Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:7879

Op 24 June 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10-099382-23, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:7879. De plaats van zitting was Rotterdam.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10-099382-23
Datum uitspraak:
24 June 2026
Datum publicatie:
6 July 2026

Indicatie

De verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen een persoon, samen met anderen gepleegd. De redelijke termijn is overschreden. De rechtbank legt een taakstraf van 80 uur op, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10-099382-23

Datum uitspraak: 24 juni 2026

Datum zitting: 10 juni 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1963 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

Advocaat van de verdachte: mr. J.P. Bakker

Officieren van justitie: mrs. L.H. de Jong en J.B. Wooldrik

Benadeelde partij: [benadeelde partij]

Advocaten van de benadeelde partij: mrs. A.R. Hamers en R.V. Hamers, waarnemend voor mr. F.J.M. Hamers

Kern van het vonnis

De verdachte wordt veroordeeld voor openlijke geweldpleging tegen een persoon, samen met anderen gepleegd. De redelijke termijn is overschreden. De rechtbank legt een taakstraf van 80 uur op, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij wordt grotendeels toegewezen.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich - samengevat - te Rotterdam samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een persoon op 23 december 2022.

De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:

hij op of omstreeks 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café 1] en/of op/aan de Witte de Withstraat, in elk geval op een voor het publiek toegankelijke plaats en/of op of aan de openbare weg, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande dat in vereniging gepleegde geweld uit:

- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of

- het meermalen schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of

- het naar de grond toebrengen van voornoemde [slachtoffer] en/of (vervolgens) het meermalen schoppen en/of slaan op/tegen het hoofd en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag en/of

- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het schoppen op/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en/of het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of

- het trekken aan en/of duwen van voornoemde [slachtoffer] .

2
Bewijs
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor het feit. Het standpunt van de verdediging zal, voor zover van belang, bij de beoordeling van het bewijs worden besproken.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring

Bewezen is dat:

hij op 23 december 2022 te Rotterdam openlijk, te weten, in [café 1] en op de Witte de Withstraat, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer] bestaande uit:

- het meermalen slaan in/op/tegen het gezicht en het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en

- het schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en

- het (bij de nek) vastpakken van voornoemde [slachtoffer] en (daarbij) het meermalen slaan op/tegen de rug en het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en

- het trekken aan en duwen van voornoemde [slachtoffer] .

2.3.2.

Bewijsmiddelen

De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.

1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [aangever] (Voetnoot 2)

Ik doe aangifte van openlijke geweldpleging. Ik bevond mij op 23 december 2022, omstreeks 01.30 uur in [café 1] . Dit café bevindt zich aan de Witte de Withstraat in Rotterdam. Voor ik het wist werd ik besprongen door de man die tegenover mij stond. Dit bestond uit meerdere stoten met een gebalde vuist. Ik weet niet meer met welke hand hij sloeg. Het gebeurde allemaal heel snel. Ik voelde hierop een heftige pijn in mijn gezicht. Het laatste wat ik mij kan herinneren is dat ik naar links viel op de grond. Toen had ik niet meer door wat er allemaal gebeurde.

Ik ben op een of andere manier buiten gekomen, ik weet niet meer hoe. Er staat mij

vaag iets bij dat iemand mij optilde. Toen ik buiten was ging het verder. Het enige

wat ik me kan herinneren is dat mijn handen onder het bloed zaten van mijn gezicht.

Toen zag ik één van die mannen op mij afkomen. Dit weet even niet meer welke man dit was. Hierop weet ik niet meer wat er gebeurde. Ik vermoed door de klappen

op mijn hoofd.

2. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 3)Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.

Foto 5: [bestandsnaam 1]

Ik zag dat het slachtoffer met zijn rug richting de muur stond en voor de rest omsingeld was door verdachte 1, 3, 4 en 5. Ik zag dat het slachtoffer een stap naar links zette in de richting van de uitgang. Ik zag dat verdachte 1 een stap naar rechts zette waardoor hij de weg voor het slachtoffer blokkeerde. Ik zag dat het slachtoffer op minuut 51 :13 een korte voorwaartse beweging met zijn hoofd maakte in de richting van de verdachte 1.

Ik zag dat de verdachte (blauw omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm omhoog bracht, van zijn rechterhand een gebalde vuist maakte en hiermee een snelle beweging maakte richting het gezicht van het slachtoffer. Ik zag dat deze vuist tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.(…) Ik zag dat man 4, die links naast verdachte 1 stond direct hierop een klap gaf aan het slachtoffer door met zijn rechter gebalde vuist een beweging richting het hoofd van het slachtoffer te maken. Ik zag dat deze beweging tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.

Ik zag dat man 2 (geel omcirkeld) richting het gevecht liep en erbij ging staan naast man 5 (groen omcirkeld).

Foto 6: [bestandsnaam 1]

Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), die rechts naast de verdachte stond, direct na de klap van verdachte 4 (roze omcirkeld) met zijn rechter gebalde vuist richting de linkerkant van het gezicht van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat deze vuist het gezicht raakte.

Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) hierna zijn rechtervuist omhooghaalde en snel bewoog richting het slachtoffer.(…). Ik zag dat verdachte 5 meerdere malen vuist snel bewoog richting het gezicht van het slachtoffer.

Foto 7: [bestandsnaam 1]

Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) zijn armen om de nek van het slachtoffer legde. Ik zag dat verdachte 2 een springende beweging maakte en zijn lichaam legde op de rug van het slachtoffer. Ik zag dat de verdachten en het slachtoffer hierdoor naar de grond bewogen.

Foto 9: [bestandsnaam 1]

Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) weer omhoogkwam. Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) het slachtoffer (rood omcirkeld) bij zijn nek vast pakte met zijn arm en richting de rechterzijde van het café trok. Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), terwijl het slachtoffer omhoogkwam, een hoge trap gaf richting het lichaam van het slachtoffer.

Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) nog vijf maal met beide gebalde vuisten klappen gaf tegen de rug van het slachtoffer. Ik zag dat deze klappen raak waren door dat het slachtoffer (rood omcirkeld) en verdachte 2 (geel omcirkeld) op deze momenten kort heen en weer bewogen.

Foto 11: [bestandsnaam 1]

Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) aan de rechterzijde van het beeld stil stond. Ik zag dat het slachtoffer achter verdachte 7 (wit omcirkeld) en verdachte 5 (groen omcirkeld) stond. Ik zag dat verdachte 5, verdachte 7 opzij duwde en zijn rechterarm met een snelle beweging richting de borst van het slachtoffer bewoog.

Foto 12: [bestandsnaam 1]

Ik zag dat verdachte 7 (wit omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm optilde en met een gebalde vuist richting het gezicht van het slachtoffer bewoog.

Foto 13: [bestandsnaam 1]

Ik zag dat verdachte 6 (donkerblauw omcirkeld) zich vanaf het midden van het café zich tussen de mensen door beweegt in één directe lijn richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 zijn rechtervuist balde en boven zich hield ter hoogte van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 deze vuist vier maal met een snelle beweging richting het slachtoffer bewoog.

Ik zag dat verdachte 2 tussen de mensen doorliep richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 2 het slachtoffer naar de uitgang sleepte.

Foto 14: [bestandsnaam 2]

Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) op minuut 52:44 door verdachte 2 (geel omcirkeld) uit [café 1] werd gesleept.

Foto 19: [bestandsnaam 2]

Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) richting het slachtoffer (rood omcirkeld) liep terwijl man 1 (paars omcirkeld) hem wegduwde. Ik zag dat verdachte 5 op minuut 56:13 één trappende beweging maakte met zijn linkerbeen richting het slachtoffer

3. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 4)

Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik heb de beelden bekeken en zag het volgende.

Foto 1: [bestandsnaam 2]

Ik zag dat verdachte 6 op minuut 28:00 [café 1] binnen ging. Verdachte 6 is ter verduidelijking donkerblauw omcirkeld.

Foto 3: [bestandsnaam 2]

Ik zag dat verdachte 6 tussen de mensen door richting de rechterzijde van het café liep. Ik zag dat verdachte 6 ter hoogte van het midden van het café stil ging staan bij de overige verdachten.

