Rechtbank Rotterdam
Meervoudige kamer strafzaken
Parketnummer: 10.236393.25
Datum uitspraak: 8 juli 2026
Datum zitting: 24 juni 2026
Tegenspraak
Verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats]
ingeschreven op het adres [adres] [postcode] [woonplaats] .
Advocaat van de verdachte: mr. O. Saki
Officier van justitie: mr. N.J. Jacobs
De officier van justitie beschuldigt de verdachte van – samengevat – het in de periode van 19 september 2024 tot 5 juni 2025 medeplegen van vervaardigen en in de handel brengen van MDMA-pillen en het op 5 juni 2025 medeplegen van het voorhanden hebben van ruim 140 kilogram harddrugs en het in de periode 19 september 2024 tot en met 5 juni 2025 deelnemen aan een criminele organisatie.
De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat
1hij in of omstreeks de periode 19 september 2024 tot en met 05 juni 2025 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2hij op of omstreeks 5 juni 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 130.698 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende
MDMA en/of- ongeveer 4.515 gram, in elk een hoeveelheid van een materiaal bevattende PMMAen/of- ongeveer 4.436 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B en/of- ongeveer 179 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevatten amfetamine,zijnde MDMA en/of PMMA en/of 2C-B en/of amfetamine (telkens) een middel alsbedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens hetvijfde lid van artikel 3a van die wet;
3hij in of omstreeks de periode van 19 september 2024 tot en met 5 juni 2025 te Rotterdam, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven alsbedoeld in artikel 10 derde, vierde en/of vijfde lid en/of artikel 10a eerste lid Opiumwet.
2.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft overeenkomstig de procesafspraken gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor de feiten 1, 2 en 3.
2.2.
Conclusie van de verdediging
De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd.
2.3.
Oordeel van de rechtbank
1hij in de periode 19 september 2024 tot en met 05 juni 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervoerd en/of vervaardigd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2hij op 5 juni 2025 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad - ongeveer 130.698 gram MDMA en - ongeveer 4.515 gram PMMA en - ongeveer 4.436 gram 2C-B en - ongeveer 179 gram amfetamine,zijnde MDMA en PMMA en 2C-B en amfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3
hij in de periode van 19 september 2024 tot en met 5 juni 2025 te Rotterdam, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of een of meer anderen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en vierde lid Opiumwet.
De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. Dit verkorte vonnis bevat geen bewijsmiddelen.
6
In beslag genomen voorwerpen
Met de verdachte zijn afspraken gemaakt over onder een onder hem in inbeslaggenomen voorwerp; namelijk een horloge, merk Rolex, type GMT-Master II. Nu de rechtbank de procesafspraken volgt, zal zij inhoudelijk geen beslissingen nemen over het beslag.
7
Wettelijke voorschriften
De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 23, 24c, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 11b van de Opiumwet.
Beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart bewezen dat de verdachte de feiten, zoals in hoofdstuk 3 zijn omschreven, heeft gepleegd;
Kwalificatie en strafbaarheid
stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
Gevangenisstraf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
Geldboete
veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 50.000,- (vijftigduizend);
beveelt dat, voor het geval de geldboete niet wordt betaald en geen verhaal mogelijk is, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 225 (tweehonderdvijfentwintig) dagen;
Voorlopige hechtenis
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; deze voorlopige hechtenis is eerder geschorst.
9
Samenstelling rechtbank en ondertekening
Dit vonnis is gewezen door:
mr. C.M. Derijks, voorzitter,
en mrs. J.J. Bade en A.C.M. Klaasse, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.A. Wolterink, griffier,
en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 8 juli 2026.
Mr. A.C.M. Klaasse is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen.