Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:3999

Op 27 March 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-174100-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:3999. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10-174100-25
Datum uitspraak:
27 March 2026
Datum publicatie:
8 April 2026

Indicatie

De verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan het bewerken en verwerken van cocaïne in een cocaïnewasserij. De cocaïne zat in tegellijm en lag ook in pure vorm verspreid door het pand waar de wasserij was en waar de verdachte en zijn mededader zijn aangehouden. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-174100-25

Datum uitspraak: 27 maart 2026

Datum zitting: 13 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1980 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland 1] ),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] .

Advocaat van de verdachte: mr. J.J. van Santbrink

Officier van justitie: mr. L.C. Visser

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich als medepleger schuldig gemaakt aan het bewerken en verwerken van cocaïne in een cocaïnewasserij. De cocaïne zat in tegellijm en lag ook in pure vorm verspreid door het pand waar de wasserij was en waar de verdachte en zijn mededader zijn aangehouden. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 36 maanden.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met een of meer anderen opzettelijk cocaïne heeft bewerkt en/of verwerkt of aanwezig heeft gehad, dan wel bij dat bewerken en/of verwerken opzettelijk behulpzaam is geweest.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

primair

de verdachte op 05 juni 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (meermalen)(telkens) opzettelijk heeft bewerkt en/of verwerkt, in elk geval aanwezig heeft gehad een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne,(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumvet behorende

lijst 1

subsidiair

[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of één of meer onbekend gebleven personen op 05 juni 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (meermalen) (telkens) opzettelijk heeft/hebben bewerkt en/of verwerkt een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

bij/tot het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, op 5 juni 2025 te [plaats 1] en/of [plaats 2] , althans in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door de voor de productie en/of bewerking van die cocaïne benodigde locatie en/of middelen te onderhouden en/of schoon te maken.

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het primaire feit wordt bewezen verklaard.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Aangevoerd is dat niet kan worden bewezen dat de verdachte betrokken is geweest bij het bewerken of verwerken van cocaïne. Tevens is gesteld dat de verdachte niet de voor het aanwezig hebben van de cocaïne vereiste beschikkingsmacht had.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Het primaire feit dat de verdachte als medepleger betrokken is geweest bij het opzettelijk bewerken en verwerken van cocaïne is bewezen. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de in bijlage 1 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande nadere bewijsmotivering.

2.3.2.

Nadere bewijsmotivering

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte diverse handelingen heeft verricht in de cocaïnewasserij waar hij samen met de medeverdachte ongeveer tien dagen heeft verbleven. Die handelingen hielden verband met het bewerken en verwerken van de cocaïne. De verdachte en de medeverdachte hadden aanvankelijk als taak om het wanordelijke pand waarin de cocaïne later werd verwerkt op orde te brengen. Nadat het pand was opgebouwd had de verdachte als voornaamste taak om stoffen te mengen. Hij kreeg daartoe per telefoon instructies. Die instructies noteerde hij in notitieboekjes. Hij verrichte alle werkzaamheden die van hem werden verlangd en heeft (daartoe) veel materialen gebruikt. De medeverdachte had als taak het schoonmaken (afwassen) van de spullen die door de verdachte bij het mengen waren gebruikt. De medeverdachte hielp ook bij het naar binnen brengen van zakken waarin poeder zat dat naar nagellakremover rook en dat op zijn handen brandde. Verder heeft hij de luchtcompressor bediend. Het DNA van beide verdachten is aangetroffen in de productieruimte. De verdachten sliepen gedurende hun verblijf beiden als enigen in het pand.

Op grond van deze feiten en omstandigheden kan, anders dan de verdediging heeft betoogd, worden bewezen dat de verdachte in de cocaïnewasserij bezig is geweest met het bewerken en verwerken van cocaïne. Hij was daar bezig met het mengen van producten, wat geen ander doel kan hebben gehad dan de cocaïne te bewerken en verwerken. Zijn medeverdachte was daar ook bij betrokken op de wijze die hiervoor is beschreven. Beiden hebben daarom een substantiële, wezenlijke bijdrage geleverd aan de uitvoering van de be- en verwerking van de cocaïne. Er is daarom sprake van medeplegen.

