Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:7720

Op 17 June 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-053803-26, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:7720. De plaats van zitting was Dordrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10-053803-26
Datum uitspraak:
17 June 2026
Datum publicatie:
1 July 2026

Indicatie

Veroordeling voor medeplegen van poging tot afpersing en vuurwapenbezit tot een gevangenisstraf van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-053803-26

Datum uitspraak: 17 juni 2026

Datum zitting: 3 juni 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1999 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

gedetineerd in de penitentiaire inrichting [PI] .

Advocaat van de verdachte: mr. M. Šculic

Officier van justitie: mr. M. Vollebregt

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Leeswijzer

De officier van justitie beschuldigt de verdachte er onder 1 primair van dat hij samen met anderen heeft geprobeerd om geldbedragen van een ander af te persen. Onder 1 subsidiair is dat ten laste gelegd als medeplegen van bedreiging. Onder 2 beschuldigt de officier van justitie de verdachte van vuurwapenbezit. De volledige tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1.

De beschuldiging is bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan, de bespreking van de bewijsverweren en de bewijsmiddelen staan in hoofdstuk 2.

Het feit en de verdachte zijn strafbaar. Deze beslissingen staan in hoofdstuk 3.

De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. In hoofdstuk 4 wordt uitgelegd waarom deze straf wordt opgelegd.

De benadeelde partij heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. In hoofdstuk 5 wordt deze beslissing uitgelegd.

In hoofdstuk 7 staan alle beslissingen.

1
Tenlastelegging

De volledige tenlastelegging houdt in dat:

1.

hij in of omstreeks 2 februari 2026 tot en met 20 februari 2026 te Ridderkerk tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geldbedragen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer] en/of een derde toebehoorde(n), immers is/zijn en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [slachtoffer] dreigend gezegd dat hij zijn KVK-nummer en/of ID-kaart moest geven en daarbij dreigend de woorden: "anders ben je de pineut" en/of "als je je KVK niet geeft dat moet je 400 euro aan ons betalen per half uur" en/of woorden van gelijke strekking en/of

(vervolgens) die [slachtoffer] de volgende dreigende berichten en of spraakmemo's gestuurd:

- " Hoe kan het dat die rekening nog niet open is gegaan?" en/of

- " Je probeert een spelletje met mij te spelen. Je ziet mij als een kleine jongen. Het bedrag wordt 4500 euro" en/of

- " Het geld moet betaald worden" en/of

- " Ik ga je straat mistig maken" en/of

- " ik wil vandaag voor 18:00 uur mijn geld hebben, anders ga ik actie ondernemen" en/of

- " Ik kom je zoeken" en/of

- " beter blijf je thuis" en/of

- " ik ga je zwaar mishandelen" en/of

- " Ik heb de wapens al. Ik ben met een paar man, ik ga auto's huren en je zoeken" en/of

- " ik hoop dat je verzekerd bent, want je bent de lul, ik ben geen kleine jongen om spelletjes mee te spelen" en/of

- " je deathline is vandaag, ik laat je vandaag halen" en/of

- " als ik jou vandaag niet zie, dan pak ik je huis af" en/of

- " je hebt tot 18 februari 2026 00:00 uur de tijd heeft om 4500 euro te betalen" en/of

- " Je hebt tot 03:00 de tijd om te betalen, anders ga ik naar je huis" en/of

- ( daarbij) foto's van vuurwapen(s), althans vuurwapen gelijkende voorwerpen en/of met de dreigende tekst: "je mag nog kiezen welke je wil" en/of foto's van de straat en/of huis van die [slachtoffer] en/of

- ( daarbij) beeldmateriaal van personen in een auto met bivakmutsen op en vuurwapens

(althans woorden van gelijke strekking)

en/of

- ( vervolgens) midden in de nacht (gewapend) in die [slachtoffer] zijn tuin gestaan en/of op zijn voordeur gebonkt en/of geslagen

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij in of omstreeks 20 februari 2026 te Ridderkerk, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, en/of met zware mishandeling, door midden in de nacht (gewapend) in de voortuin van die [slachtoffer] te verschijnen en/of staan en/of op zijn voordeur te slaan en/of bonken;

2.

hij op of omstreeks 20 februari 2026 te Ridderkerk een vuurwapen van in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Makarov, type PM, kaliber 9mm (9x18mm) zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad.

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor feit 1 primair en voor feit 2.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de feiten 1 primair en 1 subsidiair. De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 2 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte de feiten 1 primair en 2 heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.

De bewezenverklaring van feit 2 is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven (Voetnoot 1).

De bewezenverklaring van feit 1 primair is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Verklaring van de verdachte  (Voetnoot 2)

Ik dacht dat [slachtoffer] geld moest betalen, dat wij dat geld moesten ophalen.

2. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever (Voetnoot 3)Op 18 februari 2026 kreeg ik 3 spraakberichten van [medeverdachte 1] , via Snapchat. Ik hoorde dat hij zei: “Het geld moet betaald worden”. Ik een ander spraakbericht, hoorde ik dat hij zei : “Ik ga je straat mistig maken”. Kort daarna kreeg ik foto's van vuurwapens en daaronder stond de tekst “je mag nog kiezen welke je wil”. Hij bleef maar via Snapchat dreigementen sturen. Elke keer was het van “Ik ga je zwaar mishandelen”.

Op een gegeven moment werd ik wel bang, toen ik op 19 februari 2026 omstreeks 18:00 uur foto's van mijn straat en mijn huis binnenkreeg. Je zag precies mijn voordeur en huisnummer op de foto.

Op 20 februari 2026 om 2:15 uur kreeg ik op mijn telefoon een melding van de camera van mijn woning. Mijn camera gaat aan als er beweging is. Om 02:18 zag ik twee zwarte schimmen mijn voortuin inlopen. Ik deed toen het geluid aan van mijn camera en hoorde gebonk bij mijn voordeur. Toen ben ik gelijk 112 gaan bellen. Tijdens het bellen keek in naar de beveiligingscamera op mijn telefoon en zag dat twee personen wegrenden richting de Perkstraat.De spraakberichten stuur ik naar jullie, zodat het gebruikt kan wonden in het onderzoek. Verder stuur ik ook alles door van die de vuurwapens.

3. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 4)

Op 20 februari 2026 om 02.27 uur kreeg ik de opdracht om te gaan naar [adres 1] in Ridderkerk. De melding die wij ontvingen van de centralist van de meldkamer was dat er een bedreiging plaatsvond op het adres van meldster.

De bedreiging werd gepleegd door een aantal mensen die voor de deur stonden. Ook werd er mogelijk gedreigd met een vuurwapen. Dit werd gezien op de camera. Er werden twee personen gezien op de camera, beiden waren in het zwart gekleed en iets lijkend op een vuurwapen in de linkerhand. Er zou een witte Kia bij betrokken zijn.

Ik hoorde via het districtskanaal dat de [kenteken] een voertuig staande had. Het voertuig bleek een witte Kia te zijn.

4. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 5)Op 20 februari 2026 omstreeks 02.30 uur lieten wij ons koppelen aan de melding van een mogelijke bedreiging. Omstreeks 02.40 uur reden wij over de Burgemeester de Zeeuwstraat in Ridderkerk in de richting van de incidentlocatie.Wij zagen dat een wit voertuig onze richting op kwam. Bij het passeren van het voertuig zagen wij dat het voertuig het merk Kia betrof.Ik zag dat er drie personen op de achterbank zaten die volledig in het zwart gekleed waren. De drie personen bleken later te zijn (op volgorde van uitstappen en fouilleren):- [medeverdachte 2] ;- [medeverdachte 3] ;- [verdachte] .Ik trof de volgende goederen aan bij [medeverdachte 2] : hamer, keukenmes.Ik trof de volgende goederen aan bij [medeverdachte 3] . wapenstok type gummiknuppel.Ik fouilleerde [verdachte] ter hoogte van de voorzijde van zijn broeksband. Ik voelde een hard voorwerp en herkende de vorm als zijnde een mogelijk vuurwapen. Ik zag dat de hondengeleider een op een vuurwapen gelijkend voorwerp uit de broek van [verdachte] haalde.Ik hoorde dat de bestuurder van de taxi, [persoon A] , het volgende aan mij verklaarde:Drie personen vroegen mij een rit richting Ridderkerk. Ik heb ze daar afgezet en toen zeiden ze tegen mij dat ze even en klusje moesten doen en zo terug zouden komen. Ik heb die personen afgezet en op ze gewacht. Ze kwamen terug en toen moest ik naar het Cor Kieboomplein rijden op Rotterdam Zuid.

5. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 6)Op 21 februari 2026 overhandigde [slachtoffer] een filmpje. Dit filmpje duurde een paar seconden. Ik zag dat er in het filmpje drie screenshots voorbij kwamen met diverse vuurwapens. Bij een van de screenshots, stond rechtsboven ' [accountnaam 1] ' als accountnaam.

