2.3.
2.3.1.
Bewezenverklaring en bewijsmiddelen
Bewezen is dat de verdachte feit 1 heeft gepleegd. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.3.
De bewezenverklaring van het feit 1 is gebaseerd op de opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.
1. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 2)
Op 18 januari 2022 waren wij, verbalisanten, belast met algemene surveillance op en rond autosnelweg A28.
Omstreeks 16.45 uur stonden wij geparkeerd in een parkeervak bij de foodcourt. Wij zagen dat een voertuig, van het merk Mercedes, voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] , de foodcourt op reed. Wij zagen dat er zich in het voertuig een persoon bevond. Dit bleek later de verdachte: [verdachte] te zijn. (..)
Wij zagen dat de genoemde Mercedes naast een Fiat Punto, voorzien van het kenteken, [kentekennummer 2] geparkeerd stond. Nadat wij nog geen minuut later in onze binnen spiegel keken, zagen wij dat er inmiddels een andere man als bijrijder in de Mercedes zat. Deze bijrijder bleek later [naam 2] te zijn. Wij zagen dat [naam 2] uit de Mercedes stapte. Wij zagen dat [naam 2] vervolgens in de naast gelegen genoemde Fiat Punto stapte.
(..) Op grond van artikel 160 van de Wegenverkeerswet 1994 gaven wij een stopteken, aan de bestuurder van de Fiat Punto. Hieraan werd door de bestuurder voldaan.
(..) Hierop verklaarde [naam 2] uit zichzelf dat hij zojuist 17 ponypacks met cocaïne had gekocht van de bestuurder van de Mercedes. Wij zagen dat [naam 2] een klein zakje uit zijn zak haalde. Later bleken daar 17 zogenoemde ponypacks in te zitten.
2. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 3)
(..)Op 18 augustus 2022 is [verdachte] staande gehouden.
(..) Ik heb vervolgens genoemde Mercedes doorzocht. Ik trof enkele getekende aantekeningen welke over bedragen gingen.
Ik heb vervolgens een transportfouillering uitgevoerd bij verdachte [verdachte] . Hierna trof ik in de linker broekzak van verdachte een gebundeld contant geldbedrag aan van totaal 2775 Euro. Dit bedrag bestond uit diverse biljetten van 5 en 50 euro.
3. Verklaring van de medeverdachte [naam 2] (Voetnoot 4)
V: Wie was de man waarbij jij in de Mercedes bent gestapt?
A: Dat is [naam 3] .
V: Hoeveel geld had u afgegeven aan [naam 3] ?
A: Dat weet ik niet precies, maar ik dacht ongeveer 3000 euro. Bij benadering dan.
V: Wanneer heeft u die 17 cachetjes gekregen?
A: Vrijdag
V: Hoe hebben jullie een afspraak gemaakt, McDonalds Amersfoort?
A: Telegram.
O: Je hebt aan een collega van de politie de code van de telefoon gegeven die je bij je had. Hierin zijn chatberichten aangetroffen vanaf 17 januari 2022 vanaf 13.06 uur.
V: Wat kun je verklaren over deze chatberichten en dan bedoel ik de berichten die van belang zijn betreffende hetgeen jij wordt verdacht?
A: Het ging in ieder geval over het ophalen van deze cocaïne en het wegbrengen en collecteren. Waar het heen moest etc. Ik had alleen met [naam 3] contact via Telegram.
4. Verklaring van de medeverdachte [naam 2] (Voetnoot 5)
0: In het voertuig van uw medeverdachte zijn briefjes aangetroffen, verbalisant toont 4 foto's bijgevoegd als fotobijlage 1. Herkent u deze briefjes?
A: Ja.
V: Wat kan u vertellen over deze briefjes, wat betekenen ze of kunnen we lezen op deze briefjes?
A: Nou ja.
Foto 1, van fotobijlage 1:
aanvang 34, betreft dan aanvang 34 ponypacks.
Einde 12, betreft wat er over is na 1 dag.
