Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
Parketnummer: 02.023822.25
Vonnis van de meervoudige kamer van 17 april 2026
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2008,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres 1] ,
raadsvrouw mr. N. Assouiki, advocaat te Tilburg.
1
Onderzoek op de terechtzitting
De zaak is inhoudelijk behandeld met gesloten deuren op de zitting van 03 april 2026, waarbij de officier van justitie mr.mr. R. in 't Veld en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
7
De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 77a, 77g, 77m, 77n en 157 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 120 uren;
- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 60 dagen;
- bepaalt dat de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de werkstraf naar rato van twee uur per dag;
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.S. van Bree, voorzitter,
en mr. R. Combee en mr. I.M.L. Felix, rechters,
in tegenwoordigheid van I.H.E. van Diepen, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 april 2026.
De griffier is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.