Foto 4: [bestandsnaam 2]

Ik zag dat verdachte 6 keek in de richting van verdachte 1 . Ik zag dat verdachte 1 een kopstoot beweging in de lucht maakte. Ik zag dat verdachte 6 direct hierna zijn gezicht naar rechts draaide richting het slachtoffer. Ik zag dat het slachtoffer meerdere keren door de andere verdachten werd geslagen. Ik zag dat het slachtoffer hierdoor naar achteren viel. Ik zag dat verdachte 6 zijn rechterarm naar achteren strekte en zijn rechterhand in een vuist balde. Ik zag dat verdachte 6 op deze wijze richting het slachtoffer liep. Ik zag dat de arm van verdachte 6 een aantal keren met handen van een voor mij onbekend persoon werd tegengehouden. Ik zag dat de vuist van verdachte 6 op minuut 52:19 uur niet werd tegengehouden. Ik zag dat verdachte 6 viermaal een slaande beweging maakte richting het slachtoffer.

Foto 5: [bestandsnaam 2]

Ik zag dat verdachte 6 en de overige verdachten voor de ingang van [café 1] bleven staan terwijl het slachtoffer naar de overkant was gelopen.

Foto 6: [bestandsnaam 2]

Ik zag dat ondertussen het gevecht boven in beeld weer begon. Ik zag dat verdachte 6 op minuut 56:32 richting het gevecht liep. Het gevecht was ondertussen uit beeld. Ik zag

dat verdachte 6 op minuut 56:40 bovenin bij het gevecht uit beeld liep.

Foto 7: [bestandsnaam 3]

Ik zag dat verdachte 6 op minuut 57:37 in beeld liep. Ik zag dat het slachtoffer al op de grond lag. Ik zag dat verdachte 6 richting het slachtoffer liep.

4. Proces-verbaal van politie (Voetnoot 5)

Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.

Foto 9: [bestandsnaam 2]

Ik zag dat het gevecht verplaatste richting de straat waardoor het grotendeels uit beeld verdween. Ik zag dat verdachte 7 meeliep richting waar het gevecht plaatsvond.

Foto 10: [bestandsnaam 3]

Ik zag dat het slachtoffer direct op minuut 57:25 op de grond viel en op de grond bleef liggen.

Foto 11: [bestandsnaam 3]

Enkele seconden later zag ik dat verdachte 7 rechts in beeld liep op de stoep richting de linkerzijde van het beeld voor [café 2] uit de richting komend van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 7 heen en weer liep voor [café 2] . Ik zag dat verdachte 7 naar zijn linker knokkels keek ik zag dat er roodkleurige plekken op zijn linkerknokkels zaten. Ik zag dat er ook roodkleurige plekken op zijn rechter knokkels zaten.

5. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 6)

Ik deed onderzoek naar een openlijke geweldpleging die plaatsvond op 23 december 2022 in uitgaansgelegenheid ' [café 1] ' aan de Witte de Witstraat te Rotterdam.

In het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden onder [proces-verbaalnummer 1] zijn de

verdachten met nummer genoemd en weergegeven in een bepaalde kleur cirkel. Ik

vergeleek de verschillende verdachten met de foto's van de in dit proces-verbaal

genoemde verdachten en concludeerde daarbij het volgende:

In proces-verbaal van bevindingen: uitkijken camerabeelden, werd verdachte (6)

weergegeven in een donker blauwe cirkel. Ik zag dat de persoon beschreven als verdachte (6) bleek te zijn: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1963.

6. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte (Voetnoot 7)

V: Waar was jij op vrijdag 23 december 2022 omstreeks 02:00 uur?

A: In de Witte de Withstraat, in [café 1] .

V: Wat gebeurde er toen?

A: Er was een enorm rumoer er was een knokpartij aan de gang. Toen [medeverdachte 1] naar mij toe draaide met zijn gezicht, zag ik dat hij een hele bebloede neus had. En daar ben ik op aangeslagen. Toen ging bij mij even het lichtje uit. Toen ben ik erin gedoken en heb ik ook geslagen.

V: Hoe vaak heb je geslagen?

A: Dat weet ik niet meer.

V: Is dat één keer geweest?

A: Nee zeker niet.

V: Wie is de persoon in de donkerblauwe cirkel?

A: Dat ben ikzelf.

2.3.3.

Bewijsmotivering

De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde op de zitting het volgende af. Op 23 december 2022 is de verdachte samen met zes medeverdachten op de Witte de Withstraat in Rotterdam. Op straat ontstaat ter hoogte van [café 3] een woordenwisseling tussen de verdachten en, naar achteraf blijkt, het slachtoffer [slachtoffer] . Dit leidt tot een confrontatie tussen het slachtoffer en verdachte 1. Beide partijen vervolgen daarna hun eigen weg. Later op de avond besluiten de verdachten [café 1] te bezoeken. In dat café was ook het slachtoffer aanwezig. Uit het dossier kan worden afgeleid dat in [café 1] meerdere geweldshandelingen hebben plaatsgevonden tegen het slachtoffer, waarbij de verdachten betrokken zijn geweest. In totaal vinden er drie momenten van geweld plaats, vrij kort achter elkaar. De eerste twee incidenten vinden plaats in [café 1] en het derde incident buiten op straat voor [café 1] .

Het eerste incident ontstaat nadat verdachte 1 wederom oog in oog komt te staan met het slachtoffer. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 1 naar het slachtoffer toe loopt, waarna het slachtoffer een stap opzij probeert te zetten. Vervolgens is te zien dat de verdachte 1 de weg van het slachtoffer blokkeert door eveneens een stap opzij te zetten, waardoor het slachtoffer geen kant op kan. Het slachtoffer maakt vervolgens een voorwaartse kopstootbeweging in de richting van verdachte 1, waarna verdachte 1 het slachtoffer meerdere klappen geeft. Vervolgens ontstaat er een gevecht, waarbij meerdere personen, waaronder het slachtoffer, op de grond vallen en het slachtoffer geslagen wordt door verdachte 1 en verdachte 5. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 op het gevecht af loopt, zijn armen om de nek van het slachtoffer slaat en hem vervolgens meetrekt richting de uitgang van het café. Terwijl verdachte 2 het slachtoffer omhoog trekt, schopt en slaat verdachte 5 het slachtoffer. De verdachte verlaat daarna het café. Daarna is het korte tijd rustig in het café.

Het tweede incident ontstaat nadat verdachte 1 de kopstootbeweging nadoet voor een aantal van de andere verdachten, zoals blijkt uit de camerabeelden en uit zijn eigen verklaring. Dit leidt ertoe dat verdachte 5, verdachte 7 en verdachte 6 zich richting het slachtoffer bewegen, waarna zij hem alle drie slaan. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 het café weer binnen komt, zijn arm om de nek van het slachtoffer slaat en hem wederom richting de uitgang van het café trekt. Uiteindelijk trekt verdachte 2 het slachtoffer naar buiten en geeft hem nog een duw in zijn rug weg van het café.

Het derde incident ontstaat buiten nadat het slachtoffer even weg is geweest en weer terugloopt richting het café. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 5 naar het slachtoffer rent en een trappende beweging naar hem maakt. Als het slachtoffer dan wegloopt van het café, lopen alle verdachten, behalve verdachte 4, richting het slachtoffer. Uit de combinatie van de camerabeelden en de verklaring van de getuige [getuige] blijkt in elk geval dat leden van de onderhavige groep (de verdachten 1, 2, 5 en 7) erbij staan als tegen het slachtoffer geweld wordt gepleegd. Dit geweld stopt als het slachtoffer op de grond valt en blijft liggen. Nadat het slachtoffer op de grond is gevallen is te zien dat ook verdachte 6 erbij staat. Op basis van de camerabeelden buiten het café stelt de rechtbank vast dat verdachte 7 ook betrokken is geweest bij het derde incident. Op de camerabeelden is namelijk te zien dat verdachte 7, vrijwel direct nadat het slachtoffer op de grond is gevallen en het geweld richting hem is geëindigd, naar zijn linkerhand kijkt en roodkleurige plekken heeft op zijn linker- en rechterknokkels. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte 7 tijdens het derde incident het slachtoffer met kracht heeft geslagen.

Als gezegd is de verdachte verdachte 6. Hij heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij het tweede incident. Hij heeft verklaard dat bij hem “het licht uitging” en hij “erin is gedoken en heeft geslagen”. De verdediging heeft niet betwist dat de verdachte viermaal in de richting van het slachtoffer heeft geslagen tijdens het tweede incident. De verdediging heeft aangevoerd dat het opzet van de verdachte op de openlijke geweldpleging ontbreekt, nu geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten. Volgens de verdediging handelde de verdachte in een hevige en impulsieve emotie en was hij niet op de hoogte van de overige incidenten.

