Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: belaging
feit 2: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen
feit 3: in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 9 maanden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 3 jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [aangeefster] , geboren op [geboortedag 2] 1986;
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt zeven dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 3 jaren zich niet zal ophouden in het navolgende gebied: de [straat 1] te [plaats 1] , [kinderopvang] aan de [straat 2] te [plaats 2] , het [zwembad] aan [adres 2] en de [peutergym] aan [adres 3];
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt zeven dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte zich belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;
Benadeelde partij
T.a.v. feiten 1, 2 en 3
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [aangeefster] van € 2.512,40, waarvan € 1.012.40 aan materiële schade en € 1.500,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag der voldoening;
- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot nu toe begroot op nihil;
- wijst het overige gedeelte van de vordering af;
- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [aangeefster] , € 2.512,40 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 12 juni 2025 tot aan de dag der voldoening;
- bepaalt dat bij niet betaling 25 dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;
- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:
Handgereedschap (Breekijzer).
Dit vonnis is gewezen door mr V.M. Schotanus, voorzitter,
en mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos en mr A.M. de Koning, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. S.E. van Wijk, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 20 maart 2026.
De oudste rechter, jongste rechter en griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan verdachte is tenlastegelegd dat
1
hij in of omstreeks de periode van 22 oktober 2024 tot en met 12 juni 2025 te [plaats 1] , althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangeefster] , door:
- meermalen (zonder redelijk doel) zich in de straat en/of bij/rondom de woning van voornoemde [aangeefster] op te houden, en/of
- meermalen bij de woning van die [aangeefster] te proberen contact met haar te zoeken, en/of
- meermalen zich (proberen) toegang te verschaffen tot de woning van die [aangeefster] , en/of
- op het dak van de woning van die [aangeefster] te klimmen, en/of
- meermalen (via WhatsApp) berichten aan de [aangeefster] te versturen, en/of
- die [aangeefster] meermalen te bellen, en/of - de moeder van [aangeefster] te benaderen via WhatsApp, en/of
- meermalen bij een zwembad en/of gymzaal, althans bij een voor het publiek toegankelijke/openbare plek, die [aangeefster] op te zoeken en/of (daarbij) via een medewerker (van voornoemd zwembad) contact te zoeken met die [aangeefster]
met het oogmerk die [aangeefster] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
( art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht )
2
hij op of omstreeks 12 juni 2025 te [plaats 1]
opzettelijk en wederrechtelijk
een ruit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten
aan [aangeefster] , toebehoorde
heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )
3
hij op of omstreeks 12 juni 2025 te [plaats 1]
in de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, aan de [straat 1] bij een ander, te weten bij [aangeefster] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;
( art 138 lid 1 Wetboek van Strafrecht )