Rechtbank Zeeland-West-Brabant, op tegenspraak strafrecht overig

ECLI:NL:RBZWB:2026:1227

Op 25 February 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een op tegenspraak procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 02.351737.24, 02.364166.24, en 02.340171.24 (gev., bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:1227. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
02.351737.24, 02.364166.24, en 02.340171.24 (gev.
Datum uitspraak:
25 February 2026
Datum publicatie:
25 February 2026

Indicatie

Jeugdzaak. Drie bedreigingen, twee mishandelingen, eenmaal openlijk geweld tegen meerdere personen, eenmaal openlijk geweld tegen goederen en het openbaar maken van een visuele weergave van seksuele aard. Voor aantal feiten sterk verminderd toerekeningsvatbaar en voor overige feiten verminderd toerekeningsvatbaar. Oplegging PIJ-maatregel, Dadelijke uitvoerbaarheid van de PIJ-maatregel. Vorderingen bp deels toegewezen. Vorderingen tenuitvoerlegging afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Team jeugd

Parketnummers: 02.351737.24, 02.364166.24 en 02.340171.24 (gev. ttz)

Parketnummers TUL: 02.022989.24 en 02.057789.23

Vonnis van de meervoudige kamer van 25 februari 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] ,

raadsman mr. R. el Bellaj, advocaat te Tilburg.

1
Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting achter gesloten deuren van 11 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. L. van Hemert, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn ook de vorderingen tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermelde parketnummers.

Ter zitting van 8 september 2025 zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

parketnummer 02-351737-24: op 3 september 2024 [slachtoffer 1] heeft bedreigd;

parketnummer 02-364166-24: op 15 oktober 2024 [slachtoffer 2] heeft mishandeld;

parketnummer 02-340171-24: Feit 1: op 26 oktober 2024 openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen meerdere personen, subsidiair als mishandeling tenlastegelegd;Feit 2: op 18 december 2024 [slachtoffer 1] heeft bedreigd;Feit 3: op 10 februari 2025 spullen heeft vernield, primair tenlastegelegd als openlijke geweldpleging, subsidiair als vernieling in vereniging en meer subsidiair als baldadigheid;Feit 4: op 25 juni 2025 [slachtoffer 3] heeft bedreigd;Feit 5: op 24 juni 2025 in vereniging [slachtoffer 4] heeft mishandeld;Feit 6: op 27 juni 2025 een seksueel getint filmpje van [slachtoffer 5] op snapchat heeft gezet.

De tenlastelegging van parketnummer 02.340171.24 (feit 6) is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

3
De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen

4
De beoordeling van het bewijs
4.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 02-351737-24 tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht heeft gepleegd. Zij baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer 1] en de verklaring van verdachte dat zij een mes bij zich had.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 02-364166-25 tenlastegelegde mishandeling heeft gepleegd, gelet op de aangifte van [slachtoffer 2] , de verklaring van de zoon van [slachtoffer 2] en de letselverklaring in het dossier.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder parketnummer 02-340171-24 tenlastegelegde feiten heeft begaan.

Bij feit 1 baseert zij zich op de aangiftes van [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] , de getuigenverklaring van [getuige 4] en het geconstateerde letsel.

Bij feit 2 baseert zij zich op de aangifte van [slachtoffer 1] , de aangifte van de dochter van [slachtoffer 1] en de getuigenverklaring van [getuige 1] .

Bij feit 3 baseert zij zich op de verklaring van [getuige 2] dat verdachte samen met “ [alias] ” aanwezig was bij de kerk en het geweld pleegde, alsmede de verklaring van verdachte dat zij tegen de deur heeft getrapt en een ei heeft gegooid. Dit levert voldoende wettig en overtuigend bewijs op voor de primair tenlastegelegde openlijke geweldpleging. Bij feit 4 baseert zij zich op de aangifte van [slachtoffer 3] , de getuigenverklaring van [getuige 3] en de eigen verklaring van verdachte.

Bij feit 5 baseert zij zich op de aangifte van [slachtoffer 4] , het proces-verbaal van bevindingen van de beelden en de bekennende verklaring van verdachte.

Bij feit 6 baseert zij zich op de aangifte van [aangeefster] namens haar minderjarige dochter [slachtoffer 5] en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde bedreiging onder parketnummer 02-351737-24 omdat verdachte het mesje wel bij zich had, maar het mesje volgens haar eigen verklaring niet heeft getoond. Buiten de aangifte is er dan onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het bedreigen met het mes en dient vrijspraak te volgen.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft het feit onder parketnummer 02-364166-25 en de feiten 4, 5 en 6 onder parketnummer 02-340171-24.

Bij feit 1 onder parketnummer 02-340171-24 heeft de verdediging betoogd dat bewezen kan worden dat verdachte heeft geslagen, maar dat wat de verdediging betreft alleen het eigen aandeel van verdachte bewijsbaar is en dus niet het openlijk geweld, zoals primair ten laste is gelegd. Er dient vrijspraak te volgen voor het primair tenlastegelegde feit. Het subsidiaire feit kan wel bewezen worden.

