Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig
ECLI:NL:RBROT:2026:3459
Op 4 March 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-221320-22, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:3459. De plaats van zitting was Rotterdam.
Indicatie
Verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Uitspraak
Parketnummer: 10-221320-22
Datum uitspraak: 4 maart 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[veroordeelde] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting [naam P.I.] , [afdeling] ,
raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Amsterdam.
Bij vonnis van deze rechtbank van 2 november 2023 is de terbeschikkingstelling van [veroordeelde] gelast met voorwaarden betreffende zijn gedrag.
De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van bedreiging en vernieling. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 21 februari 2024.
Bij beslissing van deze rechtbank van 23 oktober 2025 is bevolen dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd. Tegen deze beslissing is beroep ingesteld. Het beroep is op 19 februari 2026 behandeld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De uitspraak zal plaatsvinden op 5 maart 2026.
Procesverloop
De rechtbank heeft op 13 januari 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 4 maart 2026 behandeld. De officier van justitie mr. B.J. Berton, de ter beschikking gestelde, bijgestaan door de raadsman, en de deskundige [persoon A] , werkzaam bij Reclassering Nederland, zijn gehoord.
Advies reclassering
De reclassering adviseert in het rapport, gedateerd 26 november 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. De ter beschikking gestelde is sinds de aanvang van de terbeschikkingstelling behandeld bij achtereenvolgens de forensische verslavingskliniek en forensisch verslavingsafdeling van [persoon B] . Hij heeft de behandelingen daar positief afgerond waarna hij is uitgestroomd naar een forensische beschermde woonvorm. Direct na de plaatsing daar heeft zijn toenmalige vriendin de relatie verbroken waarop hij vrijwel direct excessief alcohol en drugs is gaan gebruiken. Het is hem niet gelukt om binnen de ambulante setting weer tot langdurige klinische abstinentie te komen. Deze situatie is niet veranderd tijdens een terugplaatsing naar de fpa van [persoon B] in het kader van een time-out, waarop een vordering tot alsnog verpleging van overheidswege is ingediend en hij in een Penitentiaire Inrichting is geplaatst. Die plaatsing heeft geleid tot een gedwongen abstinentieproces en een verbetering van het contact. Hierop heeft de reclassering geadviseerd de terbeschikkingstelling met voorwaarden toch te continueren. Indien het gerechtshof hierin meegaat dient de ter beschikking gestelde opnieuw een klinische opname te ondergaan binnen een hoog beveiligde forensische verslavingskliniek waarna hij stapsgewijs in beveiligingsniveau afgeschaald zal worden. De verwachting is dat dit traject niet binnen een jaar afgerond zal zijn.
Advies psychiater
Psychiater [persoon C] adviseert in het rapport, gedateerd 28 november 2025, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. Bij de ter beschikking gestelde is sprake van een ernstige stoornis in het gebruik van cocaïne en alcohol, thans in (vroege) remissie in een gereguleerde omgeving, een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en antisociale trekken en een ongespecificeerde depressieve stemmingsstoornis. Het recidiverisico wordt in geval van beëindiging van de terbeschikkingstelling als hoog ingeschat.
Op de terechtzitting gegeven adviezen
De deskundige [persoon D] heeft het advies van de reclassering op de terechtzitting toegelicht. Hij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de ter beschikking gestelde, indien de terbeschikkingstelling met voorwaarden wordt gecontinueerd, op 5 maart 2026 opgenomen kan worden bij de FVK Basalt.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling.
Overwegingen
Op grond van de adviezen van de psychiater en de reclassering en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er nog steeds sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beslist op 5 maart 2026 of de beslissing van de rechtbank om de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege te verplegen in stand blijft. Als dit het geval is dan zal de ter beschikking gestelde als passant in de PI moeten wachten op een plek in een tbs-instelling om daar met zijn behandeling te starten. Wanneer de beslissing tot dwangverpleging niet in stand blijft, moet de ter beschikking gestelde opnieuw een klinische opname ondergaan alvorens het beveiligingsniveau stapsgewijs afgebouwd kan worden.
In beide gevallen zal het traject langer dan een jaar in beslag nemen. De terbeschikkingstelling wordt daarom met twee jaren verlengd.
Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.
Deze beslissing is genomen door mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,
en mr. G.C. Bos en mr. L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.M. Voorwinden, griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.