Parketnummer: 10.630042.05
Datum uitspraak: 29 mei 2026
Beslissing van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:
[ter beschikking gestelde] (hierna: de ter beschikking gestelde),
geboren te [geboorteland] op [geboortedatum] 1977,
verblijvende in [naam instelling] te [plaatsnaam] (hierna: de instelling),
raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp.
Bij arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 september 2006 is de terbeschikkingstelling van [ter beschikking gestelde] gelast en is zijn verpleging van overheidswege (dwangverpleging) bevolen. De terbeschikkingstelling is gelast ter zake van het medeplegen van een poging tot moord. De termijn van de terbeschikkingstelling is aangevangen op 13 mei 2007, en is sindsdien al een aantal maal verlengd.
Bij beslissing van deze rechtbank van 18 april 2024 is de terbeschikkingstelling verlengd met twee jaar. Deze beslissing is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op
27 november 2025 bevestigd, nadat de verdachte opgenomen is geweest in het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC).
Procesverloop
De rechtbank heeft op 19 maart 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de terbeschikkingstelling. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.
De vordering is op de openbare terechtzitting van 15 mei 2026 behandeld. Gehoord zijn: de officier van justitie mr. J.B. Wooldrik ende ter beschikking gestelde, bijgestaan door zijn raadsman. Eveneens is gehoord, als deskundige en door middel van een video-verbinding, [naam], werkzaam bij de instelling.
Advies instelling
De instelling adviseert in het rapport dat door de instelling is opgesteld op 27 februari 2026, de terbeschikkingstelling te verlengen met twee jaren. De ter beschikking gestelde functioneert op zwakbegaafd niveau en er is sprake van persoonlijkheidsproblematiek, verslavingsproblematiek en psychotische kwetsbaarheid. Hij maakt vaak een wantrouwende indruk en spreekt dat wantrouwen ook uit. Er is sprake van beperkt ziektebesef en van onvoldoende ziekte-inzicht. De ter beschikking gestelde verblijft sinds juni 2024 op behandelafdeling De Eik. Er is al langere tijd sprake van een behandelimpasse. Hij werkt niet of nauwelijks mee aan het programma en weigert medewerking aan controles op middelengebruik. In mei 2025 is de ter beschikking gestelde zeven weken opgenomen geweest in het PBC voor een hernieuwd en aanvullend onderzoek. Er is door het PBC geadviseerd te starten met een lage dosis antipsychoticum om de achterdocht te laten afnemen en om de behandeldruk te verlagen door aanmelding voor een tbs-longcare voorziening. Bij terugkeer uit het PBC is de ter beschikking gestelde echter medicatie en controles blijven weigeren en is hij minimaal in contact met de medewerkers van de instelling. In februari 2026 is een overplaatsing naar een tbs-longcare afdeling aangevraagd om vanuit een situatie met weinig behandeldruk opnieuw naar mogelijkheden voor behandeling en/of begeleiding en/of resocialisatie te kijken. Binnen de huidige instelling worden geen mogelijkheden gezien om een traject vorm te geven richting resocialisatie. De verwachting is dat het proces nog (zeer) geruime tijd in beslag zal nemen.
Op de terechtzitting gegeven advies
De deskundige [naam] heeft haar advies toegelicht tijdens de behandeling ter terechtzitting. Zij heeft onder meer – zakelijk weergegeven – verklaard dat de ter beschikking gestelde bij de [naam kliniek] geaccepteerd is, maar dat er wel risico’s worden gezien in onder meer zijn cannabisgebruik. Om die reden heeft de [naam kliniek] voorwaarden gesteld aan de acceptatie van de ter beschikking gestelde. Die komen er onder meer op neer dat Trajectum gedurende één jaar eindverantwoordelijk blijft en dat er in dat jaar bekeken wordt hoe het verblijf verloopt. Als het goed loopt in de [naam kliniek], wordt de ter beschikking gestelde na dat jaar opgenomen en eindigt de verantwoordelijkheid van [naam instelling]. Momenteel weigert de ter beschikking gestelde de samenwerking met zijn behandelaren. Het is op dit moment niet duidelijk wanneer de ter beschikking gestelde in de Van der Hoeven kliniek geplaatst kan worden, maar er wordt naar gestreefd dit op korte termijn te laten plaatsvinden.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar.
Standpunt van de ter beschikking gestelde
De ter beschikking gestelde en de raadsman hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling, maar hebben verlenging met één jaar bepleit.
Overwegingen
Op grond van de adviezen en wat verder naar voren is gekomen op de terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat:
- er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de ter beschikking gestelde;
- de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen eist dat de termijn van de terbeschikkingstelling wordt verlengd.
Volgens vaste jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geldt als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer dan een jaar in beslag zal nemen. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Uit het advies en hetgeen is besproken op de terechtzitting is duidelijk geworden dat, gelet op de gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens en de bij de ter beschikking gestelde geconstateerde combinatie van stoornissen, het recidivegevaar bij het wegvallen van het tbs-kader onverminderd hoog is. Dit is duidelijk onderbouwd in het verlengingsadvies van de instelling.
De rechtbank laat in het midden of bij de ter beschikking gestelde sprake is van een psychotische stoornis, omdat dat het voorgaande niet anders maakt. De ter beschikking gestelde zal, zo begrijpt de rechtbank, zo snel als mogelijk worden overgeplaatst naar een longcare-afdeling. Dit kan, zo verwachten zowel het PBC als de huidige behandelaren, eraan bijdragen om uit de behandelimpasse te komen. De rechtbank heeft met instemming er kennis van genomen dat creatief wordt (door)gezocht naar mogelijkheden voor een spoedige overplaatsing. Hoe dan ook zullen nog veel stappen gezet moeten worden in de behandeling en resocialisatie van de ter beschikking gestelde en daar zijn nog zeker twee jaren voor nodig.
De totale duur van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging gaat door de verlenging een periode van vier jaar te boven. Verlenging is niettemin mogelijk, omdat de terbeschikkingstelling is opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
Beslissing
De rechtbank:
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beslissing is genomen door mr. W.A.F. Damen, voorzitter,
en W.J. de Veld en L.B. Esser, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L. Hessing, griffier,
en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 mei 2026.
De jongste rechter is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing kan het openbaar ministerie binnen veertien dagen na de uitspraak en de ter beschikking gestelde binnen veertien dagen na betekening daarvan beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.