De rechtbank oordeelt als volgt. Wie deel uit maakt van een groep en een significante of wezenlijke bijdrage levert aan openlijk geweld, is strafrechtelijk aansprakelijk in de zin van artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor al het geweld dat door leden van die groep wordt uitgeoefend. Daarbij is niet vereist dat de verdachte opzet heeft op dan wel weet heeft van elke geweldshandeling die door elk van de leden van de groep wordt uitgeoefend (HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:132). De deelname aan de groep en daarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 141, eerste lid, Sr eindigt op het moment dat geen van de deelnemers meer geweld gebruikt. Gaan andere deelnemers dan de verdachte door met het gebruiken van geweld eindigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte pas als hij zich intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrekt.

In deze zaak heeft de verdachte deel uitgemaakt van een groep en een significante bijdrage geleverd aan openlijk geweld door het slachtoffer viermaal te slaan tijdens het tweede incident. Op het moment dat de verdachte naar het slachtoffer liep en hem sloeg, was er al een gevecht gaande, waarbij het slachtoffer al door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] geslagen werd. Uit deze gedragingen blijkt dat de verdachte bewust een bijdrage leverde aan het geweld van zijn medeverdachten tegen het slachtoffer en er dus sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Hij heeft zich gedurende de incidenten waarop het opsporingsonderzoek en de tenlastelegging zien niet intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrokken. Ook bij het derde incident is duidelijk dat hij nog deel uitmaakt van de groep, waar hij samen met de anderen daar naartoe loopt en gezien wordt dat hij bij het slachtoffer staat als deze op de grond ligt. Daardoor is hij strafrechtelijk aansprakelijk voor het openlijke geweld gedurende elk van de incidenten. Dat hij de overige geweldshandelingen niet zou hebben gezien maakt dit niet anders. Aldus acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.

Voor zover de overige verweren van de verdediging niet zijn weerlegd in de hierboven opgenomen bewijsmotivering, volgt de weerlegging daarvan uit de gebezigde bewijsmiddelen.

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen een persoon.

3.2.

Strafbaarheid van het feit van de verdachte

Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet worden veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair verzocht toepassing te geven aan artikel 9a Sr en aan de verdachte geen straf of maatregel op te leggen. Subsidiair wordt verzocht aan de verdachte een geheel voorwaardelijke geldboete op te leggen.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van het feit

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen het slachtoffer [slachtoffer] . Tijdens een avond uit ontstond een confrontatie tussen de verdachte en de medeverdachten enerzijds en het slachtoffer anderzijds. Naar aanleiding van deze confrontatie is het slachtoffer door de groep van verdachten meerdere keren aangevallen, vastgepakt, geslagen, geschopt en geduwd. De verdachte heeft vier keer doelbewust het slachtoffer geslagen. Hiermee heeft de verdachte een ontoelaatbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en gezondheid van het slachtoffer [slachtoffer] . Als gevolg van het geweld heeft [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding, een gebroken enkel en meerdere breuken in het gezicht. Uit de door het slachtoffer ingediende vordering tot schadevergoeding blijkt dat hij tot op heden, te weten drie en een half jaar na het strafbare feit, niet volledig is genezen en nog altijd de psychische en lichamelijke gevolgen van het gebeuren ondervindt.

Daarnaast heeft de verdachte met zijn handelen de openbare orde verstoord. Dergelijk (uitgaans)geweld zorgt, zeker in een druk en vol café waarbij meerdere bezoekers getuigen waren van het geweld, doorgaans voor maatschappelijke onrust en algemene gevoelens van onveiligheid.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 1 mei 2026 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor strafbare feiten. Het strafblad van de verdachte leidt dus niet tot een hogere straf.

Rapport van de reclassering

Reclassering Nederland heeft op 28 maart 2025 over de verdachte gerapporteerd. In het rapport staat onder meer het volgende. De leefgebieden van de verdachte zijn volgens de reclassering stabiel. Er lijkt geen sprake te zijn van middelengebruik, psychische- en agressieproblematiek. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag.

De reclassering adviseert bij een veroordeling een straf zonder bijzondere voorwaarden.

De reclassering vindt interventies of toezicht niet nodig.

Overige persoonlijke omstandigheden

De verdachte heeft excuses willen aanbieden aan het slachtoffer, maar heeft dit naar eigen zeggen niet kunnen doen omdat het slachtoffer daar niet voor open stond. Hij staat nog steeds open voor een gesprek met het slachtoffer. De verdachte werkt in een metaalrecyclingbedrijf en maakt samen met zijn twee zoons deel uit van de directie. Deze strafzaak heeft veel impact op zijn werk- en privéleven gehad.