Het bewerken en verwerken van de cocaïne door de verdachte en de medeverdachte, terwijl zij als enigen aanwezig waren in de ruimte waar dat gebeurde, impliceert – anders dan door de verdediging is betoogd – dat zij ook beschikkingsmacht hadden over de cocaïne.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

de verdachte op 5 juni 2025 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk heeft bewerkt en verwerkt een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van voorarrest.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Een eventueel op te leggen gevangenisstraf moet worden beperkt tot de tijd die de verdachte al in voorarrest heeft gezeten.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met zijn mededader schuldig gemaakt aan het bewerken en verwerken van cocaïne. Hij en de mededader zijn aangehouden in een in werking zijnde cocaïnewasserij. In totaal is ruim 30 kilogram cocaïne aangetroffen. De cocaïne zat verstopt in tegellijm en de al bewerkte en verwerkte cocaïne lag in pure vorm op verschillende plekken verspreid door het pand. De tegellijm kwam uit Zuid-Amerika. De verdachte en zijn mededader zijn beiden ook afkomstig uit Zuid-Amerika en waren nog niet zo heel lang in Nederland. Het lijkt erop dat zij met het speciale doel om in de cocaïnewasserij te werken naar Nederland zijn gekomen. Met zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de internationale handel in harddrugs. Harddrugs vormen een groot gevaar voor de volksgezondheid. De handel in harddrugs gaat bovendien vaak direct en indirect gepaard met andere vormen van (zware) criminaliteit.

De verdachte en zijn mededader verbleven op het moment van hun aanhouding al ongeveer 10 dagen in het pand waar de cocaïnewasserij is aangetroffen. Aannemelijk is daarom dat zij zich al voor de tenlastegelegde pleegdatum bezighielden met het bewerken en verwerken van cocaïne.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 11 februari 2026 blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

4.3.3.

Oplegging straf

Gelet op de aard en ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan is rekening gehouden met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Ook is rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten, waaruit blijkt dat voor het aanwezig hebben van meer dan 20 kilo cocaïne in de regel

36 maanden gevangenisstraf wordt opgelegd. Hoewel in dit geval het gepleegde delict ernstiger is omdat het om het bewerken en verwerken van cocaïne gaat, wordt die gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd. De door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf van 4 jaar vindt de rechtbank te hoog.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5
Wettelijke voorschriften

De oplegging van de straf is gebaseerd op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

Beslissing

6
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het primaire feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

7
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.K. Asscheman-Versluis, voorzitter,

en mrs. L. den Teuling en F. Tosun, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J.D. Schmahl, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 27 maart 2026.

Mr. Tosun is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Bijlage 1 – bewijsmiddelen  (Voetnoot 1)

1. Verklaring van de verdachte (Voetnoot 2)

Ik ben samen met medeverdachte [medeverdachte 1] naar de plek gebracht waar we later, op 5 juni 2025, door de politie zijn aangehouden. De twee bedden die daar stonden werden door mij en [medeverdachte 1] beslapen. Wij kenden elkaar al. We zijn daar ongeveer 10 dagen geweest. Eerst moesten we het pand herinrichten/verbouwen. Daarna moesten we andere dingen doen, waaronder producten mengen. Dit heb ik ook gedaan. In het begin waren de instructies goed. Ik schreef het allemaal op in de notitieboekjes die zijn aangetroffen. Ik wilde het op schrift hebben, zodat ik het niet de hele tijd hoefde te vragen. Ik was degene die de instructies kreeg. Er waren veel materialen aanwezig die ik heb opengemaakt en gebruikt. Ik deed alles wat ze me zeiden te doen. Ik moest samen met [medeverdachte 1] helpen om zakken uit een wagen te halen. Ik heb spullen op kleur gesorteerd en grote vaten overgegoten in kleine vaten. Na de verbouwing begreep ik dat er verboden dingen gebeurden. Ik werd gebeld op de Samsung Galaxy A25 die daar lag. Ik was degene die de Samsung opnam. Ze hadden me verteld dat ik daarop zou worden gebeld en dat die telefoon voor de communicatie diende. Ik heb dit toestel in de vuilniszak met gebruikt toiletpapier verstopt toen de politie kwam, omdat ik wist dat ik in een slechte situatie was beland. Ik gebruikte af en toe gasmaskers en handschoenen. Ik heb littekens op mijn armen door de spullen waarmee ik heb gewerkt.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte (Voetnoot 3)

U zegt dat ik word verdacht van het bewerken en verwerken van verdovende middelen.

