Rechtbank Zeeland-West-Brabant, op tegenspraak strafrecht overig

ECLI:NL:RBZWB:2025:5399

Op 13 August 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een op tegenspraak procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 02-137615-23, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2025:5399. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
02-137615-23
Datum uitspraak:
13 August 2025
Datum publicatie:
13 August 2025

Indicatie

Vrijspraak voor de feiten stalking ex-partner en een poging tot chantage door te dreigen naaktbeelden online te zetten. Veroordeeld voor het in bezit hebben van kinderporno en het voorhanden hebben van een balletjespistool. Gevangenisstraf van 4 dagen met aftrek en een geldboete. Inbeslaggenomen goederen onttrekken aan het verkeer. Benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard vanwege vrijspraak.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-137615-23

vonnis van de meervoudige kamer van 13 augustus 2025

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats]

raadsman mr. J. Rokx, waarnemend advocaat voor mr. M. Broere, advocaat te Roosendaal.

1
Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 juli 2025, waarbij de officier van justitie, mr. S.A.A.P. van Hees, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging is ten aanzien van feit 2 gewijzigd op de zitting van 30 juli 2025 overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv). Met inachtneming van deze wijziging komt de verdenking er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- Feit 1 - van 12 april 2023 tot en met 26 april 2023 [aangeefster] (hierna: aangeefster) heeft gestalkt;- Feit 2 - op 17 april 2023 zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot chantage; hij heeft geprobeerd om aangeefster iets te laten doen door te dreigen naaktbeelden online te zetten; - Feit 3 - op 5 juni 2023 kinderporno heeft verworven, in bezit heeft gehad en zich de toegang hiertoe heeft verschaft; - Feit 4- op 5 juni 2023 een balletjespistool voorhanden heeft gehad.

De volledige tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen.

3
De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen

4
De beoordeling van het bewijs
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de stalking zoals ten laste gelegd onder feit 1. Verdachte dient daarom van dit feit te worden vrijgesproken.

De officier van justitie acht op basis van het strafdossier wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten 2 tot en met 4.

Voor feit 2 baseert zij zich hiertoe op de verklaring van aangeefster, de verklaring van [getuige 1] en het proces-verbaal van bevindingen van de politie met betrekking tot het onderzoek aan de telefoon van verdachte.

Bij feit 3 baseert zij zich op de processen-verbaal van bevindingen van de politie met betrekking tot het onderzoek aan de telefoon van verdachte en wat daarop is aangetroffen en de verklaring van verdachte met betrekking tot het gebruik van een bepaald platform. Op basis van het dossier ziet de officier van justitie echter onvoldoende aanleiding om te veronderstellen dat verdachte de kinderporno heeft verworven en zij verzoekt verdachte hiervoor partieel vrij te spreken.

Voor feit 4 baseert zij zich hiertoe op de verklaring van verdachte en het proces-verbaal van bevindingen van de politie met betrekking tot het aantreffen van het balletjespistool.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten. Ten aanzien van feit 4 heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 de wederrechtelijkheid en de stelselmatigheid van het contact tussen verdachte en aangeefster betwist. De handelingen die bewezen kunnen worden, zijn kortdurend geweest en maakten slechts een beperkte inbreuk. De aard van de berichten was niet dwingend of angstaanjagend. Ten slotte gaf aangeefster zelf dubbele signalen af richting verdachte waarvoor het voor hem niet duidelijk was dat ze geen contact meer wilde.

De verdediging heeft met betrekking tot feit 2 betoogd dat de verklaringen van aangeefster inconsistent zijn. De verklaring van [getuige 1] is eveneens onvoldoende en niet overtuigend. De verklaringen van aangeefster en deze getuige verschillen op essentiële onderdelen te veel van elkaar om adequaat te kunnen vaststellen wat er is gebeurd. De verklaring van [getuige 2] komt overeen met de verklaring van de verdachte en ondersteunt deze daarom.

