8
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Gelet is op de artikelen 45, 48, 49, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg en 287 en de artikelen, 26, 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart niet bewezen dat de verdachte feit 1 primair heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart bewezen dat de verdachte feit 1 subsidiair, feit 2 en feit 3, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;
stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;
verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 165 (honderdvijfenzestig) dagen;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 120 (honderdtwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;
verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op een 2 (twee) jaren;
tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;
stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
zich gedurende een door de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;
onderwijs zal volgen en naar school/stage zal gaan volgens het schoolrooster;
een zinvolle vrijetijdsbesteding zal hebben en behouden, in de vorm van bijvoorbeeld sport of een bijbaan;
zal meewerken aan hulpverlening zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
zal meewerken aan de begeleiding door een coach zolang de jeugdreclassering dit nodig acht;
verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden
- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren;
beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte; de voorlopige hechtenis is bij eerdere beslissing geschorst.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. N. Doorduijn, voorzitter, tevens kinderrechter,
en mrs. A.A.J. de Nijs en S. Putting, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van mr. U. Ramdihal-Poeran, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 augustus 2026.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
Parketnummer 10/125191-25
1
hij op of omstreeks 19 april 2025 te Rotterdam, althans in Nederland
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen
misdrijf om
één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en)
opzettelijk en
met voorbedachten rade
van het leven te beroven
met een vuurwapen op, althans in de richting van die perso(o)n(en) heeft
geschoten,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] en/of (een) ander(e) perso(o)n(en)
op of omstreeks 19 april 2025 te Rotterdam, althans in Nederland
ter uitvoering van het door [medeverdachte] en/of (een) ander(e) perso(o)n(en)
voorgenomen misdrijf om
één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en)
opzettelijk en met voorbedachten rade
van het leven te beroven
met een vuurwapen op, althans in de richting van die perso(o)n(en) heeft geschoten
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte,
op of omstreeks 19 april 2025 te Rotterdam,
opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijke gelegenheid en/of middelen
heeft verschaft door een vuurwapen te verstrekken aan die [medeverdachte] ;
2
hij op of omstreeks 19 april 2025 te Rotterdam, althans in Nederland
een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een
revolver, van het merk BBM, type Olympic 38, kaliber .22 LR zijnde een vuurwapen
in de vorm van een revolver
voorhanden heeft gehad.
Parketnummer 10/336503-25
hij op of omstreeks 31 oktober 2025 te Rotterdam,
terwijl hij de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
een wapen van categorie IV, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten een mes,
voorhanden heeft gehad.