De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - in strijd met artikel 6.2 van de destijds geldende Waterwet heeft gehandeld (feit 1) en dat hij valsheid in geschrift hebben gepleegd (feit 2). De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1
hij, op of omstreeks 14 september 2022 te Rotterdam (Maasvlakte), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een stof, te weten Styreen monomeer, heeft gebracht in de Europahaven, zijnde een oppervlaktewaterlichaam, terwijl daartoe geen strekkende vergunning was verleend door de Minister als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet en/of het bestuur van het betrokken waterschap, en/of daarvoor geen vrijstelling was verleend bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, en/ of artikel 6.3 eerste tot en met derde lid van de Waterwet niet van toepassing was;
2
hij, op of omstreeks 14 september 2022 te Rotterdam (Maasvlakte), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk, een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten een ADN controlelijst, valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst, door op die controlelijst een 'X' in te vullen bij 'Ja' bij
en (vervolgens) dat document te ondertekenen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.