Rechtbank Rotterdam, eerste aanleg - meervoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBROT:2026:9098

Op 24 June 2026 heeft de Rechtbank Rotterdam een eerste aanleg - meervoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 10/343995-25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBROT:2026:9098. De plaats van zitting was Dordrecht.

Soort procedure:
Instantie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
10/343995-25
Datum uitspraak:
24 June 2026
Datum publicatie:
27 July 2026

Indicatie

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan handel in cocaïne en voorbereidingshandelingen Opiumwet. De verdachte wordt vrijgesproken van witwassen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden op.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht

Meervoudige kamer strafzaken

Parketnummer: 10/343995-25

Datum uitspraak: 24 juni 2026

Datum zitting: 10 juni 2026

Tegenspraak

Verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats]

ingeschreven op het adres:[adres] , [postcode] [woonplaats] ,

gedetineerd in Detentiecentrum [locatie]

Advocaat van de verdachte: mr. R. van den Hemel

Officier van justitie: mr. M. van Breukelen

Kern van het vonnis

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan handel in cocaïne en voorbereidingshandelingen Opiumwet. De verdachte wordt vrijgesproken van witwassen. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden op.

1
Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan handel in cocaïne (feit 1), voorbereidingshandelingen Opiumwet (feit 2) en witwassen (feit 3).

De volledige tenlastelegging houdt in dat

1

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot en met 23 februari 2026 te

Rotterdam, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een of meer (grote) (handels)hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

2

hij in of omstreeks de periode van 1 februari 2020 tot en met 23 februari 2026 te

Rotterdam. althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te

plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van

dat feit heeft getracht te verschaffen,

- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar

mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den)

om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door / te weten

- met één of meer mededaders(s) ontmoetingen gehad en/of (telefonisch) contact

onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het

invoeren en/of afleveren en/of opslaan en/of versnijden en/of verstrekken en/of

vervoeren van voornoemde cocaïne en/of

- contacten onderhouden/overleg gehad/informatie verschaft/instructies gegeven

over/omtrent het vervaardigen van crystal Meth en/of

- een grote hoeveelheid geld tw €17.460.00 voorhanden heeft gehad en/of

- 5 liter amfetamine heeft gekocht;

3

hij op of omstreeks 24 februari 2026, te Rotterdam

(van) een geldbedrag (€17.460,00), althans een of meer voorwerpen

Sub a

- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die

voorwerp(en) was/waren, en/of

- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden

had(den)

Sub b

- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet,

en/of

- gebruik heeft gemaakt

terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die

voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf

en/of uit eigen misdrijf

2
Bewijs / Vrijspraak
2.1.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor alle 3 de ten laste gelegde feiten.

2.2.

Conclusie van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor alle 3 de ten laste gelegde feiten.

2.3.

Oordeel van de rechtbank

2.3.1.

Bewezenverklaring en bewijsmiddelen

Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan -kort gezegd - handel (feit 1) en voorbereiding van handel (feit 2) in cocaïne in de periode 25 augustus 2020 tot en met 8 februari 2021. Het witwassen van een bedrag van €17.640,- (feit 3) acht de rechtbank niet bewezen.

De bewezenverklaring is gebaseerd op de in bijlage 1 opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen (Voetnoot 1) en de onderstaande bewijsmotivering.

2.3.2.

Bewijsmotivering (bewezenverklaring feiten 1 en 2, vrijspraak feit 3)

Handel in cocaïne en voorbereidingshandelingen Opiumwet

De verdenking van verdachte voor het tenlaste gelegde feit is ontstaan na onderzoek van de politie naar de gebruiker van Sky-ID [gebruikersnaam] . Uit dit onderzoek blijkt [gebruikersnaam] zich bezighield met de handel in cocaïne. De politie komt tot de conclusie dat de verdachte kan worden gekoppeld aan het bovengenoemde Sky-ID. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het Sky-ID niet aan de verdachte kan worden toegeschreven.

