Rechtbank Zeeland-West-Brabant, op tegenspraak strafrecht overig

ECLI:NL:RBZWB:2026:2503

Op 2 April 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een op tegenspraak procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 02-338017-23, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:2503. De plaats van zitting was Breda.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
02-338017-23
Datum uitspraak:
2 April 2026
Datum publicatie:
2 April 2026

Indicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor meerdere drugsfeiten en overtreding van artikel 38 Geneesmiddelenwet. Aan hem wordt opgelegd een gevangenisstraf van 30 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02-338017-23

vonnis van de meervoudige kamer van 2 april 2026

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats],

wonende te [woonadres],

raadsman mr. G.J.P.M. Mooren, advocaat te Tilburg.

1
Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 19 maart 2026. Verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie

mr. Y.E.Y. Vermeulen en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2
De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I van dit vonnis opgenomen. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte

feit 1: zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen voor de bewerking van of de handel in harddrugs; feit 2: één kilogram cocaïne opzettelijk aanwezig heeft gehad; feit 3: drie kilogram amfetamine heeft verkocht of geproduceerd; feit 4: vijf kilogram ketamine in voorraad heeft gehad.

3
De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

Overwegingen

4
De beoordeling van het bewijs
4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht alle ten laste gelegde feiten bewezen. Verdachte is de gebruiker van ANOM-account [account].

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak wegens onvoldoende bewijs. Er kan niet worden vastgesteld dat verdachte de gebruiker is van ANOM-account [account]. Daarnaast is er geen steunbewijs voor de ANOM-berichten, waardoor hooguit sprake is van bewijs uit slechts één bron.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen zijn in bijlage II van dit vonnis opgenomen.

4.3.2

De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs

Op 30 maart 2021 werd het opsporingsonderzoek 26Eagles gestart. Dit onderzoek richtte zich op criminele samenwerkingsverbanden die zich met gebruikmaking van het ANOM-platform schuldig maken aan onder andere internationale drugshandel. Door Amerikaanse opsporingsautoriteiten zijn ontsleutelde berichten afkomstig van de gebruikers van ANOM gedeeld met de Nederlandse autoriteiten. Binnen die data is het ANOM-account [account] in beeld gekomen. Dit naar aanleiding van hits op de woorden synthetische drugs en cocaïne.

Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de identificatie van de gebruiker van het ANOM-account [account]. Zij stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat verdachte in de periode van 29 juli 2020 tot en met 8 juli 2021 de gebruiker is geweest van dit account.

De rechtbank volgt de verdediging ook niet in het gevoerde verweer, dat het bewijs voor de ten laste gelegde feiten slechts op één bron berust, namelijk de ANOM-berichten. Het is weliswaar juist dat de berichten allemaal afkomstig zijn uit de ontsleuteling van de ANOM-applicatie, maar de rechtbank is van oordeel dat de berichten die ten grondslag worden gelegd aan de verdenking meerdere bewijsmiddelen opleveren. Zo gaat het om verschillende gesprekken van niet alleen verdachte met andere ANOM-gebruikers, maar ook van andere ANOM-gebruikers met elkaar. Daarnaast zijn er ook groepsgesprekken met verschillende daaraan deelnemende ANOM-gebruikers. In al deze gesprekken zijn niet alleen de berichten van verdachte te lezen, maar ook die van andere deelnemers. Het gaat daarbij dus om meerdere gesprekken op meerdere dagen en op verschillende tijdstippen waarin over verschillende onderwerpen wordt gesproken en waarbij ook afbeeldingen worden gestuurd. De inhoud van de berichten wordt ook ondersteund door de verzonden afbeeldingen en door de inhoud van andere berichten. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat met deze verschillende gesprekken sprake is van meerdere bewijsmiddelen en bronnen en dus voldaan is aan het bewijsminimum.

Op grond van de bewijsmiddelen acht de rechtbank alle ten laste gelegde feiten bewezen, zoals hierna onder 4.4 weergegeven.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1op tijdstippen in de periode van 29 juli 2020 tot en met 8 mei 2021 op meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, om een feit bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden en te bevorderen, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en vervaardigen van hoeveelheden amfetamine en/of cocaïne, - zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededader(s), wist(en) dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten, door- een encryptische/PGP telefoon voorhanden te hebben,- met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een ANOM-ID (te weten [account] met de nickname “[bijnaam]”),- (als gebruiker van het ANOM-ID [account] (encryptische) (chat) gesprekken te voeren met anderen over het bewerken, verwerken, leveren, kopen en/of verkopen van hoeveelheden amfetamine(olie) en/of cocaïne,- als gebruiker van het ANOM-ID [account] (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot de prijs van hoeveelheden amfetamine(olie) en/of cocaïne,- als gebruiker van het ANOM-ID [account] afbeeldingen/foto’s van hoeveelheden amfetamine(olie) en/of cocaïne te ontvangen en/of te versturen- op 29 juli 2020 aan de Edisonlaan te Tilburg een hoeveelheid van 25 kilogram Apaan, zijnde een grondstoffeit voor de productie van amfetamine, aan te kopen en te vervoeren en- op 11 augustus 2020 te Tilburg een afspraak te maken voor de aankoop van een hoeveelheid van 10 liter amfetamine-olie;

2op 17 oktober 2020 te Tilburg opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1 kilogram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3in de periode van 21 tot en met 25 januari 2021 te Tilburg opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd ongeveer 3 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

4op 5 maart 2021 te Tilburg, al dan niet opzettelijk, zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 5 kilogram ketamine in voorraad heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5
De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6
De strafoplegging
6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vijf jaar en een geldboete van € 10.000,00.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt aan verdachte een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere drugsfeiten. Hij heeft samen met anderen bijna één jaar lang voorbereidingshandelingen verricht voor het bewerken van en/of de handel in harddrugs. In die periode heeft verdachte ook één kilogram cocaïne aanwezig gehad en drie kilogram amfetamine verkocht en/of geproduceerd. Het is algemeen bekend dat harddrugs, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de volksgezondheid. Door de verspreiding van drugs en het gebruik ervan wordt niet alleen de volksgezondheid ernstig bedreigd, maar de ervaring leert ook dat dit in veel gevallen gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit. Bovendien gaat er van de georganiseerde drugshandel in toenemende mate een ondermijnend effect uit. Het voorgaande is ook reden dat er op het plegen van drugsfeiten strenge straffen staan.

Verdachte heeft ook nog vijf kilogram ketamine in voorraad gehad. Ondanks dat ketamine niet strafbaar is gesteld in de Opiumwet, is de rechtbank van oordeel dat de gevolgen van de handel en het gebruik van dit middel vergelijkbaar zijn met die van harddrugs die wel daaronder zijn strafbaar gesteld. Zo is gebleken dat ook dit middel schadelijk is voor de volksgezondheid.

De rechtbank neemt als strafverzwarende omstandigheid mee dat uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij al eerder is veroordeeld voor drugsfeiten. Hier heeft verdachte kennelijk niet van geleerd. Hij liep zelfs nog in een proeftijd toen hij de bewezenverklaarde feiten pleegde. Daarnaast heeft verdachte geen enkele verantwoording genomen voor de feiten. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat sprake is van oudere feiten en dat de redelijke termijn is overschreden.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de straf rekening met de LOVS-oriëntatiepunten. Het oriëntatiepunt voor het opzettelijk aanwezig hebben van acht tot negen kilogram harddrugs is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 26 maanden. Verdachte heeft hiernaast echter nog bijna één jaar lang voorbereidingshandelingen verricht voor het bewerken van en/of de handel in harddrugs.

Alles afwegende acht de rechtbank een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden passend en geboden en zal die aan verdachte opleggen.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7
De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen

2, 10 en 10a van de Opiumwet en artikel 38 van de Geneesmiddelenwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing

8
De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel

10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen

en voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

feit 4: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 38, lid 1, van de Geneesmiddelenwet;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 30 maanden.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, mr. M.E.I. Beudeker en

mr. D.M. Snoep, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Andraws, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 april 2026.

Bijlage I

De tenlastelegging

1Voorbereidingshandelingen feiten A, C, D en Jhij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 29 juli 2020 tot en met 8 mei 2021 te Tilburg, althans op meerdere plaatsen in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of vervaardigen van een of meer hoeveelheden amfetamine en/of cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of cocaïne als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft getracht te verschaffen,- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en), door- een of meer encryptische/PGP telefoon(s) voorhanden te hebben,- met behulp van voornoemde encryptische/PGP-telefoon gebruik te maken van een ANOM-ID (te weten [account] met de nickname “[bijnaam]”),- (als gebruiker van het ANOM-ID [account] een of meer (encryptische) (chat) gesprekken te voeren met een of meer anderen over het bewerken, verwerken, leveren, kopen en/of verkopen van een of meer hoeveelheden amfetamine(olie) en/of cocaïne,- als gebruiker van het ANOM-ID [account] een of meer (encryptische) (chat)gesprekken te voeren met betrekking tot de prijs van een of meer hoeveelheden amfetamine(olie) en/of cocaïne,- als gebruiker van het ANOM-ID [account] een of meer afbeeldingen/foto’s van een of meer hoeveelheden amfetamine(olie) en/of cocaïne te ontvangen en/of te versturen- op 29 juli 2020 aan de Edisonlaan te Tilburg een (test)hoeveelheid van 25 kilogram Apaan, zijnde een grondstoffeit voor de productie van amfetamine, aan te kopen en/of te vervoeren, althans voorhanden te hebben (feit A) en/of- op 11 augustus 2020 te Tilburg een afspraak te maken voor de aankoop van een hoeveelheid van 10 liter amfetamine-olie (feit C);(art. 10 lid 4 Opiumwet, art. 10 lid 5 Opiumwet, art. 10a lid 1 ahf/sub 1 alinea Opiumwet, art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

2Voorhanden hebben één blok cocaïne feit Ehij op of omstreeks 17 oktober 2020 te Tilburg opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;(art. 10 lid 3 Opiumwet, art. 2 ahf/ond C Opiumwet)

3Verkoop/productie 3 kilo speed feit Hhij in of omstreeks in de periode van 21 tot en met 25 januari 2021 te Tilburg tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 3 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;(art. 10 lid 4 Opiumwet, art. 2 ahf/ond B Opiumwet, art. 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

4Aanschaf ketamine feit Ihij op of omstreeks 5 maart 2021 te Tilburg, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk, zonder registratie een hoeveelheid van ongeveer 5 kilogram, althans een hoeveelheid ketamine, in elk geval een werkzame stof, in voorraad heeft gehad;(art. 38 lid 1 Geneesmiddelenwet)(art. 40 lid 2 Geneesmiddelenwet).