Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
de eendaadse samenloop van
feit 1:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod
en
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod
en
feit 2:
medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen en vervoermiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd
en
feit 3:
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 54 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.J. Kok, voorzitter, mr. M.H.M. Collombon en mr. A.L. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.A.C.M. Roebroeks, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 18 maart 2026.
Mr. Collombon is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1
hij op één of meer tijdstip (pen) in of omstreeks de periode van 1
augustus 2024 tot en met 9 mei 2025 te Erp en/of [plaats] en/of
Vlissingen, en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of
verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
één of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, in elk geval een
hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een
middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans
(telkens) één of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) van een stof als bedoeld
in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens
het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/suh 1
Wetboek van Strafrecht )
2
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari
2025 tot en met 9 mei 2025 te Erp en/of [plaats] en/of Vlissingen, en/of
elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, om
een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de
Opiumwet,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
te weten
- het opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland brengen, en/of
- het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen,
afleveren, verstrekken en/of vervoeren en/of
- het opzettelijk vervaardigen van cocaïne, in elk geval een middel als
bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen
krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere
betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of
zijn mededaders, wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat
zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, te weten een of meer
- voertuig(en),
- oplegger(s)/aanhangwagen(s),
- navigatiesyste(e)m(en),
- telefoon(s),
- GPS-tracker(s),
- sealbag(s),
- vacumeerappara(a)t(en),
- geldbedrag(en) en/of creditcard(s)/betaalpas(sen);
( art 10 lid 4 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 2 Opiumwet, art 11b lid 1
Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet )
3
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 24 januari
2025 tot en met 9 mei 2025 te Erp, gemeente Meierijstad, en/of elders in
Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans
alleen,
(telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft
gebracht en/of aanwezig heeft gehad in een voertuig met bestemming
buitenland één of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) cocaïne, in elk geval
een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet
( art 10 lid 5 Opiumwet, art 2 ahf/ond A Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1
Wetboek van Strafrecht )