Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:7257

Op 16 June 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10/005147-23, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:7257. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10/005147-23
Datum uitspraak:
16 June 2026
Datum publicatie:
23 June 2026

Indicatie

De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met een ander invoeren van een grote hoeveelheid hasjiesj in Nederland. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 11 maanden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/005147-23

Datum uitspraak: 16 juni 2026

Datum zitting: 2 juni 2026

Verstek

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren in 1953 (datum onbekend) in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

ingeschreven op het adres:

[adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. H.L. Heemskerk (niet gemachtigd)

Officier van justitie: mr. P.L. van Montfoort

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor het samen met een ander invoeren van een grote hoeveelheid hasjiesj in Nederland. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op van 11 maanden.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij – samengevat – samen met een ander ruim 35 kilo hasjiesj/hennep binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

De volledige tenlastelegging houdt in dat:

hij op of omstreeks 12 december 2022,

te Rotterdam (Rotterdam The Hague Airport), althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een grote hoeveelheid hasjiesj/hennep als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten:

- ( ongeveer) 16,509 kilogram hasjiesj/hennep en/of

- ( ongeveer) 19,170 kilogram hasjiesj/hennep,

althans een hoeveelheid hasjiesj/hasj van meer dan 30 gram, zijnde hasjiesj/hennep, een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het feit.

2.2.

Oordeel van de rechtbank

2.2.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat:

hij op 12 december 2022,

te Rotterdam (Rotterdam The Hague Airport),

tezamen en in vereniging met één ander,

opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een grote hoeveelheid hasjiesj/hennep als bedoeld in artikel 11 lid 5 van de Opiumwet, te weten:

- ongeveer 16,509 kilogram hasjiesj/hennep en

- ongeveer 19,170 kilogram hasjiesj/hennep,

zijnde hasjiesj/hennep, een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II.

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1).

1. Proces-verbaal van de Douane (Voetnoot 2)Op 12 december 2022 omstreeks 15.00 uur bevonden wij ons, gekleed in uniform te Rotterdam, locatie Airportplein 60, in de aankomsthal. Wij, verbalisanten, waren bezig met het controleren van de bagage van passagiers komende vanuit Al-Hoceima, Marokko, met vluchtnummer HV5592.

Na afloop van de controle zag ik, verbalisant [persoon A] , een onbeheerde zwarte koffer staan. Ik zag dat deze koffer naast een kast stond in de buurt van de scan.

(…) Ik, verbalisant [persoon B] , ben de aankomsthal ingelopen, en zag aan het eind van de bagageband, naast een zitbank een onbeheerde grijze koffer staan.

Vervolgens hebben wij, verbalisanten, de koffers geopend en wij, verbalisanten, zagen in beide koffers ingepakte bruine pakketjes. Wij, verbalisanten [persoon B] en [persoon A] , roken een geur die ons bekend is als zijnde de geur van hasj, een middel dat staat op lijst 2 van de Opiumwet. Vervolgens heb ik, verbalisant [persoon C] , de inhoud van de koffers getest met een zogenaamde MMC test. Alle testen waren positief.

2. Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee  (Voetnoot 3)Op 13 december 2022 zijn camerabeelden van Rotterdam The Hague Airport door het onderzoeksteam in ontvangst genomen. De camerabeelden bestrijken een tijdsperiode van 12 december 2022, 14:30 uur tot 12 december 2022, 16:15 uur.

Camerabeelden van de NN-personen

NN1

NN2

Naar aanleiding van de beelden kan het volgende worden vastgesteld:

• Op de onderzochte beelden is waarneembaar dat drie onbekende personen voornoemde handbagage rolkoffers met zich voerden. NN1 had de zilver/grijze koffer bij zich en NN2 de donkere koffer.

• Uit de waargenomen onderlinge communicatie en bewegingen blijkt dat zij samen reisden.

• Alle 3 personen hadden meer dan normale aandacht voor de Douanecontrole.

• NN1 en NN2 gaven de koffers aan elkaar om erop te passen in de bagagehal.

• NN1 en NN2 ontdoen zich bewust van hun koffers waarin later de verdovende middelen worden aangetroffen.

3. Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee (Voetnoot 4)Op camerabeelden afkomstig van Rotterdam The Hague Airport was te zien dat er op 12 december 2022, omstreeks 15:04 uur, NN1 , NN2 en NN3 hun paspoort aanboden bij de inreisbalie van de Koninklijke Marechaussee, waarbij een controle middels het Border Control Station (BCS) was uitgevoerd. Aan de hand van de BCS-data konden de drie onbekende personen geïdentificeerd worden. NN1 kon geïdentificeerd worden als [medeverdachte] van [geboortedatum] 1971. NN2 kon geïdentificeerd worden als [verdachte] van 1953.

4. Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee (Voetnoot 5)Naar aanleiding van het aantreffen van een partij vermoedelijk verdovende middelen werd op 23 januari 2023 door ons forensisch onderzoek verricht aan onderstaande sporendrager:

Onderzoek sporendrager SIN AAPZ7081NL

(…) Wij verbalisanten zagen na het openen van de koffer een laag zilverfolie met daaronder bruinkleurige pakketjes. (…) Na het weghalen van het karton zagen wij tussen de bruinkleurige pakketjes, twee (2) afwijkende pakketjes. Wij zagen dat één (1) pakket een blauwkleurige ballon betrof. Wij zagen dat het tweede afwijkende pakket een roodkleurige ballon betrof.