Verder leverde aangever ook een screenshot aan met het telefoonnummer van [accountnaam 1] . Dit

betrof het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

6. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 7)In zijn aangifte verklaarde [slachtoffer] dat hij op 18 februari 2026 omstreeks 16:30 uur, 3 spraakberichten via Snapchat had ontvangen van [medeverdachte 1] . [slachtoffer] heeft deze spraakberichten aan de politie verstrekt

De drie spraakberichten bevatten de volgende tekst:

Spraakbericht 1:

Ja, 6 uur kom ik het halen of je maakt het over. Het maakt me niet uit. Ik kom er aan, ik wil niets meer horen. Ik ben nu met paar andere boys ook. Hun weten ook precies wat wat is en hebben ook al gehoord wat de afspraken zijn niffo. Dus als jij nu dit verprutst, op mijn moeder, ik ga jou kanker straat mistig maken bro, loesoe.

Spraakbericht 2:

Broer, knoop dit in je kanker oren, ik ga jou echt mishandelen. Op mijn moeder. Ik heb echt geen zin meer om je te dreigen. Jij bent ook de enigste in die keuken, je weet toch. Spraakbericht 3:

6 uur bro, 6 uur hoor je van mij. Hoor ik niks van jou of kom je weer met tjoetja smoesjes broer, is gewoon done bro.

7. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 8)Door de bewoonster van [adres 2] in Ridderkerk zijn er beelden van de camera aan de voorkant van de woning aan de politie verstrekt. Ik zag dat er op 20/02/2026 om 02:15:30 uur een voertuig [straat] in komt gereden. Ik zie dat dit voertuig om 02:15:45 uur stopt in de straat en half geparkeerd staat op de stoep. Ik zie dat dit voertuig wit van kleur is en ik zag dat er op de portier van de bestuurder de letters "Uber" stonden afgebeeld. Ik herken het voertuig als het merk Kia van het type Niro.Ik zie dat om 02:21:08 uur drie personen van rechts in beeld komen gelopen. Alle drie volledig donker gekleed. Ik zie dat deze drie personen voorbij de woning van [huisnummer 1] links een tuin inlopen van [huisnummer 2] , de woning van aangever [slachtoffer] .Vervolgens zie ik dat de drie personen om 02:22:15 uur rechts de tuin weer uitlopen.

8. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 9)

Op 19 februari 2026 is een mobiele telefoon in beslag genomen van [medeverdachte 3] . Dit betrof een Apple iPhone met goednummer [goednummer 1] . Bij onderzoek in de telefoon zag ik dat gebruiker [accountnaam 1] , met een icoontje van een duivel, op 19 februari 2026 om 19:17:35 uur een groep creëerde. Ik zag dat de volgende gebruikers werden toegevoegd aan deze groep: - [gebruiker 1] - [gebruiker 2] - [gebruiker 3] - [gebruiker 4] - [gebruiker 5]

Ik zag dat er op 20 februari 2026 om 01:08:50 uur door het account 'gelijk werk' een filmpje werd verzonden aan het account [accountnaam 3] . Ik zag dat in het filmpje in Snapchat werd gescrolld door de lijst van vrienden. Ik zag dat bij het account van [slachtoffer] dit werd geopend.

9. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 10)

In het proces-verbaal van bevindingen [proces-verbaalnummer 1] is de telefoon onderzocht. Tijdens verder onderzoek zijn nog aanvullende bevindingen gedaan.Op basis van de bevindingen zoals omschreven in het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 1] is het aannemelijk dat [medeverdachte 3] de hoofdgebruiker was van de telefoon.Ik, verbalisant, zag dat er meerdere chatgesprekken waren gevoerd vanaf het Snapchat-account [schermnaam 1] en dat er meerdere contacten waren opgeslagen op de telefoon via het Snapchat-account [schermnaam 1] .Snapchat:Accountnaam: [accountnaam 3]Schermnaam [schermnaam 1]

Ik heb gekeken naar de gegevens van 19/02/2026 22:00 uur tot en met 20/02/2026 06:00 uur.Ik zag dat er op Snapchat een gesprek was gevoerd tussen [medeverdachte 3] en [accountnaam 1] .In het gesprek hebben [medeverdachte 3] en [accountnaam 1] het over de route die de driver gaat afleggen. Iets na 2 uur ’s nachts stuurt [accountnaam 1] “Hij heeft me vw”.

19-2-2026 20:54:30 [medeverdachte 3] Van waar komt die boy19-2-2026 20:54:35 [medeverdachte 3] Driver19-2-2026 20:54:40 [accountnaam 1] Amsterdam19-2-2026 20:55:51 [medeverdachte 3] Want in de nacht rijd niks backa naar o19-2-2026 20:57:57 [medeverdachte 3] Maar vanaf die kant backa naar dam19-2-2026 20:58:09 [medeverdachte 3] Kan je via delft19-2-2026 20:58:27 [medeverdachte 3] Ga m zo laten rijden19-2-2026 20:58:28 [accountnaam 1] Hij gaat je terug brengen hè

20-2-2026 02:07:01 [accountnaam 1] Hij heeft me vw

20-2-2026 02:08:45 [medeverdachte 3] Sayless

Ik zag dat er op Snapchat een gesprek was gevoerd tussen [medeverdachte 3] en [persoon B] . [medeverdachte 3] schrijft dat hij aan het wachten is op die driver. Als in het gesprek naar voren komt dat er weinig geld is zegt [medeverdachte 3] “Nu ga ik die boy nog harder geven” en “Nu ga ik harder graaien in z’n zak”.

10. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 11)

Door mij werd onderzoek gedaan in de telefoon van [verdachte]Op 20 februari 2026 om 02:16 uur (UTC+l) werd op de telefoon in de applicatie Google Maps, een applicatie voor navigatie, gezocht naar het volgende adres: [adres 1] . Dit betreft het adres van het slachtoffer.Op 20 februari 2026 om 01:57 uur (UTC+l) bevindt de telefoon zich op een locatie aan de Lodewijk Pincoffsweg, Rotterdam Zuid.

Ik, verbalisant, zag dat de applicatie Snapchat geïnstalleerd staat op de telefoon. Hierbij wordt er gebruik gemaakt van gebruikersaccount: [gebruiker 5] .

Op 19 februari 2026 omstreeks 19:36 uur (UTC+l) vond er een chat plaats tussen [gebruiker 5] en [gebruiker 1] . Laatst genoemd account is teruggevonden in de telefoon van verdachte [medeverdachte 1] . De volgende berichten worden onder andere in deze chat gestuurd:

[medeverdachte 1] , 19 februari 2026 vanaf 19:36 uur:- Heb al driver- Wat zeg je me- Solo gaan- Of wil je mee- En dan gaan we samen met driver maar dan in de nacht

[medeverdachte 1] , 19 februari 2026 vanaf 22:42 uur:- Yo- Zeg die driver- Hij kan je ophalen- Ze zijn al bijna bij mij

[verdachte] , op 20 februari 2026 vanaf 00:02 uur:- Ja man we laden nu die whip- Halfuurtje- We rijden nu door- Rond half 2 zijn we bij jou dan iets voor 2 bij hem

[medeverdachte 1] om 01:31 uur:- Laat die driver om de hoek wachten.

11. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 12)

In het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 2] is de telefoon met goednummer [goednummer 2] onderzocht. Tijdens verder onderzoek zijn nog aanvullende bevindingen gedaan.Betreffende de gebruikersaccounts zag ik dat er ook was ingelogd op het volgende Snapchat-account:Accountnaam: [accountnaam 2]Schermnaam: [schermnaam 2]Ik, verbalisant, heb gekeken naar de gegevens van 19/02/2026 22:00 uur tot en met 20/02/2026 06:00 uur.Ik zag dat er op Snapchat een gesprek was gevoerd tussen de Snapchat-accounts [schermnaam] en [schermnaam 2] Uit het gesprek maakte ik op dat [schermnaam] in gebruik was bij [persoon C] , de vriendin van [medeverdachte 2] , en [schermnaam 2] in gebruik was bij [medeverdachte 2] . In het gesprek houdt [medeverdachte 2] [persoon C] op de hoogte van wat er gebeurt en waar hij is, zo schrijft hij onder andere dat ze aan het wachten zijn op de driver. [persoon C] zegt meerdere malen dat [medeverdachte 2] voorzichtig moet doen en op zichzelf moet letten. Ook stuurde [persoon C] : ‘En laat die man rustig’ en ‘Niet te agressief op hem’.

Ik zag dat er een contact was geweest op Snapchat tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] .Het viel mij op dat de inhoud van dit gesprek gedeeltelijk overeenkomt met het gesprek zoals is aangetroffen in de telefoon van [medeverdachte 1] .

19-02-2026, [medeverdachte 1]YoJe moet roffa komen manAnders moet die driver 2 kantenMaar jeKan nuKomenWantJullie gaanEerder[persoon D] komt ook

die driverKomt jullie hierHalenBij mijHij brengt jullie na afloop gwn terug naar huis

19-02-2026, [medeverdachte 2]Kan je trouwens die boys voor mij baren of ze handschoenen hebben

19-02-2026, [medeverdachte 1]Jatoch K raab Scrooge hij heeft sws

12. Proces-verbaal van de politie, bevindingen (Voetnoot 13)

Ik heb onderzoek gedaan in de telefoon die werd aangetroffen in de woning van [medeverdachte 1] .Omschrijving Simkaarten: [telefoonnummer 2]Ik heb gekeken naar de gegevens van 19/02/2026 22:00 uur tot en met 20/02/2026 06:00 uur.

Ik zag dat er een gesprek is gevoerd op Snapchat tussen [medeverdachte 1] en [schermnaam 2] . Uit het proces-verbaal van bevindingen met nummer [proces-verbaalnummer 2] blijkt dat het account [schermnaam 2] vermoedelijk in gebruik is bij [medeverdachte 2] . Ik maak op uit het gesprek dat [medeverdachte 2] op de late avond van 19 februari 2026 naar [medeverdachte 1] toe is gegaan. Bovendien maak ik op dat [medeverdachte 2] samen met [persoon D] en [gebruiker 5] bij [medeverdachte 1] wordt opgehaald door een driver, ergens naartoe wordt gebracht en daarna naar huis wordt gebracht.

Ik zag dat [medeverdachte 1] op Snapchat op 20-02-2026 om 03:06 uur een bericht stuurde naar [persoon E] . De inhoud van het bericht was: ‘Als [persoon F] jou belt zeg [medeverdachte 2] en [gebruiker 5] en [persoon D] zijn opgepakt omdat zijn Spitta zijn pap moest uitbetalen Ewa die boys zijn gegaan blabla nu ik krijg geen reactie meer van geen 1 van hun.

Daarnaast zag ik een gesprek dat op Snapchat is gevoerd tussen [medeverdachte 1] en [persoon G] . Ik zag dat de inhoud van het gesprek als volgt was:20-02-2026 18:37:17 [medeverdachte 1] *Audiobericht van 9,356 seconden* “Ja, later man. Ik zit effe in gezeik man een paar dagen. Je weet toch. De guys zitten vast en ik heb dingen hier effe op te lossen man.”20-02-2026 18:57:38 [persoon G] Sooo wats gebeurdd20-02-2026 20:40:54 [medeverdachte 1] Kk veel gezeik man20-02-2026 20:41:09 [medeverdachte 1] Mannen moesten me betalen Ewa ze bellen Scowtu 20-02-2026 20:41:17 [medeverdachte 1] Ben enigste die buiten is20-02-2026 20:42:05 [persoon G] *Audiobericht van 7,173 seconden*“Ai nee man, maar ja die dingen ook niet via eigen akkie ook toch, maar ja je bent gelukkig niet gehouden of iets.”20-02-2026 20:49:59 [medeverdachte 1] *Audiobericht van 8,288 seconden*“Klopt man, maar deze mannen die zijn gewoon naar zn osso gegaan. Die man ging gewoon scotoe bellen alles.”20-02-2026 22:21:09 [persoon G] Jaaman sws free die mannen scrooge verdient et niet om te zitten joh20-02-2026 22:31:10 [medeverdachte 1] Hijs een real ass dawg20-02-2026 22:31:19 [medeverdachte 1] Dit was weer 1 van mijn trobies ook20-02-2026 22:31:24 [medeverdachte 1] Die die man aan het oplossen was met die goons20-02-2026 22:31:31 [medeverdachte 1] Want heb enkie dus kon niet na buiten

Toen ik keek tussen de afbeeldingen zag ik meerdere afbeeldingen van vuurwapens. Ik heb enkele afbeeldingen hieronder weergegeven. Ik zag dat onderstaande afbeelding is opgeslagen op de telefoon op 19 februari 2026 omstreeks 12:23 uur. Het viel mij op dat deze afbeelding overeenkomt met de foto die is afgebeeld op de telefoon op foto 1 van de fotobijlage [nummer] .

13. Proces-verbaal van de politie, verklaring van de verdachte [medeverdachte 2] (Voetnoot 14)

V: Jullie zaten met zijn drieën in de Uber en zijn naar de woning gegaan van [slachtoffer] . Zijn jullie ook alle drie uitgestapt uit de Über? A: Ja.

14. Proces-verbaal van de rechter-commissaris, verklaring van de verdachte [verdachte]  (Voetnoot 15)U zegt mij dat op camerabeelden te zien is dat er drie personen uit de auto stappen en dat er twee personen te zien zijn op de cameradeurbel van het slachtoffer en u vraagt mij of ik een van die twee personen was. Ja. Ik kwam eigenlijk verhaal halen. Twee vrienden van mij en ik hadden alle schulden afbetaald voor [slachtoffer] en hij moest ons terugbetalen.

15. Een geschrift; een kennisgeving van inbeslagneming  (Voetnoot 16)

16. Proces-verbaal van de politie, onderzoek vuurwapen (Voetnoot 17)

2.3.2.

Bewijsmotivering

De aangever heeft de politie gebeld nadat in de nacht van 19 op 20 februari 2026 bij zijn woning is aangebeld en op de deur is gebonsd door meerdere personen. Uit berichten die naar de aangever zijn gestuurd, blijkt dat die personen geld wilden hebben van de aangever.

