Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:9093

Op 10 June 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10/049137-26, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:9093. De plaats van zitting was Dordrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10/049137-26
Datum uitspraak:
10 June 2026
Datum publicatie:
27 July 2026

Indicatie

Vrijspraak van diefstal door twee of meer verenigde personen (primair) en witwassen (subsidiair). Vrijspraak van de diefstal zonder nadere motivering. Ten aanzien van het witwassen kan niet worden bewezen dat de verdachte wetenschap had of het vermoeden moest hebben dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. Verder heeft de verdachte een alternatief scenario geschetst. Dit scenario kan niet zonder meer als ongeloofwaardig ter zijde geschoven worden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/049137-26

Datum uitspraak: 10 juni 2026

Datum zitting: 27 mei 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres:[adres] , [postcode] [woonplaats] ,

Advocaat van de verdachte: mr. L.A.R. Newoor

Officier van justitie: mr. M. Groot

Benadeelde partij: [benadeelde partij] (rechtspersoon)

Advocaat van de benadeelde partij: mr. D. Herbrink

Kern van het vonnis

Vrijspraak van diefstal door twee of meer verenigde personen (primair) en witwassen (subsidiair). Vrijspraak van de diefstal zonder nadere motivering. Ten aanzien van het witwassen kan niet worden bewezen dat de verdachte wetenschap had of het vermoeden moest hebben dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. Verder heeft de verdachte een alternatief scenario geschetst. Dit scenario kan niet zonder meer als ongeloofwaardig ter zijde geschoven worden.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door twee of meer verenigde personen door middel van braak (primair) dan wel witwassen (subsidiair).

De volledige tenlastelegging houdt in dat

hij op 9 januari 2026 te Rotterdam en/of te Barendrecht,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

één of meer drones, televisies en/of diverse kleine goederen, in elk geval enig goed,

dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft

en/of dat/die weg te nemen voornoemde goederen onder zijn/haar/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 9 januari 2026 tot en met 15 februari 2026,

te Rotterdam en/of te Alphen aan den Rijn, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

(van) een één of meer drones en/of televisies, althans een of meer voorwerpen

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die

voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden

had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs

moest(en) vermoeden dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit enig misdrijf of uit enig eigen misdrijf;

2
Vrijspraak
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde (witwassen).

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit voor het ten laste gelegde.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Vrijspraak

Het primair ten laste gelegde (diefstal) is niet wettig en overtuigend bewezen. Nu de officier en de verdediging een eensluidend standpunt hebben ingenomen, zal de verdachte daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken.

Anders dan de officier van justitie heeft gerekwireerd, is moet de verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde (witwassen) worden vrijgesproken. Uit de bewijsmiddelen en het verhandelde ter terechtzitting blijkt het volgende.

In de nacht van 8 op 9 januari 2026 vindt er een diefstal plaats in Rotterdam. De lading van een vrachtwagen, met daarin verschillende elektronische apparaten waaronder een groot aantal DJI-drones, wordt gestolen. De verdachte komt bij de politie in beeld omdat hij een chatgroep aan zou hebben gemaakt, waarin de diefstal en de verkoop van de gestolen drones zouden zijn besproken. Verder zou de verdachte betrokken zijn omdat hij (indirect) geld zou hebben ontvangen vanuit de verkoop van één van de gestolen drones. De politie heeft via marktplaats een pseudokoop gedaan van een van de gestolen drones, de verkoper heeft de drones op zijn beurt van een derde betrokkene gekregen. Die derde betrokkene is door de politie geobserveerd toen hij geld overhandigde aan de verdachte kort nadat de pseudokoop had plaatsgevonden. De verdachte ontkent dat hij deelgenoot was van de groepsapp en aangaande het ontvangen van het geld heeft de verdachte in zijn laatste woord ter zitting gesteld dat dit een lening betrof.

Voor zover al zou kunnen worden vastgesteld dat het geldbedrag afkomstig was uit enig misdrijf, geldt dat er geen bewijs is dat de verdachte wetenschap had of het vermoeden moest hebben dat het geld afkomstig was uit enig misdrijf. Uit het dossier blijkt niet dat hij enige betrokkenheid had bij de diefstal van de drones of anderszins wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het ontvangen bedrag van misdrijf afkomstig was. Alhoewel er aanwijzingen zijn in de richting van de verdachte, zijn deze onvoldoende om betrokkenheid bij de diefstal of de verkoop van de goederen wettig en overtuigend te bewijzen. Dit alles leidt ertoe dat de verdachte ook van het subsidiair ten laste gelegde witwassen moet worden vrijgesproken.

3
In beslag genomen voorwerpen
3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de in beslaggenomen Volkswagen Fox ( [goednummer] ) wordt verbeurd verklaard.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht dat de in beslaggenomen Volkswagen Fox teruggaat naar de verdachte.

3.3.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank beslist tot de teruggave van de in beslag genomen Volkswagen Fox ( [goednummer] ) aan de verdachte.

4
Vordering van de benadeelde partij
4.1.

Vordering [benadeelde partij] (rechtspersoon)

De rechtspersoon [benadeelde partij] heeft als benadeelde partij een vergoeding voor materiële schade ter hoogte van € 266.898,- en een proceskostenvergoeding van € 3.000,- gevorderd.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering, omdat de verdachte wordt vrijgesproken.

Beslissing

5
Beslissingen

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

beveelt de teruggave van Volkswagen Fox ( [goednummer] ) aan de verdachte;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte heeft gemaakt voor de verdediging tegen de vordering, en begroot deze kosten op € 0,-.

6
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. D.F. Smulders, voorzitter,

en mrs. J.L. Luiten en M.S. Polet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 10 juni 2026.

Mrs. D.F. Smulders en J.L. Luiten zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.