3 zijn er dan weggegeven zonder te betalen. Of later terug te betalen. 1 was met korting voor 40 euro. Dan bleven er 18 over. Die zijn verkocht voor 50 euro per stuk waardoor je uit komt op 940 euro.
V: Heeft u deze briefjes geschreven en overhandigd aan " [naam 3] "?
A: Ja.
V: De persoon bij wie u in de auto, een Mercedes-Benz, bent gestapt op 18 januari 2022 op de parkeerplaats bij de McDonalds te Amersfoort, waarna u bent uitgestapt en bent weggereden betreft deze persoon in de Mercedes Benz deze " [naam 3] "?
A: Ja.
5. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 6)
Op 20 januari 2022 was ik, belast met het testen, wegen en bemonsteren van de vermoedelijk verdovende middelen aangetroffen bij verdachte [naam 2] op 18 januari 2022.
Ik zag dat er 17 ponypacks in beslag waren genomen onder goednummer [beslagnummer] .
6. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 7)
De aangeboden partij verdovende middelen bestond uit:
Goednummer: [beslagnummer]
SIN: AAQA1727NL
Relatie met SIN: AAQW1827NL
Aantal: 17
Omschrijving: wikkels met wit poeder
Bijzonderheden: 17 ponypacks met opschrift van pinguïn en smart seal de luxe
Gewicht netto: 11,51 gram
Ruybal: positief op cocaïne
7. Deskundigenverslag (Voetnoot 8)
Kenmerk
Omschrijving FO
Conclusie
AAQW1827NL
Poeder, wit, uit 11,51 gram; aantal 3 bemonsteringen in onderzoek
Bevat cocaïne
8. Proces-verbaal van de politie (Voetnoot 9)
Op 20 januari 2022 heb ik, [naam 4] , de navolgende zaken bekeken:
- Verhoor van verdachte [naam 2] ,
- Chatgesprek op Telegram, op de telefoon behorende bij [naam 2] ,
- Bevindingen van verbalisanten ter plaatse McDonalds Amersfoort,
- Telefoon behorende bij [naam 2]
In de telefoon wordt bevestigd dat verdachte [naam 2] met ene " [naam 3] " communiceert via de
dienst Telegram.
Op 18 januari 2022 hebben deze [naam 3] en verdachte [naam 2] een gesprek.
[naam 3] 06:04: Goedemorgen als je de enveloppen meeneemt dan ik je op de terugweg rond
16:00 meeten ergens kalm an
Bij1 09:51: Isg
[naam 3] 14:55: Geef je ff een gil als je vertrokken bent
[naam 3] 15:27: Maat je hebt bestelling 17:05 Comschate
Waar zie ik je tussendoor en Hoelaat kan je waar zijn
(..)
[naam 3] 15:47: Beter als je naar Mcdonald's huis ter heide rijdt
Nu is dat nog op je heenweg
Je rijdt daar toch langs
[naam 2] 15:47: Red ik nooit
Aank 16:30
Red ik colm niet
[naam 3] 15:49 Oke ik kom Amersfoort
Jooo
[naam 2] : 1620
Zorg dat je er bent
[naam 2] 16:22 Ik ben er
Waar rij je
[naam 3] 16:22 Onderweg
Haal maar broodje voor jezelf
eerder rijd afspreken
Niet 45 min van te voren tot zo
[naam 2] 16:23: Als ik nu vertrek ben ik pas om 17:06 in colm
jij schreef rond 16 uur
Maatje
[naam 3] 16:23: Het is jou schuld
Niet
Dus don't worry
[naam 2] 16:23: Ik doe mijn best
In deze chat is te zien dat [naam 3] en verdachte [naam 2] afspreken op de parkeerplaats bij de McDonalds te Amersfoort op 18 januari 2022. Deze [naam 3] geeft aan er niet om 16.00
uur te kunnen zijn maar rond 16.30 uur. Gezien de bevindingen van de collega's bij de McDonalds Amersfoort kan worden aangenomen dat deze " [naam 3] " verdachte [verdachte] is.
Tevens blijkt uit de telefoon van verdachte [naam 2] dat er zeker vanaf 14 januari dagelijks meermaals contact is tussen deze " [naam 3] " en verdachte [naam 2] . Tevens hebben verbalisanten onderzoek gedaan in het voertuig van verdachte [verdachte] . Daarop werden onder andere een viertal briefjes aangetroffen zoals deze ook is verstuurd tussen verdachte [naam 2] en verdachte [verdachte] via de app Telegram.
Dit betreft exact hetzelfde briefje als is gestuurd tussen Verdachte [naam 2] en " [naam 3] " via de Telegram app.
Zondag 16/1/22
Aanvang: 23
Einde: 12
-------------------
11 x 50 = 550
Retour P ----? 50
Cash 600
2.3.4.
Vrijspraak feiten 2 tot en met 4
Vaststaande feiten
Bij de aanhouding op 18 januari 2022 voor bovengenoemd feit droeg de verdachte een Rolex-horloge. De verdachte heeft bij zijn staandehouding verklaard dat het horloge van zijn moeder is (medeverdachte [medeverdachte] ). Uit onderzoek volgt dat het betreffende Rolex-horloge een marktwaarde heeft van tussen de € 71.000,- en € 95.000,-. Uit bevraging van de Infodesk Crimineel & Onverklaarbaar Vermogen (ICOV) bleek niet dat de verdachte over zodanig legaal inkomen of vermogen beschikte dat die een dergelijke uitgave zouden kunnen verklaren.
Beoordelingskader
De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van artikel 420bis, eerste lid onder a en b van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van witwassen vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Dat een voorwerp "afkomstig is uit enig misdrijf" kan, als op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen met een bepaald misdrijf, niettemin bewezen worden geacht als het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Als door het Openbaar Ministerie feiten en omstandigheden zijn aangedragen die een vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is. De omstandigheid dat deze verklaring van de verdachte mag worden verlangd, houdt niet in dat het aan de verdachte is om aannemelijk te maken dat het voorwerp niet van misdrijf afkomstig is.
Als de verdachte zo'n verklaring heeft gegeven, ligt het op weg van het Openbaar Ministerie nader onderzoek te doen naar die verklaring. Mede op basis van de resultaten van dat onderzoek zal moeten worden beoordeeld of ondanks de verklaring van de verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Wanneer na dit onderzoek een legale herkomst met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten, staat vast dat het voorwerp een criminele herkomst heeft.
Beoordeling
Het gegeven dat de verdachte werd verdacht van het medeplegen dan wel aanwezig hebben van cocaïne tezamen met de resultaten van de ICOV-bevraging met betrekking tot de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bieden zonder meer grondslag voor een vermoeden van witwassen. Daar staat tegenover dat de verklaring van de verdachte dat het horloge van zijn moeder is, wordt ondersteund door de verklaring van zijn moeder, tevens medeverdachte, [medeverdachte] . Zij heeft verklaard dat zij in aanwezigheid van de verdachte het horloge heeft gekocht bij [horlogewinkel] voor € 36.500,-, waarbij zij een ander horloge heeft ingeruild en een bedrag van € 19.500,- contant heeft bijbetaald. Daarnaast heeft zij verklaard dat zij dit horloge heeft kunnen kopen van het geld (de overwaarde) dat zij na verkoop van een woning op haar rekening gestort heeft gekregen. Ter onderbouwing van deze verklaring heeft zij (schermopnames van) bankafschriften verstrekt waaruit volgens haar zou moeten volgen dat zij een groot bedrag heeft ontvangen van de notaris en in een korte periode meermaals contante bedragen heeft opgenomen. Ook heeft zij de onder feit 3 ten laste gelegde factuur verstrekt van de aankoop van genoemde Rolex bij [horlogewinkel] .
Deze verklaring is naar oordeel van de rechtbank concreet en verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk.
