek was wel uit. Ik deed alsof ik sliep. Toen ging hij op mij liggen en naar beneden bewegen. Mijn handen lagen naast mij en mijn benen lagen recht, ik weet niet meer precies of hij mijn benen wijder had gedaan. Ik voelde zijn piemel tegen mij aan. Ik voelde zijn piemel tegen mijn vagina, erop. Niet erin of tussen mijn schaamlippen, gewoon erop. Ik weet niet meer hoe zijn piemel voelde. Hij lag precies boven mij en ik voelde wel dat het zijn piemel was, ik weet niet zo goed hoe ik dat moet uitleggen. Zijn buik lag op mijn buik en zijn hoofd bij mijn hoofd. Zijn handen waren ook op mijn borsten maar ik weet niet precies meer waar zijn handen nog meer waren. Hij kneep in mijn borsten. Hij had mij ook gezoend. Dat was toen hij op mij lag, ik weet niet meer of mijn broek toen naar beneden was. Hij zoende mij toen op mijn mond, met zijn tong. Ik wilde naar huis. Ik ben heel stil weggegaan. Ik denk dat het iets voor 4 uur was. Ik ben lopend naar huis gegaan, ik heb dat nooit eerder gedaan, maar ik wist hoe ik naar huis moest.
2. Verklaring van de verdachte (Voetnoot 3)
Ik ben in de nacht van 7 op 8 februari 2025 de slaapkamer van [slachtoffer] binnengelopen. Ik ben aan de rand van het bed gaan zitten. Ik heb haar getongzoend. Aan de andere ten laste gelegde handelingen heb ik geen bewuste herinnering. Ik had die nacht veel geblowd.
3. Proces-verbaal van aangifte [naam 1] (Voetnoot 4)
Mijn dochter is op vrijdag 7 februari 2025 bij haar oma [naam 2] gaan slapen en [verdachte] sliep daar ook. [naam 2] woont op de [locatie] . Toen ik op zaterdagochtend wakker werd had ik een appje van [slachtoffer] dat ze thuis was. Daar schrokken we van, want dan is ze in de nacht gaan lopen. Die wandeling is ongeveer 20 minuten. We vroegen waarom ze dat gedaan had. Er kwam toen niet veel uit, ze was erg boos. Dit duurde een week. Ze zei dat ze met rust gelaten wilde worden. Ze bleef alleen in haar kamer bleef zitten. Ze was ook erg chagrijnig. Zo’n bui duurt soms een avondje, maar nooit een hele week. Toen vroeg ik naar het weekend dat ze bij oma was gaan slapen. Ik vroeg of er bij oma iets was gebeurd. Toen begon ze te huilen.
2.3.2.
Bewijsmotivering
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast.
Het slachtoffer heeft over dat wat is voorgevallen in de nacht van 7 op 8 februari 2025 een uitgebreide verklaring afgelegd. Haar verklaringen worden ondersteund door de bekennende verklaring van de verdachte dat hij haar die nacht inderdaad getongzoend heeft, waarbij de rechtbank opmerkt dat de vraag of dat tongzoenen al dan niet met instemming van het slachtoffer plaatsvond, voor een bewezenverklaring niet ter zake doet. De overige ten laste gelegde handelingen zegt de verdachte zich niet bewust te kunnen herinneren, maar ontkent en betwist hij ook niet. Deze omstandigheid, in samenhang bezien met het gegeven dat het slachtoffer midden in de nacht naar huis is gelopen (wat zij nooit eerder had gedaan) en de verklaringen van haar moeder over haar gedrag in de week na het incident, maken dat de rechtbank bewezen acht dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
Conclusie
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
hij in de periode van 7 februari 2025 tot en met 8 februari 2025 te Rotterdam met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , seksuele handelingen heeft verricht, te weten- het tongzoenen van die [slachtoffer] en- het betasten van de borsten van die [slachtoffer] en- het met ontbloot geslachtsdeel liggen op die [slachtoffer] en vervolgens heen en weer te bewegen en- het betasten van de vagina van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, penis.