Blauwkleurige ballon

(…) In het plastic zakje zagen wij nog een klein plastic zakje met bruinkleurig, plantaardig materiaal (vermoedelijk hasjiesj). Na het wegen van het bruinkleurig, plantaardig materiaal zagen wij dat dit 11.1 gram netto woog. Na het testen van het bruinkleurig, plantaardig materiaal zagen wij op beide testen positief resultaat voor cannabis.

Wij, verbalisanten, herkenden de geteste stof qua geur, kleur en samenstelling ambtshalve als zijnde hasjiesj.

Roodkleurige ballon

(…) In het plastic zakje zagen wij nog drie (3) kleine plastic zakjes met bruinkleurig, plantaardig materiaal (vermoedelijk hasjiesj). Na het wegen van het bruinkleurig, plantaardig materiaal zagen wij dat dit 38,0 gram netto woog. Na testen van het bruinkleurig, plantaardig materiaal zagen wij een positief resultaat voor cannabis.

Wij, verbalisanten, herkenden de geteste stof qua geur, kleur en samenstelling ambtshalve als zijnde hasjiesj.

Bruinkleurige pakketjes

Na het tellen van de bruinkleurige pakketjes zagen wij dat de sporendrager honderdeenenzestig (161) bruine pakketjes betrof. Hiervan hebben wij na overleg met Officier van Justitie, R. NAHNKOESING, vijftien (15) contramonsters genomen. Alle testten positief op cannabis.

(…) Wij, verbalisanten, hebben willekeurig een aantal van hetzelfde formaat verpakkingen bruto en netto gewogen. Hierbij hebben wij het laagste netto gewicht vermenigvuldigd met het aantal aangetroffen verpakkingen. Totaal netto gewicht: 16.470 gram.

Wij, verbalisanten, herkenden de geteste stof qua geur, kleur en samenstelling ambtshalve als zijnde hasjiesj.

Definitie hasjiesj conform de Opiumwet:

Een gebruikelijk vast mengsel van de afgescheiden hars verkregen van planten van het geslacht cannabis (hennep), met plantaardige elementen van deze planten.

Hasjiesj staat vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet.

5. Proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee  (Voetnoot 6)Naar aanleiding van het aantreffen van een partij vermoedelijk verdovende middelen werd op 24 januari 2023 door ons forensisch onderzoek verricht aan onderstaande sporendrager:

Onderzoek sporendrager SIN AAPZ7083NL

(…) Na het openen van de koffer zagen wij een zwartkleurig pakket met bruinkleurige tape eromheen gewikkeld. Nadat wij het pakket uit de koffer hadden gehaald zagen wij, verbalisanten, onder de bekleding van de koffer nog 3 kleine pakketten.

Na openen van de zwartkleurige plastic zak en 3 kleinere pakketten zagen wij dat de sporendrager tweehonderdzestig (260) bruine pakketjes betrof. Hieruit zijn vijfentwintig (25) contramonsters genomen. Alle testten positief op cannabis.

De bruine pakketjes zijn verdeeld in 3 partijen:

Partij 1: 30 stuks, met pakketjes van 99 gram per stuk

Partij 2: 110 stuks, met pakketjes van 96 gram per stuk

Partij 3: 120 stuks, met pakketjes van 47 gram per stuk

(…) Wij, verbalisanten, hebben willekeurig een aantal van hetzelfde formaat verpakkingen bruto en netto gewogen. Hierbij hebben wij het laagste netto gewicht vermenigvuldigd met het aantal aangetroffen verpakkingen.

Pakket 1: 2970 gram netto

Pakket 2: 10560 gram netto

Pakket 3: 5640 gram netto

Wij, verbalisanten, herkenden de geteste stof qua geur, kleur en samenstelling ambtshalve als zijnde hasjiesj.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

3.2.

Strafbaarheid van het feit en van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van

11 maanden, daarbij rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn.

4.2.

Oordeel van de rechtbank

4.2.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft samen met een ander een grote hoeveelheid hasjiesj vanuit Marokko – via Rotterdam The Hague Airport – binnen het grondgebied van Nederland gebracht. Door de invoer van softdrugs wordt de handel in drugs in Nederland bevorderd. De importeurs van die verdovende middelen kunnen mede verantwoordelijk worden gehouden voor de nadelige effecten die door de handel in en het gebruik van verdovende middelen worden veroorzaakt. Handel in dergelijke stoffen, en alle daarmee samenhangende handelingen zoals invoer, dient dan ook te worden bestraft.

4.2.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 12 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Overige persoonlijke omstandigheden

De rechtbank heeft bij de oplegging van de straf geen rekening kunnen houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, nu hij niet ter terechtzitting is verschenen en er niets omtrent zijn (huidige) persoonlijke omstandigheden bekend is.

4.2.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 3 oktober 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode van meer dan 2,5 jaar verstreken. Dit betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.

4.2.4.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten (met betrekking tot het aanwezig hebben van softdrugs). Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank vindt de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. Daarom wordt een gevangenisstraf van 11 maanden opgelegd.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma.

5
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

Beslissing

6
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 11 (elf) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

7
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. L. den Teuling en D. van Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 16 juni 2026.

Mr. Van Putten is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal Onderzoek [dossiernaam] .

Voetnoot 2

pagina 42 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 1] .

Voetnoot 3

pagina 54 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] (proces-verbaal bevindingen camerabeelden RTHA).

Voetnoot 4

pagina 77 e.v. van het proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] (proces-verbaal van bevindingen onderzoek aangeleverde BCS-data).

Voetnoot 5

pagina 111 e.v. van het proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen.

Voetnoot 6

pagina 119 e.v. van het proces-verbaal Onderzoek verdovende middelen.