Parketnummer: 10-711015-17
Datum uitspraak: 18 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
formeel verblijvende in [naam instelling] te [plaats] (de instelling),
feitelijk verblijvende in de [naam P.I.] , [afdeling] ,
raadsvrouw mr. Z.L. Moezel, advocaat te Amsterdam.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 8 augustus 2025 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 27 november 2025 behandeld. De rechtbank heeft toen het onderzoek op de terechtzitting geschorst en verzocht om nadere informatie over de toekomstige plaatsingsmogelijkheden van de ter beschikking gestelde. Op de openbare terechtzitting van 4 maart 2026 is het onderzoek op de terechtzitting hervat. De officier van justitie, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsvrouw, en de deskundigen [persoon A] en [persoon B] , werkzaam bij de instelling, zijn gehoord.
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport, gedateerd 4 augustus 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en paranoïde trekken en een stoornis in cannabisgebruik (in remissie in gecontroleerde omstandigheden). Het recidiverisico wordt bij beëindiging van de terbeschikkingstelling als hoog ingeschat.
De ter beschikking gestelde heeft de eerste vijf jaren van de hem opgelegde gevangenisstraf middels een boeienregime verbleven op de BPG afdeling van de PI in Vught. In maart 2022 heeft hij een herseninfarct gehad waardoor hij halfzijdig verlamd is geraakt. Sindsdien verblijft hij in het [afdeling] , waar hij noodzakelijke somatische zorg ontvangt. Sinds januari 2025 is de [naam instelling] betrokken bij de terbeschikkingstelling van betrokkene. Zij beschikken over een Outreachteam dat zich inzet in het [afdeling] om het tbs-traject vorm te geven. Hij wordt frequent bezocht door de behandelaren van dat team die nauw samenwerken met het personeel in het [afdeling] . De ter beschikking gestelde werkt goed mee met de zorg en is aan te spreken op zijn soms dwingende gedrag. De instelling onderzoekt of er mogelijkheden zijn om de veiligheidsmaatregelen binnen het [afdeling] langzaam en geleidelijk af te schalen en is voornemens om, wanneer de delictanalyse gereed is, verlof aan te vragen. De koers richt zich op uitstroom naar een regulier verzorgingstehuis waar de somatische zorg geboden kan blijven worden. Hiervoor is het belangrijk dat er goed zicht komt op de risico’s. Dit traject zal langer dan een jaar in beslag nemen.
De instelling heeft op 27 februari 2026 aanvullende informatie verstrekt. De instelling heeft onderzocht of de ter beschikking gestelde bij zijn zus kan wonen, maar acht dit niet verantwoord gelet op de risico’s voor het personeel van de thuiszorg die de somatische zorg zouden moeten verlenen en voor anderen. Verder is onderzocht of de ter beschikking gestelde terecht kan bij de Blinkert, een forensisch verpleeghuis van het Leger des Heils met beveiligingsniveau 0. De aanmelding is afgewezen en een nieuwe aanmelding is pas mogelijk wanneer er geen enkele veiligheidsmaatregel meer worden toegepast in de verzorging en de verpleging. Het [afdeling] heeft echter laten weten de veiligheidsmaatregelen niet te willen afschalen. De instelling beschikt zelf niet over een minder valide kamer waar hij terecht kan. Momenteel wordt bij het ministerie besproken of hij terecht kan bij de Van der Hoeven kliniek die wel over een dergelijke kamer beschikken. Er moet dan somatische zorg worden ingekocht.
Gelet op de vele onzekere factoren is het onduidelijk hoe lang het traject zal duren voordat verdere uitstroom mogelijk is, maar de verwachting is dat het in elk geval geruime tijd in beslag zal nemen.
Rapport Pieter Baan Centrum
De psychiater [persoon C] en de psycholoog [persoon D] hebben onder meer onderzocht wat de gevolgen van het herseninfarct bij de ter beschikking gestelde zijn op het risicomanagement en hierover een rapport uitgebracht, gedateerd 23 januari 2025. De ter beschikking gestelde is door het herseninfarct invalide en zorgafhankelijk. Zijn rechter lichaamshelft is volledig verlamd. De motoriek in de linker lichaamshelft is verslechterd, maar er is geen sprake van verminderde spierkracht. Het neurologische beeld is blijvend en zal niet verbeteren. Het risico op ernstige agressie is door de immobiliteit verminderd, waardoor het directe risico voor mensen die zelf mobiel zijn in normale situaties als beperkt moet worden beschouwd. Het risico is echter hoog in situaties waarbij de ter beschikking gestelde moet worden verzorgd en ten aanzien van mensen die zelf niet mobiel zijn. Met zijn linkerhand is hij fysiek voldoende in staat om schade aan te richten bij anderen. Het risicomanagement kan enkel worden vormgegeven binnen een forensische setting met het hoogste beveiligingsniveau, zoals een FPC met verpleegzorg. Op termijn kan zo mogelijk stapsgewijs worden toegewerkt naar het afschalen van de beveiliging.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [persoon E] heeft het advies van de instelling op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de ter beschikking gestelde frequent bezocht wordt door de behandelaren en casemanagers van het Outreachteam, maar dat er op dit moment alleen functioneel contact plaatsvindt. Het [afdeling] wil niet dat er andere interventies worden ingezet of dat de veiligheidsmaatregelen worden afgeschaald omdat de ter beschikking gestelde hierdoor overprikkeld kan raken en het personeel niet in staat is de risico’s adequaat in te schatten.
De deskundige [persoon B] heeft het advies van de instelling eveneens op de terechtzitting toegelicht. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat het recidiverisico in de huidige setting wordt beperkt door alle veiligheidsmaatregelen en doordat er slechts functioneel contact plaatsvindt. Wanneer deze maatregelen wegvallen en de ter beschikking gestelde te maken krijgt met meer prikkels is het recidiverisico echter nog steeds hoog. De mogelijkheden om de stoornis in enge zin te behandelen zijn erg klein, waardoor de focus van het behandeltraject ligt op het risicomanagement. De veiligheidsmaatregelen moeten stapsgewijs worden afgebouwd waarbij begeleiding en monitoring van belang is. Er vinden op dit moment gesprekken plaats met het ministerie en de Van der Hoeven kliniek om te kijken of de ter beschikking gestelde daar terecht kan zodat dit traject ingezet kan worden.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsvrouw hebben primair afwijzing van de vordering bepleit. Daartoe is aangevoerd dat de ter beschikking gestelde door zijn lichamelijke beperkingen geen gevaar meer vormt. Daarnaast is aangevoerd dat een verlenging van de terbeschikkingstelling een schending van artikel 5 EVRM oplevert omdat er geen concreet perspectief is op afschaling en behandeling. Subsidiair is verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar bepleit om een vinger aan de pols te houden en druk te blijven zetten om met een oplossing te komen.
Overwegingen
Op grond van de adviezen van de instelling en het Pieter Baan Centrum en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van en/of ziekelijke stoornis in de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Recidiverisico
De ter beschikking gestelde heeft in maart 2022 een herseninfarct gehad waardoor de rechterzijde van zijn lichaam verlamd is geraakt. De rechtbank is, anders dan de verdediging, van oordeel dat het recidiverisico ondanks de lichamelijke beperkingen onverkort hoog is. Uit de rapporten van de deskundigen volgt dat de ter beschikking gestelde met zijn linkerhand nog steeds in staat is om schade aan te richten en dat het risico hierop met name als hij verzorgd moet worden als hoog wordt ingeschat.
Artikel 5 EVRM
Vooropgesteld wordt dat de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege primair tot doel heeft de beveiliging van de maatschappij en subsidiair, indien mogelijk, de behandeling van de ter beschikking gestelde gericht op wegneming of beheersing van het recidivegevaar en terugkeer in de maatschappij.
De ter beschikking gestelde bevindt zich door zijn lichamelijke beperkingen in een lastige situatie. Hij kan niet in de kliniek verblijven en wordt momenteel verpleegd in het [afdeling] . Om uiteindelijk te kunnen uitstromen naar een forensisch verpleeghuis is het noodzakelijk dat de veiligheidsmaatregelen stapsgewijs worden afgebouwd hetgeen in het [afdeling] niet mogelijk is. De rechtbank is echter, anders van de verdediging, van oordeel dat de verlenging van de terbeschikkingstelling in deze omstandigheden geen schending van artikel 5 EVRM oplevert. De terbeschikkingstelling is gebaseerd op een wettelijke bepaling, valt onder de in artikel 5 EVRM opgenomen limitatieve gronden en is in dit geval, gelet op het nog steeds bestaande hoge recidiverisico dat ten aanzien van de ter beschikking gestelde is vastgesteld, noodzakelijk ter beveiliging van de maatschappij. Voorts kan op dit moment niet worden gezegd dat de situatie van de ter beschikking gestelde uitzichtloos is omdat er geen behandelperspectief is. De instelling stelt alles in het werk om hem binnen de beperkte mogelijkheden die er zijn te behandelen. Hij wordt frequent bezocht door zijn behandelaren en casemanagers. Bovendien verricht de instelling veel inspanningen om te onderzoeken of hij elders geplaatst kan worden waar het afschalen van de veiligheidsmaatregelen wel mogelijk is. Op dit moment vinden er gesprekken plaats om te kijken of hij terecht kan in de Van der Hoevenkliniek.
Termijn
Het is vaste jurisprudentie dat een terbeschikkingstelling dient te worden verlengd met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de verdere behandeling en resocialisatie van de ter beschikking gestelde meer tijd in beslag zal nemen dan een jaar. Er is in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. De rechtbank heeft de indruk dat de instelling de inspanningen om de ter beschikking gestelde te behandelen en een geschikte plek voor hem te vinden, zal voortzetten. Er wordt daarom geen noodzaak gezien om de, zoals door de raadsvrouw is bepleit, ”vinger aan de pols te houden” en de terbeschikkingstelling met slechts 1 jaar te verlengen. Gelet op de vele onduidelijkheden is het de verwachting dat het traject meerdere jaren in beslag zal nemen. De terbeschikkingstelling wordt daarom met twee jaar verlengd.
Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
en mr. G.C. Bos en mr. L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.