Bij feit 2 onder parketnummer 02-340171-24 is er alleen de aangifte en is er geen verder ondersteunend bewijs dat verdachte de bedreigende woorden heeft geuit. Verdachte ontkent. Er is dus onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastegelegde bedreiging. Verdachte dient van dit feit vrijgesproken te worden.

Bij feit 3 onder parketnummer 02-340171-24 heeft verdachte bekend een ei te hebben gegooid en tegen de deur te hebben getrapt. De openlijke geweldpleging, zoals primair is tenlastegelegd kan niet bewezen worden en daarvoor dient vrijspraak te volgen. De subsidiair tenlastegelegde vernieling in vereniging is wel wettig en overtuigend te bewijzen.

4.3.

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1.

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht.

4.3.2.

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Parketnummer 02-351737-24:

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Verdachte heeft zelf erkend een mes in de hand te hebben gehad. Aangeefster heeft consistent verklaard over de geuite bewoordingen en het tonen van het mes. Volgens de verbalisant was aangeefster zeer emotioneel. Niet valt in te zien waarom aangeefster iets zou verklaren wat niet gebeurd is en bovendien was aangeefster zeer emotioneel na het incident wat de rechtbank sterkt in haar overtuiging dat verdachte aangeefster met het mes heeft bedreigd. Alles bij elkaar is de rechtbank dan ook van oordeel dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor de tenlastegelegde bedreiging.

Parketnummer 02-340171-24:

Feit 1:

Aangevers hebben verklaard dat verdachte en haar moeder zich agressief opstelden en degenen waren die met het geweld startten. Ook de [getuige 4] heeft verklaard dat verdachte en haar moeder startten met slaan en duwen. Vervolgens kwamen er omstanders bij en werden over en weer klappen uitgedeeld. Verdachte heeft verklaard dat zij heeft geslagen. Gelet op de verklaringen van aangevers en [getuige 4] kwam het initiële geweld van verdachte en haar moeder. Zij hebben volgens de getuige en aangevers immers de confrontatie gezocht en hebben dit samen gedaan. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich (samen met haar moeder) schuldig heeft gemaakt aan de primair tenlastegelegde openlijke geweldpleging.

Feit 2:

Gelet op de aangifte van [slachtoffer 1] en de verklaring van [getuige 1] is er voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastegelegde bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Zowel de getuige als aangeefster hebben verklaard dat verdachte een mes toonde. De getuige heeft gehoord dat verdachte zei: “Ik maak je kapot.” Dit zijn andere bewoordingen dan de bewoordingen volgens aangeefster die heeft verklaard dat verdachte zei: “Ik steek je kapot.” De rechtbank acht, gelet hierop, wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is geweest van bedreiging met woorden van soortgelijke strekking

Feit 3:

Verdachte heeft erkend dat zij samen met [persoon 3] bij de kerk en pastoorswoning was en dat zij een keer tegen de deur heeft getrapt en een ei heeft gegooid. Ook [persoon 3] heeft bekend dat hij met eieren heeft gegooid en met slagroom gespoten. Gelet op deze verklaringen en de aangifte die namens de kerk is gedaan, is er voldoende wettig en overtuigend bewijs. Dit handelen kan worden gekwalificeerd als openlijke geweldpleging tegen goederen, zoals primair is tenlastegelegd.

4.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 02-351737-24:

op 3 september 2024 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , , [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1]- dreigend een meste tonen en- daarbij de dreigende woorden toe te voegen "Ik steek je neer en je dochter erbij" en "Ik steek je zo neer",;

???Parketnummer ? 02-364166-24:op 15 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] - met kracht te slaan tegen het gezicht en de (boven)arm,

Parketnummer 02.340171.24:

1.primair:

op 26 oktober 2024 te [plaats 2] , , te weten aan [appartementencomplex] , , in vereniging, geweld heeft gepleegd tegen meerdere personen, te weten [slachtoffer 6] en [slachtoffer 10] en [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] , welk geweld bestond uit het - met kracht te slaan tegen het gezicht, van die [slachtoffer 6] en - met kracht te slaan tegen de nek van die [slachtoffer 10] , en - met kracht te bijten in de vinger, van die [slachtoffer 8] en - met kracht te schoppen tegen het been, van die [slachtoffer 9] ;

2.op 18 december 2024 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek jullie kapot stelletje kankerhoeren", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en daarbij een vleesmes, te tonen aan die [slachtoffer 1] ;

3.

Primair:op 10 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , openlijk, te weten aan het Dorpsplein, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen, te weten de muren van gebouwen en de ramen van gebouwen en de voordeur van een gebouw en een poort, door- eieren en slagroom te gooien tegen de muren van gebouwen en tegen de ramen van gebouwen en- tegen de voordeur van een gebouw en poort aan te trappen;

4.op 25 juni 2025 te [plaats 3] , gemeente Overbetuwe [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe tevoegen "Ik vermoord je familie" en "Ik steek je neer;

5
op 24 juni 2025 te [plaats 3] , gemeente Overbetuwe, , tezamen en in vereniging met ander, [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] een of meerdere malen- met kracht te stompen tegen het hoofd en - met kracht te schoppen tegen het lichaam;6.op 27 juni 2025 te [plaats 3] , gemeente Overbetuwe, de beschikking heeft gehad over en openbaar heeft gemaakt:een filmpje op Snapchatvan een persoon, te weten [slachtoffer 5] , waarop- de ontblote vagina van die [slachtoffer 5] in beeld wordt gebracht en

- in beeld wordt gebracht dat die [slachtoffer 5] seksuele handelingen bij zichzelf verricht, terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 5] kon zijn;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5
De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit.

6
De strafoplegging
6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een jeugddetentie voor de duur van 246 dagen met aftrek van voorarrest en de onvoorwaardelijke maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (de zogenoemde PIJ maatregel) Deze maatregel is ongemaximeerd.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel niet proportioneel is. Een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is een ultimum remedium. Verdachte heeft slechts één gesloten plaatsing gehad bij [gezinshuis] die is misgegaan. De vraag is welke kansen ze nu echt heeft gehad op de juiste behandeling. Ook heeft zij maanden vastgezeten en heeft ze daar een groei doorgemaakt. Alles bij elkaar is de verdediging van mening dat een PIJ-maatregel in voorwaardelijke vorm meer passend is.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie bedreigingen, twee openlijke geweldplegingen, twee mishandelingen en het openbaar maken van een seksueel getint filmpje van een ander meisje. Dit zijn vervelende en overlastgevende feiten waarbij andere mensen zich erg onveilig hebben gevoeld. Ook het openbaar maken van het seksueel getinte filmpje is ernstig en kan bij het slachtoffer voor gevoelens van schaamte zorgen. Deze feiten werden bovendien in een tijdsbestek van slechts negen maanden gepleegd. Daarnaast was een van deze bedreigingen gericht tegen een hulpverlener tijdens haar opname bij [gezinshuis] en mishandelde zij daar een medebewoner. Dit neemt de rechtbank verdachte extra kwalijk.

Bij het bepalen van de op te leggen straf of maatregel heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, zoals hierboven is omschreven, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken.

Persoon van verdachte

Bij haar beslissing heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- een uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte van 6 september 2025 waaruit blijkt dat verdachte op 29 oktober 2024 is veroordeeld voor mishandeling en bedreiging. Om die reden geeft de rechtbank toepassing aan artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht;

- een klinisch multidisciplinair onderzoek Pro Justitia (observatieafdeling Teylingereind ) van 19 december 2024, opgesteld door drs. [GZ-psycholoog] , GZ-psycholoog en drs. [psychiater] , psychiater;

- het uitgebreid rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 29 januari 2026.

In de rapportage van Teylingereind hebben de deskundigen geconcludeerd dat er bij verdachte sprake is van ADHD (gecombineerde type, dat wil zeggen onoplettendheid en hyperactiviteit en impulsiviteit), van ernstige hechtingsproblematiek, van een ongespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis, van een normoverschrijdend-gedragsstoornis, hetgeen samen de basis vormt van een gebrekkige ontwikkeling die tendeert in de richting van een borderline-persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken. Daarnaast is sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis en een ernstige ongespecificeerde stoornis in het gebruik van diverse andere middelen, thans onder gecontroleerde omstandigheden in vroege remissie.

Deze stoornissen waren er ook ten tijde van het plegen van de tenlastegelegde feiten.

De onderzoekers zien bij de verschillende tenlastegelegde feiten steeds hetzelfde mechanisme optreden waarbij verdachte impulsief doch steeds vanuit haar afgeweerde angsten opereert. Agressie heeft primair een angstbezwerende functie. Ze zoekt conflicten ter kanalisatie van haar angst en is daarbij prikkelzuchtig. Zij interpreteert intenties van anderen in het algemeen negatief, wat het zoeken van een conflict in haar ogen rechtvaardigt. Verdachte kent geen zelfregulatie, ook daar waar zij overwegingsmomenten had kunnen benutten om van agressief gedrag af te zien, kan zij hier op de grond van haar psychopathologie geen gebruik van maken. Zij heeft geen andere copingmechanismen bij stress dan agressieve reacties. Zij heeft geen andere probleemoplossende vaardigheden aangeleerd. Middelen die zij in samenhang met haar psychopathologie gebruikt – faciliteren haar agressieve reacties of jagen deze aan. Zij wordt op geen enkele manier geremd door gewetens- of empathische functies. Deze zijn lacunair ontwikkeld. Als verdachte zoals bij het tenlastegelegde feit 1 (openlijke geweldpleging in vereniging, gepleegd op 26 oktober 2024) en feit 4 (bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht 25 juni 2025) het gevoel heeft dat ze haar moeder of vriendin moet beschermen, wordt het mechanisme in nog sterkere mate aangesproken.

