Rechtbank Zeeland-West-Brabant, rekestprocedure personen- en familierecht

ECLI:NL:RBZWB:2026:2265

Op 24 February 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een rekestprocedure procedure behandeld op het gebied van personen- en familierecht, wat onderdeel is van het civiel recht. Het zaaknummer is C/02/444858 / FA RK 26-682, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:2265. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Zaaknummer(s):
C/02/444858 / FA RK 26-682
Datum uitspraak:
24 February 2026
Datum publicatie:
27 March 2026

Indicatie

Zorgmachtiging Wvggz

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/444858 / FA RK 26-682

Datum uitspraak: 24 februari 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene] ,

geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonende [woonadres] ,

advocaat mr. J. Meijer uit Venray.

1
Het verloop van de procedure
1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 februari 2026 aan voormeld woonadres. Daarbij zijn gehoord:

betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

de heer [persoon 1] , GZ psycholoog/regiebehandelaar;

mevrouw [persoon 2] , begeleidster ( [hulpverlening] ).

1.3.

De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.

2
Wat vaststaat

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 29 maart 2026.

3
Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging, als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

- opnemen in een accommodatie.

4
De standpunten
4.1.

Betrokkene geeft aan dat hij eerder wegens onderliggende trauma’s een psychose heeft ontwikkeld. Ook heeft het overlijden van zijn opa in de COVID periode daarin een grote rol gespeeld. Daarnaast is er bij hem sprake van ADHD kenmerken. Hij heeft geen last meer van stemmen sinds hij voor zichzelf technieken heeft ontwikkeld, waarmee hij zich uit een psychose kan denken. Wel kent hij nog depressieve momenten. Van agressief gedrag is bij hem geen sprake meer. Die keren dat dit wel het geval was bevond hij zich in situaties, waarin er gevaar of dreigende uitputting aan de orde was. Ook heeft hij veel last ervaren van de hem toegediende medicatie. Deze hebben voor vervelende bijwerkingen gezorgd waar hij nog steeds last van heeft. Hoewel ook andere woonregio’s zijn interesse hadden, heeft hij er uiteindelijk voor gekozen om in [plaats 1] te gaan wonen. Daar woont hij nu sinds november 2025 met ambulante begeleiding. Die is volgens hem ook nodig, omdat hij eerder zijn woning verwaarloosde en hij bovendien niet alleen kan zijn. Hij is blij met het contact met de ambulante begeleiding, voor wie hij veel respect heeft en met wie hij om gaat alsof het familie is. Hij is inmiddels volledig gestopt met het gebruik van harddrugs wel rookt hij af en toe een jointje. Verder is hij voornemens om, zodra hem een uitkering zal zijn toegekend, te starten met vrijwilligerswerk. Betrokkene wil het liefst geen medicatie meer. Ook is er geen noodzaak voor medicatie toediening in een verplicht kader, omdat hij hieraan vrijwillig meewerkt. Wel dient de medicatie beperkt te blijven tot ADHD medicatie, te weten Ritalin en - voor zover nog nodig - anti psychotica, maar dan wel in tabletvorm. Daarnaast zou hij zodra mogelijk willen starten met een EMDR traject om aan zijn trauma’s te kunnen werken.

4.2.

De GZ psycholoog/regiebehandelaar (van [accommodatie 1] ) brengt naar voren dat betrokkene een uitgebreide psychiatrische voorgeschiedenis heeft, gekenmerkt door een psychotische stoornis in combinatie met middel gerelateerde en verslavingsstoornissen. Betrokkene heeft gedurende psychotische episodes forse agressie laten zien. In het jaar voorafgaand aan mei 2025 kwam hij nauwelijks in zijn sterk vervuilde woning en leidde hij een zwervend bestaan. Vervolgens is betrokkene vier maal klinisch opgenomen bij [ggz-instelling] in de [regio] met een crisismaatregel. Daar bleek separatie noodzakelijk, nadat hij gewelddadig gedrag had vertoond, waarbij een zorgmedewerker ernstig letsel opliep. Betrokkene werd daarop in mei 2025 opgenomen bij de [accommodatie 1] in [plaats 2] . Betrokkene verkeert momenteel in een rustigere fase. De geboden ambulante zorg en de geboden depotmedicatie hebben ervoor gezorgd dat de psychose op de achtergrond is geraakt. Daarnaast is in de afgelopen periode hulp en ondersteuning ingezet om betrokkene de gelegenheid te bieden ergens te kunnen settelen.

