Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummers: 10/073695-26, 10/008304-26 en 10/353396-25 (gevoegd ter terechtzitting)
Parketnummers vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10/329152-22 en 10/201224-24
Datum uitspraak: 7 juli 2026
Datum zitting: 23 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 2005 in [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ),
ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] ,
gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , [detentieafdeling] .
Advocaat van de verdachte: mr. M.R. de Kok
Officier van justitie: mr. R.J.E. Planken
Benadeelde partij: [benadeelde]
Kern van het vonnis
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere vermogensdelicten, vernieling en het overtreden van een gedragsaanwijzing. Omdat de vernieling niet aan de verdachte is toe te rekenen, wordt hij ten aanzien daarvan ontslagen van alle rechtsvervolging. De overige feiten worden de verdachte in verminderde mate toegerekend. Aan de verdachte wordt een gevangenisstraf opgelegd van 9 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden bijzondere voorwaarden verbonden. De vorderingen tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat:
Parketnummer 10/073695-26
1
hij op of omstreeks 9 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland,
50 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te
maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht
mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemd
geldbedrag onverhoeds uit de hand van die [slachtoffer 1] en/of gleuf van de
pinautomaat te grissen en/of weg te pakken en/of zich te verzetten tegen die [slachtoffer 1] en/of zich los te rukken.
2
hij op of omstreeks 9 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland,
150 euro, althans een geldbedrag bestaande uit meerdere bankbiljetten, in elk geval
enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Albert Heijn (vestiging [adres 2] , Rotterdam), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te
maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht
mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- onverhoeds in de kassalade van de kassa waaraan die [slachtoffer 2] op dat moment werkzaam was te graaien, en/of
- vervolgens voormeld geldbedrag uit die kassa te grissen en/of rukken.
3
hij op of omstreeks 10 maart 2026 te Rotterdam, althans in Nederland,
100 euro, althans een geldbedrag, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele
aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n)heeft weggenomen met het
oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of
bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3] ,
gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te
maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf hetzij de vlucht
mogelijk te maken hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door voornoemd
geldbedrag onverhoeds uit de hand van die [slachtoffer 3] te grissen en/of trekken
Parketnummer 10/353396-26
hij op of omstreeks 29 december 2025 te Rotterdam,
opzettelijk en wederrechtelijk
een of meerdere ruiten, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een
ander, te weten aan [slachtoffer 4] en/of Woningstichting Woonstad Rotterdam,
toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Parketnummer 10/008304-25
hij op of omstreeks 8 januari 2026 te Rotterdam
opzettelijk
heeft gehandeld in strijd met een gedragsaanwijzing gegeven krachtens artikel
509hh, eerste lid, onderdeel b van het Wetboek van Strafvordering, te weten de
gedragsaanwijzing d.d. 30 december 2025, gegeven door de officier van justitie te
Rotterdam
door kort weergegeven inhoudende dat hij, verdachte:
- zich niet zal ophouden in/op/rond de Josephstraat 52 te Rotterdam en
- zich zal onthouden van contact met [slachtoffer 4] , geboren [geboortedatum 2] 2002, [naam 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2012,
[naam 2] , geboren [geboortedatum 4] 2019,
[naam 3] , geboren [geboortedatum 5] 1974,
[naam 4] , geboren [geboortedatum 6] 2008,
door zich op te houden in/op/rond de [adres 3] en/of contact op te nemen
met die [naam 4] .
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten onder parketnummers 10/073695-26, 10/008304-26 en 10/353396-25, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde feit onder parketnummer 10/353396-25 niet strafbaar en ontslaat de verdachte voor dat feit van alle rechtsvervolging;
verklaart de verdachte ten aanzien van de andere strafbare feiten strafbaar;
Straf
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden;
Voorwaardelijk strafdeel
bepaalt dat 3 maanden van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de rechter later anders beslist;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar, waarbij tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke gedeelte van de straf kan worden beslist als de verdachte een van de onderstaande voorwaarden niet naleeft;
stelt als algemene voorwaarde dat:
- de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maakt;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
de verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
de verdachte zich tijdens de proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat opnemen in en behandelen door De Woenselse Poort of een soortgelijke Forensische zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op behandeling van de psychotische stoornis, de stoornis in het gebruik van cannabis, ondersteuning ten aanzien van zwakbegaafdheid en in het herstellen van de relatie met zijn ouders en zus. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. De verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt de verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;
de verdachte zich aansluitend aan de klinische opname, gedurende de proeftijd laat behandelen door een nader door de reclassering te bepalen zorgverlener, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start aansluitend op de klinische opname. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek en ondersteuning op praktische leefgebieden. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
de verdachte aansluitend op de klinische opname, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een nader door de reclassering te bepalen instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang. Het verblijf start aansluitend op de klinische opname. De verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt;
de verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
de verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. De verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
de verdachte spant zich na de klinische opname in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden. Hierbij gelden als voorwaarden dat de verdachte:
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
In beslag genomen voorwerpen
- beveelt de teruggave van een geldbedrag van € 100,- aan de rechthebbende;
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straffen (parketnummers 10/329152-22 en 10/201224-24)
wijst af de gevorderde tenuitvoerlegging van de in de vonnissen van 15 oktober 2024 en 26 oktober 2023 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraffen;
wijzigt de voorwaarden verbonden aan deze vonnissen, als volgt, namelijk zoals hierboven omschreven bij het in dit vonnis voorwaardelijk opgelegde strafdeel;
Vordering benadeelde partij
verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering (feit 3 onder parketnummer 10/073695-26);
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0.