De onderzoekers adviseren om verdachte de hiervoor genoemde beide feiten waarbij ze werd aangesproken op haar zorggevoelens, in sterk verminderde mate toe te rekenen. Voor de overige feiten adviseren onderzoekers om deze verdachte in verminderde mate toe te rekenen.

De rechtbank neemt deze conclusies en dit advies van de deskundigen over en zal de bewezenverklaarde feiten 1 en 4 in sterk verminderde mate en de overige feiten in verminderde mate aan verdachte toerekenen.

Voor wat betreft het recidiverisico en een strafrechtelijke afdoening is door de deskundigen het volgende opgemerkt.

Klinisch gezien wordt het risico op recidive en daarmee de kans op herhaling van een

soortgelijk feit, als (zeer) hoog ingeschat. In de eerste plaats wordt een hoog risico gezien voor nieuwe geweldsdelicten, gezien de gebrekkige emotieregulatie, de angstgevoelens die in sterke mate worden afgeweerd en worden omgezet in agressie en de gebrekkige agressieregulatie, maar ook wordt er een risico gezien op een breder scala aan delictgedrag. Verdachte toont weinig berouw en houdt er veel antisociale denkbeelden op na, waarmee zij delictgedrag goedpraat. Verdachte is al op (zeer) jonge leeftijd veelvuldig in aanraking gekomen met de politie, vanwege verschillende incidenten en delicten, waarbij zij het gebruik van geweld niet schuwt. Onderzoekers achten verdere escalatie van het delictgedrag voor ernstigere feiten dan ook voorstelbaar. Verdachte doet diverse uitspraken die dit ondersteunen waaronder de uitspraak dat zij beter “echt wat had kunnen doen” of dat zij iemand had moeten laten vermoorden, zodat zij niet voor niets een PIJ advies zou krijgen. Onderzoekers zien naast een risico op gewelddadig gedrag ook specifiek een risico op seksueel riskant gedrag, waarbij een duidelijke relatie wordt gezien met de verslavingsproblematiek die verdachte al op zeer jonge leeftijd heeft ontwikkeld. Onderzoekers schatten het risico dat zij seksuele contacten aangaat in ruil voor middelen, of dat zij hier anderen voor in zou zetten , als (zeer) reëel.

Er zijn in het leven van verdachte weinig beschermende factoren. Op dit moment gaat een beschermende invloed uit van de gestructureerde omgeving van de jeugdgevangenis waar ze verblijft. Ze lijkt daar open te staan voor therapie.

Voor het terugdringen van het hoge recidiverisico en de ernstige, complexe psychopathologie wordt een langdurige behandeling in een gesloten kader noodzakelijk geacht in de vorm van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. De behandeling dient enerzijds een orthopedagogische insteek te hebben en anderzijds oog te hebben voor de

ingrijpende gebeurtenissen en de daarmee samenhangende psychiatrische problematiek. Vanwege het intensieve en langdurige karakter dient de behandeling vorm te worden gegeven binnen het kader van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

Binnen de PIJ-maatregel wordt een voldoende gereguleerde setting geboden voor verdachte om verder tot ontwikkeling te komen en te oefenen met reflecteren op haar gedrag en gedragsalternatieven. De combinatie van verschillende stoornissen en het hoge recidiverisico, waarbij een reëel gevaar voor verdere escalatie/crimineel ontsporen wordt gezien, maken dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel als enige afdoende kader wordt gezien. Alternatieven worden als niet passend gezien. In het verleden heeft behandeling thuis en binnen de gesloten jeugdzorg niet tot het gewenste effect geleid. Verdachte onttrok zich veelvuldig aan afspraken en regels en liep vaak weg. De sociale omgeving is bovendien onvoldoende steunend om een (ambulant) behandelaanbod te kunnen dragen. Een voorwaardelijk PIJ-kader wordt door de deskundigen dan ook niet als geschikt gezien.

Ter zitting hebben deskundigen [GZ-psycholoog] en [psychiater] aangegeven dat verdachte vanwege haar ernstige persoonlijkheidsproblematiek langdurig behandeld dient te worden en dat het van belang is dat zij vanwege haar nog jonge leeftijd zo goed en intensief mogelijk behandeld wordt op korte termijn. Juist daarom is oplegging van de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel noodzakelijk. Een voorwaardelijke PIJ-maatregel biedt onvoldoende veiligheid. De kans op onttrekking aan de behandeling en drugsgebruik door verdachte is dan te groot. Andere klinische settings bieden behandelingen van kortere duur of behandelingen die onvoldoende voor de problematiek van verdachte zijn. Als de problematiek van verdachte niet goed behandeld wordt, zal deze verergeren.

Ter zitting heeft de mevrouw [persoon 1] van de Raad voor de Kinderbescherming verklaard de conclusie dat aan verdachte een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel moet worden opgelegd, te handhaven. Zij heeft aangegeven dat al in maart 2025 een enkel persoonlijkheidsonderzoek is afgenomen en dat er toen al zorgen waren over wegloopgedrag, agressie en middelengebruik. Ook toen werd de kans op recidive hoog ingeschat. Verdachte is toen geplaatst bij [gezinshuis] binnen het civiele kader. Ook daar pleegde zij weer strafbare feiten. Uiteindelijk is de plaatsing gestopt en is ook de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven. Voor de toekomst van verdachte is het van belang dat zij nu de juiste begeleiding en behandeling krijgt. Binnen een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel krijgt zij daartoe de meeste kansen.