Ten aanzien van feit 3 heeft de verdediging aangevoerd dat het gaat om bestanden die al langere tijd bekend zijn en op het internet circuleren. Dit maakt het praktisch onmogelijk om vast te stellen wie de oorspronkelijk maker of verspreider is. Het is volstrekt onduidelijk hoe de kinderporno op de telefoon van verdachte is beland. Ook kan uit het enkel aantreffen op zijn telefoon niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans kinderporno te krijgen en te bezitten. Het gaat om een gering aantal afbeeldingen en filmpjes en niet onaannemelijk is dat er sprake is van bijvangst of onbewust doorgestuurd materiaal.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Feit 1 Stalking

Van belaging (stalking) als bedoeld in artikel 285b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is sprake wanneer iemand opzettelijk een ander herhaaldelijk lastig valt waardoor een inbreuk wordt gemaakt op diens persoonlijke levenssfeer. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging zijn verschillende factoren van belang: de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.

De rechtbank is op grond van de bewijsmiddelen samen met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat dit feit niet kan worden bewezen en overweegt daartoe als volgt. Verdachte heeft in de periode 12 april 2023 tot en met 26 april 2023 contact gezocht met aangeefster nadat hun relatie was verbroken. Los van de vraag of, en zo ja, wanneer aangeefster heeft gezegd dat ze geen contact meer wilde, stelt de rechtbank vast dat er in beperkte mate contact is geweest. Het gaat in totaal om 25 WhatsAppberichten, 8 oproepen, 1 bezoek aan de woning van aangeefster en 1 – al dan niet toevallige – ontmoeting. Wanneer deze geringe hoeveelheid contactmomenten wordt afgezet tegen de context waarbinnen deze hebben plaatsgevonden, te weten: een net beëindigde relatie, is de conclusie niet gerechtvaardigd dat verdachte stelselmatig inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder feit 1 ten laste gelegde feit.

Feit 2 Poging tot dwang

Naar het oordeel van de rechtbank is er voldoende wettig, maar onvoldoende overtuigend bewijs dat verdachte dit feit heeft begaan, zodat hij hiervan wordt vrijgesproken. Enerzijds is er de aangifte, die gesteund wordt door het feit dat de foto’s en filmpjes daadwerkelijk zijn aangetroffen op de telefoon van verdachte. Dit is voldoende voor wettig bewijs. Echter, hier staat tegenover de verklaring van verdachte dat hij alleen een tekstbericht heeft getoond. Dat hij een tekstbericht heeft getoond, wordt bevestigd door aangeefster. De verklaring van [getuige 1] over het verloop van het gesprek laat naar het oordeel van de rechtbank ruimte voor beide scenario’s. Gelet hierop ontbreekt het de rechtbank aan de overtuiging.

Feit 3 Kinderporno

Op 5 juni 2023 zijn er twee mobiele telefoons van verdachte in beslag genomen. Vaststaat dat op deze telefoons 9 kinderpornografische video’s en foto’s zijn aangetroffen: 6 afbeeldingen op de Apple iPhone 14 pro max en 3 video’s op de Iphone11. Het in bezit hebben van dergelijk beeldmateriaal is slechts strafbaar wanneer er sprake is van opzet.

Voor een bewezenverklaring van het opzettelijk in bezit hebben van kinderporno is vereist dat verdachte zich in meer of mindere mate bewust is van de aanwezigheid van dergelijk beeldmateriaal op een of meer van zijn gegevensdragers, hij hierover beschikkingsmacht heeft en hij de bedoeling heeft om dit beeldmateriaal te bewaren, dan wel onvoldoende maatregelen neemt om dit na ontvangst te verwijderen.

Verdachte heeft ontkend dat hij dit wist, dat wil zeggen dat hij zich bewust was van het feit, dat de afbeeldingen en de video’s op zijn telefoons stonden. Verdachte heeft verklaard dat er veel video’s en afbeeldingen op zijn telefoon stonden en dat er mogelijk bij het overzetten van zijn oude iPhone naar de nieuwe iPhone 14 max pro, oude bulk is meegekomen. Hij heeft de kinderporno niet bewust op zijn telefoon gezet. Hij zat in meerdere appgroepen waarin van alles werd gedeeld en verstuurd, wat automatisch kan zijn opgeslagen in de galerij van zijn telefoon. Ook kan het met legale downloads van muziek, foto’s of video’s zijn meegekomen.

