Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:4525

Op 9 April 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10.371231.24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:4525. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10.371231.24
Datum uitspraak:
9 April 2026
Datum publicatie:
20 April 2026

Indicatie

Taakstraf van 120 uur voor diefstal met geweld, gepleegd op 8 oktober 2024 te Dordrecht. Bewezen is dat de verdachte een tas met inhoud van R. Ahmetovic (aangever) heeft gestolen en daarbij geweld heeft gebruikt. De verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging omdat opzet op het plegen van dit feit ontbreekt. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10.371231.24

Datum uitspraak: 9 april 2026

Datum zitting: 26 maart 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1976 op [geboorteland],

ingeschreven op het adres [adres], [postcode] te [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. T.S. Kessel

Officier van justitie: mr. H.A. van Wijk

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur voor diefstal met geweld, gepleegd op 8 oktober 2024 te Dordrecht. Bewezen is dat de verdachte een tas met inhoud van [aangever] (aangever) heeft gestolen en daarbij geweld heeft gebruikt. De verdachte wordt vrijgesproken van openlijke geweldpleging omdat opzet op het plegen van dit feit ontbreekt. De vordering van de benadeelde partij wordt gedeeltelijk toegewezen.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte van het plegen van diefstal met geweld (feit 1) en het plegen van openlijk geweld (feit 2).

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

1

hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Dordrecht, op de openbare weg, te weten op een parkeerplaats gelegen achter het Kasperspad 101, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een tas met inhoud, waaronder (een) mobiele telefoon(s), een kenteken- en/of rijbewijs op naam van [aangever], een contant geldbedrag, een pakje sigaretten, een aansteker en (een) vape(s), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal:

- in een auto met hoge snelheid op die [aangever] af te rijden en/of

- die [aangever], met kracht, bij de schouders, althans het lichaam, te pakken en/of

- die [aangever] tegen de benen, althans het lichaam, te schoppen en/of te trappen en/of

- aan de (schouder)tas van die [aangever] te trekken en/of

- die [aangever] op de grond te gooien en/of te duwen en/of

- die [aangever] tegen de schouder en/of de nek en/of het hoofd te slaan;

2

hij op of omstreeks 8 oktober 2024 te Dordrecht, openlijk, te weten op een parkeerplaats gelegen achter het Kasperspad 101, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [aangever] door meermalen, althans eenmaal:

- in een auto met hoge snelheid op die [aangever] af te rijden en/of

- die [aangever], met kracht, bij de schouders, althans het lichaam, te pakken en/of

- die [aangever] tegen de benen, althans het lichaam, te schoppen en/of te trappen en/of

- aan de (schouder)tas van die [aangever] te trekken en/of

- die [aangever] op de grond te gooien en/of te duwen en/of

- die [aangever] tegen de schouder en/of de nek en/of het hoofd te slaan.

2
Bewijs feit 1 / Vrijspraak feit 2
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor de feiten. Het standpunt van de officier van justitie zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de feiten. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen feit 1

Bewezen is dat de verdachte diefstal met geweld heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van feit 1 is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte  (Voetnoot 2)

Op 8 oktober 2024 kwam ik met mijn auto aanrijden op het Kasperspad te Dordrecht. Ik ben uitgestapt en heb toen [aangever] geduwd en aan hem getrokken. Toen ik zijn tas met daarin zijn telefoons had, was het voor mij klaar. Ik heb de tas met inhoud mee naar huis genomen.

2. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 3)Er zijn camerabeelden beschikbaar. De camera is gericht op de parkeerplaats van het Kasperspad. Op het beeld is een parkeerterrein te zien dat toegankelijk is vanaf de openbare weg.

Op tijdnotatie 20.47.13 tot 20.47.55 zie ik dat de aangever de verlichting van zijn

Volkswagen uit zet, de deur aan de bestuurderskant opendoet en uitstapt.