Ik was zo’n 20 dagen op de locatie waar ik ben aangehouden. Ze hebben me daar naartoe gebracht. We hebben daar dingen gedaan. We werden gebeld: ‘Doe dit, doe dat’. We kregen opdrachten. We moesten opruimen en producten mengen. Je kreeg er hoofdpijn van. We kregen instructies over de te mengen producten. Hij schreef ‘zoveel van dit, zoveel van dat’. In de ruimte stonden containers en pakketten, drie verschillende soorten. Er waren twee bedden. Ik en die andere meneer met wie ik tegelijk ben aangekomen sliepen daarop. Het klopt dat er een cocaïnewasserij was in de ruimte waar wij door de politie zijn aangehouden. Wij waren daar. Over mijn taak: ik kreeg instructies, zoals ‘zet dit erbij, schenk dit, meng dat’. Ik had een werktelefoon. Er werden berichten geschreven via de telefoon. De berichten schreef ik dan over in notitieboekjes. Soms werden berichten achtergelaten op tafel. Ik wist dat de andere aangehouden man [medeverdachte 1] heet. Ik besefte dat het verboden was wat ik deed.

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring medeverdachte [medeverdachte 1] (Voetnoot 4)

Ik was tien dagen in [plaats 2] toen ik werd aangehouden. Ik ben met de auto op die locatie gekomen. In die auto zat ook de man met wie ik ben aangehouden. Hij is een bekende van me. Hij werkte in de loods met iets met water en vloeibare stoffen die naar nagellakremover roken. Hij deed dat bijvullen met andere stoffen. Ik deed de spullen afwassen die hij mij gaf. U vraagt mij van wie de aanwezige cocaïne was. Wat wij daar deden was alleen het spul maken. Er was daar een ketel. Daar werd een luchtcompressor aan gekoppeld. Mij werd gevraagd om deze aan te zetten.

4. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 5)

Op 5 juni 2025 te 21:21 uur hebben wij op het perceel van de [adres] aangehouden [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 1980 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland 1] ) en [medeverdachte 1] , geboren [geboortedatum 2] 1986 te [geboorteplaats 2] ( [geboorteland 2] ).

Beide verdachten kwamen uit een witte schuur gelegen op genoemd perceel.

5. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 6)

Op 5 juni 2025 is de [adres] te [plaats 2] betreden. Een opstal daar bleek ingericht met voorwerpen en apparatuur waarvan de combinatie mij, verbalisant, ambtshalve bekend voorkwam als ‘drugslaboratorium’. Voordat de ruimte werd doorzocht moest deze eerst worden gelucht in verband met de veiligheid en omdat apparatuur eerst moest afkoelen.

6. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 7)

Op 5 juni 2025 vond een doorzoeking plaats in een drugslab aan de [adres] in [plaats 2] . Er werden twee notitieboekjes in beslaggenomen. In een droogkast werden verdovende middelen aangetroffen. In het toilet werd in een vuilniszak met gebruikt wc-papier een blauwe Samsung telefoon aangetroffen. Er was ter plaatse een drugspers aanwezig.

7. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 8)

Op 5 juni 2025 heeft het Team Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) van de politie een onderzoek ingesteld aan de goederen en chemicaliën die zijn aangetroffen in opstallen aan de [adres] te [plaats 2] .

Eerste bevindingen

De aangetroffen relevante ruimtes werden door ons als volgt gecodeerd:

Na binnenkomst in ruimte A (keuken en slaapkamer) zagen wij twee bedden staan met daartussen een stellingkast. Verder zagen we daar een groot persframe en een werkbank met daarop een metalen persmal en crêpepapier staan. Er stond ook een droogkast met daarnaast een magnetron. Op meerdere plekken troffen wij (restanten) wit poeder aan dat indicatief positief testte op cocaïne.

ln ruimte B (doucheruimte), die verbonden was met ruimten A (keuken en slaapkamer) en C (cocaïnewasserij) zagen we een groot open vat staan gevuld met vloeistof. We zagen dat de kraan van de douche open stond en dat het water in het vat stroomde. Ook zagen we een gedeeltelijk opengescheurde ons ambtshalve bekende verpakking van een kiloblok cocaïne drijven in het vat. We zagen dat er witte pasta in de verpakking zat. Tegenover de douche zagen we een centrifuge staan met daarnaast een aantal kleine verwarmingsspiralen aan de muur.

Toen we ruimte C (cocaïnewasserij) binnen kwamen zagen we enkele open vaten gevuld met vloeistof, twee zelfgemaakte afdruiprekken, een rvs-filtreerunit, een afzuiginstallatie en een grote hoeveelheid chemie. Door de hoge concentratie oplosmiddelen gaf onze gasdetectieapparatuur vrijwel direct een alarm. Rechts in de ruimte zagen we een ronde ton met daarop een deksel. We zagen dat in de rand van de ton drie kleine verwarmingsspiralen gestoken waren waarvan er op dat moment twee aangesloten waren op de stroomvoorziening. Met behulp van onze warmtebeeldcamera zagen we dat de vloeistof in het vat daadwerkelijk verwarmd werd.

Voorafgaand aan het binnentreden hadden we van het onderzoeksteam de informatie ontvangen dat op deze locatie mogelijk een cocaïnewasserij zou zitten en dat cocaïne geëxtraheerd zou worden uit tegellijm. Tegen de achterwand van ruimte C (cocaïnewasserij) zagen we tussen een grote hoeveelheid chemicaliën twee witte zakken liggen, voorzien van de opdruk "Product of Ecuador. GLUE". We zagen dat de afzuigslang die verbonden was met de slakkenhuisventilator door de wand naar buiten gevoerd werd. Buiten, aan de andere zijde van deze wand troffen we een zogenaamde gaswasinstallatie. We zagen dat de afzuigslang van binnen verbonden was met een 1000 liter intermediate bulk container (IBC) die gevuld was met een oplossing die sterk rook naar zeep. Ook was de IBC voorzien van een sproeiinstallatie aan de binnenzijde.

In ruimte D (zeecontainer) vonden we een gedemonteerde rvs filtreerunit, een apparaat dat typisch is voor een zuiveringsstap in een cocaïnewasserij.

In ruimte F (paardenstallen) zagen we een aantal aan de cocaïnewasserij te relateren goederen staan, zoals rollen crêpepapier, vacuüm sealmachines, persmallen en jerrycans gevuld met aceton.

ln ruimte G (opslag) troffen we nog enkele verwarmingsspiralen, een schakelkast en elektrische kookplaten aan.

Nader onderzoek en monsterneming

In deze paragraaf is een tabel met een overzicht en beschrijving van de aangetroffen

goederen opgenomen. De goederen zijn per ruimte genummerd.

Ten behoeve van de voorlopige vaststelling van de aangetroffen chemicaliën werd onder andere gebruik gemaakt van identificatieapparatuur die werkt op basis van Ramantechnologie, de ThermoScientitic First Defender (FD). De uitkomst van dit onderzoek is vermeld in onderstaande tabel met FD= ...

Tevens werden onderzochte goederen, indien van toepassing, onderworpen aan

enkele microchemische tests. Deze tests betreffen kleurreacties waarmee men de eventuele aanwezigheid van alkaloïden (waaronder cocaïne) vast kan stellen. De uitkomst van dit onderzoek is tevens vermeld in onderstaande tabel met Indicatief= ...

Ruimte A – Keuken + slaapkamer

A2 Kastje met daarop:

- 2x mini steelpannetje met in één bolletje witte substantie aan een metalen pen. FD = cocaïne base.

A7 Een stellingkast met daarin:

- 2x een magnetron ingepakt in huishoudfolie. Beide vervuild. Indicatief = cocaïne.

A9 Een werktafel met daarop:

- 1x metalen persmal voorzien van gaatjes. Indicatief = cocaïne;

- een stuk crêpepapier met restant korrels wit poeder. Indicatief = cocaïne;

- 1x witte kom met daarin restant wit poeder. Indicatief = cocaïne.

A10 Een hydraulische pers. Indicatief = cocaïne. Daaronder staan een opengesneden jerrycan en lekemmer. Daarnaast een lege emmer “caustic soda”,

A11 Een afvalemmer met daarin gebruikte brede en smalle stroken crêpepapier.

Restant wit poeder tussen het crêpepapier FD = cocaïne HCI.

A11-A Monster van het poeder (AAQX8445NL)

A12 Een vuilniszak met daarin een transparante zak witte/crèmekleurige brokken/poeder. FD = cocaïne freebase.

A12-A Monster van de brokken/poeder (AAQX8443NL)

A14 Keukenkastjes met daarin:

- 1x magentron. Cocaïne swipe binnenzijde positief.

A15 Een zelfbouw droogkast van hout met daarin:

- Wit poeder op vel crêpepapier. FD = cocaïne

A15-A Een transparante zak inhoudende wit blok/poeder. FD = cocaïne HCI (AAQX8474NL)

Ruimte B – doucheruimte

B1 In douche zwarte 60 liter ton gevuld met neutrale vloeistof met daarin een transparante verpakking. De verpakking was opengescheurd. In de transparante verpakking zit een restant witte natte pasta, FD = cocaïne.

B1-A Monster van de pasta (AAQX8455NL).

B2 1x centrifuge, geur cocaïne

Ruimte C – cocaïnewasserij

C1-A 1x transparante ton geheel gevuld met een lichtgele neutrale vloeistof (AAQX8444NL)

C5 3x witte jerrycan voorzien van etiket “Solvent for painting Hx”, allen geheel gevuld met heldere kleurloze neutrale vloeistof. FD = hexaan.

C5-A Monster vloeistof (AAQX8442NL)

C6 2x witte jerrycan voorzien van etiket “Solvent for painting EtAC”, allen geheel gevuld met heldere kleurloze neutrale vloeistof. Geur ethylacetaat. FD = ethylacetaat.

C6-A Monster vloeistof (AAQX8441NL)

C10 12x doos met in iedere doos 4x witte jerrycan voorzien van etiket “Solvent for painting MEK”. FD = methylethylketon.

C10-A Monster vloeistof (AAQX8440NL)

C12 Doos voorzien van het etiket “Crital violet, inhoudende 1 grote zak en 7x klein transparant zakje paars poeder.

C12-A Monster poeder (AAQL1323NL)

C18 2x witte zak voorzien van de opdruk “Product of Ecuador GLUE 25kg”, inhoudende een bruin poeder, vermoedelijk een cocaïne bevattend dragermateriaal.

Beide zakken zijn in zijn geheel als monster genomen.

C18-A (SIN AAQL1325NL)

C18-B (SIN AAQL1326NL)

C19 2x een big bag, inhoudende een bruin poeder, vermoedelijk dragermateriaal.

Er zijn 2 monsters genomen van het poeder uit de bovenste zak.

C19-A (SIN AAQL1327NL)

C19-B (SIN AAQL1328NL)

C20 8x doos met in ieder 4x witte jerrycan voorzien van het etiket “Solvent for painting DM”, allen geheel gevuld met heldere kleurloze neutrale vloeisotf. FD = dichloormethaan.

75x witte jerrycan voorzien van het etiket “Solvent for painting DM”, allen geheel gevuld met heldere kleurloze neutrale vloeistof. FD = dichloormethaan.

C20-A Aselect monster vloeistof (AAQL1329NL)

C23 1x intermediate bulk container (IBC) geheel gevuld met sterke basische vloeistof met bovenop drijvend laag sludge.

C23-A Monster vloeistof (AAQL1330NL)

C30 ronde ton met deksel geheel gevuld met neutrale vloeistof. In de rand van de ton 3 kleine verwarmingsspiralen bevestigd die de vloeistof verwarmden. Op het moment van aantreffen waren twee spiralen in werking.

C30-A Monster vloeistof (AAQL1331NL)

C31 3x doos met in ieder 4x witte jerrycan voorzien van het etiket “Ammonium hydroxide solution”, allen geheel gevuld met een heldere sterk basische vloeistof. Geur ammonia.

3x witte jerrycan voorzien van het etiket “Ammonium hydroxide solution”, allen geheel gevuld met heldere sterk basische vloeistof. Geur ammonia.

C31-A Aselect monster vloeistof (AAQL1332NL)

C32 3x doos met in ieder 4x witte jerrycan voorzien van het etiket “Liquid unblocker”, allen geheel gevuld met een licht sterke zure lijvige vloeistof. FD = zwavelzuur.

1x witte jerrycan voorzien van het etiket “Liquid blocker”, geheel gevuld met heldere licht gele sterk zure lijvige vloeistof. FD = zwavelzuur.

C32-A Aselect monster vloeistof (AAQL1333NL)

C33 Een vuilniszak inhoudende o.a. gebruikt vochtig crêpepapier. Indicatief = cocaïne.

C33-A-C stroken crêpepapier in zak, waarmee vermoedelijk 144x 1kg blok cocaïne is geperst. Aselecte monster van 3 setjes crêpepapier (AAQX9239NL, AARY0038NL, AAQL1370NL).

Ruimte F – paardenstal

F1 1x Lidl boodschappentas inhoudende:

- 2x metalen persmal voor persen blokken cocaïne. Vervuild met restanten wit poeder. Indicatief = cocaïne.

De door ons aangetroffen en hierboven beschreven combinatie van goederen is zeer typisch voor een zogenaamde cocaïnewasserij, een drugsbewerkingslocatie waar in dit geval cocaïne onttrokken wordt uit een dragermateriaal. Alle goederen en chemicaliën voor het uitvoeren van de stappen waren op deze locatie aanwezig.

8. Deskundigenverslag (Voetnoot 9)

Drugsonderzoek aan materialen aangetroffen op 5 juni 2025 op de locatie [adres] te [plaats 2] .

Onderzoeksmateriaal en resultaat:

AAQX8445NL (A11-A) bevat cocaïne HCI

AAQX8443NL (A12-A) bevat cocaïne (als de base)

AAQX8474NL (A15-A) bevat cocaïne (als de base)

AAQX8455NL (B1-A) bevat vaste stof bevat cocaïne HCI; vloeistof is zuur en waterig

AAQX8444NL (C1-A) bevat cocaïne in mengsel ethylacetaat, 2-butanon (MEK) en (isomeren van) hexaan

AAQX8442NL (C5-A) bevat (isomeren van) hexaan

AAQX8441NL (C6-A) bevat ethylacetaat

AAQX8440NL (C10-A) bevat MEK

AAQL1323NL (C12-A) bevat kaliumpermanganaat

AAQL1325NL (C18-A) bevat cocaïne (in de vorm van zout met een metaalcomplex)

AAQL1326NL (C18-B) bevat cocaïne (in de vorm van zout met een metaalcomplex)

AAQL1327NL (C19-A) bevat cocaïne (in de vorm van zout met een metaalcomplex)

AAQL1328NL (C19-B) bevat cocaïne (in de vorm van zout met een metaalcomplex)

AAQL1329NL (C20-A) bevat dichloormethaan (DCM)

AAQL1330NL (C23-A) bevat sterk alkalische waterige vloeistof

AAQL1331NL (C30-A) bevat water

AAQL1332NL (C31-A) bevat ammonia (ammoniak in water)

AAQL1333NL (C32-A) bevat zwavelzuur

AAQX9239NL (C33-A) bevat cocaïne

AARY0038NL (C33-B) bevat cocaïne

AAQL1370NL (C33-C) bevat cocaïne

AAQL1325NL (C18-A) bevat gemiddeld circa 18% gehalte cocaïne

AAQL1326NL (C18-B) bevat gemiddeld circa 18% gehalte cocaïne

AAQL1327NL (C19-A) bevat gemiddeld circa 17% gehalte cocaïne

AAQL1328NL (C19-B) bevat gemiddeld circa 18% gehalte cocaïne

9. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 10)

Op 6 juni 2025 is een onderzoek ingesteld aan de [adres] te [plaats 2] .

In de productieruimte zijn in beslag genomen:

- Een bagagespin die om een koolstoffilter zat (SIN AAQM5563NL)

- Een bagagespin die om een plastic afdekhoes van een metalen vultrechter op een ketel

zat (SIN AAQM5568NL)

10. Deskundigenverslag (Voetnoot 11)

DNA-onderzoek naar aanleiding van aantreffen cocaïnewasserij in [plaats 2]

Ontvangen materiaal:

SIN: AAQM5563NL Bagagespinnen

SIN: AAQM5568NL Bagagespinnen

Resultaten, interpretaties en conclusies onderzoek:

De verschillende onderdelen van de bagagespinnen (AAQM5563NL en

AAQM5568NL) zijn afzonderlijk bemonsterd, weergegeven door de toevoegingen #01

en #02 achter het SIN nummer.

AAQM5563NL#02 (overige delen touw en haken) bevat DNA dat afkomstig kan zijn

van de verdachten [medeverdachte 1] en [verdachte] . De bewijskracht is meer

dan 1 miljard.

AAQM5568NL#01 (midden deel touw) bevat DNA dat afkomstig kan zijn van de

verdachte [verdachte] . De bewijskracht is meer dan 1 miljard.

11. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 12)

Met behulp van een tolk Spaans is onderzoek gedaan naar de teksten in de twee notitieboekjes die op 5 juni 2025 aan de [adres] in [plaats 2] in beslag zijn genomen. De meeste woorden verwezen naar hoeveelheden en (van) chemische stoffen. Er worden hoeveelheden (liters en kilo's) van chemische stoffen benoemd, alsook percentages en 'herwonnen' hoeveelheden.

12. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 13)

Met behulp van een beëdigde tolk Spaans is onderzoek gedaan naar de Spaanstalige chats op de blauwe Samsung telefoon die op 5 juni 2025 aan de [adres] in [plaats 2] in beslag is genomen. Het toestel is op 24 mei 2025 in gebruik genomen. De gesprekken zijn gevoerd in de periode van 25 mei 2025 tot en met 5 juni 2025.

In de chatgesprekken wordt gesproken over crack, talk, poeder, wassen, ammoniak, zuur, benzine en [medeverdachte 1] . Het is bekend dat wanneer cocaïne uit dragermateriaal moet worden gehaald onder andere ammoniak, zuur en benzine nodig zijn. Een van de aangehouden verdachten heet [medeverdachte 1] . De gebruiker van de telefoon lijkt tips te vragen over hoe hij cocaïne moet uitwassen voor het beste resultaat.

Er is ook onderzoek gedaan naar de afbeeldingen en video’s op de telefoon. Er zijn veel drugsgerelateerde afbeeldingen aangetroffen die overeenkomen met afbeeldingen die in chats stonden, zoals witte blokken, witte poedervormige substanties en lepels met witte vloeibare substanties. Ook zijn veel drugsgerelateerde video’s aangetroffen, zoals video’s van een pannetje op een kookplaat waarin vloeistof kookte. De vloeistof verdampte waarna een witte substantie overbleef. Er werd telkens met een dun ijzeren staafje geroerd. Er zijn diverse video’s aangetroffen van een zwarte weegschaal met daarop witte brokken/poeder en diverse video’s van vloeistof in een emmer. Iemand roerde met een soort stamper door de emmer. De vloeistof was geel van kleur met daarin een witte substantie. Verder zijn diverse video’s aangetroffen van een lepel met witte substantie waar telkens doorzichtige vloeistof bij en af gedaan werd. De witte substantie werd telkens geroerd met een dun ijzeren staafje. Eén persoon hield de lepel en het staafje vast, een andere persoon filmde. Als de doorzichtige vloeistof uit de lepel werd gegooid, werd dit op de grond in een soort putje gedaan. Het putje komt overeen met het putje waarvan een foto is gemaakt tijdens de doorzoeking aan de [adres] .

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit zaaksdossier [dossiernaam] , onderdeel van onderzoek Gletsjer met nummer [dossiernummer] .

Voetnoot 2

Verklaard tijdens de zitting van 13 maart 2026.

Voetnoot 3

Pagina 164 e.v.

Voetnoot 4

Pagina 64 e.v.

Voetnoot 5

Pagina 5 e.v. uit persoonsdossier [verdachte] .

Voetnoot 6

Pagina 10 e.v.

Voetnoot 7

Pagina 14 e.v.

Voetnoot 8

Pagina 85 e.v.

Voetnoot 9

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 332 e.v.

Voetnoot 10

Pagina 95 e.v.

Voetnoot 11

Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 166 e.v.

Voetnoot 12

Pagina 103 e.v.

Voetnoot 13

Pagina 237 e.v.