4.3.3.

Redelijke termijn

De verdachte moet binnen een redelijke termijn worden berecht. De redelijke termijn is in dit geval gestart op 27 maart 2023, omdat de verdachte toen in verzekering is gesteld. Tot aan dit vonnis is een periode ongeveer drie jaar en drie maanden verstreken. Omdat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden, is de redelijke termijn in deze zaak twee jaar. Dat betekent dat de redelijke termijn is geschonden. Daarom heeft dit gevolgen voor de op te leggen straf.

4.3.4.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van het strafbare feit, de rol die de verdachte daarin gespeeld heeft als hierboven onder 4.3.1 is beschreven en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte is een taakstraf passend. Bij het bepalen van de duur van de taakstraf houdt de rechtbank ook rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Deze oriëntatiepunten zijn binnen de rechtspraak ontwikkeld om in vergelijkbare zaken zoveel mogelijk gelijk te straffen en vormen een vertrekpunt bij het bepalen van de straf. Daarnaast houdt de rechtbank - in strafmatigende zin - rekening met de overschrijding van de redelijke termijn. Daarom wordt een taakstraf van 80 uur opgelegd, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank zal dus niet, zoals de verdediging heeft bepleit, toepassing geven aan artikel 9a Sr of een geheel voorwaardelijke geldboete opleggen. Dat zou onvoldoende recht doen aan de ernst van het gepleegde feit en de rol van de verdachte.

5
Vordering van de benadeelde partij
5.1.

Vordering [benadeelde partij]

heeft als benadeelde partij € 3.477,13 als vergoeding voor materiële schade, € 25.000,- als vergoeding voor immateriële schade en € 3000,- toekomstige nog nader te onderbouwen schade gevorderd, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van deze schade.

5.2.

Standpunt van de officier van justitie

Voor wat betreft de immateriële schade refereert de officier van justitie zich aan het oordeel van de rechtbank. De vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade kan geheel worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De verdachte moet hoofdelijk worden veroordeeld tot vergoeding van de schade.

5.3.

Standpunt van de verdediging

De vordering van de benadeelde partij moet primair niet-ontvankelijk worden verklaard, gezien de bepleite vrijspraak en subsidiair omdat de behandeling daarvan een onevenredige belasting van het strafproces oplevert. Meer subsidiair moet de vordering aanzienlijk worden gematigd.

5.4.

Oordeel van de rechtbank

5.4.1.

Materiële schade

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks materiële schade heeft geleden als gevolg van het gepleegde strafbare feit. De vordering wordt toegewezen, omdat deze is in voldoende mate onderbouwd en door de verdediging met onvoldoende argumenten weersproken. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gevorderde kosten redelijk.

De verdediging heeft bepleit dat vordering ten aanzien van de kleding, de vliegtickets en de voetbalcontributie moet worden afgewezen, omdat onvoldoende is komen vast te staan dat deze kosten rechtstreeks verband houden met het bewezen verklaarde feit. Volgens de verdediging blijkt uit de onderbouwing van de vordering dat de benadeelde partij zijn vliegtickets weldegelijk kon omboeken. De advocaat van de benadeelde partij heeft op de zitting toegelicht dat de benadeelde partij niet in staat was om zijn vliegtickets om te boeken gelet op zijn lichamelijk letsel. Ook heeft hij geen vergoeding voor de vliegtickets ontvangen. De rechtbank zal ook de gevorderde kosten die zien op de vliegtickets toewijzen, nu deze kosten rechtstreeks verband houden met het bewezenverklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat de benadeelde partij de vliegtickets niet kon omboeken, omdat niet duidelijk was wanneer die andere reis plaats zou kunnen vinden gelet op zijn lichamelijk letsel. Gelet op het enkelletsel en het langdurige hersteltraject, waardoor de benadeelde partij geen gebruik heeft kunnen maken van zijn lidmaatschap van de voetbalvereniging, wijst de rechtbank ook de gevorderde voetbalcontributie toe. Dit betekent dat de verdachte € 3.477,13 als vergoeding van materiële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

5.4.2.