Hoewel [plaats 3] aanvankelijk als woonplek in beeld was heeft betrokkene inmiddels voor [plaats 1] gekozen. Dit betekent dat zeer binnenkort de overdracht vanuit de [accommodatie 1] naar [accommodatie 2] zal gaan plaats vinden. In verband met de middelenverslavings- problematiek is ook Novadic-Kentron betrokken. Zodra de feitelijke overdracht heeft plaatsgevonden, kan er ook een switch plaatsvinden van depotmedicatie naar orale medicatie. Wel acht hij het verplichte kader van een zorgmachtiging voor een periode, zoals verzocht, noodzakelijk om de overdracht naar [accommodatie 2] en de omzetting van depotmedicatie naar orale medicatie voldoende gecontroleerd te laten plaats vinden. Voor vrijwillige zorg ziet hij onvoldoende basis. In dat verband benoemt hij dat betrokkene nog zeer kort geleden pas na een zeer langdurig gesprek met een zorgverlener besloot de depotmedicatie te accepteren. Ook is gebleken dat wanneer betrokkene in een omgeving is met voor hem minder bekende personen, de kans groter wordt dat hij stopt met zijn medewerking aan het accepteren van de medicatie. Betrokkene komt bovendien nog niet of nauwelijks tot activiteit en dient ook daaraan de komende tijd gewerkt te worden. Met deze toelichting ondersteunt hij het verzoek en alle daarin genoemde zorgvormen, zij het met uitzondering van het toedienen van vocht en voeding en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, welke twee zorgvormen strikt genomen op dit moment niet noodzakelijk zijn. Alle verzochte verplichte zorgvormen, die zien op de mogelijkheid van een klinische opname zien specifiek op die situaties waarin sprake is van (dreigende) ontregeling. Verder wordt met het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het door betrokkene onderhouden van contact met en het meewerken aan de ambulante zorg. Daarmee wordt in eerste instantie beoogd te gaan werken aan een geleidelijke opbouw van vrijheden. Echter kan dit ook betekenen, afhankelijk van het verloop daarvan, dat één of meerdere vrijheden (tijdelijk) worden teruggedraaid.

4.3.

De begeleidster sluit zich aan bij dat wat door de GZ psycholoog/regiebehandelaar naar voren is gebracht, zij heeft daarop geen aanvullingen.

4.4.

De advocaat voert aan dat betrokkene een zeer turbulente periode achter de rug heeft. Daarin werd hij, ondanks zijn oprecht goede intenties om een stabieler leven te gaan leiden, met meerdere (verplichte) klinische crisisopnames en separeersituaties geconfronteerd en kwam hij vervolgens ook weer op straat terecht. Uiteindelijk is na een uitdrukkelijke roep om hulp van betrokkene zelf de opname bij de [accommodatie 1] tot stand gekomen. Hij stelt hij vast dat betrokkene met de sindsdien gehanteerde adequate behandelaanpak, concrete stappen heeft weten te maken. Daardoor is zijn toestandsbeeld aanmerkelijk verbeterd, in die mate, dat van (het risico op) ernstig nadeel, althans zoals in de medische verklaring beschreven, geen sprake meer is. Betrokkene wil in geen geval terug naar de oude situatie. Hij is daarom vastbesloten om in [plaats 1] een leven op te bouwen en daartoe ambulante zorg en ondersteuning vrijwillig te (blijven) accepteren. Dit geldt ook voor de toediening van medicatie, zij het dat betrokkene die het liefst niet meer via depots maar in tabletvorm wenst te ontvangen. Al deze factoren maken dat er geen noodzaak is voor zorg in een verplicht kader. Dat de behandeling zich momenteel nog in een overdrachtsfase bevindt maakt dit niet anders, temeer omdat de duur van bepaalde processen zich in zijn algemeenheid niet laat voorspellen. Met deze toelichting stelt hij zich namens betrokkene primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij namens betrokkene, bij wijze van subsidiair standpunt, de zorgmachtiging in duur te beperken tot een periode van maximaal drie maanden en het restantverzoek af te wijzen.