Het Openbaar Ministerie heeft vervolgens aanvullend onderzoek verricht naar de verklaring van de medeverdachte.
Uit het onderzoek volgt dat de medeverdachte € 115.438,27 op haar bankrekening gestort heeft gekregen na verkoop van haar woning en zij daarna in een korte periode meerdere keren grote bedragen contant van haar bankrekening heeft opgenomen.
Daarnaast is nader onderzoek verricht door de eigenaar van [horlogewinkel] , de heer [naam 1] , als getuige te horen. [naam 1] heeft tegenover de politie verklaard dat hij de door de medeverdachte aangeleverde factuur niet heeft opgesteld, dat hij de medeverdachte niet kent, dat de handtekening op de factuur niet van hem is en dat hij maar één horloge heeft verkocht van het type dat bij de verdachte is aangetroffen en dat dat aan een man was. [naam 1] is ook gehoord als getuige in een civielrechtelijke procedure die de medeverdachte is gestart bij de rechtbank om het horloge terug te krijgen. [naam 1] heeft toen verklaard dat hij twee horloges van dat type heeft verkocht, waarvan hij er één heeft verkocht aan een zekere [naam 5] . Na zijn verhoor bij de politie heeft [naam 1] een factuur met hetzelfde factuurnummer overgelegd aan de politie. Die factuur verschilt op meerdere punten van de door de verdachte overgelegde factuur.
Verder onderzoek heeft het Openbaar Ministerie niet verricht.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [naam 1] , met name bezien zijn tweede, op sommige punten tegenstrijdige, verklaring in de civiele procedure, aanknopingspunten biedt voor nader onderzoek. Zo had de administratie van [naam 1] kunnen worden onderzocht of de heer [naam 5] worden gehoord. Dat is echter niet gebeurd. Het dossier bevat ook geen objectieve gegevens die de verklaring van [naam 1] ondersteunen, noch gegevens waaruit volgt dat de door de medeverdachte gegeven verklaring onmogelijk of onjuist is anders dan de verklaring van [naam 1] . Daarmee resteert in essentie de verklaring van de medeverdachte tegenover de verklaring van [naam 1] .
Gelet op het bovenstaande heeft het Openbaar Ministerie naar oordeel van de rechtbank onvoldoende onderzoek verricht naar de verklaring van de verdachte. Dat betekent dat niet met voldoende zekerheid kan worden uitgesloten dat het horloge een legale herkomst heeft, waardoor niet kan worden bewezen dat het horloge afkomstig is uit enig misdrijf. Dat betekent dat niet is bewezen dat de verdachte samen met de medeverdachte het ten laste gelegde horloge heeft witgewassen, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Feit 3 (valsheid in geschrift)
Ten aanzien van de ten laste gelegde valsheid in geschrift overweegt de rechtbank als volgt. Het verrichte onderzoek heeft niet uitgewezen dat de inhoud van de factuur onjuist is. De door de medeverdachte gegeven uitleg is weliswaar niet bevestigd, maar evenmin voldoende weerlegd. De rechtbank is van oordeel dat nader onderzoek, dat hiervoor duidelijkheid had kunnen verschaffen, ontbreekt.
Onder deze omstandigheden kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat de factuur vals of vervalst is. De verdachte zal daarom ook van dit feit worden vrijgesproken.
Feit 4 (meineed)
Ten aanzien van de onder feit 4 ten laste gelegde meineed overweegt de rechtbank dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte tijdens de civielrechtelijke procedure omtrent de teruggave van het Rolex-horloge aan de medeverdachte onder ede onjuist heeft verklaard over zijn aanwezigheid bij de aankoop van het horloge.
Zoals hiervoor reeds is overwogen, bevat het dossier onvoldoende objectieve aanknopingspunten om de verklaring van de verdachte als onwaar aan te merken. Nu aldus niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte opzettelijk in strijd met de waarheid heeft verklaard, volgt vrijspraak.