2.3.
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan wederrechtelijke vrijheidsberoving, mishandeling, bedreiging en poging tot afpersing. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van de feiten is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Schriftelijk stuk (Voetnoot 2)
Ik ben naar [slachtoffer] toe gereden omdat daar nog geld lag van [naam 1] en ik dat daar zou kunnen ophalen. Ik ben op 25 september 2019 dat geld gaan halen.
2. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer] (Voetnoot 3)
Op 25 september 2019 omstreeks 18:40 uur was ik buiten bij mijn woning in Dordrecht. Ineens zag ik die oudere Rus die [naam 2] werd genoemd, die stevige Marokkaan en die blanke met dat rossige haar aankomen. Ik werd de woning ingeduwd. Die blanke man met het rossige haar heeft mij veel klappen geven. Hij sloeg mij met zijn gebalde vuisten in het gezicht. Die Rus sloeg mij af en toe ook in het gezicht. Ik begreep dat ze [naam 1] (hierna: [naam 1]) kwijt waren. Ze wilden weten waar hij was. Ze zeiden dat ik nu verantwoordelijk was voor de terugbetaling van al het geld. Ik was heel erg bang voor mezelf en voor mijn kinderen. Ze pakten ook mijn telefoon af en keken daarin. Ik heb hen de codes gegeven. Ik denk dat ze in totaal ongeveer 40 minuten binnen zijn geweest. Ze bleven maar herhalen dat ze moesten weten waar [naam 1] was. Ik kreeg voortdurend klappen. Het werd mij duidelijk gemaakt dat ik ervoor moest zorgen dat ik het geld moest regelen. Ze hadden het toen over 60.000 euro. De Marokkaan zei tegen me “maat, ze gaan je sowieso afmaken”. Ik was doodsbang.
Rond 21:00 uur stonden ze, de oudere Rus, de stevige Marokkaan en de blanke man met het rossige haar, weer voor de deur. Ik kreeg weer klappen. Die Rus zei dat we zouden gaan rijden. Ze vertelden dat we [naam 1] en het geld moesten gaan zoeken. Ik heb toen gezegd dat ik wel mee zou gaan. Ik wilde rust in huis. Ik wilde geen problemen voor de kinderen. Mijn buurman [naam 3] liep achter mij aan en zei dat hij met me mee zou gaan. [naam 3] en ik stapten in zijn bus. Die Rus, die stevige Marokkaan en die blanke met het rossige haar stapte in de Duitse BMW. We begrepen dat we naar Rotterdam moesten om [naam 1] te gaan zoeken en dat we achter die BMW aan moesten rijden. Vanuit de bus heb ik mijn vriendin geappt of gebeld. Ik heb haar gezegd dat het fout zou gaan. Ik dacht dat ik dood zou gaan en ik zei dat ze de politie moest bellen. Door de klappen die ik heb gekregen heb ik een pijnlijk en beurs gezicht.
3. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 4)
Ik, verbalisant, vroeg aan [slachtoffer] of hij gedwongen was om mee te gaan. Ik hoorde dat hij het volgende aan mij verklaarde: “ Ik voelde wel dat ik mee moest gaan door de klappen die ik kreeg”.
4. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring [slachtoffer] (Voetnoot 5)
[verdachte] gaf mij zomaar uit het niets een beuk. Ik ben een paar keer op mijn hoofd geslagen. Het was van achteren op mijn schedel. Ik had op de achterkant een flinke bult. Hij deed dat met zijn vuisten. Toen ze weer terugkwamen, waren ze nog dwingender en de toon was bozer. Ze kwamen schreeuwend binnen. [verdachte] begon gelijk te slaan. Ze zeiden: “we gaan [naam 1] zoeken en jij gaat ook mee”.
U zegt mij dat ik heb aangegeven dat ik mij bedreigd voelde en achter hen aan ben gereden. Ik reed voor hen, zij volgden ons. U vraagt mij waardoor ik mij bedreigd voelde. Ze waren in ons huis en ik wilde ze daaruit hebben. Ik reed mee omdat ik anders grote problemen zou krijgen. U vraagt mij of ik de mogelijkheid had om weg te rijden van de BMW. Nee. U vraagt mij wie er in de BMW zaten. [verdachte], de Marokkaanse jongen en de Russische man.
5. Proces-verbaal van de politie, verklaring [slachtoffer] (Voetnoot 6)
U laat mij foto’s zien. De man op foto A is de man die ik in mijn verklaring de stevige Marokkaan noem. Hij vertelde dat hij vanuit Spanje was overgevlogen om het te regelen omdat het over veel geld ging. Hij is ook degene die tegen me zei “maat, ze gaan je sowieso afmaken”. De man op foto B is de man die ik in mijn verklaring de blanke man met het rossige haar noem. Hij heeft mij die avond veel klappen gegeven.
6. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 7)
Bij het aanvullend verhoor van [slachtoffer] werden vier foto's getoond van de vermoedelijke betrokkenen bij het incident. De getoonde foto's waren van:
A: foto van verdachte [medeverdachte], geboren [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats 2] ([geboorteland]);
B: foto van verdachte [verdachte], geboren [geboortedatum 1] 1995 te [geboorteplaats 1].
7. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 8)
Op 25 september 2019 kwamen wij ter plaatse aan de [adres 2]. De meldster vertelde dat haar vriend had gezegd dat hij in de auto bij zijn buurman zat en dat zij tegen de rijrichting in moesten rijden anders zouden zij neergeschoten worden.
Omstreeks 22:00 uur stonden wij aan het begin van de Oranjestraat om deze BMW, die achter de vriend van de melder reed, op te wachten. Ik zag dat er een grijskleurige bestelbus de Oranjestraat in reed. Ik zag dat daarachter een donkerblauwe BMW reed. Ik zag dat de BMW wegreed. Ik kon een deel van het kenteken lezen De door mij gelezen kentekencombinatie was --[nummer]. Dit betrof een Duits kenteken.
Omstreeks 22:05 uur, hoorde wij dat onze collega’s achter een donkerblauwe BMW
reden. Deze BMW was voorzien van het Duitse kenteken [kenteken]. De bestuurder bleek later te zijn: [verdachte], geboren op [geboortedatum 1] 1995 te [geboorteplaats 1]. De passagier bleek later genaamd te zijn: [medeverdachte] geboren op [geboortedatum 2] 1981 te [geboorteplaats 2].
8. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 9)
Er werd een onderzoek gedaan naar de BMW voorzien van het Duitse kenteken [kenteken]. Hierbij werd een foto gemaakt van de recente bestemmingen in het navigatiesysteem.
Dit betrof onder meer het adres: ‘[adres 2]’. Dit betreft de verblijfslocatie van aangever/slachtoffer [slachtoffer].
9. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 10)
Op de camerabeelden van de BP Dubbeldam aan de [adres 3] van 25 september 2019 zag ik het volgende.
21.51.05: over de Provincialeweg, komende uit de richting van de Vissersdijk, komen twee auto's aanrijden die voorsorteren om linksaf de Noordhovelaan op te rijden
21.51.10: beide auto's slaan linksaf de Noordhovelaan op; de voorste auto betreft een grijze bus met een wat vooruitstekend front, daarachter rijdt een sportieve donkerkleurige personenauto, model stationcar
21.51.18: beide auto's rijden achterlangs de BP en zijn dan even buiten camerabeeld
21.51.26: de grijze bus, gevolgd door de donkere stationcar, rijdt langs de BP aan de zijde van de carwash
21.51.33: de grijze bus, gevolgd door de donkere stationcar, rijdt tegen de richting in over het voorterrein van de BP
21.51.45: de grijze bus, gevolgd door de donkere stationcar, rijdt de Provincialeweg op in de richting van de Vissersdijk
21.51.54: de grijze bus, gevolgd door de donkere stationcar, keert op de kruising met de Noordhovelaan en rijdt dan in de richting van de Krommedijk
De grijze bus komt wat betreft kleur en vorm overeen met de bedrijfsbus van [getuige 1]. De donkere stationcar komt wat betreft kleur en vorm overeen met de BMW voorzien van het kenteken [kenteken].
10. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 1] (Voetnoot 11)
Op 28 september 2019, omstreeks 13.50 uur, sprak ik met de [getuige 1].
Op woensdagavond 25 september 2019 was de getuige erbij toen drie mannen de woning binnendrongen. Volgens de getuige was de Rus “gek” en pakte hij een paar keer een asbak van tafel waarmee hij [slachtoffer] wilde slaan. De getuige had dat weten te voorkomen. Hij had gezien dat de Rus een keer [slachtoffer] in het gezicht had geslagen. Dat was met de hand. Tijdens het gesprek werd duidelijk dat [slachtoffer] gedwongen mee moest naar Rotterdam om [naam 1] te zoeken. Omdat [slachtoffer] doodsbang en heel nerveus was had de getuige besloten met hem mee te gaan. Hij was daarna met [slachtoffer] achter de auto van die drie mannen aangereden. Ze waren naar het BP-tankstation aan de Provincialeweg in Dordrecht gereden. De drie mannen met de auto waren achter hen aangereden.