Kort na de melding zijn de verdachte (hierna: [verdachte] ) en de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in een taxi aangetroffen. Bij alle drie de verdachten zijn wapens aangetroffen.

De verdachten hebben via social media contact met elkaar gehad en op die manier zijn er ook afspraken gemaakt over het bezoek aan de woning van de aangever. Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft contact met de verschillende verdachten onderhouden. Zo heeft [medeverdachte 1] tegen [verdachte] gezegd dat hij samen met de chauffeur naar [medeverdachte 1] kon komen omdat de anderen er ook al bijna waren. [verdachte] heeft later gestuurd dat hij en de chauffeur om half twee bij [medeverdachte 1] zouden zijn en om twee uur bij hem, de rechtbank begrijpt: bij de aangever.

[medeverdachte 1] heeft tegen [medeverdachte 3] gezegd dat de chauffeur [medeverdachte 3] later terug zou brengen. Voorts is relevant dat [medeverdachte 1] een paar minuten na twee uur ’s nachts naar [medeverdachte 3] stuurde: “Hij heeft me vw”. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij daarmee bedoelde dat de aangever hem van social media zou hebben verwijderd. In het bericht zou vw volgens de verklaring van de verdachte dus voor verwijderd staan, maar de rechtbank leidt uit het dossier af dat vw voor vuurwapen staat. Bij [verdachte] is namelijk later een vuurwapen aangetroffen.

In de telefoon van [medeverdachte 3] is een chat tussen hem en zijn vriendin aangetroffen. Als het in die chat over geld gaat, zegt [medeverdachte 3] tegen zijn vriendin dat hij die boy – de rechtbank begrijpt: de aangever – nog harder gaat geven en dat hij harder in zijn zak gaat graaien.

In een chat tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] heeft [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] laten weten dat hij al kan komen omdat ze eerder gaan. [medeverdachte 1] heeft vervolgens uitgelegd dat de chauffeur hen bij [medeverdachte 1] komt halen en dat de chauffeur hen na afloop ook weer terug naar huis zal brengen. In de telefoon van [medeverdachte 2] is ook een gesprek tussen [medeverdachte 2] en zijn vriendin aangetroffen. De vriendin van [medeverdachte 2] drukt [medeverdachte 2] meermalen op het hart om voorzichtig te doen en zij vraagt hem om niet te agressief te doen tegen die man.

Illustratief is de chat die [medeverdachte 1] met [persoon G] heeft gevoerd in de avond van 20 februari 2026. [medeverdachte 1] legt in die chat aan [persoon G] uit dat hij gezeik heeft omdat de mannen die op pad waren om zijn probleem op te lossen, vastzitten. Die mannen, waaronder [gebruiker 5] ( [verdachte] ), zijn naar het huis gegaan van de man die moest betalen aan [medeverdachte 1] en die man heeft de politie gebeld. [medeverdachte 1] legt in die chat ook uit dat hij een enkie heeft en daarom niet naar buiten kon. De rechtbank leidt daaruit af dat [medeverdachte 1] een enkelband droeg en elektronisch onder toezicht stond.

Door de verdediging is bepleit dat niet bewezen kan worden dat [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 primair ten laste gelegde poging tot afpersing omdat niet vastgesteld kan worden dat [verdachte] kennis had van de aan de aangever verzonden berichten. Daarnaast leveren de handelingen die vastgesteld kunnen worden, te weten het met een taxi naar de woning van de aangever gaan om daar vervolgens op de deur te bonken en onverrichter zake weer weg te gaan, geen afpersing op.

De rechtbank verwerpt dat verweer. Anders dan is bepleit, stelt de rechtbank op basis van de uiterlijke verschijningsvorm vast dat sprake is geweest van een gezamenlijke uitvoering door drie gewapende mannen die op verzoek van en aangestuurd door een vierde verdachte ( [medeverdachte 1] ) samen diep in de nacht met een taxi vertrekken uit de omgeving van de woning van de vierde verdachte om vervolgens bij de woning van de aangever aan te bellen en op zijn deur te bonzen. Dat daarbij is geprobeerd, zoals is geïnstrueerd door [medeverdachte 1] , om de taxi niet direct voor de woning van de aangever te laten stoppen, is tekenend voor de onderliggende bedoelingen.

Gelet op alle verschillende berichten in onderlinge samenhang bezien en afgezet tegen de aangifte en de overige omstandigheden die uit het dossier blijken, stelt de rechtbank vast dat de verdachten hebben geprobeerd om geldbedragen van de aangever af te persen.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

Feit 1 primair

hij omstreeks 18 februari 2026 tot en met 20 februari 2026 te Ridderkerk tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van geldbedragendie aan die [slachtoffer] toebehoorde(n), immers is/zijn en/of heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s):die [slachtoffer] de volgende dreigende berichten en of spraakmemo's gestuurd:- "Het geld moet betaald worden" en/of- "Ik ga je straat mistig maken" en/of- "ik wil vandaag voor 18:00 uur mijn geld hebben, anders ga ik actie ondernemen" en/of- "ik ga je zwaar mishandelen" en/of- (daarbij) foto's van vuurwapen(s), althans vuurwapen gelijkende voorwerpen en met de dreigende tekst: "je mag nog kiezen welke je wil" en foto's van de straat en/of huis van die [slachtoffer] en/of(althans woorden van gelijke strekking)en/of- (vervolgens) midden in de nacht (gewapend) in die [slachtoffer] zijn tuin gestaan en op zijn voordeur gebonkt terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Feit 2

hij op 20 februari 2026 te Ridderkerk een vuurwapen van in de zin van artikel 1, onder 3, gelet op artikel 2 lid 1, categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool, van het merk Makarov, type PM, kaliber 9mm (9x18mm) zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1 primair

medeplegen van poging tot afpersing;

Feit 2

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor de feiten 1 primair en 2 worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 maanden met aftrek, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.

4.2.

Standpunt van de verdediging

Een straf gelijk aan het voorarrest is passend. Dat kan aangevuld worden met een forse voorwaardelijke straf waar de bijzondere voorwaarden uit het advies van de reclassering aan gekoppeld kunnen worden. Daarnaast kan een werkstraf worden opgelegd.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten.Hij heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing van geldbedragen. Uit de berichten volgt dat er is gedreigd om geweld te gebruiken en dat enkele verdachten kennelijk ook bereid waren om geweld te gebruiken als zij de aangever thuis hadden aangetroffen.Afpersing is een ernstig feit, omdat geweld tegen een persoon een inbreuk maakt op diens lichamelijke integriteit. Tevens hebben de verdachten een inbreuk willen maken op de eigendomsrechten van een ander door geld te eisen. Dit soort feiten is in het algemeen zeer bedreigend en versterkt de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. In het bijzonder kan de aanwezigheid van de verdachten die in de nachtelijke uren luid op de deur van de woning van de aangever hebben gebonsd ook overlast en angstgevoelens hebben veroorzaakt.

Daarnaast heeft de verdachte op de openbare weg een vuurwapen voorhanden gehad. Het wapen is in zijn onderbroek aangetroffen. Het ongecontroleerde bezit van een vuurwapen vormt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen en heeft een enorme maatschappelijke impact. Het voorhanden hebben van vuurwapens leidt maar al te vaak ook tot het gebruik daarvan, met alle gevolgen van dien.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 24 april 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Rapport van de reclassering

In het rapport van Reclassering Nederland van 21 mei 2026 staat het volgende.

Bij een veroordeling bestaat er een zorgelijk beeld over de sociale contacten en de houding van de verdachte. Er zijn aanwijzingen voor problemen ten aanzien van zijn psychosociaal functioneren. Uit verdiepingsonderzoek blijkt dat er begeleiding bij praktische zaken en psychologische ondersteuning wordt geadviseerd.

De verdachte had na drie jaar instabiliteit een plek in begeleid wonen en er bestond een mogelijkheid om door te stromen naar een zelfstandige woning, maar die plek is hij door zijn detentie kwijtgeraakt. De verdachte heeft schulden en hij had de afgelopen tijd geen dagbesteding. Hij heeft leefde van een uitkering. De verdachte blowt sinds enkele jaren dagelijks cannabis en beschouwt dit niet als een probleem. Naast deze problemen zijn er geen beschermende factoren vastgesteld. De verdachte heeft wel goed contact met zijn familie, maar de sociale steun vanuit hen is beperkt. De verdachte lijkt wel

positieve levensdoelen na te streven, maar hij lijkt hierin de afgelopen tijd te worden belemmerd door psychische klachten.

De verdachte is aangemeld voor een nieuwe begeleide woonplek bij Stichting Care & Coaching. Door intensieve begeleiding kan gewerkt worden aan meer weerbaarheid in sociale contacten en het voorkomen van ondoordachte, impulsieve beslissingen.

4.3.3.

Oplegging straf

Straf

Gelet op de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen; zij vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Voor dit misdrijf zijn zowel de oriëntatiepunten voor een woningoverval als de oriëntatiepunten voor straatroof niet één-op-één passend. De rechtbank houdt rekening met de omstandigheden van dit geval, waarbij van belang is dat de medeverdachten in het donker gekleed en in het midden van de nacht naar de woning van de aangever toe zijn gegaan, terwijl dat bezoek eerder ook is aangekondigd.