Oplegging van de PIJ-maatregel in voorwaardelijke of onvoorwaardelijke vorm

Door de verdediging is verzocht om oplegging van een voorwaardelijke PIJ-maatregel.

De rechtbank begrijpt dat verdachte liever geen onvoorwaardelijk PIJ-maatregel opgelegd krijgt. Echter, uit wat de deskundigen van verdachte hebben gezien en over haar hebben opgemerkt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte een langdurige en intensieve behandeling nodig heeft, met een sterk structurerende begeleiding en strakkere kaders dan een in tijd beperkte klinische of een ambulante behandeling kan bieden. Daar komt bij dat de deskundigen verwachten dat verdachte en haar omgeving niet in staat zijn om zich aan de voorwaarden van een voorwaardelijke PIJ-maatregel te houden. Mede gelet op de diverse overtredingen van de schorsingsvoorwaarden en de beëindiging van de gesloten plaatsing, volgt de rechtbank deze conclusie van de deskundigen.

Om een PIJ-maatregel op te kunnen leggen, moet zijn voldaan aan de verschillende voorwaarden die in artikel 77s van het Wetboek van Strafrecht zijn genoemd.

Ten eerste moet een verdachte een gebrekkige ontwikkeling of stoornis hebben.

Ten tweede moet het feit waarvoor de maatregel wordt opgelegd een misdrijf zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld of een misdrijf dat is genoemd in artikel 77s Wetboek van Strafrecht.

Ten derde moet de PIJ-maatregel noodzakelijk zijn voor de veiligheid van andere personen of goederen.

Ten vierde moet de PIJ-maatregel in het belang van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van een verdachte zijn.

De rechtbank kan de PIJ-maatregel alleen opleggen als een advies is gegeven door minstens twee gedragsdeskundigen, waarvan er één psychiater is (artikel 77s, lid 2 Wetboek van Strafrecht (Sr).

De rechtbank stelt vast dat aan deze wettelijke vereisten voor oplegging van een PIJ-maatregel is voldaan en legt dit als volgt uit.

De rapportages (zoals bedoeld in artikel 77s, lid 2 Sr) zijn hiervoor besproken. Door de gedragsdeskundigen is gerapporteerd dat verdachte lijdt aan diverse stoornissen en een gebrekkige persoonlijkheidsontwikkeling met antisociale trekken. Dit was ook al het geval toen verdachte de feiten pleegde. Er was bij verdachte ten tijde van het plegen van de strafbare feiten dus sprake van meerdere ziekelijke stoornissen en een gebrekkige ontwikkeling van haar geestvermogens. Daarmee is aan het eerste wettelijke vereiste voldaan.

De rechtbank stelt vast dat openlijke geweldpleging een misdrijf is waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaar of meer is gesteld. Voor de bedreigingen geldt dat het daarvoor toepasselijke wetsartikel, artikel 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht, in artikel 77s lid 1 Wetboek van Strafrecht specifiek benoemd staat als een misdrijf waarvoor een PIJ-maatregel kan worden opgelegd.

De deskundigen schatten de kans dat verdachte opnieuw strafbare feiten zal plegen en agressief gedrag zal laten zien wanneer zij niet op de juiste wijze zal worden behandeld in als groot. Om deze reden vindt de rechtbank dat de maatregel noodzakelijk is voor de veiligheid van andere personen of goederen. Daarmee is aan het tweede en derde wettelijke vereiste voldaan.

De deskundigen hebben grote zorgen geuit over de ontwikkeling van verdachte en denken dat zij een langdurige behandeling nodig heeft binnen een beveiligde setting. Volgens de deskundigen biedt de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel hiervoor de enige mogelijkheid.

De rechtbank realiseert zich dat een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel een uiterst middel is, maar vindt dit gelet op de persoon en problematiek van verdachte, het hoge recidiverisico, de ernst en aard van de feiten en het advies van de deskundigen passend en geboden. Binnen de kaders van de PIJ-maatregel kan verdachte starten met de behandeling die zij hard nodig heeft. Dit is in het belang van verdachtes eigen ontwikkeling, haar toekomst en van de maatschappij. Daarmee is ook aan het vierde wettelijke vereiste voldaan.

De duur van de PIJ-maatregel

De maatregel geldt voor een termijn van drie jaren. Na twee jaren eindigt de maatregel van

rechtswege voorwaardelijk, tenzij de maatregel wordt verlengd op de wijze zoals bedoeld in

artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank stelt vast dat de maatregel is opgelegd ter zake van misdrijven die gericht zijn tegen en gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. Daarom kan de maatregel verlengd worden, telkens met ten hoogste twee jaren en tot een maximum van zeven jaren, als bedoeld in artikel 6:6:31 van het Wetboek van Strafvordering.