De verdachte is de gebruiker van Sky-ID [gebruikersnaam]

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit de door bovengenoemd Sky-ID verstuurde chatberichten blijkt dat de gebruiker van dit Sky-ID berichten heeft verstuurd die duiden op handel in cocaïne. Uit deze chats blijkt ook dat de gebruiker een Braziliaan wordt genoemd en in een zwarte BMW rijdt. Ook komen de termen “ [plaats] ” en “M5” voor in deze berichten. Wanneer de politie deze termen opzoekt in politiesystemen komt er één persoon naar voren: [verdachte] , wonend aan [adres] in [woonplaats] . Na onderzoek blijkt dat de telefoon die is gekoppeld aan het Sky-ID veelvuldig aanstraalt op zendmasten in de buurt van [adres] , dat de verdachte van Braziliaanse komaf is en dat hij in het bezit is van een zwarte BMW M5.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de feiten en omstandigheden zoals weergegeven in het proces-verbaal van identificatie, in onderling verband en samenhang bezien, buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat het de verdachte is geweest die gebruik heeft gemaakt van Sky-ID [gebruikersnaam] . De rechtbank stelt daarom vast dat de verdachte de persoon is geweest die de aan deze accounts gekoppelde chatberichten heeft verzonden/ontvangen en daarbij onder meer wordt aangeduid met de bijnamen " [bijnaam 1] ”, "boss", "Toro", " [bijnaam 2] ".

Nu de verdachte is geïdentificeerd als de gebruiker van het Sky-ID [gebruikersnaam] zal de rechtbank daar bij de verdere bespreking en beoordeling van de ten laste gelegde feiten ook van uitgaan.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan handel in cocaïne en het treffen van voorbereidingen daartoe in de periode 25 augustus 2020 tot en met 8 februari 2021.

De rechtbank leidt uit de strekking van de berichten afkomstig van en gestuurd naar het Sky-ID [gebruikersnaam] , de verdachte, af dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan handel in cocaïne en het verrichten van voorbereidingshandelingen daartoe . Zo stuurt de verdachte op meerdere momenten in de periode augustus 2020 – februari 2021 meldingen dat hij cocaïne heeft en dat een blok cocaïne om en nabij €35.000 kost. Daarnaast stuurt de verdachte op meerdere momenten foto’s van de cocaïne waarover wordt gesproken.

De verdediging heeft bepleit dat de ontsleutelde skyberichten hiertoe onvoldoende bewijs vormen omdat er geen link te maken is tussen de skyberichten en daadwerkelijke gebeurtenissen.

In het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) heeft de wetgever bepaald dat het bewijs dat een verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling verbiedt de rechter tot een bewezenverklaring te komen in het geval de relevante feiten en omstandigheden uit één bron afkomstig zijn, op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in deze zaak geen sprake.

De bewijsmiddelen in deze zaak bestaan voor het grootste deel uit (ontsleutelde) chatgesprekken die zijn gevoerd via SkyECC over een langere periode met verschillende gebruikers. In die chatgesprekken wordt geregeld geduid op cocaïne en daarnaast worden diverse afbeeldingen verzonden van op cocaïne gelijkend materiaal die de inhoud van de chatgesprekken ondersteunen. Naar het oordeel van de rechtbank wordt daarmee aan het bewijsminimum voldaan.

Onder de verdachte worden verschillende telefoons in beslag genomen. Ook uit de strekking van de berichten afkomstig van de onder de verdachte in beslag genomen telefoons leidt de rechtbank af dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan handel in cocaïne. Op twee van de in beslag genomen telefoons worden meerdere afbeeldingen en video’s aangetroffen die naar het oordeel van de rechtbank duiden op cocaïnehandel. Zo is op verschillende afbeeldingen cocaïne zichtbaar en worden er chatgesprekken aangetroffen waarin wordt gesproken over de prijs en het testen van een product. De verdachte heeft door de veelheid van de berichten een bijdrage van voldoende gewicht geleverd. Hij heeft hierbij in een nauwe en bewuste samenwerking met anderen gewerkt, zodat sprake is van medeplegen.

Wat de periode betreft vindt de rechtbank bovengenoemde chats en de identificatie van verdachte als de bijbehorende sky-ID gebruiker alleen voldoende bewijs voor het voorhanden hebben, handelen en het voorbereiden van handel in de periode 25 augustus 2020 tot en met 8 februari 2021. Voorzover in een andere dan de bewezenverklaarde periode aanwijzingen zouden bestaan dat verdachte ook betrokken is geweest bij het produceren van en handelen in amfetamine en/of crystal meth dragen die aanwijzingen niet bij aan het bewijs van (voorbereiding van) handel in cocaïne. Immers, op dat middel richt de tenlastelegging zich.

Op een van de onder verdachte in beslag genomen telefoons is ook een afbeelding aangetroffen van blokken witte substantie, die op een krant liggen en waar een audiobestand bij hoort waarin wordt gezegd “ [naam] mooi spullen jongen, en sterk”. Deze informatie zou volgens verbalisanten geplaatst moeten worden ergens in het jaar 2025 en aldus een indicatie vormen dat verdachte op de een of andere manier actief is gebleven in de drugswereld. Echter, daargelaten of de substantie cocaïne betrof en of de persoon [naam] de verdachte betrof, valt uit deze informatie niet af te leiden of [naam] de blokken aan afzender had verstrekt, of dat het de bedoeling was dat ze door de afzender aan [naam] verstrekt zouden worden, dan wel dat ze door [naam] en de afzender gezamenlijk aan een derde verstrekt zouden gaan worden. Dus valt ook niet vast te stellen of dit handel door verdachte bewijst (feit 1) of slechts voorbereiding van handel (feit 2) dan wel niet meer aantoont dan dat hij van het bestaan van deze blokken op de hoogte was.

Vrijspraak witwassen

Onder feit 3 wordt de verdachte verweten dat hij een bedrag van €17.640 heeft witgewassen. Dit geldbedrag is aangetroffen in de woning van de verdachte en lag tussen enkele skateboards.

Voor een bewezenverklaring van witwassen is vereist dat komt vast te staan dat het ten laste gelegde bedrag middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig is en dat de verdachte dat wist dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden.

Allereerst zal moeten worden vastgesteld of de aangedragen feiten en omstandigheden van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen. Uit het dossier blijkt dat de verdachte zich inliet met drugsgerelateerde criminele praktijken. Het bovengenoemde geldbedrag is bovendien aangetroffen in de woning van de verdachte, het lag in verschillende kleinere en grote coupures tussen enkele skateboards. Gelet op het voorgaande, alsmede de omvang van het bedrag, deelt de rechtbank het standpunt van de officier van justitie dat de genoemde feiten en omstandigheden een vermoeden van witwassen rechtvaardigen.

Vervolgens mag van de verdachte worden verwacht dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring geeft voor de legale herkomst van de het geld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte met de door hem afgelegde verklaring een dergelijke verklaring voor de herkomst van het geld gegeven. De verdachte heeft verklaard dat hij en zijn vriendin een goed salaris genieten, dit heeft hij ook middels bankafschriften ter terechtzitting aangetoond. De verdachte heeft tevens verklaard dat hij handelt in exclusieve sneakers en skateboards, dat hier veel geld mee gemoeid is en dat in die handelswereld veel met contant geld wordt betaald. De rechtbank is ambtshalve bekend met het feit dat in de handel sneakers veel geld omgaat. Dit blijkt tevens uit het feit dat via een simpele zoekslag op het internet naar exclusieve sneakers te zien is dat bepaalde sneakers al snel voor bedragen duizenden euro’s worden aangeboden. De verklaring van de verdachte, dat hij handelt in sneakers en skateboards, wordt tevens ondersteund door het dossier. Op één van de foto’s gemaakt tijdens de doorzoeking is te zien dat een (opslag)ruimte volstaat met skateboards en dozen van sneakers. Daarmee is de verklaring die verdachte voor een geldbedrag van die omvang geeft enigszins verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onaannemelijk.

De rechtbank acht het witwassen zodoende niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt de verdachte vrij van dit feit.

2.3.3.

