De rechtbank:
- spreekt verdachte vrij van de onder 4 en 5 ten laste gelegde feiten;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;
feit 2: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot meer dan één vuurwapen van categorie III;
feit 3: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen drie dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de verslavingsreclassering van Novadic-Kentron op het adres Dr. Poletlaan 74-74 te Eindhoven.
* dat verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie Leefstijl 24/7 van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op verslaving/middelengebruik, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer.
* dat verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo spoedig mogelijk na het ingaan van de proeftijd. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, verslavingsproblematiek, schuldenproblematiek en/of andere problematiek.
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/ crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat betrokkene zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.
* dat verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt.
* dat verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en lijst II (softdrugs) geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
* dat verdachte gedurende de proeftijd geen alcohol gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kunnen zijn urineonderzoek/ademonderzoek/speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd.
* verdachte spant zich in voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag.
* verdachte werkt mee aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
- voorwaarden daarbij zijn:
* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
* dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- draagt de reclasseringsinstelling Verslavingsreclassering Novadic-Kentron op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarden;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- verklaart aan het verkeer onttrokken de volgende voorwerpen:
2. 1 STK Wapen (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911557);
3. 1.350 GR Verdovende middelen (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911562);
4. 31 GR Verdovende middelen (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911572);
5. 20 GR Amfetamine (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911565);
6. 5 GR Verdovende middelen (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911571, wit);
7. 1 GR Verdovende middelen (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911567, 0,91 gram);
8. 17 GR Verdovende middelen (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911537, 17,5 gram incl. gewogen potje flakka);
10. 1 STK Pistool (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911546);
11. 1 STK Patroonhouder (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911547);
12. 13 STK Patroon (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911561, kogelpatronen);
13. 7 STK Munitie (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911684);
14. 23 STK Munitie (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911685);
15. 2 STK Patroonhouder (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911686);
- gelast de teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:
1. EUR Geld (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911536);
9. 100,00 EUR Geld (omschrijving: PL2000-2025258647-G2911558);
- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van de dag dat het voorarrest gelijk is aan de opgelegde gevangenisstraf.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.H. Hamburger, voorzitter,
en mr. C.H.M. Pastoors en mr. R. de Jong, rechters,
in tegenwoordigheid van I.H.E. van Diepen, griffier,
en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 juli 2026.
De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I: De tenlastelegging
1hij op of omstreeks 26 september 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie II, onder 2 van de Wet wapens en munitie,te weten een automatisch machinepistool, van het merk Alka, type Model 93 Kratka, kaliber 9 x 19 millimeter Parabellum en/of één of meerdere patroonmagazijnen van het merk Beretta en/of IMP,zijnde een vuurwapen geschikt om automatisch te vuren voorhanden heeft gehad;(Artikel art 26 lid 1 Wet wapens en munitie, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)2hij op of omstreeks 26 september 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, teweten een pistool (semiautomatisch), van het merk Beretta, type M1934, kaliber 9 x 17 millimeter Sr, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad en/of één of meerdere patroonmagazijnen van het merk Beretta en/of IMP voorhanden heeft gehad;(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)3hij op of omstreeks 26 september 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 111 kogelpatronen bestaande uit:
29 kogelpatronen (Sellier & Bellot, kaliber 9mm),
33 kogelpatronen (Dynamit Nobel GmbH, kaliber 9 mm),
13 kogelpatronen ( Sellier & Bellot, kaliber 9mm),
6 kogelpatronen (Sellier & Bellot van het kaliber 9 millimeter Browning Court, 5 uit magazijn Beretta en 1 in de kamer),
7 kogelpatronen (6 Sellier & Bellot, 1 Dynamit Nobel GmbH, kaliber 9x19mm) en/of,
23 stuks kogelpatronen (12 Dynamit Nobel GmbH, 11 Sellier & Bellot, kaliber 9x9mm),
voorhanden heeft gehad;
(art 26 lid 1 Wet Wapens en Munitie, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)
4hij op of omstreeks 26 september 2025 te [plaats 2] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk aanwezig heeft gehad,- ongeveer 1400 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende Alfa-PVP en/of- ongeveer 20,84 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende Amfetamine en/of- ongeveer 3,58 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaalbevattende MDMA en/ofin elk geval een hoeveelheid van een materiaal zijnde Alfa-PVP en/of Amfetamine en/of MDMA,(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;(Artikel art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht, art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet)5hij op of omstreeks 26 september 2025, te [plaats 2] , van een of meerdere geldbedragen van in totaal 5060 euro, althans een geldbedrag- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of- gebruik heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;(Artikel art 420bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht, art 420bis lid 1 ahf/ond b Wetboek van Strafrecht)