Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:2396

Op 27 February 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10/242664-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:2396. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10/242664-25
Datum uitspraak:
27 February 2026
Datum publicatie:
10 March 2026

Indicatie

De verdachte heeft zich in de nacht van 7 op 8 februari 2025 schuldig gemaakt aan aanranding van het destijds dertienjarige slachtoffer . De verklaring van het slachtoffer wordt voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. Oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 91 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden een contact- en locatieverbod. Voorts een taakstraf opgelegd van 240 uren.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/242664-25

Datum uitspraak: 27 februari 2026

Datum zitting: 13 februari 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] 2006 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [plaatsnaam] .

Advocaat van de verdachte: mr. D.A.Y. Jacques

Officier van justitie: mr. J.B. Wooldrik

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich in de nacht van 7 op 8 februari 2025 schuldig gemaakt aan aanranding van het destijds dertienjarige [slachtoffer] . De verklaring van het slachtoffer wordt voldoende ondersteund door andere bewijsmiddelen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 91 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarden een contact- en locatieverbod. Voorts wordt aan de verdachte een taakstraf opgelegd van 240 uren.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – in de nacht van 7 op 8 februari 2025 seksuele handelingen heeft verricht met het destijds dertienjarige [slachtoffer] .

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

hij in de periode van 7 februari 2025 tot en met 8 februari 2025 te Rotterdam met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten- het tongzoenen van die [slachtoffer] en- het betasten van de borsten van die [slachtoffer] en- het met ontbloot lichaam en/of ontbloot geslachtsdeel liggen op die [slachtoffer] en vervolgens heen en weer te bewegen en- het betasten van de vagina van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, penis.

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het feit waarvan hij wordt beschuldigd. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte in de nacht van 7 op 8 februari 2025 seksuele handelingen heeft verricht met het destijds dertienjarige slachtoffer door haar te tongzoenen, haar borsten te betasten, met ontbloot geslachtsdeel op haar te liggen en vervolgens heen en weer te bewegen en haar vagina te betasten met zijn penis.

De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] (Voetnoot 2)Ik sliep op 7 februari 2025 bij mijn oma. Ik lag in bed en [verdachte] kwam mijn kamer binnen. Hij kwam naast mij liggen. Ik had de deken over mij heen en [verdachte] lag eerst op de deken naast mij. Ik lag op mijn rug. Ik lag rechts van het bed en hij links. Hij deed de deken omhoog en ging eronder liggen. Hij lag op zijn zij naar mij toe. Ik weet niet meer zeker of hij helemaal onder de deken was gaan liggen. Hij raakte mij bij mijn borsten aan, ik denk met zijn linkerhand omdat hij op zijn zij lag. Hij kneep met zijn hand, dat voelde ik in allebei mijn borsten. Dit was eerst op mijn shirt en daarna onder mijn bh. Daarna is hij op mij gaan liggen. Zijn hoofd was bij mijn hoofd, zijn benen lagen op mijn benen. Toen ging hij bewegen. Hij ging heen en weer, op en neer, van boven naar beneden. Hij bleef ook mijn borsten aanraken. Na een tijdje deed hij zijn broek uit en daarna die van mij. Hij deed de knoop van mijn broek open en trok de rits naar beneden. Mijn broek was naar beneden, bij mijn enkels. Hij was niet helemaal uit. Mijn onderbroek deed hij ook tot mijn enkels naar beneden. Ik weet niet zeker wat hij met zijn eigen broek gedaan heeft, of hij die naar beneden had of helemaal uit. Zijn onderbroek was wel uit. Ik deed alsof ik sliep. Toen ging hij op mij liggen en naar beneden bewegen. Mijn handen lagen naast mij en mijn benen lagen recht, ik weet niet meer precies of hij mijn benen wijder had gedaan. Ik voelde zijn piemel tegen mij aan. Ik voelde zijn piemel tegen mijn vagina, erop. Niet erin of tussen mijn schaamlippen, gewoon erop. Ik weet niet meer hoe zijn piemel voelde. Hij lag precies boven mij en ik voelde wel dat het zijn piemel was, ik weet niet zo goed hoe ik dat moet uitleggen. Zijn buik lag op mijn buik en zijn hoofd bij mijn hoofd. Zijn handen waren ook op mijn borsten maar ik weet niet precies meer waar zijn handen nog meer waren. Hij kneep in mijn borsten. Hij had mij ook gezoend. Dat was toen hij op mij lag, ik weet niet meer of mijn broek toen naar beneden was. Hij zoende mij toen op mijn mond, met zijn tong. Ik wilde naar huis. Ik ben heel stil weggegaan. Ik denk dat het iets voor 4 uur was. Ik ben lopend naar huis gegaan, ik heb dat nooit eerder gedaan, maar ik wist hoe ik naar huis moest.

2. Verklaring van de verdachte (Voetnoot 3)

Ik ben in de nacht van 7 op 8 februari 2025 de slaapkamer van [slachtoffer] binnengelopen. Ik ben aan de rand van het bed gaan zitten. Ik heb haar getongzoend. Aan de andere ten laste gelegde handelingen heb ik geen bewuste herinnering. Ik had die nacht veel geblowd.

3. Proces-verbaal van aangifte [naam 1]  (Voetnoot 4)

Mijn dochter is op vrijdag 7 februari 2025 bij haar oma [naam 2] gaan slapen en [verdachte] sliep daar ook. [naam 2] woont op de [locatie] . Toen ik op zaterdagochtend wakker werd had ik een appje van [slachtoffer] dat ze thuis was. Daar schrokken we van, want dan is ze in de nacht gaan lopen. Die wandeling is ongeveer 20 minuten. We vroegen waarom ze dat gedaan had. Er kwam toen niet veel uit, ze was erg boos. Dit duurde een week. Ze zei dat ze met rust gelaten wilde worden. Ze bleef alleen in haar kamer bleef zitten. Ze was ook erg chagrijnig. Zo’n bui duurt soms een avondje, maar nooit een hele week. Toen vroeg ik naar het weekend dat ze bij oma was gaan slapen. Ik vroeg of er bij oma iets was gebeurd. Toen begon ze te huilen.

2.3.2.

Bewijsmotivering

De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast.

Het slachtoffer heeft over dat wat is voorgevallen in de nacht van 7 op 8 februari 2025 een uitgebreide verklaring afgelegd. Haar verklaringen worden ondersteund door de bekennende verklaring van de verdachte dat hij haar die nacht inderdaad getongzoend heeft, waarbij de rechtbank opmerkt dat de vraag of dat tongzoenen al dan niet met instemming van het slachtoffer plaatsvond, voor een bewezenverklaring niet ter zake doet. De overige ten laste gelegde handelingen zegt de verdachte zich niet bewust te kunnen herinneren, maar ontkent en betwist hij ook niet. Deze omstandigheid, in samenhang bezien met het gegeven dat het slachtoffer midden in de nacht naar huis is gelopen (wat zij nooit eerder had gedaan) en de verklaringen van haar moeder over haar gedrag in de week na het incident, maken dat de rechtbank bewezen acht dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

Conclusie

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij in de periode van 7 februari 2025 tot en met 8 februari 2025 te Rotterdam met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , seksuele handelingen heeft verricht, te weten- het tongzoenen van die [slachtoffer] en- het betasten van de borsten van die [slachtoffer] en- het met ontbloot geslachtsdeel liggen op die [slachtoffer] en vervolgens heen en weer te bewegen en- het betasten van de vagina van die [slachtoffer] met zijn, verdachtes, penis.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

Aanranding in de leeftijdscategorie vantwaalf tot zestien jaren.

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de aanranding worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Als bijzondere voorwaarden moeten een contact- en locatieverbod worden opgelegd. Voorts moet aan hem een taakstraf voor de duur van 180 uren (te vervangen door 90 dagen hechtenis) worden opgelegd.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt de rechtbank om, indien zij tot een veroordeling komt, artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen, dan wel de straf te beperken tot een passende taakstraf. Er moet rekening worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het blanco strafblad.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich in de nacht van 7 op 8 februari 2025 schuldig gemaakt aan aanranding van zijn destijds 13 jaar oude nichtje. Dit is een ernstig feit. De verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en seksuele integriteit van het jonge slachtoffer. Het slachtoffer sliep in de slaapkamer van de woning van haar oma en dat is bij uitstek een plek waar zij zich veilig moet kunnen voelen. Dat de handelingen van de verdachte een zeer negatieve impact hebben gehad op het slachtoffer blijkt uit haar ter zitting voorgelezen slachtofferverklaring. Algemeen bekend is daarnaast dat kinderen door seksueel misbruik psychische schade kunnen oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 15 januari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering en deskundigen en hun verklaringen op de zitting

In het rapport van Reclassering Nederland van 11 februari 2026 staat het volgende. Het risico op recidive wordt ingeschat als laag en op de praktische leefgebieden bestaan geen (delictgerelateerde) problemen. Er is lopende hulpverlening met aandacht voor de seksuele ontwikkeling van de verdachte. De verdachte woont bij zijn moeder en broers en zij zijn steunend voor hem. Na de aangifte van het slachtoffer kreeg de verdachte last van angst en paniekgevoelens. Hij voelde zich depressief en zag het leven niet meer zitten. Er volgde een intensief behandeltraject waardoor hij momenteel weer emotionele stabiliteit ervaart. Hij volgt een mbo-opleiding en er is geen sprake van schuldenproblematiek. Ondanks dat cannabisgebruik mogelijk wel delictgerelateerd is geweest, zijn er geen aanwijzingen voor middelenmisbruik op dit moment. De reclassering ziet echter wel aanwijzingen dat cannabisgebruik een invloed heeft gehad op de besluitvorming en impulscontrole van de verdachte. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden.

Buurtzorg-T

Uit de verklaring van een medewerkster van Buurtzorg-T blijkt dat de verdachte werkt aan zijn maatschappelijke stabiliteit. Hij pakt de begeleiding goed op en is leerbaar. Hij komt over als een verstandige jongeman die alle hulp aangrijpt om aan zichzelf te blijven werken.

4.3.3.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een (voorwaardelijke) gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van alleen een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De verdachte heeft op vrijwillige basis professionele hulp gezocht, maakt momenteel een positieve ontwikkeling door, is nog jong en heeft tijdens de zitting enigszins openheid van zaken gegeven en spijt betuigd. Deze factoren worden in strafverminderende zin meegewogen. Daarom wordt een gevangenisstraf van 91 dagen opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 90 dagen voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

Daarnaast zal de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 240 uur opleggen, te vervangen door 120 uur hechtenis indien de taakstraf niet (goed) wordt uitgevoerd.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden zoals die door de officier van justitie zijn geëist. De bijzondere voorwaarden zijn onder andere noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.

De bijzondere voorwaarden zijn:

een contactverbod met het [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2011); en

een gebiedsverbod voor de wijk Schollevaar in Capelle aan den IJssel (het gebied binnen de Bermweg, de Capelseweg, de Hoofdweg en het Warmoezenierspad) (met uitzondering van het per trein passeren van treinstation Capelle Schollevaar voor doorreis).

5
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 14a 14b, 14c, 22c, 22d en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

6
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit zoals in paragraaf 2.3.3 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het in paragraaf 3.1 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 91 (eenennegentig) dagen;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat van deze gevangenisstraf 90 (negentig) dagen niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum 2] 2011;

de verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in de wijk Schollevaar in Capelle aan den IJssel (het gebied binnen de Bermweg, de Capelseweg, de Hoofdweg en het Warmoezenierspad) (met uitzondering van het per trein passeren van treinstation Capelle Schollevaar voor doorreis).

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 dagen;

7
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.S. Flikweert, voorzitter,

en mrs. L. den Teuling en I.M. Braam, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Yenice, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.

Mrs. L. den Teuling en I.M. Braam zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier LANGENFELD.

Voetnoot 2

Proces-verbaal BVH-nummer [proces-verbaalnummer 1] , pagina 11 e.v.

Voetnoot 3

Verklaring afgelegd tijdens de zitting van 13 februari 2025.

Voetnoot 4

Proces-verbaal nummer [proces-verbaalnummer 2] , pagina 5 e.v.