Rechtbank Zeeland-West-Brabant, eerste aanleg - enkelvoudig strafrecht overig

ECLI:NL:RBZWB:2026:2415

Op 18 February 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een eerste aanleg - enkelvoudig procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 11526626 \ MB VERZ 25-198, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:2415. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
11526626 \ MB VERZ 25-198
Datum uitspraak:
18 February 2026
Datum publicatie:
1 April 2026

Indicatie

beroep tegen verkeersboete, gedraging staat vast, reden om boete te matigen, gedeeltelijk gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht

Zittingsplaats Breda

zaaknummer : 11526626 \ MB VERZ 25-198

CJIB-nummer : [cjib-nummer]

uitspraakdatum : 18 februari 2026

proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

naam : [betrokkene]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats]

hierna: betrokkene

gemachtigde : [gemachtigde] ( [b.v.] )

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2026. Namens de officier van justitie is verschenen mr. S.V. Oedayrajsingh Varma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Backer en Ruebweg te Breda op 15 augustus 2023 om 18.23 uur.

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het verkeerslicht was oranje bij het passeren van de stopstreep. Het CVOM heeft exacte vragen gesteld aan de verbalisant om vast te kunnen stellen dat de overtreding is begaan. Het is onduidelijk hoe de verbalisant het vermeende mobiele apparaat heeft kunnen vaststellen als betrokkene in een bedrijfsauto reed. Gemachtigde verzoekt om proceskosten-vergoeding.

De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Op basis van het aanvullend proces-verbaal kan worden vastgesteld dat de gedraging is begaan. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt wel de boete te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden, maar het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

Overwegingen

Inhoudelijk

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant in het aanvullend proces-verbaal - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Uit deze verklaring blijkt dat de verbalisant goed zicht had toen hij de gedraging heeft waargenomen. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de gemachtigde voor de zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de vaststelling van de gedraging. De boete is dus terecht opgelegd.

Overschrijding redelijke termijn

Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.

In dit geval is de redelijke termijn overschreden.

Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

Proceskosten Vanwege de matiging van de boete komen de proceskosten van het beroep bij de kantonrechter voor vergoeding in aanmerking. De beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is van na 31 december 2023. Daarom is de vermenigvuldigingsfactor 0,25 van artikel 13a, lid 2, Wahv van toepassing (ECLI:NL:HR:2025:985).

De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:

beroepschrift 1 punt x gewicht 0,5 x € 934,- x 0,25 = € 116,75.

Beslissing

De kantonrechter:

? verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

? wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 285,-, plus € 9,- administratiekosten;

? draagt de officier van justitie op het bedrag van € 95,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;

? veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 116,75.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.

Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:

de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of

uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.

Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.

U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum verzending: