Rechtbank Zeeland-West-Brabant, eerste aanleg - enkelvoudig vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:3563
Op 9 March 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van vreemdelingenrecht, wat onderdeel is van het bestuursrecht. Het zaaknummer is 11789640 \ MB VERZ 25-487, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:3563. De plaats van zitting was Middelburg.
Indicatie
beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, ongegrond.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer : 11789640 \ MB VERZ 25-487
CJIB-nummer : [cjib nummer]
uitspraakdatum : 9 maart 2026
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : [gemachtigde] ( [b.v.] )
Verloop van de procedure
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 9 maart 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Standpunten
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 9 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Serooskerkseweg te Serooskerke op 28 september 2024 om 18.28 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de betreffende BOA niet bevoegd is tot het opleggen van de sanctie. De BOA is aangesteld in het domein ‘Generieke opsporing’ blijkens het zaakoverzicht. Niet is in te zien om welke reden de verkeershandhaving is te scharen onder één van de andere boa-domeinen. Daar komt bij dat de specifieke taakomschrijving van de betreffende BOA, die de sanctie heeft opgelegd, niet kenbaar is gemaakt, waardoor niet getoetst kan worden of de BOA handelt binnen zijn takenpakket. Voorts verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Er bestaat geen aanleiding om te twijfelen aan de bevoegdheid van de verbalisant. Uit het zaakoverzicht blijkt dat de verbalisant ten tijde van de gedraging beschikte over opsporingsbevoegdheid binnen het domein generieke opsporing. De zittingsvertegenwoordiger verwijst ter onderbouwing van dit standpunt naar een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2017:3228.
Overwegingen
De kantonrechter stelt vast dat de sanctie is opgelegd door een buitengewoon opsporingsambtenaar die werkzaam is binnen het domein generieke opsporing. De enkele betwisting van de bevoegdheid, dan wel het in meer algemene zin aan de orde stellen daarvan door het stellen van vragen of het doen van suggesties, is onvoldoende om te twijfelen aan de bevoegdheid van verbalisant. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat volgens vaste rechtspraak in beginsel mag worden uitgegaan van de bevoegdheid van de verbalisant, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan om daaraan te twijfelen (vgl. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, ECLI:NL:GHARL:2024:1774). Datzelfde geldt indien slechts wordt gesteld dat bepaalde stukken die betrekking hebben op de bevoegdheid van de ambtenaar niet kunnen worden achterhaald.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Beslissing
De kantonrechter:
verklaart het beroep ongegrond;
wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, kantonrechter, bijgestaan door de griffier L.I.M. Appels, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2026.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.