Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:5087

Op 15 April 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-232019-19, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:5087. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10-232019-19
Datum uitspraak:
15 April 2026
Datum publicatie:
1 May 2026

Indicatie

Veroordeling voor medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling, bedreiging en poging tot afpersing. Er is sprake van eendaadse samenloop. Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, wordt een gevangenisstraf opgelegd die gelijk is aan het voorarrest, te weten 77 dagen, en een taakstraf ter hoogte van 180 uren. Overwegingen over de betrokkenheid van de verdachte, de betrouwbaarheid van de verklaring van aangever, dwang bij de wederrechtelijke vrijheidsberoving en medeplegen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-232019-19

Datum uitspraak: 15 april 2026

Datum zitting: 1 april 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] 1995 in [geboorteplaats 1],

ingeschreven op het adres [adres 1], [postcode] te [plaatsnaam].

Advocaat van de verdachte: mr. S. Schuurman

Officier van justitie: mr. M. Vollebregt

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling, bedreiging en poging tot afpersing. Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, wordt een gevangenisstraf opgelegd die gelijk is aan het voorarrest in combinatie met een taakstraf.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - samen met anderen het slachtoffer wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en geprobeerd heeft hem af te persen, waarbij zij het slachtoffer hebben mishandeld en bedreigd.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat

1hij op of omstreeks 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,[slachtoffer] heeft mishandeld door hem meermalen, althans eenmaal, (telkens) in het gezicht, althans op/tegen het hoofd en/of op/tegen het lichaam te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen;

2hij op of omstreeks 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft/hebben beroofd en/of beroofd gehouden, door:- (meermalen) de woning waarin die [slachtoffer] verbleef (met geweld) (tegen diens wil) binnen te dringen, en/of- de telefoon van die [slachtoffer] af te pakken en/of de codes van die telefoon op te eisen, en/of- die [slachtoffer] te dwingen (in een auto) met hem, verdachte, en/of zijn mededader(s)(mee) te rijden (naar Rotterdam) en daarbij de route te bepalen, en/of- (kort) achter de auto waarin die [slachtoffer] (mee)reed te rijden;

3hij op of omstreeks 25 september 2019 te Dordrechtte zamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling,door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen “Maat ze gaan je sowieso afmaken en/of “Jullie moeten tegen de rijinrichting in rijden anders worden jullie neergeschoten” en/of “Je wordt door je kop geschoten”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4hij op of omstreeks 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 60.000 euro of daaromtrent, althans van enig geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan die [slachtoffer] of aan een derde, te weten aan [naam 1], en/of een ander toebehoorde,- die [slachtoffer] toe te voegen: “Jij bent nu verantwoordelijk voor het geld”, en/of “Maat ze gaan je sowieso afmaken” en/of “Ik schiet je voor je kop”, en/of- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (telkens) te slaan en/of te stompen en/of te schoppen en/of te trappen, en/of- (vervolgens) die [slachtoffer] te dwingen (in een auto) mee te gaan naar die [naam 1], althans op zoek te gaan naar die [naam 1] en/of dat geld,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1, 2, 3 en 4. De verdachte moet partieel worden vrijgesproken van het tenlastegelegde schoppen en trappen onder feit 1.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1, 2 en 3. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 4 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling, bedreiging en poging tot afpersing. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Schriftelijk stuk (Voetnoot 2)

Ik ben naar [slachtoffer] toe gereden omdat daar nog geld lag van [naam 1] en ik dat daar zou kunnen ophalen. Ik ben op 25 september 2019 dat geld gaan halen.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer] (Voetnoot 3)

Op 25 september 2019 omstreeks 18:40 uur was ik buiten bij mijn woning in Dordrecht. Ineens zag ik die oudere Rus die [naam 2] werd genoemd, die stevige Marokkaan en die blanke met dat rossige haar aankomen. Ik werd de woning ingeduwd. Die blanke man met het rossige haar heeft mij veel klappen geven. Hij sloeg mij met zijn gebalde vuisten in het gezicht. Die Rus sloeg mij af en toe ook in het gezicht. Ik begreep dat ze [naam 1] (hierna: [naam 1]) kwijt waren. Ze wilden weten waar hij was. Ze zeiden dat ik nu verantwoordelijk was voor de terugbetaling van al het geld. Ik was heel erg bang voor mezelf en voor mijn kinderen. Ze pakten ook mijn telefoon af en keken daarin. Ik heb hen de codes gegeven. Ik denk dat ze in totaal ongeveer 40 minuten binnen zijn geweest. Ze bleven maar herhalen dat ze moesten weten waar [naam 1] was. Ik kreeg voortdurend klappen. Het werd mij duidelijk gemaakt dat ik ervoor moest zorgen dat ik het geld moest regelen. Ze hadden het toen over 60.000 euro. De Marokkaan zei tegen me “maat, ze gaan je sowieso afmaken”. Ik was doodsbang.