[slachtoffer] had zijn vriendin gebeld en geappt dat hij bang was dat hij dood gemaakt zou worden en de politie gebeld moest worden. Daarna had hij doorgegeven dat ze onderweg waren naar huis en hadden ze [naam 4] [vriendin van [slachtoffer]] gezegd dat ze met de kinderen weg moest blijven omdat het niet veilig was. Toen de getuige de Oranjestraat in reed zag hij politiebusjes staan en ging de politie achter de auto met de drie mannen aan.
11. Proces-verbaal van de politie, verklaring [getuige 2] (Voetnoot 12)
Op 25 september 2019 ben ik met onze drie kinderen naar de woning van [naam 3] gelopen en daar het huis ingegaan. Ik zag dat [slachtoffer] aan kwam lopen. Ik hoorde [slachtoffer] in paniek zeggen dat de kinderen naar binnen moesten. Ik zag angst en paniek op het gezicht van [slachtoffer]. Ik zag dat de linkerkant van het gezicht van [slachtoffer] dicht was. Ik zag ook dat zijn kaak wat verdikt was.
Toen de deur open was, kwamen de drie daders weer binnen. Het waren dezelfde mannen, die eerder de avond aan de deur waren geweest. Ik ben weggegaan. Op een gegeven moment kreeg ik van [slachtoffer] een bericht dat ik de politie moest bellen. Dit was om 21:31 uur. Ik heb toen gelijk met mijn telefoon 112 gebeld en ben naar huis gefietst. Toen we de straat in fietsten, zag ik die gasten. Toen ik daar was, zag ik dat [naam 3] en [slachtoffer] in de bus van [naam 3] stapten. Op een gegeven moment belde [slachtoffer] mij ook. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen dat ze gelijk moesten komen omdat hij anders door zijn kop geschoten zou worden.
2.3.2.
Bewijsmotivering
Betrokkenheid verdachte
Gelet op de verklaring van de verdachte en de overige bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte een van de personen is die betrokken zijn geweest bij onderhavig incident.
Betrouwbaarheid verklaring aangever
De rechtbank ziet geen reden te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aangifte. Aangever heeft gedetailleerd en consistent verklaard over onderhavig incident.
Niet valt in te zien welk belang aangever zou hebben bij het afleggen van een valse verklaring, te meer nu hij zich door deze verklaring blootstelt aan strafrechtelijke vervolging. Hij verklaart immers ook belastend voor zichzelf. Dat aangever op details anders verklaart dan de [getuige 3] maakt dit niet anders, nu de verschillen in hun verklaringen met name zien op onderdelen waarmee zij zichzelf strafrechtelijk zouden kunnen belasten, maar zij hetzelfde verklaren over de gebeurtenissen op 25 september 2019.
De verklaring van aangever wordt bovendien op essentiële punten ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2], die de rechtbank eveneens betrouwbaar acht. De getuigen zijn kort na het incident en afzonderlijk van elkaar gehoord en hun verklaringen komen, als het gaat over deze essentiële punten, overeen. Ook vindt de verklaring van aangever steun in de bevindingen van de camerabeelden, onder meer als het gaat over het tegen de rijrichting inrijden. De rechtbank vindt de verklaring van aangever dan ook betrouwbaar.
Feiten die volgen uit het bewijs
Uit de uitgewerkte bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte samen met zijn twee mededaders op 25 september 2019 naar de woning van aangever is gegaan en de woning is binnengedrongen. De verdachte en zijn medeverdachten blijven lange tijd in de woning en pakken de mobiele telefoon van aangever af. De verdachte slaat met zijn medeverdachte aangever meermaals, terwijl een medeverdachte met aangever praat en hem bedreigt. Twee uur nadat de verdachte en zijn medeverdachten zijn vertrokken, komen zij terug.
Zij dringen opnieuw de woning van aangever binnen en er wordt opnieuw geweld gebruikt. Aangever moet met de auto mee om het geld en/of [naam 1] te zoeken. Aangever en zijn buurman worden vervolgens gevolgd door de verdachte en zijn twee medeverdachten in de BMW.
Dwang bij wederrechtelijke vrijheidsberoving
Door de verdediging is aangevoerd dat niet vast is komen te staan dat aangever gedwongen is om mee te gaan in de auto, mede gelet op het feit dat hij met zijn buurman in de auto meereed, hij over zijn telefoon beschikte en zij in vrijheid konden terugkeren naar de woning.