Immateriële schade

De benadeelde partij heeft als gevolg van het strafbare feit rechtstreeks immateriële schade geleden. De benadeelde partij heeft namelijk lichamelijk letsel opgelopen, waaronder een hersenschudding, een gebroken enkel en meerdere breuken in het gezicht. Uit de vordering van de benadeelde partij blijkt dat hij tot op heden, te weten drie en een half jaar na het incident, niet volledig is genezen. Er is sprake van blijvende asymmetrie van het gezicht en een blijvend litteken in zijn gezicht en op zijn enkel. Ook heeft hij nog steeds last van blijvende gevoelsvermindering in zijn gezicht en drukpijn en lichtflitsen bij het openen van zijn ogen. Daarnaast ervaart de benadeelde partij nog steeds verminderde stabiliteit en belastbaarheid van de enkel en hij kan niet op zijn oude niveau sporten.

De rechtbank heeft acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, waarnaar al vaker door andere rechters in Nederland is verwezen bij de vaststelling en begroting van schade als hier aan de orde. Gelet op de bedragen aan immateriële schadevergoeding die volgens de Rotterdamse Schaal in vergelijkbare gevallen doorgaans worden toegekend, komt de gevorderde immateriële schadevergoeding de rechtbank niet overmatig voor en acht de rechtbank toewijzing van het gehele gevorderde bedrag van € 25.000,- billijk. Hierbij is tevens rekening gehouden met de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt, de aard en ernst van het letsel (waaronder de duur en de intensiteit) en de verwachting over het herstel. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen. Dit betekent dat de verdachte een bedrag van € 25.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

Eigen schuld

De verdediging heeft bepleit dat er sprake is van een vorm van eigen schuld, omdat de benadeelde partij actief deelnam aan de confrontatie en daarbij zelf geweld heeft gebruikt door het geven van een kopstoot.

De rechtbank stelt voorop dat het bij een beroep op ‘eigen schuld’ aan de verdediging is om de feiten en omstandigheden aan te dragen op grond waarvan de geleden schade mede aan het slachtoffer kan worden toegerekend. Bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre ‘eigen schuld’ in de zin van art. 6:101, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) leidt tot vermindering van een schadevergoedingsplicht, moet aan de hand van die informatie allereerst worden beoordeeld in welke mate enerzijds het gedrag van het slachtoffer en anderzijds het gedrag van de verdachte aan het ontstaan van de schade heeft bijgedragen (primaire maatstaf).

Gelet op hetgeen hiervoor in het vonnis is overwogen, te weten dat de rechtbank de lezing van de verdachte over de omstandigheden van de avond niet volgt, kan niet worden vastgesteld dat sprake is van ‘eigen schuld’ aan de zijde van de benadeelde partij, in die mate dat er aanleiding zou zijn om over te gaan tot vermindering van de schadevergoedingsverplichting. Dit betekent dat de verdachte € 3.477,13 als vergoeding van materiële schade en 25.000,- als vergoeding van immateriële schade aan de benadeelde partij moet betalen.

5.4.3.

Nader te onderbouwen schade

De benadeelde partij heeft een post nader te onderbouwen schade in zijn vordering opgenomen. Nu niet concreet is onderbouwd dat deze gevorderde schade in de toekomst ook daadwerkelijk zal worden geleden, wordt dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaard. Dit deel van de vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

5.4.4.

Hoofdelijke veroordeling

De verdachte heeft het strafbare feit waarvoor de schadevergoeding wordt toegekend samen met mededaders gepleegd. Zij zijn daarom allen hoofdelijk aansprakelijk voor deze schadevergoeding. Als de mededaders de schadevergoeding (voor een deel) hebben betaald, hoeft de verdachte (dat deel) niet meer aan de benadeelde partij te betalen.

5.4.5.

Wettelijke rente, proceskosten en schadevergoedingsmaatregel

De wettelijke rente over de immateriële schade wordt toegewezen vanaf 23 december 2022, zijnde de datum waarop het strafbare feit is gepleegd. De wettelijke rente over de materiële schade wordt ten aanzien van het eigen risico, de huurkosten voor de krukken, de ziekenhuisdaggeldvergoeding, de kledingschade en de kosten zonder nut eveneens toegewezen vanaf 23 december 2022, zijnde de datum waarop de schade is ingetreden.

Wat de reiskosten en de kosten voor de fysiotherapie, huishoudelijke hulp en mantelzorg betreft, is aannemelijk geworden dat deze kosten zijn gemaakt gedurende een uiteenlopende periode, zodat de wettelijke rente vanaf het midden van deze periode zal worden toegewezen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte in de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en die hij bij de tenuitvoerlegging nog zal maken, omdat de vordering van de benadeelde partij (grotendeels) wordt toegewezen. Deze kosten worden tot vandaag begroot op nihil.