Op tijdnotatie 20.48.10 tot 20.48.11 zie ik dat de aangever stil blijft staan en zich

linksom omdraait richting het licht. Ik zie dat op tijdnotatie 20.48.11 een voertuig aan de rechterkant van het beeld, in beeld komt. Later in deze beelden zie ik dat het voertuig een Audi is. Ik zie dat de Audi richting de aangever rijdt. Ik zie dat de aangever een stap naar achteren zet in de richting van de andere geparkeerde voertuigen. Ik zie dat de aangever op deze manier uit de lijn stapt die de Audi heeft. Ik zie dat het linker voorwiel van de Audi naar rechts draait. Ik zie dat de Audi hierdoor op de aangever afrijdt. Ik zie dat de aangever nog een beweging naar achteren maakt. Ik zie dat de Audi op het laatste moment weer naar links stuurt en tot stilstand komt. Ik zie dat dit allemaal met een behoorlijke snelheid gaat.

Ik zie op 20.48.31 dat de aangever een donkerkleurige schoudertas heeft die hij over

zijn linkerschouder draagt. Ik zie dat hij het tasje kruislings draagt. Ik zie dat de band van de tas vanaf zijn linkerschouder naar zijn rechter heup gaat.

Op tijdnotatie 20.48.30 tot 20.48.37 zie ik dat de voordeur van de Audi aan de

bestuurderszijde opengedaan wordt. Ik zie dat V1 uitstapt en richting de aangever loopt.

Op tijdnotatie 20.48.38 tot 20.48.40 zie ik dat V1 de aangever met zijn rechterbeen

een trap geeft tegen het linkerbeen van de aangever. Ik zie dat de aangever wegspringt en naar links rent op de camerabeelden. Op tijdnotatie 20.48.40 tot 20.48.42 zie ik dat V1 achter de aangever aan rent. Ik zie dat de aangever zich omdraait. Ik zie dat V1 dicht op de aangever staat. Op tijdnotatie 20.48.43 tot 20.48. 45 zie ik dat V1 de aangever vastpakt met zijn linkerhand. Ik zie dat V1 aan de aangever trekt. Op tijdnotatie 20.48.45 tot 20.48.48 zie ik dat V1 de aangever nog steeds vast heeft en V1 schopt met zijn linkervoet tegen het rechterbeen van de aangever. Ik zie dat V1 een ruk geeft aan de aangever en hem op de grond gooit. Ik zie dat de aangever op zijn linkerzij op de grond valt.

Op tijdnotatie 20.48.48 tot 20.49.02 zie ik dat de aangever weer opstaat en nog meer

naar links in het beeld rent. Ik zie dat V1 achter hem aan komt en de aangever weer

vastpakt. Ik zie dat V1 aan de schoudertas van de aangever trekt. Ik zie dat deze tas om de nek zit van de aangever. Ik zie dat V1 de aangever weer op de grond gooit. Ik zie dat de aangever op zijn rug valt. Ik zie dat V1 de tas lostrekt bij de aangever. Ik zie dat V1 de tas in zijn rechterhand vast heeft. Ik zie dat de aangever weer opstaat en richting de Audi loopt terwijl hij kijkt in de richting van V1.

Op tijdnotatie 20.49.02 zie ik dat V1 de tas van de aangever naar zijn linkerhand

brengt. Ik zie dat op 20.49.03 V1 de aangever met zijn rechterhand uithaalt naar de

aangever en hem raakt op de linkerzijde van zijn hoofd. Ik zie dat V1 aan de bestuurderszijde in de Audi stapt.

3. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever (Voetnoot 4)Op 8 oktober 2024 heb ik mijn auto geparkeerd in het hofje van het Kasperspad te Dordrecht.

Op het moment dat ik uit mijn auto was gestapt en ik ter hoogte van de passagierszijde stond zag ik dat er een auto het hofje in kwam rijden. Ik zag dat de bestuurder van de auto op mij afreed. Ik zag dat de bestuurder de auto op een paar centimeter afstand van mijn voet tot stilstand bracht. Ik zag dat het een auto betrof van het merk Audi.

Ik zag dat de man uitstapte. Uit het niets zag en voelde ik dat de man mij met zijn

beide handen bij mijn beide schouders vastpakte. Ik voelde dat de man dit met kracht

deed want het deed veel pijn. Terwijl de man mij met zijn beide handen vasthield bij

mijn schouders voelde en zag ik dat de man zijn rechterscheenbeen tussen mijn benen

duwde. Ik heb mij verweerd en ik heb geprobeerd om de man van mij af te duwen. Ik

voelde dat de man met zijn rechterbeen tegen mijn benen bleef duwen en uiteindelijk

heeft de man mij gevloerd. Ik ben weer opgestaan.

Ik droeg een schoudertas met daarin twee telefoons, mijn rijbewijs, kentekenbewijs, een pakje Marlboro, een aansteker en een vape in de kleur rood en roze. Mijn tas betrof een zwarte schoudertas voorzien van het logo van ICON. De telefoons betroffen een IPhone 12Pro in de kleur zwart en een IPhone XS in de kleur zwart met beige. Terwijl ik op de grond lag, zag en voelde ik dat de man de schoudertas van mij af pakte. De tas zat om mijn schouder. Ik weet niet hoe de man de tas los heeft gekregen. Ik vermoed dat hij er met kracht aan getrokken heeft.

Nadat de man mijn schoudertas gepakt heeft zag ik dat de man in de auto stapte. Ik zag dat ze wegreden.

2.3.2.

Bewijsmotivering feit 1

Gelet op de camerabeelden vallen de gedragingen van de verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm te kwalificeren als diefstal, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en gevolgd door, en vergezeld van, geweld. Terwijl de verdachte geweld tegen aangever pleegde, heeft hij aan de tas getrokken en uiteindelijk heeft de verdachte de tas meegenomen. Van medeplegen is geen sprake nu niet is gebleken van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte] bij het plegen van dit feit. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat er onvoldoende bewijs is voor de vaststelling dat de verdachten het plan hadden om de tas van aangever te stelen. Daarnaast was de [medeverdachte] niet betrokken bij het wegnemen van de tas, omdat zij op dat moment in de auto zat. Ook pleegde zij daartoe geen geweldshandelingen.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij op 8 oktober 2024 te Dordrecht, op de openbare weg, te weten op een parkeerplaats gelegen achter het Kasperspad, een tas met inhoud, waaronder mobiele telefoons, een kenteken- en rijbewijs op naam van [aangever], een pakje sigaretten, een aansteker en (een) vape(s), die geheel aan [aangever], toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen die [aangever], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren, door meermalen, althans eenmaal:

- in een auto op die [aangever] af te rijden en

- die [aangever], met kracht, bij de schouders, althans het lichaam, te pakken en- die [aangever] tegen de benen, althans het lichaam, te schoppen en te trappen en

- aan de (schouder)tas van die [aangever] te trekken en

- die [aangever] op de grond te gooien en te duwen en

- die [aangever] tegen het hoofd te slaan.

2.3.4.

Vrijspraak feit 2

De rechtbank spreekt de verdachte vrij van feit 2. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verdachte opzet had – al dan niet in voorwaardelijke zin – op het in vereniging plegen van openlijk geweld. Op de camerabeelden neemt de rechtbank het volgende waar. Nadat [medeverdachte] aangever een klap geeft beweegt de verdachte in de richting van [medeverdachte], komt schuin voor haar te staan en schermt haar op die manier met zijn lichaamstaal af van het incident, hetgeen een contra-indicatie oplevert voor de stelling dat de verdachte opzet had op het gezamenlijk plegen van geweld. De rechtbank kwalificeert de klap van de [medeverdachte] als op zichzelf staand.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

1

diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Er dient een geheel voorwaardelijke straf te volgen gelet op de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld. Hij heeft de tas met inhoud van aangever weggenomen en daarbij geweld gebruikt. De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij dit heeft gedaan vanwege de hoog opgelopen emoties in het conflict tussen hem, [medeverdachte] (zijn partner) en aangever (ex-partner van [medeverdachte]). Deze vorm van eigenrichting is echter onaanvaardbaar, hoe hoog de emoties ook oplopen in een conflict. Met zijn handelen heeft de verdachte niet alleen het gevoel van veiligheid van aangever aangetast en hem angst bezorgd, maar dergelijke gedragingen veroorzaken ook bij omstanders en in de samenleving gevoelens van onrust en onveiligheid. De verdachte heeft zich hier niet om bekommerd.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 24 februari 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

4.3.3.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een taakstraf van 120 uur opgelegd.

De rechtbank zal geen contactverbod met aangever opleggen. Op de zitting is duidelijk gebleken dat de verdachten geen contact willen met aangever en na het incident zijn er geen meldingen bekend waaruit blijkt dat zij contact met hem hebben opgenomen dan wel gezocht.

5
Vordering van de benadeelde partij
5.1.

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij € 1.402,32 als vergoeding van materiële schade en € 3.000,- als vergoeding van immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

5.2.

Standpunt van de officier van justitie

De vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen.

5.3.

Standpunt van de verdediging

Ten aanzien van de materiële schade heeft de verdediging de volgende verweren gevoerd.

De schadeposten met betrekking tot de fysiotherapiebehandelingen, de tas en het contante geld zijn onvoldoende onderbouwd en dienen niet-ontvankelijk te worden verklaard. Ten aanzien van het rijbewijs en het kentekenbewijs heeft de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. De immateriële schade dient gelet op de aanleiding van het incident aanzienlijk gematigd te worden.

5.4.

Oordeel van de rechtbank

5.4.1.

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De schadeposten met betrekking tot het eigen risico (€ 175,46), het vervangen van het rijbewijs en kentekenbewijs (€ 87,86) en de tas (€ 153,-) zullen worden toegewezen, omdat deze voldoende zijn onderbouwd. Daarbij merkt de rechtbank op dat de tas door het handelen van de verdachte bij aangever is weggenomen en dat het feit dat de politie de tas niet aan aangever heeft teruggegeven buiten zijn invloedssfeer ligt. Dit betekent dat in totaal een bedrag van € 416,32 aan materiële schade vergoed dient te worden aan aangever.

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat ziet op de behandelingen bij de fysiotherapeut en het contante geld, heeft de verdediging betwist en is door aangever onvoldoende onderbouwd met bewijsstukken. Onduidelijk is of de fysiotherapiebehandelingen gedekt zijn door de zorgverzekering van aangever. De beoordeling van dit deel van de vordering vraagt om een nadere uitwisseling van standpunten en mogelijk om bewijslevering. De behandeling van dit deel van de vordering van de benadeelde partij levert een onevenredige belasting van het strafproces op. De rechtbank verklaart de benadeelde partij daarom in dit deel niet-ontvankelijk. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.4.2.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen.

Die schade wordt naar billijkheid begroot op € 1.500,-. Hierbij is in het bijzonder rekening gehouden met de aard en ernst van het letsel en het herstel. Het resterende deel van de vordering wordt afgewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

5.4.3.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft gevorderd de schadevergoeding te vermeerderen met de wettelijke rente. De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf 8 oktober 2024.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op € 0,-.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 19 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

6
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

7
Beslissingen

De rechtbank:

Vrijspraak

verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 2 heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte feit 1, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 120 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 dagen;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte, aan de [benadeelde partij], te betalen een bedrag van € 1.916,32, bestaande uit € 416,32 als vergoeding van materiële schade en € 1.500,- als vergoeding van immateriële schade, en de wettelijke rente hierover vanaf 8 oktober 2024 tot de dag van volledige betaling;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het meer gevorderde materiële deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

wijst af het meer gevorderde immateriële deel van de vordering;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op € 0,-;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de [benadeelde partij] aan de staat € 1.916,32 te betalen, en de wettelijke rente vanaf 8 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling. Bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 19 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij de schade aan de benadeelde partij of aan de staat heeft vergoed.

8
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C. Sikkel, voorzitter,

en mrs. L. den Teuling en E.H.N. van Hees, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. H. Tchang, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 9 april 2026.

Mr. L. den Teuling is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het procesdossier [proces-verbaalnummer 1].

Voetnoot 2

Verklaard tijdens de zitting van 26 maart 2026.

Voetnoot 3

Pagina 13 e.v. (proces-verbaalnummer: [proces-verbaalnummer 2]).

Voetnoot 4

Pagina 7 e.v. (proces-verbaalnummer: [proces-verbaalnummer 3]).