Rond 21:00 uur stonden ze, de oudere Rus, de stevige Marokkaan en de blanke man met het rossige haar, weer voor de deur. Ik kreeg weer klappen. Die Rus zei dat we zouden gaan rijden. Ze vertelden dat we [naam 1] en het geld moesten gaan zoeken. Ik heb toen gezegd dat ik wel mee zou gaan. Ik wilde rust in huis. Ik wilde geen problemen voor de kinderen. Mijn buurman [naam 3] liep achter mij aan en zei dat hij met me mee zou gaan. [naam 3] en ik stapten in zijn bus. Die Rus, die stevige Marokkaan en die blanke met het rossige haar stapte in de Duitse BMW. We begrepen dat we naar Rotterdam moesten om [naam 1] te gaan zoeken en dat we achter die BMW aan moesten rijden. Vanuit de bus heb ik mijn vriendin geappt of gebeld. Ik heb haar gezegd dat het fout zou gaan. Ik dacht dat ik dood zou gaan en ik zei dat ze de politie moest bellen. Door de klappen die ik heb gekregen heb ik een pijnlijk en beurs gezicht.

3. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 4)

Ik, verbalisant, vroeg aan [slachtoffer] of hij gedwongen was om mee te gaan. Ik hoorde dat hij het volgende aan mij verklaarde: “ Ik voelde wel dat ik mee moest gaan door de klappen die ik kreeg”.

4. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring [slachtoffer] (Voetnoot 5)

[verdachte] gaf mij zomaar uit het niets een beuk. Ik ben een paar keer op mijn hoofd geslagen. Het was van achteren op mijn schedel. Ik had op de achterkant een flinke bult. Hij deed dat met zijn vuisten. Toen ze weer terugkwamen, waren ze nog dwingender en de toon was bozer. Ze kwamen schreeuwend binnen. [verdachte] begon gelijk te slaan. Ze zeiden: “we gaan [naam 1] zoeken en jij gaat ook mee”.

U zegt mij dat ik heb aangegeven dat ik mij bedreigd voelde en achter hen aan ben gereden. Ik reed voor hen, zij volgden ons. U vraagt mij waardoor ik mij bedreigd voelde. Ze waren in ons huis en ik wilde ze daaruit hebben. Ik reed mee omdat ik anders grote problemen zou krijgen. U vraagt mij of ik de mogelijkheid had om weg te rijden van de BMW. Nee. U vraagt mij wie er in de BMW zaten. [verdachte], de Marokkaanse jongen en de Russische man.

5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer] (Voetnoot 6)

U laat mij foto’s zien. De man op foto A is de man die ik in mijn verklaring de stevige Marokkaan noem. Hij vertelde dat hij vanuit Spanje was overgevlogen om het te regelen omdat het over veel geld ging. Hij is ook degene die tegen me zei “maat, ze gaan je sowieso afmaken”. De man op foto B is de man die ik in mijn verklaring de blanke man met het rossige haar noem. Hij heeft mij die avond veel klappen gegeven.

6. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 7)

Bij het aanvullend verhoor van [slachtoffer] werden vier foto's getoond van de vermoedelijke betrokkenen bij het incident. De getoonde foto's waren van:

A: foto van verdachte [medeverdachte], geboren [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats 2] ([geboorteland]);

B: foto van verdachte [verdachte], geboren [geboortedatum 1] 1995 te [geboorteplaats 1].

7. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 8)

Op 25 september 2019 kwamen wij ter plaatse aan de [adres 2]. De meldster vertelde dat haar vriend had gezegd dat hij in de auto bij zijn buurman zat en dat zij tegen de rijrichting in moesten rijden anders zouden zij neergeschoten worden.

Omstreeks 22:00 uur stonden wij aan het begin van de Oranjestraat om deze BMW, die achter de vriend van de melder reed, op te wachten. Ik zag dat er een grijskleurige bestelbus de Oranjestraat in reed. Ik zag dat daarachter een donkerblauwe BMW reed. Ik zag dat de BMW wegreed. Ik kon een deel van het kenteken lezen De door mij gelezen kentekencombinatie was --[nummer]. Dit betrof een Duits kenteken.

Omstreeks 22:05 uur, hoorde wij dat onze collega’s achter een donkerblauwe BMW

reden. Deze BMW was voorzien van het Duitse kenteken [kenteken]. De bestuurder bleek later te zijn: [verdachte], geboren op [geboortedatum 1] 1995 te [geboorteplaats 1]. De passagier bleek later genaamd te zijn: [medeverdachte] geboren op [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats 2].

8. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 9)

Er werd een onderzoek gedaan naar de BMW voorzien van het Duitse kenteken [kenteken]. Hierbij werd een foto gemaakt van de recente bestemmingen in het navigatiesysteem.

Dit betrof onder meer het adres: ‘[adres 2]’. Dit betreft de verblijfslocatie van aangever/slachtoffer [slachtoffer].

9. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 10)

Op de camerabeelden van de BP Dubbeldam aan de [adres 3] van 25 september 2019 zag ik het volgende.

21.51.05: over de Provincialeweg, komende uit de richting van de Vissersdijk, komen twee auto's aanrijden die voorsorteren om linksaf de Noordhovelaan op te rijden

21.51.10: beide auto's slaan linksaf de Noordhovelaan op; de voorste auto betreft een grijze bus met een wat vooruitstekend front, daarachter rijdt een sportieve donkerkleurige personenauto, model stationcar

21.51.18: beide auto's rijden achterlangs de BP en zijn dan even buiten camerabeeld

21.51.26: de grijze bus, gevolgd door de donkere stationcar, rijdt langs de BP aan de zijde van de carwash

21.51.33: de grijze bus, gevolgd door de donkere stationcar, rijdt tegen de richting in over het voorterrein van de BP

21.51.45: de grijze bus, gevolgd door de donkere stationcar, rijdt de Provincialeweg op in de richting van de Vissersdijk

21.51.54: de grijze bus, gevolgd door de donkere stationcar, keert op de kruising met de Noordhovelaan en rijdt dan in de richting van de Krommedijk

De grijze bus komt wat betreft kleur en vorm overeen met de bedrijfsbus van [getuige 1]. De donkere stationcar komt wat betreft kleur en vorm overeen met de BMW voorzien van het kenteken [kenteken].

10. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 1] (Voetnoot 11)

Op 28 september 2019, omstreeks 13.50 uur, sprak ik met de [getuige 1].

Op woensdagavond 25 september 2019 was de getuige erbij toen drie mannen de woning binnendrongen. Volgens de getuige was de Rus “gek” en pakte hij een paar keer een asbak van tafel waarmee hij [slachtoffer] wilde slaan. De getuige had dat weten te voorkomen. Hij had gezien dat de Rus een keer [slachtoffer] in het gezicht had geslagen. Dat was met de hand. Tijdens het gesprek werd duidelijk dat [slachtoffer] gedwongen mee moest naar Rotterdam om [naam 1] te zoeken. Omdat [slachtoffer] doodsbang en heel nerveus was had de getuige besloten met hem mee te gaan. Hij was daarna met [slachtoffer] achter de auto van die drie mannen aangereden. Ze waren naar het BP-tankstation aan de Provincialeweg in Dordrecht gereden. De drie mannen met de auto waren achter hen aangereden.

[slachtoffer] had zijn vriendin gebeld en geappt dat hij bang was dat hij dood gemaakt zou worden en de politie gebeld moest worden. Daarna had hij doorgegeven dat ze onderweg waren naar huis en hadden ze [naam 4] [vriendin van [slachtoffer]] gezegd dat ze met de kinderen weg moest blijven omdat het niet veilig was. Toen de getuige de Oranjestraat in reed zag hij politiebusjes staan en ging de politie achter de auto met de drie mannen aan.

11. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 2] (Voetnoot 12)

Op 25 september 2019 ben ik met onze drie kinderen naar de woning van [naam 3] gelopen en daar het huis ingegaan. Ik zag dat [slachtoffer] aan kwam lopen. Ik hoorde [slachtoffer] in paniek zeggen dat de kinderen naar binnen moesten. Ik zag angst en paniek op het gezicht van [slachtoffer]. Ik zag dat de linkerkant van het gezicht van [slachtoffer] dicht was. Ik zag ook dat zijn kaak wat verdikt was.

Toen de deur open was, kwamen de drie daders weer binnen. Het waren dezelfde mannen, die eerder de avond aan de deur waren geweest. Ik ben weggegaan. Op een gegeven moment kreeg ik van [slachtoffer] een bericht dat ik de politie moest bellen. Dit was om 21:31 uur. Ik heb toen gelijk met mijn telefoon 112 gebeld en ben naar huis gefietst. Toen we de straat in fietsten, zag ik die gasten. Toen ik daar was, zag ik dat [naam 3] en [slachtoffer] in de bus van [naam 3] stapten. Op een gegeven moment belde [slachtoffer] mij ook. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat ze gelijk moesten komen omdat hij anders door zijn kop geschoten zou worden.

2.3.2.

Bewijsmotivering

Betrokkenheid verdachte

Gelet op de verklaring van de verdachte en de overige bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte een van de personen is die betrokken zijn geweest bij onderhavig incident.

Betrouwbaarheid verklaring aangever

De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte. Aangever heeft gedetailleerd en consistent verklaard over onderhavig incident.

Niet valt in te zien welk belang aangever zou hebben bij het afleggen van een valse verklaring, te meer nu hij zich door deze verklaring blootstelt aan strafrechtelijke vervolging. Hij verklaart immers ook belastend voor zichzelf. Dat aangever op details anders verklaart dan de [getuige 3] maakt dit niet anders, nu de verschillen in hun verklaringen met name zien op onderdelen waarmee zij zichzelf strafrechtelijk zouden kunnen belasten, maar zij hetzelfde verklaren over de gebeurtenissen op 25 september 2019.

De verklaring van aangever wordt bovendien op essentiële punten ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], die de rechtbank eveneens betrouwbaar acht. De getuigen zijn kort na het incident en afzonderlijk van elkaar gehoord en hun verklaringen komen, als het gaat over deze essentiële punten, overeen. Ook vindt de verklaring van aangever steun in de bevindingen van de camerabeelden, onder meer als het gaat over het tegen de rijrichting inrijden. De rechtbank vindt de verklaring van aangever dan ook betrouwbaar.

Feiten die volgen uit het bewijs

Uit de uitgewerkte bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte samen met zijn twee mededaders op 25 september 2019 naar de woning van aangever is gegaan en de woning is binnengedrongen. De verdachte en zijn medeverdachten blijven lange tijd in de woning en pakken de mobiele telefoon van aangever af. De verdachte slaat met zijn medeverdachte aangever meermaals, terwijl een medeverdachte met aangever praat en hem bedreigt. Twee uur nadat de verdachte en zijn medeverdachten zijn vertrokken, komen zij terug.

Zij dringen opnieuw de woning van aangever binnen en er wordt opnieuw geweld gebruikt. Aangever moet met de auto mee om het geld en/of [naam 1] te zoeken. Aangever en zijn buurman worden vervolgens gevolgd door de verdachte en zijn twee medeverdachten in de BMW.

Dwang bij wederrechtelijke vrijheidsberoving

Door de verdediging is aangevoerd dat niet vast is komen te staan dat aangever gedwongen is om mee te gaan in de auto, mede gelet op het feit dat hij met zijn buurman in de auto meereed, hij over zijn telefoon beschikte en zij in vrijheid konden terugkeren naar de woning.

De rechtbank stelt vast dat aangever zowel vanuit de auto telefonisch tegen zijn partner, als bij verschillende gelegenheden tegenover de politie en bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij zich bedreigd voelde omdat de mannen in zijn huis waren en hij ze daar uit wilde hebben voor de veiligheid van zijn kinderen. Hij heeft verklaard dat hij zich gedwongen voelde met hen mee te gaan omdat hij even daarvoor door hen mishandeld was en dat hij bang dat zij hem zouden doden. Deze mate van dwang, angst en paniek bij aangever wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2].

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de situatie waarin aangever zich bevond en zoals die ook blijkt uit de feiten zoals hiervoor weergegeven, het niet anders kan dan dat aangever zich gedwongen voelde te doen wat de mannen van hem verlangden en dus in de auto gestapt is.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de verdachte en zijn medeverdachten aangever wederrechtelijk van zijn vrijheid hebben beroofd.

Medeplegen

De rechtbank stelt op grond van de uitgewerkte bewijsmiddelen vast dat de verdachte en zijn twee medeverdachten op 25 september 2019 tot twee keer toe samen de woning van aangever zijn binnengedrongen. Zij zijn met een overtal aan mannen de woning in gegaan en zijn daar ook enige tijd gebleven, waarbij de eerste keer al geweld werd gebruikt tegen aangever en hem duidelijk werd gemaakt dat de drie mannen gekomen waren om geld te halen bij aangever. Ook werd hij daarbij met de dood bedreigd. De tweede keer zijn de verdachte en zijn twee medeverdachten opnieuw de woning binnen gegaan, waarna wederom geweld werd gebruikt en nog steeds om dat geld werd gevraagd. De verdachte en zijn twee medeverdachten reden hierbij tweemaal gezamenlijk weg in één auto.

Door dit alles is sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de drie mededaders. Elk van de medeverdachten heeft bijgedragen aan de feiten zoals deze ten laste zijn gelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank is de verdachte als mededader in voldoende mate bij de tenlastegelegde feiten betrokken geweest, enkel al door het meermalen in een groep de woning binnendringen en door met zijn aanwezigheid bij te dragen aan de dreigende sfeer die gecreëerd werd. De verdachte heeft een significante rol in het geheel gehad en hieraan een wezenlijke bijdrage geleverd door geweld te gebruiken tegen aangever. De verdachte is mede verantwoordelijk en om deze reden kan het geheel aan feitelijkheden aan de verdachte worden toegerekend. De rechtbank vindt het tenlastegelegde medeplegen ten aanzien van alle feiten daarom bewezen.

Partiële vrijspraak

Het dossier biedt onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat aangever door de verdachte en/of zijn medeverdachten is geschopt of getrapt. De verdachte wordt daarvan aldus partieel vrijgesproken.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1hij op 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met anderen,

[slachtoffer] heeft mishandeld door hem meermalen (telkens) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd te slaan en te stompen;

Feit 2hij op 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met anderen,

opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden, door:- meermalen de woning waarin die [slachtoffer] verbleef (met geweld) (tegen diens wil) binnen te dringen, en - de telefoon van die [slachtoffer] af te pakken en de codes van die telefoon op te eisen, en - die [slachtoffer] te dwingen (in een auto) met hem, verdachte, en/of zijn mededader(s)(mee) te rijden (naar Rotterdam), en - (kort) achter de auto waarin die [slachtoffer] (mee)reed te rijden;

Feit 3hij op 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen “Maat ze gaan je sowieso afmaken” en “Jullie moeten tegen de rijinrichting in rijden anders worden jullie neergeschoten” en “Je wordt door je kop geschoten”;

Feit 4hij op 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 60.000 euro of daaromtrent, althans van enig geldbedrag, dat aan die [slachtoffer] of aan een derde, te weten aan [naam 1], en/of een ander toebehoorde,- die [slachtoffer] toe te voegen: “Jij bent nu verantwoordelijk voor het geld”, en “Maat ze gaan je sowieso afmaken” en “Ik schiet je voor je kop”, en- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (telkens) te slaan en te stompen, en- (vervolgens) die [slachtoffer] te dwingen (in een auto) mee te gaan naar die [naam 1], althans op zoek te gaan naar die [naam 1] en/of dat geld,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3 en 4:

de eendaadse samenloop van

medeplegen van mishandeling, meermalen gepleegd;

en

medeplegen van opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden;

en

medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

en

medeplegen van poging tot afpersing.

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straffen
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1, 2, 3 en 4 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 77 dagen, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf voor de duur van 180 uur, subsidiair 90 dagen hechtenis.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Primair verzoekt de verdediging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Subsidiair verzoekt de verdediging de straf aan te vullen met een voorwaardelijke straf. Meer subsidiair verzoekt de verdediging de gevangenisstraf aan te vullen met een lichte taakstraf.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte is samen met zijn mededaders tot twee keer toe de woning van het slachtoffer binnengedrongen, daar enige tijd gebleven, waarbij het slachtoffer is mishandeld en bedreigd en hij uiteindelijk is gedwongen om mee te rijden. Dat alles omdat het slachtoffer volgens verdachte en zijn mededaders een geldbedrag zou moeten betalen. Als het al zo zou zijn geweest dat het slachtoffer de verdachte of zijn mededaders geld was verschuldigd, dan hoeft het geen betoog dat dit op een volstrekt andere wijze opgelost had moeten worden. Dat de strafbare feiten zijn beëindigd is niet te danken aan de verdachte of zijn mededaders, maar enkel aan het adequate handelen van het slachtoffer, zijn partner en hun buurman. De verdachte en zijn mededaders hadden enkel oog voor hun financiële gewin en hebben hierbij op geen enkele wijze rekening gehouden met de inbreuk op de lichamelijke integriteit en het gevoel van veiligheid van het slachtoffer. Daarnaast zijn de verdachte en zijn medeverdachten een woning binnengedrongen, waar ook de partner van het slachtoffer en zijn kinderen wonen. Ook met hun veiligheid hebben zij op geen enkele manier rekening gehouden. Uit het dossier is gebleken dat het slachtoffer door onderhavige feiten doodsangst heeft uitgestaan voor zichzelf en zijn kinderen en aan de mishandelingen ook pijn over heeft gehouden. De rechtbank rekent dit alles de verdachte aan.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 16 maart 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf, maar ook niet tot een lagere straf.

Overige persoonlijke omstandigheden

Door de raadsman zijn diverse stukken overgelegd waaruit blijkt dat de verdachte kampt met bepaalde problematiek waarvoor hij op korte termijn in behandeling hoopt te gaan.

4.3.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 25 september 2019, omdat de verdachte toen is aangehouden. Tot aan dit vonnis is een periode van 6 jaar, 6 maanden en 21 dagen verstreken.

Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn fors is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.

4.3.4.

Oplegging straffen

Gelet op de ernst van de strafbare feiten zou normaliter een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd. Bij het bepalen van de strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Gelet op de forse overschrijding van de redelijke termijn en de door de raadsman aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte, acht de rechtbank het niet passend om de verdachte opnieuw detentie te laten ondergaan en zal in plaats daarvan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen die gelijk is aan de duur van het voorarrest, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 77 dagen. Dat betekent dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. Daarnaast acht de rechtbank het passend en geboden om een onvoorwaardelijke taakstraf op te leggen, ter hoogte van 180 uur.

5
In beslag genomen voorwerpen
5.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp, te weten een PGP-telefoon, wordt onttrokken aan het verkeer.

5.2.

Standpunt van de verdediging

Door de verdediging is geen standpunt ingenomen ten aanzien van het beslag.

5.3.

Oordeel van de rechtbank

5.3.1.

Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank beslist dat de in beslag genomen telefoon van het merk BQ Aquaris X2 wordt onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met het algemeen belang.

Deze telefoon behoort toe aan de verdachte en is tijdens het onderzoek naar de strafbare feiten aangetroffen en de telefoon kan dienen tot het plegen of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

6
Voorlopige hechtenis

De rechtbank heeft de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van 12 december 2019 geschorst tot de einduitspraak.

De rechtbank zal, gelet op de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf die zij aan de verdachte oplegt, het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte opheffen.

7
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straffen en maatregel is gebaseerd op de artikelen 36b, 36d, 47, 55, 63, 282, 285, 300, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

8
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 en 4, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straffen

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 77 dagen;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 180 uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 dagen;

In beslag genomen voorwerpen

verklaart voor de feiten 1, 2, 3 en 4 onttrokken aan het verkeer de telefoon van het merk BQ Aquaris X2;

Voorlopige hechtenis

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

9
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. M.J.C. Spoormaker, voorzitter,

en mrs. N. van Esch en H. Wielhouwer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.D. Bijl, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 15 april 2026.

Mr. H. Wielhouwer is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het doorgenummerde proces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer] (pagina’s 1 tot en met 131).

Voetnoot 2

Schriftelijke verklaring van de verdachte, overgelegd tijdens de zitting van de raadkamer gevangenhouding van 4 november 2019 en als bijlage toegevoegd aan het proces-verbaal ter terechtzitting van 17 februari 2020.

Voetnoot 3

Pagina’s 46 tot en met 51.

Voetnoot 4

Pagina’s 65 en 66.

Voetnoot 5

Proces-verbaal van de rechter-commissaris van 20 oktober 2022.

Voetnoot 6

Pagina’s 52 tot en met 57.

Voetnoot 7

Pagina 75.

Voetnoot 8

Pagina’s 61 en 62.

Voetnoot 9

Pagina’s 73 en 74.

Voetnoot 10

Pagina 91.

Voetnoot 11

Pagina’s 77 en 78.

Voetnoot 12

Pagina’s 79 tot en met 84.