De rechtbank stelt vast dat aangever zowel vanuit de auto telefonisch tegen zijn partner, als bij verschillende gelegenheden tegenover de politie en bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat hij zich bedreigd voelde omdat de mannen in zijn huis waren en hij ze daar uit wilde hebben voor de veiligheid van zijn kinderen. Hij heeft verklaard dat hij zich gedwongen voelde met hen mee te gaan omdat hij even daarvoor door hen mishandeld was en dat hij bang dat zij hem zouden doden. Deze mate van dwang, angst en paniek bij aangever wordt ondersteund door de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2].
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de situatie waarin aangever zich bevond en zoals die ook blijkt uit de feiten zoals hiervoor weergegeven, het niet anders kan dan dat aangever zich gedwongen voelde te doen wat de mannen van hem verlangden en dus in de auto gestapt is.
De rechtbank is van oordeel dat voldoende vast is komen te staan dat de verdachte en zijn medeverdachten aangever wederrechtelijk van zijn vrijheid hebben beroofd.
Medeplegen
De rechtbank stelt op grond van de uitgewerkte bewijsmiddelen vast dat de verdachte en zijn twee medeverdachten op 25 september 2019 tot twee keer toe samen de woning van aangever zijn binnengedrongen. Zij zijn met een overtal aan mannen de woning in gegaan en zijn daar ook enige tijd gebleven, waarbij de eerste keer al geweld werd gebruikt tegen aangever en hem duidelijk werd gemaakt dat de drie mannen gekomen waren om geld te halen bij aangever. Ook werd hij daarbij met de dood bedreigd. De tweede keer zijn de verdachte en zijn twee medeverdachten opnieuw de woning binnen gegaan, waarna wederom geweld werd gebruikt en nog steeds om dat geld werd gevraagd. De verdachte en zijn twee medeverdachten reden hierbij tweemaal gezamenlijk weg in één auto.
Door dit alles is sprake van een bewuste en nauwe samenwerking tussen de drie mededaders. Elk van de medeverdachten heeft bijgedragen aan de feiten zoals deze ten laste zijn gelegd.
Naar het oordeel van de rechtbank is de verdachte als mededader in voldoende mate bij de tenlastegelegde feiten betrokken geweest, enkel al door het meermalen in een groep de woning binnendringen en door met zijn aanwezigheid bij te dragen aan de dreigende sfeer die gecreëerd werd. De verdachte heeft een significante rol in het geheel gehad en hieraan een wezenlijke bijdrage geleverd door geweld te gebruiken tegen aangever. De verdachte is mede verantwoordelijk en om deze reden kan het geheel aan feitelijkheden aan de verdachte worden toegerekend. De rechtbank vindt het tenlastegelegde medeplegen ten aanzien van alle feiten daarom bewezen.
Partiële vrijspraak
Het dossier biedt onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat aangever door de verdachte en/of zijn medeverdachten is geschopt of getrapt. De verdachte wordt daarvan aldus partieel vrijgesproken.
2.3.3.
Volledige bewezenverklaring
Bewezen is dat:
Feit 1hij op 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met anderen,
[slachtoffer] heeft mishandeld door hem meermalen (telkens) in het gezicht en/of op/tegen het hoofd te slaan en te stompen;
Feit 2hij op 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met anderen,
opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid hebben beroofd en beroofd gehouden, door:- meermalen de woning waarin die [slachtoffer] verbleef (met geweld) (tegen diens wil) binnen te dringen, en - de telefoon van die [slachtoffer] af te pakken en de codes van die telefoon op te eisen, en - die [slachtoffer] te dwingen (in een auto) met hem, verdachte, en/of zijn mededader(s)(mee) te rijden (naar Rotterdam), en - (kort) achter de auto waarin die [slachtoffer] (mee)reed te rijden;
Feit 3hij op 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,door die [slachtoffer] dreigend de woorden toe te voegen “Maat ze gaan je sowieso afmaken” en “Jullie moeten tegen de rijinrichting in rijden anders worden jullie neergeschoten” en “Je wordt door je kop geschoten”;
Feit 4hij op 25 september 2019 te Dordrechttezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van 60.000 euro of daaromtrent, althans van enig geldbedrag, dat aan die [slachtoffer] of aan een derde, te weten aan [naam 1], en/of een ander toebehoorde,- die [slachtoffer] toe te voegen: “Jij bent nu verantwoordelijk voor het geld”, en “Maat ze gaan je sowieso afmaken” en “Ik schiet je voor je kop”, en- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, (telkens) te slaan en te stompen, en- (vervolgens) die [slachtoffer] te dwingen (in een auto) mee te gaan naar die [naam 1], althans op zoek te gaan naar die [naam 1] en/of dat geld,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.