2.3.
2.3.2.
Bewijsmiddelen
De bewezenverklaring van het feit is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie, verklaring aangever [aangever] (Voetnoot 2)
Ik doe aangifte van openlijke geweldpleging. Ik bevond mij op 23 december 2022, omstreeks 01.30 uur in [café 1] . Dit café bevindt zich aan de Witte de Withstraat in Rotterdam. Voor ik het wist werd ik besprongen door de man die tegenover mij stond. Dit bestond uit meerdere stoten met een gebalde vuist. Ik weet niet meer met welke hand hij sloeg. Het gebeurde allemaal heel snel. Ik voelde hierop een heftige pijn in mijn gezicht. Het laatste wat ik mij kan herinneren is dat ik naar links viel op de grond. Toen had ik niet meer door wat er allemaal gebeurde.
Ik ben op een of andere manier buiten gekomen, ik weet niet meer hoe. Er staat mij
vaag iets bij dat iemand mij optilde. Toen ik buiten was ging het verder. Het enige
wat ik me kan herinneren is dat mijn handen onder het bloed zaten van mijn gezicht.
Toen zag ik één van die mannen op mij afkomen. Dit weet even niet meer welke man dit was. Hierop weet ik niet meer wat er gebeurde. Ik vermoed door de klappen
op mijn hoofd.
2. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 3)Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.
Foto 5: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer met zijn rug richting de muur stond en voor de rest omsingeld was door verdachte 1, 3, 4 en 5. Ik zag dat het slachtoffer een stap naar links zette in de richting van de uitgang. Ik zag dat verdachte 1 een stap naar rechts zette waardoor hij de weg voor het slachtoffer blokkeerde. Ik zag dat het slachtoffer op minuut 51 :13 een korte voorwaartse beweging met zijn hoofd maakte in de richting van de verdachte 1.
Ik zag dat de verdachte (blauw omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm omhoog bracht, van zijn rechterhand een gebalde vuist maakte en hiermee een snelle beweging maakte richting het gezicht van het slachtoffer. Ik zag dat deze vuist tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.(…) Ik zag dat man 4, die links naast verdachte 1 stond direct hierop een klap gaf aan het slachtoffer door met zijn rechter gebalde vuist een beweging richting het hoofd van het slachtoffer te maken. Ik zag dat deze beweging tegen het gezicht van het slachtoffer aankwam.
Ik zag dat man 2 (geel omcirkeld) richting het gevecht liep en erbij ging staan naast man 5 (groen omcirkeld).
Foto 6: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), die rechts naast de verdachte stond, direct na de klap van verdachte 4 (roze omcirkeld) met zijn rechter gebalde vuist richting de linkerkant van het gezicht van het slachtoffer bewoog. Ik zag dat deze vuist het gezicht raakte.
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) hierna zijn rechtervuist omhooghaalde en snel bewoog richting het slachtoffer.(…). Ik zag dat verdachte 5 meerdere malen vuist snel bewoog richting het gezicht van het slachtoffer.
Foto 7: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) zijn armen om de nek van het slachtoffer legde. Ik zag dat verdachte 2 een springende beweging maakte en zijn lichaam legde op de rug van het slachtoffer. Ik zag dat de verdachten en het slachtoffer hierdoor naar de grond bewogen.
Foto 9: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) weer omhoogkwam. Ik zag dat verdachte 2 (geel omcirkeld) het slachtoffer (rood omcirkeld) bij zijn nek vast pakte met zijn arm en richting de rechterzijde van het café trok. Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld), terwijl het slachtoffer omhoogkwam, een hoge trap gaf richting het lichaam van het slachtoffer.
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) nog vijf maal met beide gebalde vuisten klappen gaf tegen de rug van het slachtoffer. Ik zag dat deze klappen raak waren door dat het slachtoffer (rood omcirkeld) en verdachte 2 (geel omcirkeld) op deze momenten kort heen en weer bewogen.
Foto 11: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) aan de rechterzijde van het beeld stil stond. Ik zag dat het slachtoffer achter verdachte 7 (wit omcirkeld) en verdachte 5 (groen omcirkeld) stond. Ik zag dat verdachte 5, verdachte 7 opzij duwde en zijn rechterarm met een snelle beweging richting de borst van het slachtoffer bewoog.
Foto 12: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 7 (wit omcirkeld) direct hierna zijn rechterarm optilde en met een gebalde vuist richting het gezicht van het slachtoffer bewoog.
Foto 13: [bestandsnaam 1]
Ik zag dat verdachte 6 (donkerblauw omcirkeld) zich vanaf het midden van het café zich tussen de mensen door beweegt in één directe lijn richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 zijn rechtervuist balde en boven zich hield ter hoogte van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 6 deze vuist vier maal met een snelle beweging richting het slachtoffer bewoog.
Ik zag dat verdachte 2 tussen de mensen doorliep richting het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 2 het slachtoffer naar de uitgang sleepte.
Foto 14: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat het slachtoffer (rood omcirkeld) op minuut 52:44 door verdachte 2 (geel omcirkeld) uit [café 1] werd gesleept.
Foto 19: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 5 (groen omcirkeld) richting het slachtoffer (rood omcirkeld) liep terwijl man 1 (paars omcirkeld) hem wegduwde. Ik zag dat verdachte 5 op minuut 56:13 één trappende beweging maakte met zijn linkerbeen richting het slachtoffer
3. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 4)
Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik heb de beelden bekeken en zag het volgende.
Foto 1: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 6 op minuut 28:00 [café 1] binnen ging. Verdachte 6 is ter verduidelijking donkerblauw omcirkeld.
Foto 3: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 6 tussen de mensen door richting de rechterzijde van het café liep. Ik zag dat verdachte 6 ter hoogte van het midden van het café stil ging staan bij de overige verdachten.
Foto 4: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 6 keek in de richting van verdachte 1 . Ik zag dat verdachte 1 een kopstoot beweging in de lucht maakte. Ik zag dat verdachte 6 direct hierna zijn gezicht naar rechts draaide richting het slachtoffer. Ik zag dat het slachtoffer meerdere keren door de andere verdachten werd geslagen. Ik zag dat het slachtoffer hierdoor naar achteren viel. Ik zag dat verdachte 6 zijn rechterarm naar achteren strekte en zijn rechterhand in een vuist balde. Ik zag dat verdachte 6 op deze wijze richting het slachtoffer liep. Ik zag dat de arm van verdachte 6 een aantal keren met handen van een voor mij onbekend persoon werd tegengehouden. Ik zag dat de vuist van verdachte 6 op minuut 52:19 uur niet werd tegengehouden. Ik zag dat verdachte 6 viermaal een slaande beweging maakte richting het slachtoffer.
Foto 5: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat verdachte 6 en de overige verdachten voor de ingang van [café 1] bleven staan terwijl het slachtoffer naar de overkant was gelopen.
Foto 6: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat ondertussen het gevecht boven in beeld weer begon. Ik zag dat verdachte 6 op minuut 56:32 richting het gevecht liep. Het gevecht was ondertussen uit beeld. Ik zag
dat verdachte 6 op minuut 56:40 bovenin bij het gevecht uit beeld liep.
Foto 7: [bestandsnaam 3]
Ik zag dat verdachte 6 op minuut 57:37 in beeld liep. Ik zag dat het slachtoffer al op de grond lag. Ik zag dat verdachte 6 richting het slachtoffer liep.
4. Proces-verbaal van politie (Voetnoot 5)
Op 23 december 2022 op de Witte de Withstraat te Rotterdam zou het slachtoffer (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) meerdere malen zijn geslagen en geschopt door een groep verdachten. Ik heb beelden ter beschikking gesteld gekregen van [café 1] gericht op de binnenzijde van het café, het terras en gericht op de straat ter hoogte van [café 2] . Ik zag op de beelden het volgende.
Foto 9: [bestandsnaam 2]
Ik zag dat het gevecht verplaatste richting de straat waardoor het grotendeels uit beeld verdween. Ik zag dat verdachte 7 meeliep richting waar het gevecht plaatsvond.
Foto 10: [bestandsnaam 3]
Ik zag dat het slachtoffer direct op minuut 57:25 op de grond viel en op de grond bleef liggen.
Foto 11: [bestandsnaam 3]
Enkele seconden later zag ik dat verdachte 7 rechts in beeld liep op de stoep richting de linkerzijde van het beeld voor [café 2] uit de richting komend van het slachtoffer. Ik zag dat verdachte 7 heen en weer liep voor [café 2] . Ik zag dat verdachte 7 naar zijn linker knokkels keek ik zag dat er roodkleurige plekken op zijn linkerknokkels zaten. Ik zag dat er ook roodkleurige plekken op zijn rechter knokkels zaten.
5. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 6)
Ik deed onderzoek naar een openlijke geweldpleging die plaatsvond op 23 december 2022 in uitgaansgelegenheid ' [café 1] ' aan de Witte de Witstraat te Rotterdam.
In het proces-verbaal van uitkijken camerabeelden onder [proces-verbaalnummer 1] zijn de
verdachten met nummer genoemd en weergegeven in een bepaalde kleur cirkel. Ik
vergeleek de verschillende verdachten met de foto's van de in dit proces-verbaal
genoemde verdachten en concludeerde daarbij het volgende:
In proces-verbaal van bevindingen: uitkijken camerabeelden, werd verdachte (6)
weergegeven in een donker blauwe cirkel. Ik zag dat de persoon beschreven als verdachte (6) bleek te zijn: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1963.
6. Proces-verbaal van de politie, verklaring verdachte (Voetnoot 7)
V: Waar was jij op vrijdag 23 december 2022 omstreeks 02:00 uur?
A: In de Witte de Withstraat, in [café 1] .
V: Wat gebeurde er toen?
A: Er was een enorm rumoer er was een knokpartij aan de gang. Toen [medeverdachte 1] naar mij toe draaide met zijn gezicht, zag ik dat hij een hele bebloede neus had. En daar ben ik op aangeslagen. Toen ging bij mij even het lichtje uit. Toen ben ik erin gedoken en heb ik ook geslagen.
V: Hoe vaak heb je geslagen?
A: Dat weet ik niet meer.
V: Is dat één keer geweest?
A: Nee zeker niet.
V: Wie is de persoon in de donkerblauwe cirkel?
A: Dat ben ikzelf.
2.3.3.
Bewijsmotivering
De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde op de zitting het volgende af. Op 23 december 2022 is de verdachte samen met zes medeverdachten op de Witte de Withstraat in Rotterdam. Op straat ontstaat ter hoogte van [café 3] een woordenwisseling tussen de verdachten en, naar achteraf blijkt, het slachtoffer [slachtoffer] . Dit leidt tot een confrontatie tussen het slachtoffer en verdachte 1. Beide partijen vervolgen daarna hun eigen weg. Later op de avond besluiten de verdachten [café 1] te bezoeken. In dat café was ook het slachtoffer aanwezig. Uit het dossier kan worden afgeleid dat in [café 1] meerdere geweldshandelingen hebben plaatsgevonden tegen het slachtoffer, waarbij de verdachten betrokken zijn geweest. In totaal vinden er drie momenten van geweld plaats, vrij kort achter elkaar. De eerste twee incidenten vinden plaats in [café 1] en het derde incident buiten op straat voor [café 1] .
Het eerste incident ontstaat nadat verdachte 1 wederom oog in oog komt te staan met het slachtoffer. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 1 naar het slachtoffer toe loopt, waarna het slachtoffer een stap opzij probeert te zetten. Vervolgens is te zien dat de verdachte 1 de weg van het slachtoffer blokkeert door eveneens een stap opzij te zetten, waardoor het slachtoffer geen kant op kan. Het slachtoffer maakt vervolgens een voorwaartse kopstootbeweging in de richting van verdachte 1, waarna verdachte 1 het slachtoffer meerdere klappen geeft. Vervolgens ontstaat er een gevecht, waarbij meerdere personen, waaronder het slachtoffer, op de grond vallen en het slachtoffer geslagen wordt door verdachte 1 en verdachte 5. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 op het gevecht af loopt, zijn armen om de nek van het slachtoffer slaat en hem vervolgens meetrekt richting de uitgang van het café. Terwijl verdachte 2 het slachtoffer omhoog trekt, schopt en slaat verdachte 5 het slachtoffer. De verdachte verlaat daarna het café. Daarna is het korte tijd rustig in het café.
Het tweede incident ontstaat nadat verdachte 1 de kopstootbeweging nadoet voor een aantal van de andere verdachten, zoals blijkt uit de camerabeelden en uit zijn eigen verklaring. Dit leidt ertoe dat verdachte 5, verdachte 7 en verdachte 6 zich richting het slachtoffer bewegen, waarna zij hem alle drie slaan. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 2 het café weer binnen komt, zijn arm om de nek van het slachtoffer slaat en hem wederom richting de uitgang van het café trekt. Uiteindelijk trekt verdachte 2 het slachtoffer naar buiten en geeft hem nog een duw in zijn rug weg van het café.
Het derde incident ontstaat buiten nadat het slachtoffer even weg is geweest en weer terugloopt richting het café. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte 5 naar het slachtoffer rent en een trappende beweging naar hem maakt. Als het slachtoffer dan wegloopt van het café, lopen alle verdachten, behalve verdachte 4, richting het slachtoffer. Uit de combinatie van de camerabeelden en de verklaring van de getuige [getuige] blijkt in elk geval dat leden van de onderhavige groep (de verdachten 1, 2, 5 en 7) erbij staan als tegen het slachtoffer geweld wordt gepleegd. Dit geweld stopt als het slachtoffer op de grond valt en blijft liggen. Nadat het slachtoffer op de grond is gevallen is te zien dat ook verdachte 6 erbij staat. Op basis van de camerabeelden buiten het café stelt de rechtbank vast dat verdachte 7 ook betrokken is geweest bij het derde incident. Op de camerabeelden is namelijk te zien dat verdachte 7, vrijwel direct nadat het slachtoffer op de grond is gevallen en het geweld richting hem is geëindigd, naar zijn linkerhand kijkt en roodkleurige plekken heeft op zijn linker- en rechterknokkels. De rechtbank leidt daaruit af dat verdachte 7 tijdens het derde incident het slachtoffer met kracht heeft geslagen.
Als gezegd is de verdachte verdachte 6. Hij heeft verklaard dat hij betrokken is geweest bij het tweede incident. Hij heeft verklaard dat bij hem “het licht uitging” en hij “erin is gedoken en heeft geslagen”. De verdediging heeft niet betwist dat de verdachte viermaal in de richting van het slachtoffer heeft geslagen tijdens het tweede incident. De verdediging heeft aangevoerd dat het opzet van de verdachte op de openlijke geweldpleging ontbreekt, nu geen sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten. Volgens de verdediging handelde de verdachte in een hevige en impulsieve emotie en was hij niet op de hoogte van de overige incidenten.
De rechtbank oordeelt als volgt. Wie deel uit maakt van een groep en een significante of wezenlijke bijdrage levert aan openlijk geweld, is strafrechtelijk aansprakelijk in de zin van artikel 141, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) voor al het geweld dat door leden van die groep wordt uitgeoefend. Daarbij is niet vereist dat de verdachte opzet heeft op dan wel weet heeft van elke geweldshandeling die door elk van de leden van de groep wordt uitgeoefend (HR 2 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:132). De deelname aan de groep en daarmee de strafrechtelijke aansprakelijkheid als bedoeld in artikel 141, eerste lid, Sr eindigt op het moment dat geen van de deelnemers meer geweld gebruikt. Gaan andere deelnemers dan de verdachte door met het gebruiken van geweld eindigt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de verdachte pas als hij zich intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrekt.
In deze zaak heeft de verdachte deel uitgemaakt van een groep en een significante bijdrage geleverd aan openlijk geweld door het slachtoffer viermaal te slaan tijdens het tweede incident. Op het moment dat de verdachte naar het slachtoffer liep en hem sloeg, was er al een gevecht gaande, waarbij het slachtoffer al door medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] geslagen werd. Uit deze gedragingen blijkt dat de verdachte bewust een bijdrage leverde aan het geweld van zijn medeverdachten tegen het slachtoffer en er dus sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking. Hij heeft zich gedurende de incidenten waarop het opsporingsonderzoek en de tenlastelegging zien niet intellectueel en/of fysiek aan de groep onttrokken. Ook bij het derde incident is duidelijk dat hij nog deel uitmaakt van de groep, waar hij samen met de anderen daar naartoe loopt en gezien wordt dat hij bij het slachtoffer staat als deze op de grond ligt. Daardoor is hij strafrechtelijk aansprakelijk voor het openlijke geweld gedurende elk van de incidenten. Dat hij de overige geweldshandelingen niet zou hebben gezien maakt dit niet anders. Aldus acht de rechtbank bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging.
Voor zover de overige verweren van de verdediging niet zijn weerlegd in de hierboven opgenomen bewijsmotivering, volgt de weerlegging daarvan uit de gebezigde bewijsmiddelen.