Dadelijke uitvoerbaarheid van de PIJ-maatregel

Nu er zonder behandeling van verdachte ernstig rekening mee moet worden gehouden dat zij opnieuw een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam voor een of meer personen, zal de rechtbank de maatregel dadelijk uitvoerbaar verklaren.

Geen oplegging van straf

De rechtbank ziet geen meerwaarde in het opleggen van jeugddetentie naast de op te leggen maatregel. Behandeling en begeleiding, zoals deze binnen de PIJ-maatregel zal volgen, zijn van groot belang ter voorkoming van recidive en voor het op de rit krijgen van het leven van verdachte. De PIJ-maatregel duurt in ieder geval drie jaar en mogelijk langer na eventuele verlenging. Dit betreft dus een langdurig en intensief traject voor verdachte. Daarom zal de rechtbank aan verdachte geen straf opleggen naast de op te leggen maatregel.

7
Het beslag
7.1.

De onttrekking aan het verkeer

Het inbeslaggenomen voorwerp wordt onttrokken aan het verkeer. Het voorwerp is hiervoor vatbaar en het wordt passend geacht om dat voorwerp te onttrekken aan het verkeer, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

8
De vorderingen van de benadeelde partijen
8.1.

Standpunt van de officier van justitie

De vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 6] kunnen integraal worden toegewezen, inclusief wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering benadeelde partij [slachtoffer 2] dient niet-ontvankelijk te worden verklaard.

8.2.

Standpunt verdediging

De vorderingen van benadeelde partijen [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] en [slachtoffer 6] kunnen worden toegewezen zoals dat ook bij de zaak van de moeder van verdachte door de politierechter op 28 mei 2025 is gebeurd. De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank wat betreft de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2] .

8.3.

Oordeel rechtbank

De benadeelde partij [slachtoffer 9] vordert een schadevergoeding van € 100,= voor feit 1 onder parketnummer 02-340171-24.

De rechtbank is van oordeel dat onvoldoende is onderbouwd waaruit de schade bestaat.

De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in deze vordering. De vordering kan bij de burgerlijke rechter worden aangebracht

De benadeelde partij [slachtoffer 10] vordert een schadevergoeding van € 751,78 voor feit 1 onder parketnummer 02-340171-24.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat zij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Naar het oordeel van de rechtbank zouden de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte aan haar als een onrechtmatige daad kunnen worden toegerekend als haar leeftijd daaraan niet in de weg zou staan. Jeugdigen die, net als verdachte, ten tijde van het plegen van het feit nog geen veertien jaar oud waren, zijn namelijk civielrechtelijk niet aansprakelijk voor onrechtmatige gedragingen (artikel 6:164 BW). In dit geval is degene die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent, daarvoor aansprakelijk. De moeder van verdachte is met het ouderlijk gezag over haar belast. Dit betekent dat zij aansprakelijk is voor de schade die de benadeelde partij door de bewezenverklaarde feiten hebben geleden (artikel 6:169 van het Burgerlijk Wetboek).

De vordering van de benadeelde partij wordt dan ook geacht te zijn gericht tegen de ouder van verdachte (artikel 51g lid 4 Sv).

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 751,78, waarvan € 1,78 materiële schade en € 750,= immateriële schade.

Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feiten werden gepleegd, te weten 26 oktober 2024.

Schadevergoedingsmaatregel

Aan verdachte kan geen schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd, omdat zij, zoals hierboven is overwogen, civielrechtelijk niet aansprakelijk is voor onrechtmatige gedragingen. Aan de ouder (met gezag) kan geen (strafrechtelijke) schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f Sr worden opgelegd. Zij is immers in deze zaak geen verdachte, maar slechts aansprakelijk voor de schade aan een derde toegebracht door haar kind die toen nog geen veertien jaar oud was.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met haar moeder heeft gepleegd. Nu haar moeder reeds is veroordeeld voor dit feit en de vordering ook in haar zaak is toegewezen, zal de rechtbank in onderhavige zaak niet bepalen dat sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid.

De benadeelde partij [slachtoffer 6] vordert een schadevergoeding van € 501,78 voor feit 1 onder parketnummer 02-340171-24.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte dit feit heeft gepleegd. Dit betekent ook dat verdachte onrechtmatig heeft gehandeld tegenover de benadeelde partij en dat zij verplicht is de schade van de benadeelde partij te vergoeden.

Naar het oordeel van de rechtbank zouden de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte aan haar als een onrechtmatige daad kunnen worden toegerekend als haar leeftijd daaraan niet in de weg zou staan. Jeugdigen die, net als verdachte, ten tijde van het plegen van het feit nog geen veertien jaar oud waren, zijn namelijk civielrechtelijk niet aansprakelijk voor onrechtmatige gedragingen (artikel 6:164 BW). In dit geval is degene die het ouderlijk gezag over het kind uitoefent, daarvoor aansprakelijk. De moeder van verdachte is met het ouderlijk gezag over haar belast. Dit betekent dat zij aansprakelijk is voor de schade die de benadeelde partij door de bewezenverklaarde feiten hebben geleden (artikel 6:169 van het Burgerlijk Wetboek).

De vordering van de benadeelde partij wordt dan ook geacht te zijn gericht tegen de ouder van verdachte (artikel 51g lid 4 Sv).

De door de benadeelde gevorderde schadevergoeding acht de rechtbank toewijsbaar tot een bedrag van € 501,78, waarvan € 1,78 materiële schade en € 500,= immateriële schade.

Deze schade staat ook in een voldoende verband met het bewezenverklaarde handelen van verdachte, zodat ook sprake is van schade die een rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit.

Wettelijke rente

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feiten werden gepleegd, te weten 26 oktober 2024.

Schadevergoedingsmaatregel

Aan verdachte kan geen schadevergoedingsmaatregel worden opgelegd, omdat zij, zoals hierboven is overwogen, civielrechtelijk niet aansprakelijk is voor onrechtmatige gedragingen. Aan de ouder (met gezag) kan geen (strafrechtelijke) schadevergoedingsmaatregel zoals bedoeld in artikel 36f Sr worden opgelegd. Zij is immers in deze zaak geen verdachte, maar slechts aansprakelijk voor de schade aan een derde toegebracht door haar kind die toen nog geen veertien jaar oud was.

De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met haar moeder heeft gepleegd. Nu haar moeder reeds is veroordeeld voor dit feit en de vordering ook in haar zaak is toegewezen, zal de rechtbank in onderhavige zaak niet bepalen dat sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een schadevergoedingsverzoek gedaan zonder een bedrag op het schadeformulier in te vullen. Om die reden zal de rechtbank deze vordering niet-ontvankelijk verklaren.

9
De vorderingen tot tenuitvoerlegging

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kunnen de vorderingen tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

De rechtbank zal hiertoe niet besluiten, omdat zij het niet opportuun acht dat verdachte de werkstraffen uit moet voeren terwijl zij bezig is met haar behandeling. Om die reden wijst de rechtbank de vorderingen tot tenuitvoerlegging af.

In de zaak onder parketnummer 02-022989-24 zijn bij de voorwaardelijk opgelegde straf bijzondere voorwaarden opgelegd. De rechtbank acht het noodzakelijk deze bijzondere voorwaarden te laten vervallen om te voorkomen dat, als verdachte haar PIJ-maatregel heeft afgerond, deze bijzondere voorwaarden alsnog herleven. Om die reden besluit de rechtbank de bijzondere voorwaarden te laten vervallen.

10
De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36b, 36d, 63, 77a, 77g, 77s, 141, 285, 254ba en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

11
Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 02-351737-24:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Parketnummer 02-364166-24:

Mishandeling;

Parketnummer 02-340171-24:

feit 1 primair: Openlijk in vereniging plegen van geweld tegen personen;

feit 2: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 3 primair: Openlijk in vereniging plegen van geweld tegen goederen;

feit 4: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 5: Medeplegen van mishandeling;

feit 6: Openbaar maken van een visuele weergave van seksuele aard van een persoon, terwijl diegene weet dat die openbaarmaking nadelig voor die persoon kan zijn;

- verklaart verdachte strafbaar;

Maatregel

- legt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen;

- bepaalt dat deze plaatsing dadelijk uitvoerbaar is;

Benadeelde partijen

T.a.v. feit 1 parketnummer 02-340171-24:

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 9] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

- veroordeelt de moeder van verdachte, te weten [persoon 2] , tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 10] van € 751,78, waarvan € 1,78 aan materiele schade en € 750,= aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 oktober 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt [persoon 2] in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

- veroordeelt de moeder van verdachte, te weten [persoon 2] , tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van € 501,78, waarvan € 1,78 aan materiele schade en € 500,= aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 26 oktober 2024 tot aan de dag der voldoening;

- veroordeelt [persoon 2] in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;

Parketnummer 02-364166-24:

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;

Beslag

- verklaart aan het verkeer onttrokken het volgende voorwerp:

1 STK Hashish (Omschrijving:PL2000-2024276506-G2786601, 0,37 gr.)

Vorderingen tenuitvoerlegging

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 02-057789-23 af;

- wijst de vordering tot tenuitvoerlegging onder parketnummer 02-022989-24 af en bepaalt dat de bijzondere voorwaarden vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Tempel, voorzitter, tevens kinderrechter

en mr. R. Combee en mr. S.P.W. van Dooren, rechters,

in tegenwoordigheid van L.P.C. Akkermans-Bruijs,

en is uitgesproken ter de openbare zitting op 25 februari 2026.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

Parketnummer 02-351737-24: zij op of omstreeks 3 september 2024 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1]- een of meerdere malen dreigend een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, te tonen en/of- (vervolgens) een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, richting haar, verdachtes, hoofd te houden en daarbij een stekende beweging te maken en/of- (daarbij) de dreigende woorden toe te voegen "Ik steek je neer en je dochter erbij" en/of "Ik steek je zo neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Parketnummer?????? 02-364166-24: zij op of omstreeks 15 oktober 2024 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , in elk geval in Nederland, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] een of meerdere malen - met kracht te slaan en/of stompen tegen het gezicht en/of de (boven)arm, in elk geval tegen het lichaam en/of- met kracht te duwen tegen het lichaam;( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