Daarnaast heeft de verdachte een pistool voorhanden gehad. In het voordeel van de verdachte wordt afgeweken van het oriëntatiepunt ten aanzien van dat wapen omdat het wapen niet direct gebruiksklaar was. Uit het dossier blijkt dat de slagpen van het vuurwapen opnieuw gemonteerd moest worden om proefschoten mogelijk te maken. Daarnaast zat er een knalpatroon in het wapen. Specifiek voor het wapen wordt een gevangenisstraf van zes maanden opgelegd. Totaal wordt een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd.

Die gevangenisstraf wordt mede gelet op het advies van de reclassering gedeeltelijk voorwaardelijk opgelegd. Van deze gevangenisstraf worden 6 maanden voorwaardelijk opgelegd. De voorwaardelijke straf heeft als doel te voorkomen dat de verdachte in de toekomst opnieuw een strafbaar feit pleegt.

De rechtbank verbindt aan de voorwaardelijke straf de bijzondere voorwaarden die de reclassering heeft geadviseerd. De bijzondere voorwaarden zijn noodzakelijk om de kans op herhaling van het plegen van nieuwe strafbare feiten te verkleinen.De bijzondere voorwaarden zijn in het dictum omschreven. De verdachte heeft zich bereid verklaard tot medewerking aan deze voorwaarden.

5
Vordering van de benadeelde partij
5.1.

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij € 70.000,- als vergoeding voor immateriële schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

5.2.

Standpunt van de officier van justitie

De benadeelde partij kan niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering, omdat het slachtoffer meerderjarig is en een schriftelijke machtiging bij de vordering ontbreekt.

5.3.

Standpunt van de verdediging

De benadeelde partij moet niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering. Primair omdat vrijspraak is bepleit, maar ook omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en omdat de machtiging ontbreekt.

5.4.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. Het standaardformulier Verzoek tot Schadevergoeding lijkt te zijn ingevuld door de moeder van de benadeelde partij, terwijl de benadeelde partij zelf meerderjarig is. Er is geen schriftelijke machtiging bij het verzoek tot schadevergoeding gevoegd. Daar komt bij dat het formulier in het geheel niet is ondertekend. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De rechtbank veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten die de verdachte heeft gemaakt bij de verdediging van de vordering, omdat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

6
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 47 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

7
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1 primair en 2, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Gevangenisstraf

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

Voorwaardelijk strafdeel

bepaalt dat 6 (zes) maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat:

- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;

stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1. de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met de verdachte opnemen voor de eerste afspraak;

2. de verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door de forensische psychiatrische polikliniek van Inforsa of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en er kan tijdens de behandeling aanvullende diagnostiek worden uitgevoerd;

3. de verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in begeleid wonen van [woongroep] of een soortgelijke instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;

4. de verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met:

[benadeelde partij] , geboren op [geboortedatum 2] 2005;

[medeverdachte 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2008;

[medeverdachte 3] , geboren op [geboortedatum 4] 2002;

[medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum 5] 2003;

5. dat de verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan het aflossen van zijn schulden, zolang de reclassering dat nodig vindt, ook als dit inhoudt het treffen van afbetalingsregelingen of het meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wnsp). De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;

geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden genoemd onder 1, 2, 3, 4 en 5 en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:

meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

Vordering benadeelde partij

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 1 primair);

veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij] in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op nihil.

8
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P. Joele, voorzitter,

en mrs. N.M. Ketelaar en J. Langeveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. I. van Wuijckhuijse, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 17 juni 2026.

Mr. Van Wuijckhuijse is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt – tenzij anders vermeld – gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal van zaak [zaaknaam] .

Voetnoot 2

Verklaard tijdens de zitting van 3 juni 2026.

Voetnoot 3

Pagina’s 10-18.

Voetnoot 4

Pagina’s 46-55.

Voetnoot 5

Pagina’s 56-72.

Voetnoot 6

Pagina’s 19-28, proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] .

Voetnoot 7

Pagina’s 39-40.

Voetnoot 8

Pagina’s 44-45.

Voetnoot 9

Pagina’s 112-117, proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 1]

Voetnoot 10

Pagina’s 118-122.

Voetnoot 11

Pagina’s 123-125.

Voetnoot 12

Pagina’s 104-111.

Voetnoot 13

Pagina’s 139-154.

Voetnoot 14

Pagina’s 162-168.

Voetnoot 15

Proces-verbaal van de rechter-commissaris van 26 februari 2026.

Voetnoot 16

Registratienummer [proces-verbaalnummer 4] .

Voetnoot 17

Pagina’s 73-74-154.