Volledige bewezenverklaring

Bewezen is dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2020 tot en met 8 februari 2021 te

Rotterdam, althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een of meer (grote) (handels)hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne,

zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet

2

hij in of omstreeks de periode van 25 augustus 2020 tot en met 8 februari 2021 te

Rotterdam. althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

voor te bereiden en/of te bevorderen,

te weten

- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren,

verstrekken en/of vervoeren, en/of

- het opzettelijk vervaardigen

van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne

- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te

plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,

- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van

dat feit heeft getracht te verschaffen,

- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere

betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar

mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den)

om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,

door / te weten

- met één of meer mededaders(s) ontmoetingen gehad en/of (telefonisch) contact

onderhouden en/of informatie uitgewisseld en/of afspraken gemaakt over het

invoeren en/of afleveren en/of opslaan en/of versnijden en/of verstrekken en/of

vervoeren van voornoemde cocaïne en/of

- contacten onderhouden/overleg gehad/informatie verschaft/instructies gegeven

over/omtrent het vervaardigen van crystal Meth en/of

- een grote hoeveelheid geld tw €17.460.00 voorhanden heeft gehad en/of

- 5 liter amfetamine heeft gekocht;

3
Kwalificatie en strafbaarheid
3.1.

Kwalificatie

De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:

Feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

Feit 2: om een feit, als bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

3.2.

Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

4
Straf
4.1.

Eis van de officier van justitie

De verdachte moet voor worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

4.2.

Standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarnaast stelt de verdediging dat de detentie wegens medische redenen zwaar valt voor de verdachte.

4.3.

Oordeel van de rechtbank

4.3.1.

Ernst en omstandigheden van de feiten

De verdachte heeft zich, samen met anderen, en voor een langere periode schuldig gemaakt aan handel in cocaïne en voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet. Hiermee heeft hij een duidelijk aanwijsbare en relevante positie bekleed in de drugsketen. Harddrugs zijn voor de gezondheid van personen zeer schadelijke stoffen. Door het gebruik van harddrugs wordt niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert ook dat dit dikwijls gepaard gaat met verschillende vormen van criminaliteit, variërend van lichte verwervingscriminaliteit tot zware criminaliteit zoals geweldsmisdrijven. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zich geen rekenschap heeft gegeven van de gevolgen van zijn handelen.

4.3.2.

Persoon en persoonlijke omstandigheden

Strafblad

Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 13 mei 2026 blijkt dat de verdachte eerder, maar niet binnen de recidiveperiode van 5 jaren, onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

4.3.3.

Oplegging straf

Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Weliswaar betreft de bewezenverklaring een vrij korte periode, maar de hoeveelheid die werd verhandeld of waar het chatverkeer zich op richtte betrof naar het zich laat aanzien geregeld een of meerdere (blokken van) kilo’s tegelijk. Ook houdt de rechtbank rekening met het strafblad van verdachte, waarop meerdere veroordelingen staan – weliswaar alle ouder van 5 jaar – tot lange gevangenisstraffen voor Opiumwetdelicten.

De rechtbank ziet geen meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel. Een recent reclasseringsrapport waarin dat wordt geadviseerd en onder welke voorwaarden een en ander gestalte moet krijgen is er niet. Een en ander afwegend vindt de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek passend.

De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend.

5
In beslag genomen voorwerpen

Ten overvloed merkt de rechtbank op dat zij geen kennis heeft genomen van een beslaglijst. Indien het geldbedrag ter hoogte van €17.460,-, zoals beschreven in feit 3 waarvan de verdachte wordt vrijgesproken, onder de verdachte in beslag is genomen, beslist de rechtbank tot teruggave van bovengenoemd geldbedrag.

6
Wettelijke voorschriften

De oplegging van deze straf is gebaseerd op artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet.

Beslissing

7
Beslissingen

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 3 ten laste gelegde feit heeft gepleegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals onder 2.3.3. is omschreven, heeft gepleegd;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de onder 3 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beveelt de teruggave van geldbedrag €17.460,- aan de verdachte, indien dit geldbedrag onder hem in beslag is genomen.

8
Samenstelling rechtbank en ondertekening

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.P. Hameete, voorzitter,

en mrs. F.P.J. Schoonen en M.S. Polet, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E.P. de Jong, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 24 juni 2026.

Mrs. A.P. Hameete, F.P.J. Schoonen en E.P. de Jong zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.

Voetnoot

Voetnoot 1

De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier [dossiernaam 1] .

Pagina’s 7-15.

Pagina’s 1-36, zaaksdossier [dossiernaam 2] .