Parketnummer 02-340171-24:

1.zij op of omstreeks 26 oktober 2024 te [plaats 2] , althans in Nederland, te weten aan [appartementencomplex] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging,geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , welk geweld bestond uit het meermalen, althans eenmaal- met kracht te slaan/stompen op/tegen het gezicht, althans het lichaam van die [slachtoffer 6] en/of met kracht te schoppen en/of te duwen tegen lichaam van die [slachtoffer 6] en/of- met kracht te schoppen en/of te slaan/stompen op/tegen de nek en/of het gezicht, althans het lichaam van die [slachtoffer 10] , en/of- met kracht te bijten in de vinger, althans het lichaam van die [slachtoffer 8] en/of met kracht te knijpen in de hand van die [slachtoffer 8] , en/of- met kracht te schoppen op/tegen het been, althans het lichaam van die [slachtoffer 9] ;( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:zij op of omstreeks 26 oktober 2024 te [plaats 2] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal- met kracht te slaan/stompen op/tegen het gezicht, althans het lichaam van die [slachtoffer 6] en/of met kracht te schoppen en/of te duwen tegen lichaam van die [slachtoffer 6] en/of- met kracht te schoppen en/of te slaan/stompen op/tegen de nek en/of het gezicht, althans het lichaam van die [slachtoffer 10] , en/of- met kracht te bijten in de vinger, althans het lichaam van die [slachtoffer 8] en/of met kracht te knijpen in de hand van die [slachtoffer 8] , en/of- met kracht te schoppen op/tegen het been, althans het lichaam van die [slachtoffer 9] ;( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2.zij op of omstreeks 18 december 2024 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toe te voegen "Ik steek jullie kapot stelletje kankerhoeren", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of daarbij een (vlees)mes, in elk geval een scherp/puntig voorwerp, te tonen aan die [slachtoffer 1] ;( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

3.zij op of omstreeks 10 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , althans in Nederland, openlijk, te weten aan het Dorpsplein 1 en/of het Dorpsplein 1A, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere goederen, te weten de muren van een of meerdere gebouwen en/of de ramen van een of meerdere gebouwen en/of de voordeur van een gebouw en/of een poort, door- eieren en/of slagroom te gooien tegen de muren van een of meerdere gebouwen en/of tegen de ramen van een of meerdere gebouwen en/of tegen de voordeur van een gebouw en/of- tegen de voordeur van een gebouw en/of poort aan te trappen en/of - tegen de muren van een of meerdere gebouwen aan te trappen;( art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:zij op of omstreeks 10 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk de muren van een of meerdere gebouwen en/of deramen van een of meerdere gebouwen en/of de voordeur van een gebouw en/of een poort, in elk geval enige goederen, dat/die geheel of ten dele aan de [kerk] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:zij op of omstreeks 10 februari 2025 te [plaats 1] , gemeente Waalwijk , althans in Nederland op of aan de openbare weg, althans op enige voor het publiek toegankelijke plaats, te weten aan het Dorpsplein 1 en/of het Dorpsplein 1A,tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, tegen een goed baldadigheid heeft gepleegd, waardoor gevaar of nadeel kon worden teweeggebracht, door- eieren en/of slagroom te gooien tegen de muren van een of meerdere gebouwen en/of tegen de ramen van een of meerdere gebouwen en/of tegen de voordeur van een gebouw en/of- tegen de voordeur van een gebouw en/of poort aan te trappen en/of- tegen de muren van een of meerdere gebouwen aan te trappen;( art 424 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

4.zij op of omstreeks 25 juni 2025 te [plaats 3] , gemeente Overbetuwe, in elk geval in Nederland [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 3] dreigend de woorden toe tevoegen "Ik vermoord je familie" en/of "Ik steek je neer", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

5.zij op of omstreeks 24 juni 2025 te [plaats 3] , gemeente Overbetuwe, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 4] heeft mishandeld door die [slachtoffer 4] een of meerdere malen- met kracht te stompen en/of te slaan tegen het hoofd en/of het lichaam en/of - met kracht te schoppen/trappen tegen het hoofd en/of het lichaam;( art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

6
6.zij op of omstreeks 27 juni 2025 te [plaats 3] , gemeente Overbetuwe, in elkgeval in Nederland, de beschikking heeft gehad over en/of openbaarheeft gemaakt:een filmpje (op Snapchat) van een persoon, te weten [slachtoffer 5] , waarop- de (ontblote) vagina van die [slachtoffer 5] in beeld wordt gebracht en/of- in beeld wordt gebracht dat die [slachtoffer 5] seksuele handelingen bij zichzelfverricht,terwijl verdachte wist dat die openbaarmaking nadelig voor die [slachtoffer 5] konzijn;( art 254ba lid 2 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht