Rechtbank Zeeland-West-Brabant, op tegenspraak strafrecht overig

ECLI:NL:RBZWB:2026:1471

Op 6 March 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een op tegenspraak procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 02.225734.25, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:1471. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
02.225734.25
Datum uitspraak:
6 March 2026
Datum publicatie:
6 March 2026

Indicatie

Procesafspraken. Veroordeling voor de productie van amfetamine en het aanwezig hebben van grote hoeveelheden hard- en softdrugs. Gevangenisstraf van 40 maanden en een geldboete van € 10.000,-.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

Parketnummer: 02.225734.25

Parketnummer TUL: 05.195958.22

Vonnis van de meervoudige kamer van 6 maart 2026

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1978,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in [verblijfplaats] ,

raadsman mr. G.J. Woodrow, advocaat te Tilburg.

1
Onderzoek op de terechtzitting

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 20 februari 2026, waarbij de officier van justitie mr. R. in 't Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting is ook de vordering tot tenuitvoerlegging behandeld met bovenvermeld parketnummer.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: in de periode van 29 juli 2025 tot en met 20 augustus 2025, al dan niet samen met anderen, 156,5 liter amfetamineolie en 9.800 gram amfetaminepasta heeft bereid, bewerkt en/of verwerkt, dan wel dit aanwezig heeft gehad en 1.707,59 gram MDMA en 5.288,55 gram methamfetamine aanwezig heeft gehad;feit 2: op 20 augustus 2025 9.620 gram hennep aanwezig heeft gehad.

3
De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4
De procesafspraken
4.1.

De overeenkomst

Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van deze strafzaak. Deze procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door verdachte, zijn raadsman en door de officier van justitie is ondertekend. De overeenkomst is ter zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt.

Samengevat en voor zover hier relevant houden de procesafspraken het volgende in:

De verdediging

De verdachte zal geen (nadere) onderzoekswensen indienen en/of (inhoudelijke) verweren voeren.

Verdachte hoeft geen schuld te erkennen. De verdediging en verdachte geven echter door ondertekening van deze procesafspraken richting rechtbank en Openbaar Ministerie aan dat de feiten en kwalificatie zoals tussen Openbaar Ministerie en verdediging vastgesteld in de bijlage A (juridisch gezien) bewezen kunnen worden verklaard en dat er geen inhoudelijk verweer zal worden gevoerd;

Verdachte bevestigt middels ondertekening van deze overeenkomst dat al het

strafvorderlijk beslag is afgehandeld;

De verdachte beseft dat het niet voeren van verdediging (hoogstwaarschijnlijk) zal leiden tot een veroordeling van de strafbare feiten als omschreven in de tenlastelegging;

Verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken en meewerken aan de tenuitvoerlegging en executie van de op te leggen straf.

Het Openbaar Ministerie

? Het Openbaar Ministerie zal ter zitting rekwireren tot:

- Bewezenverklaring van de aan verdachte tenlastegelegde feiten (conform de inhoud van de bijlage onder A);

- Een strafoplegging als hieronder weergegeven:

• Een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden (met aftrek);

• Een geldboete van 10.000 euro te vervangen door 75 dagen hechtenis;

• De tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling inzake 05.195958.22 inhoudende een gevangenisstraf van 178 dagen.

? Het Openbaar Ministerie heeft geen ontnemingsvordering tegen de verdachte aanhangig gemaakt en zal dat - indien de procesafspraken door de rechtbank worden gevolgd - ook niet (meer) doen.

Verder is onderdeel van de overeenkomst dat door de verdediging en het Openbaar Ministerie geen hoger beroep zal worden ingesteld, indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de gemaakte procesafspraken.

4.2.

Het toetsingskader en de toetsing in deze zaak

De rechtbank heeft zich gebogen over de vraag of het mogelijk is de zaak conform de tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte gemaakte procesafspraken af te doen. Bij deze beoordeling zijn de uitgangspunten, zoals verwoord door de Hoge Raad in het arrest van

27 september 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1252) leidend geweest.

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij de totstandkoming van de procesafspraken is bijgestaan door zijn raadsman. Verdachte is ook samen met zijn raadsman aanwezig geweest op de openbare terechtzitting van 20 februari 2026, alwaar de inhoud van de overeenkomst ter zitting is besproken. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van verdachte ten aanzien van de (inhoud van de) procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken aan de orde gesteld.

De rechtbank is van oordeel dat verdachte weloverwogen en vrijwillig, op basis van voor hem voldoende en duidelijke informatie en terwijl hij zich bewust was van de rechtsgevolgen, is gekomen tot de ondubbelzinnige beslissing om in te stemmen met deze procesafspraken en de daarmee gepaard gaande (mogelijke) gevolgen daarvan. Daarmee is tevens voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) stelt.

De voorzitter heeft ter zitting benadrukt dat de rechtbank geen partij is bij de gemaakte procesafspraken en niet gehouden is tot naleving ervan. De rechtbank heeft een eigen verantwoordelijkheid en dat betekent dat tijdens het onderzoek ter terechtzitting de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv leidend is geweest.

Overwegingen

5
De beoordeling van het bewijs
5.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht overeenkomstig de procesafspraken het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

5.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweren gevoerd.

5.3.

Het oordeel van de rechtbank

Nu de verdediging geen bewijsverweren heeft gevoerd en de rechtbank het ten laste gelegde op grond van de bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen acht, zullen de feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

5.4.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1

in de periode van 29 juli 2025 tot en met 20 augustus 2025 te Tilburg tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft bereid en bewerkt en verwerkt:

- ongeveer 156,5 liter amfetamineolie en

- ongeveer 9.800 gram amfetaminepasta,

heeft aanwezig gehad ongeveer 1.707,59 gram MDMA en ongeveer 5.288,55 gram methamfetamine,

zijnde amfetamine en MDMA en methamfetamine telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2

op 20 augustus 2025 te Tilburg opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 9.620 gram hennep, zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

6
De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

7
De strafoplegging
7.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert conform de gemaakte procesafspraken een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 10.000,-.

7.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweer gevoerd.

7.3.

Het oordeel van de rechtbank

Ernst van de feiten

Verdachte heeft samen met anderen in zijn huurwoning grote hoeveelheden amfetamine geproduceerd. In totaal is een hoeveelheid van 156,5 liter amfetamineolie aangetroffen, waarmee ruim 300 kilogram onversneden amfetaminepasta kan worden gemaakt, en bijna 10 kilo amfetaminepasta. De groothandelswaarde hiervan ligt ergens tussen de

€ 163.000,- en € 216.000,- en de minimale straatwaarde ergens tussen de drie en vier miljoen euro. Verder zijn in de woning grote hoeveelheden hard- en softdrugs aangetroffen, te weten 5.288,55 gram methamfetamine, 1.707,59 gram MDMA en 9.620 gram hennep, alsmede een grote hoeveelheid contant geld.

Het is algemeen bekend dat de handel in harddrugs uitermate winstgevend is. Door die handel wordt niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert dat die handel vaak gepaard gaat met vele vormen van criminaliteit, waaronder het gebruik van geweld. Verdachte heeft hiervoor kennelijk geen oog gehad en was uitsluitend uit op eigen financieel gewin. Bovendien heeft verdachte kennelijk weinig waarde gehecht aan het gevaarzettende karakter dat deze vormen van harddrugsproductie midden in een woonwijk met zich meebrengt voor omwonenden en willekeurige voorbijgangers.

Strafblad

Uit het strafblad van 10 oktober 2025 blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet.

Strafoplegging

Gelet op de aard en de ernst van de feiten kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Bij de bepaling van de duur heeft de rechtbank acht geslagen op de LOVS-oriëntatiepunten. Voor de productie van meer dan 20 kilo harddrugs is het oriëntatiepunt al meer dan 50 maanden gevangenisstraf. Evenals de officier van justitie acht de rechtbank daarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 55 maanden en een geldboete van € 15.000,- passend en geboden. Naar aanleiding van de gemaakte procesafspraken komt de rechtbank echter tot een andere afweging die resulteert in een lagere straf. Daarbij overweegt de rechtbank dat de gemaakte procesafspraken een efficiënte en voortvarende behandeling en een effectieve afdoening van de zaak dienen. De overeengekomen straffen, bestaande uit een gevangenisstraf en een geldboete, staan bovendien in een redelijke verhouding tot de ernst van de feiten en de omstandigheden van het geval.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de door het Openbaar Ministerie en de verdachte overeengekomen straf zoals is neergelegd in de overeenkomst van procesafspraken hier een passende straf is. De rechtbank zal dan ook een gevangenisstraf van 40 maanden met aftrek van voorarrest en een geldboete van € 10.000,- opleggen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.

8
De vordering tenuitvoerlegging

Als onderdeel van de procesafspraken heeft de officier van justitie gevorderd dat de voorwaardelijke gevangenisstraf van 178 dagen die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van de rechtbank Gelderland van 9 januari 2023 ten uitvoer zal worden gelegd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop zal de vordering tot tenuitvoerlegging worden toegewezen.

9
De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

10
Beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 5.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 40 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot betaling van een geldboete van € 10.000,-;

- beveelt dat bij niet betaling van de geldboete, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;

Vordering tenuitvoerlegging

- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 9 januari 2023 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 05.195958.22 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten 178 dagen gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. van Althuis, voorzitter, mr. R.J.H. de Brouwer en

mr. P.K.J. van der Wal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 6 maart 2026.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I: De tenlastelegging

1

hij in of omstreeks de periode van 29 juli 2025 tot en met 20 augustus

2025 te Tilburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk

heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval aanwezig heeft

gehad:

- ongeveer 156,5 liter amfetamineolie en/of

- ongeveer 9.800 gram amfetaminepasta, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,

heeft aanwezig gehad:

- ongeveer 1.707,59 gram, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende MDMA en/of

- ongeveer 5.288,55 gram, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende methamfetamine,

zijnde amfetamine en/of MDMA en/of methamfetamine, (telkens) een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1;

(art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 2 ahf/ond C

Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2

hij op of omstreeks 20 augustus 2025 te Tilburg

opzettelijk aanwezig heeft gehad,

ongeveer 9.620 gram,

in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep,

zijnde hennep, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst II;

(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet)