Rechtbank Zeeland-West-Brabant, op tegenspraak materieel strafrecht

ECLI:NL:RBZWB:2026:4902

Op 3 June 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een op tegenspraak procedure behandeld op het gebied van materieel strafrecht, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 0282071117, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:4902. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
0282071117
Datum uitspraak:
3 June 2026
Datum publicatie:
3 June 2026

Indicatie

Verlenging tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02-820711-17

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 3 juni 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,

feitelijk verblijvende bij FPC [locatie] ,

raadsvrouw mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Westzaan.

1
Inleiding

Bij arrest van het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch van 15 december 2020 is onder meer de terbeschikkingstelling (hierna: tbs) van betrokkene gelast en is zijn verpleging van overheidswege (hierna: dwangverpleging) bevolen. De tbs is gelast ter zake van het medeplegen van een poging tot

gekwalificeerde doodslag, een woningoverval en een diefstal. De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De termijn van de tbs is aangevangen op 27 juni 2022.

Bij beslissing van deze rechtbank van 28 juni 2024 is de tbs verlengd voor een termijn van twee jaren.

Procesverloop

2
Procesverloop

De rechtbank heeft op 17 april 2026 van het openbaar ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 20 mei 2026 behandeld. De officier van justitie, mr. S. van der Wilt-Withfield, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Westzaan.Voorts is als deskundige gehoord drs. [klinisch psycholoog] , klinisch psycholoog en hoofd behandeling.

3
Adviezen
3.1.

Advies instelling

De tbs-instelling heeft in het rapport van 24 maart 2026 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar.

De tbs-instelling heeft daartoe aangevoerd dat er bij betrokkene sprake is van een schizoïde persoonlijkheidsstoornis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Het recidiverisico bij verval van de huidige maatregel is hoog. De afwikkeling van het behandel- en resocialisatietraject neemt nog meer dan twee jaar in beslag. Het behandelteam was aanvankelijk van mening dat de problematiek van betrokkene nauwelijks intrapsychisch te bewerken was vanwege de vlakheid van zijn belevingswereld, een structureel onvermogen om verbindingen met anderen te voelen en de voorkeur te geven aan een solitair leven. Het behandelteam richtte zich daarom op het gedragsmatig beïnvloeden van het gedrag van betrokkene en het maximaal verhogen en bestendigen van zijn motivatie om een pro-sociaal leven te leiden. De aanvraag voor onbegeleid verlof werd afgewezen door de interne verlofadviescommissie. Vanaf oktober 2025 vond een opmerkelijke positieve kentering in de behandeling van betrokkene plaats. Er blijkt sprake te zijn van trauma’s waarvoor hij traumabehandeling start. Er komt meer zicht op zijn delictdynamiek in het verleden. Met name in de puberteit en adolescentie was er sprake van een opeenstapeling van woede richting zijn ouders die zich uiteindelijk uitte in fors agressieve geweldsdelicten. De rol van vader wordt daarbij uitgediept. Tevens blijkt dat betrokkene meer beleving en een rijkere binnenwereld heeft dan aanvankelijk werd gedacht. Op de afdeling is betrokkene meer in contact met groepsgenoten dan voorheen. Deze interacties zijn positief. Zijn houding naar het behandelteam is correct en vriendelijk. Hij zorgt ervoor dat hij zijn dag goed vult. Betrokkene heeft op de vraag waarom deze verandering is ingezet aangegeven dat hij zich door het afwijzen van de onbegeleid verlofaanvraag realiseerde dat hij zijn binnenwereld moest gaan tonen.

Deskundige [klinisch psycholoog] heeft ter zitting aangegeven dat zij trots is op betrokkene en onder de indruk is van de kentering die betrokkene laat zien vanaf oktober 2025. De traumatherapie zal nog enige tijd in beslag nemen en dan zal dramatherapie worden opgestart. Betrokkene moet zich gaan losmaken van zijn vader. Beschermend is dat hij zich heeft gecommitteerd aan het geloof. Er is inmiddels een nieuwe aanvraag voor onbegeleid verlof gedaan. Het is van belang dat hij kleine stapjes blijft maken en daarvoor is nog zeker twee jaar binnen de tbs nodig.

3.2.

Adviezen (externe) gedragsdeskundigen

Advies psychiater

Uit het rapport van psychiater dr. [psychiater] d .d. 4 maart 2026 blijkt dat er bij verdachte sprake is van een antisociale en schizoïde persoonlijkheidsstoornis. Bij het wegvallen van een tbs kader loopt het recidiverisico op naar hoog. Betrokkene kan dan overvraagd worden, gedemotiveerd worden en kiezen voor opportunistische gedragingen. De psychiater adviseert verlenging van de tbs-maatregel met twee jaar. Er is nu alleen nog sprake van begeleid verlof. Het doorlopen van vervolgstappen zal de nodige tijd in beslag nemen en het is niet de verwachting dat een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging binnen een jaar aan de orde zal zijn.

Advies psycholoog

Uit het rapport van psycholoog drs. [psycholoog] d.d. 11 maart 2026 blijkt dat ook de psycholoog het recidiverisico als hoog inschat bij beëindiging van de maatregel. De psycholoog constateert dat er sprake is van een schizoïde en antisociale persoonlijkheidsstoornis en een ongespecificeerde psychotrauma- of stressgerelateerde stoornis. Ook de psycholoog adviseert de maatregel met twee jaar te verlengen.

4
Standpunt van partijen
4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

Betrokkene en de raadsvrouw hebben zich niet verzet tegen verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met twee jaar. De raadsvrouw geeft aan trots te zijn op betrokkene en dat zij, als betrokkene zich zo goed blijft opstellen in de behandeling, hoopt dat er over twee jaar een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging aan de orde kan zijn.

Betrokkene heeft aangegeven dat hij het belang inziet van de behandeling en begeleiding binnen de kliniek om een beter leven op te bouwen.

Overwegingen

5
Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium. Immers, uit de adviezen en de daarop ter zitting door drs. [klinisch psycholoog] gegeven toelichting volgt dat er bij betrokkene nog steeds sprake is van een schizoïde en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Ook heeft de psycholoog daarbij aangenomen dat er sprake is van een ongespecificeerde psychotrauma- of stressgerelateerde stoornis. De deskundigen gaan er allen van uit dat bij beëindiging van de maatregel het recidiverisico groot is. De rechtbank neemt deze conclusies over.

De rechtbank ziet wel dat betrokkene de laatste tijd grote stappen heeft gemaakt in zijn behandeling. Desondanks hebben de deskundigen aangegeven dat er nog zeker twee jaar nodig is voor de verdere behandeling en begeleiding. Gelet hierop zal de rechtbank ten aanzien van de termijn van verpleging dan ook deze adviezen volgen en de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar verlengen. Hierbij is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Beslissing

6
Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met 2 (twee) jaren.

Deze beslissing is genomen door mr. R. Combee, voorzitter,

en mr. L.W. Louwerse en mr. J. van Riet, rechters,

in tegenwoordigheid van G.T.A. Knoop, griffier en is uitgesproken ter openbare zitting op 3 juni 2026.

Mr. Van Riet is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.