Rechtbank Rotterdam
Zittingsplaats Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10/108292-19
Datum uitspraak: 20 maart 2026
Datum zitting: 6 maart 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres: [adres] , [postcode] te [plaatsnaam] .
Advocaat van de verdachte: mr. R.A. Kaarls.
Officier van justitie: mr. M. Vollebregt.
Kern van het vonnis
De verdachte was bijzonder opsporingsambtenaar bij de NS. In die hoedanigheid was hij samen met twee collega’s betrokken bij de aanhouding van een reiziger; daarbij is geweld gebruikt. Naar aanleiding daarvan is de verdachte vervolgd ter zake van openlijke geweldpleging en het opmaken van een vals (concept)proces-verbaal. Ter zake van de openlijke geweldpleging wordt hij ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat hij rechtmatig - binnen de grenzen van zijn ambtsinstructie - geweld gebruikt heeft. De verdachte wordt vrijgesproken van valsheid in geschrift omdat de door hem opgemaakte schriftelijke melding van geweldgebruik geen bewijsbestemming heeft.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij, op of omstreeks 30 december 2018 te Rotterdam, openlijk, te weten op/aan de Stationssingel en/of de Provenierssingel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, te weten [betrokkene] door meermalen, althans eenmaal,
- die [betrokkene] in de knieholte(s) te trappen/schoppen, ten gevolge waarvan hij is gevallen en/of
- die [betrokkene] in de buik te trappen/schoppen, ten gevolge waarvan hij is gevallen en/of- op die [betrokkene] te gaan zitten en/of hem te fixeren en/of
- die [betrokkene] op/tegen de schouder te slaan/stompen en/of
- die [betrokkene] op/tegen het bovenlichaam te duwen;
2.
hij, in of omstreeks de periode van 30 december 2018 tot en met 6 mei 2019 te Rotterdam, een (gedeelte van een) concept proces-verbaal van bevindingen en/of een niet ondertekend proces-verbaal van bevindingen, zijnde een door hem, verdachte, opgemaakt geschrift dat
bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door in voornoemd concept en/of niet ondertekend proces-verbaal handelingen van hemzelf en/of collega’s [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] weg te laten, zoals
- het op [betrokkene] te gaan zitten, dan wel die [betrokkene] te fixeren door collega [medeverdachte 2] en/of
- de door collega [medeverdachte 2] aangebrachte pijnprikkel bij [betrokkene] en/of
door in voornoemd concept en/of niet ondertekend proces-verbaal een onjuiste voorstelling van zaken weer te geven die niet overeenkomt met de camerabeelden, zoals
- de passage waarin verdachte samen met collega [medeverdachte 1] [betrokkene] een zet ter hoogte van de knieholte zou hebben gegeven en/of
- de passage waarin verdachte [betrokkene] een lichte zet met zijn voet zou hebben gegeven en/of
door een onjuiste sluitingsdatum, te weten 30 december 2018, in voornoemd concept en/of niet ondertekend proces-verbaal te vermelden, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
Beslissing
De rechtbank:
Voorvragen
verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;
Vrijspraak feit 2
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;
Bewezenverklaring feit 1
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1, zoals in hoofdstuk 3 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en ontslag van rechtsvervolging
stelt vast dat het bewezenverklaarde feit geen strafbaar feit oplevert en ontslaat de verdachte ter zake dat feit van alle rechtsvervolging.
6
Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. E.M. Havik, voorzitter,
en mrs. E. Laanen en M.M. Dolman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R. van Puffelen, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 20 maart 2026.