5. De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, disruptieve, impulsbeheersings- en andere gedragsstoornissen en middel gerelateerde en verslavings-stoornissen.

5.3.

Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene in het verleden maar ook nog relatief kort geleden periodes heeft gekend, waarin hij psychotisch ontregeld is geraakt en sprake was van ernstig nadeel in de vorm van agressie naar anderen, waaronder naar zorgverleners. Dit gedrag heeft meerdere keren geleid tot verplichte klinische (crisis)opnames, deels ook in combinatie met verpleging in de separeer. Gebleken is dat betrokkene met de tot dusver geboden ambulante zorg positieve stappen weet te maken en er daardoor ook meer rust is gekomen. Wel betreft het hier een prille ontwikkeling, wat de situatie kwetsbaar maakt. Daarbij komt niet in de minste plaats dat betrokkene problemen heeft met de bijwerkingen die hij ervaart van de depotmedicatie. Er wordt weliswaar gewerkt aan een switch naar orale medicatie, maar daarvoor dient in de eerste plaats de overdracht van de zorg en behandeling van de [accommodatie 1] naar [accommodatie 2] te hebben plaatsgevonden. Vervolgens dient betrokkene op deze medicatie te worden ingesteld en dient het effect daarvan gedurende langere tijd gemonitord te worden. Betrokkene zal bovendien starten met EMDR therapie, waarvan ook het verloop en resultaat van belang is om te kunnen bepalen welke zorg betrokkene verder nog nodig heeft. Ten slotte acht de rechtbank van belang dat betrokkene vooralsnog geen actieve dagbesteding heeft en dit ook bij de ambulante zorg als extra aandachtspunt dient te worden opgepakt.

5.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene nog steeds zorg nodig.

5.5.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene, die ondanks zijn complexe voorgeschiedenis voor zichzelf de keuze heeft weten te maken om in een beschermde woonomgeving met ambulante zorg verder aan zichzelf te werken, op de goede weg is. Echter moet ook voorkomen worden dat de stappen die betrokkene tot nu toe al heeft gemaakt, teniet worden gedaan. Er zijn meerdere factoren die daarop van invloed zouden kunnen zijn en waarin de rechtbank een risico ziet op een mogelijke terugval in ontregeling, zoals de aanstaande zorgoverdracht, de verandering van depotmedicatie naar orale medicatie en de door betrokkene nog te starten EMDR therapie.

Daarbij betrekt de rechtbank meer specifiek dat betrokkene nog op orale medicatie moet worden ingesteld en dat er in dit stadium niet volledig op kan worden vertrouwd dat hij daar consequent aan zal (blijven) meewerken. Op grond van al deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat er geen mogelijkheden zijn voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is nog steeds verplichte zorg nodig.

5.6.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- onderzoek aan kleding of lichaam;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedingen middelen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

Uit de toelichting van de behandelaar is gebleken dat de verplichte zorgvormen, die zien op een klinische opname mogelijkheid, nadrukkelijk zijn bedoeld voor die situaties, waarin betrokkene ontregelt of er van (dreigende) ontregeling sprake is.

Gebleken is tenslotte dat voor andere vormen van verplichte zorg geen noodzaak bestaat, zodat andere dan de hiervóór genoemde vormen van verplichte zorg zullen worden afgewezen.

5.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.8.

Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen, zij het van beperktere duur, te weten zes maanden, welke periode naar op dit moment valt te voorzien voldoende is om betrokkene in staat te stellen met de beschikbare verplichte zorg de ter verdere stabilisatie noodzakelijke vervolgstappen te maken. Het resterende deel van het verzoek zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

6
De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor:

[betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats] ,

wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 augustus 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 door mr. Benjaddi, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 10 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.