De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel (als bedoeld in artikel 36f Sr) op. Dit betekent dat de verdachte de schadevergoeding aan de staat moet betalen en de staat het bedrag uitkeert aan de benadeelde partij. Als dwangmiddel kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 153 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.

Bovengenoemde beslissingen zijn opgenomen in onderstaande tabel.

Benadeelde partij

Toegewezen materieel

Toegewezen immaterieel

Totaal toegewezen en SVM

Wettelijke rente

vanaf

[benadeelde partij]

a. eigen risico

€ 47,31

b. huurkosten krukken € 20,-

c. ziekenhuisdaggeldvergoeding € 105,-

d. kledingschade

€ 250,-

e. kosten zonder nut

€ 1.496,61

f. reiskosten € 74,91

g. fysiotherapie

€ 426,80

h. huishoudelijke hulp

€ 682,50

i. mantelzorg € 374,-

totaal = € 3.477,13

j. € 25.000,-

€ 28.477,13

a, b, c, d, e en j:

23-12-2022

f: 20-02-2023

g: 24-04-2023

h en i:

06-02-2023

6
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op de artikelen 9, 36f en 141 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

7
Beslissingen

De rechtbank:

Bewezenverklaring

verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;

Kwalificatie en strafbaarheid

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

Taakstraf

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf van 80 (tachtig) uur, waarbij de reclassering bepaalt uit welke werkzaamheden deze taakstraf zal bestaan;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de taakstraf volgens de maatstaf van twee uur per dag, zodat 76 (zesenzeventig) uur taakstraf moet worden verricht;

beveelt dat, voor het geval de verdachte de taakstraf niet (goed) verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 38 (achtendertig) dagen;

Vordering benadeelde partij

veroordeelt de verdachte hoofdelijk met zijn mededaders, om aan de benadeelde partij [benadeelde partij] , te betalen het bedrag aan materiële en immateriële schade zoals genoemd in de onderstaande tabel, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in de onderstaande tabel genoemde data tot de dag van volledige betaling. Als en voor zover er al door andere mededaders (deels) is betaald, wordt de verdachte (in zoverre) van die betalingsverplichting bevrijd;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte proceskosten, tot op vandaag begroot op nihil en in de nog te maken kosten voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis;

legt aan de verdachte voor het feit de maatregel tot schadevergoeding op, wat inhoudt dat de verdachte de verplichting heeft om ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij] aan de staat het bedrag te betalen zoals genoemd in de onderstaande tabel (kolom ‘SVM’), te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de in onderstaande tabel genoemde data tot de dag van volledige betaling;

bepaalt dat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 153 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of zijn mededaders de schade aan de benadeelde partij of aan de staat hebben vergoed.

Benadeelde partij

Toegewezen materieel

Toegewezen immaterieel

Totaal toegewezen en SVM

Wettelijke rente

vanaf

[benadeelde partij]

a. eigen risico

€ 47,31

b. huurkosten krukken € 20,-

c. ziekenhuisdaggeldvergoeding € 105,-

d. kledingschade

€ 250,-

e. kosten zonder nut

€ 1.496,61

f. reiskosten € 74,91

g. fysiotherapie

€ 426,80

h. huishoudelijke hulp

€ 682,50

i. mantelzorg € 374,-

totaal = € 3.477,13

j. € 25.000,-

€ 28.477,13

a, b, c, d, e en j:

23-12-2022

f: 20-02-2023

g: 24-04-2023

h en i:

06-02-2023

8
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.L.M. Boek, voorzitter,

en mrs. M.J.C. Spoormaker en E. van Vliet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.H. Karakus, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 juni 2026.

Mrs. Spoormaker en Van Vliet zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het eindproces-verbaal met nummer [proces-verbaalnummer 2] .

Voetnoot 2

Pagina 20 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 3] .

Voetnoot 3

Pagina 171 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 4] .

Voetnoot 4

Pagina 239 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 5] .

Voetnoot 5

Pagina 248 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 6] .

Voetnoot 6

Pagina 147 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 7] .

Voetnoot 7

Pagina 115 e.v. van het proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer 8] .