De rechtbank overweegt dat bij de beoordeling van een verweer als het onderhavige de vraag dient te worden beantwoord of – alle feiten en omstandigheden in ogenschouw nemende – dit verweer in meer of mindere mate aannemelijk is geworden. De rechtbank stelt vast dat afbeeldingen en video’s van kinderpornografische aard op twee verschillende telefoons van verdachte zijn aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat andere mensen geen gebruik maakten van deze telefoons en uit onderzoek is gebleken dat de video’s en afbeeldingen direct benaderbaar waren. Onder die omstandigheden gaat de rechtbank er van uit dat verdachte wist dat het materiaal op zijn telefoons stond en dat hij hier ook de beschikkingsmacht over had. De verklaring die verdachte heeft afgelegd, is heel algemeen en niet concreet en ter zitting was hij niet in staat om vragen hierover adequaat te beantwoorden. Voorts is uit het onderzoek aan de telefoons niet gebleken dat foto’s en video’s automatisch in de galerij terechtkwamen of dat er momenten zijn geweest waar veel muziek of andere content is gedownload. De rechtbank schuift dan ook de verklaring van verdachte als onvoldoende aannemelijk terzijde.

De rechtbank acht het daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het bezit van kinderporno.

De rechtbank acht - met de officier van justitie - gelet op de relatief geringe hoeveelheid kinderporno die op de telefoon van verdachte is aangetroffen, het onderdeel “verwerven” echter niet wettig en overtuigend bewezen. Zij zal hem dan ook partieel vrijspreken van dit onderdeel.

Feit 4 Wapenbezit

Aangezien verdachte ten aanzien van feit 4 een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

De bekennende verklaring van verdachte afgelegd bij de politie op 5 juni 2023 en ter terechtzitting op 30 juli 2025;

Het proces-verbaal van bevindingen van de politie van 6 juni 2023 van [verbalisant] , zijnde onderzoek aangetroffen imitatie vuurwapen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

op 5 juni 2023 te [woonplaats] gegevensdragers, te weten mobiele telefoons (Apple iPhone 11 pro max en/of Apple iPhone 14 pro max), bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken in bezit heeft gehad, welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het met de/een penis en/of vinger/hand oraal, vaginaal en/of anaal penetreren vanhet lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hadbereikt

en/of

het met de/een penis en/of vinger/hand betasten en/of aanraken van hetgeslachtsdeel, de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niethad bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijkde leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/ofopgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door hetcamerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van dezepersoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote)geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) deafbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekttot seksuele prikkeling.

4.

op 5 juni 2023 te [woonplaats] , een wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een veerdrukwapen (balletjespistool) voorhanden heeft gehad;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5
De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6
De strafoplegging
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert voor de feiten 2 tot en met 4 aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 4 dagen met aftrek van het voorarrest. Daarnaast vordert zij een taakstraf van 160 uur subsidiair 80 dagen vervangende hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt primair om bij enkel de bewezenverklaring van feit 4 een straf op te leggen die gelijk is aan het reeds ondergane voorarrest. Indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van feit 1 en 2 verzoekt de verdediging subsidiair om bij het bepalen van de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij een blanco justitie documentatie heeft.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van kinderporno. Kinderporno is uitermate schadelijk, nu bij de vervaardiging daarvan kinderen seksueel worden misbruikt en uitgebuit. De kinderen die betrokken zijn bij de seksuele handelingen zoals hier aan de orde, lopen hierdoor vaak ernstige psychische schade op, die ook vele jaren later nog zichtbaar is. De bij de verdachte aangetroffen kinderporno betreft grotendeels afbeeldingen en filmpjes van jonge kinderen, variërend in de leeftijd van 2 tot en met 16 jaar. Door zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de vraag naar deze beelden en – daarmee – aan het leed dat aan kinderen in de toekomst zal worden toegebracht.

Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een balletjes-pistool. Wapenbezit, ook als het gaat om een nepvuurwapen, gaat gepaard met het grote risico dat het wapen ook daadwerkelijk wordt gebruikt en dat hier vervolgens op wordt gereageerd met andere wapens. Dit brengt onaanvaardbare risico’s en gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving met zich.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennis genomen van het strafblad van verdachte van 12 juni 2025, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor (soortgelijke) feiten is veroordeeld.

Ook slaat de rechtbank acht op het rapport van de reclassering van 17 juli 2025 waarin wordt aangegeven dat verdachte de risico’s op een normale wijze inschat en hij op een volwassen niveau in contact treedt met anderen. Er zijn dan ook geen aanknopingspunten voor het toepassen van het jeugdsanctierecht. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. Interventies of toezicht zijn niet noodzakelijk. Tenslotte geeft de reclassering aan dat zij geen indicaties zien voor het opleggen van een contactverbod met aangeefster nu er geen signalen zijn dat verdachte sinds het eindigen van het contactverbod, geruime tijd geleden, contact met aangeefster heeft gezocht.

Redelijke termijn

De rechtbank constateert verder dat er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn van berechting als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank zal dit verdisconteren in de straf.

Oplegging van de straf

Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van de verdachte. Daarnaast houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd.

In het nadeel van verdachte laat de rechtbank meewegen de jonge leeftijd van de slachtoffers die te zien zijn op de kinderpornografische afbeeldingen en in de films die hij in bezit heeft gehad. Ook de aard van de handelingen op de afbeeldingen en in de films laat de rechtbank strafverzwarend meewegen. In het voordeel van verdachte neemt de rechtbank mee dat het om een - relatief - beperkte hoeveelheid kinderpornografische afbeeldingen en films gaat.

De rechtbank stelt ten slotte vast dat ten aanzien van het bezit van de kinderporno het taakstrafverbod geldt.

Al deze omstandigheden samen maken dat de rechtbank van oordeel is dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 4 dagen met aftrek van het voorarrest passend en geboden is. Daarnaast legt de rechtbank de verdachte een geldboete op van €550,- te vervangen door 11 dagen hechtenis.

7
De benadeelde partij
7.1.

De benadeelde partij [aangeefster]

De benadeelde partij [aangeefster] , vordert voor de feiten 1 en 2 een schadevergoeding van in totaal €3.351,88, bestaande uit €351,88 aan materiele schade en €3.000,00 aan immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Daarnaast vordert de benadeelde partij om een contactverbod aan verdachte op te leggen.

7.2.

Verdachte is vrijgesproken voor feit 1 en 2 waaruit de schade zou zijn ontstaan. De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaring in de vordering.

8
Het beslag
8.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie vordert onttrekking aan het verkeer van het balletjespistool en de inbeslaggenomen telefoons.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich ten aanzien van het beslag aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Het balletjespistool is van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. Verder is gebleken dat op de inbeslaggenomen gegevensdragers kinderporno staat.

9
De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 23, 24c, 36b en 240b van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet Wapens en Munitie zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde

Beslissing

10
De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten;

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

- feit 3: een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben;

- feit 4: handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 4 dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf conform artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- veroordeelt verdachte tot een geldboete ter hoogte van €550,-;

- bepaalt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 11 dagen;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

* 1 stuk wapen (Omschrijving: 2600561, Zwart);

* 1 stuk telefoontoestel (Omschrijving: PL2000-2023139615-G2600391, Zwart,

merk: Apple);

* 1 stuk Telefoontoestel (Omschrijving: PL2000-2023139615-G2600559, merk:

Apple);

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [aangeefster] ten aanzien van de materiele en de immateriële schade niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [aangeefster] in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Tempel, voorzitter, mr. E.B. Prenger en mr. J.F.C. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van L.P.C. Akkermans-Bruijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 13 augustus 2025.

mr. Tempel is buiten staat om dit vonnis te ondertekenen.