Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 360 dagen, waarvan 168 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
1.dat verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering Nederland [locatie] of neemt telefonische contact op met Reclassering Nederland in [locatie] ;
2.dat verdachte zich laat diagnosticeren en, indien geïndiceerd, behandelen door
Novadic-Kentron of een soortgelijke zorgverlener in het forensische kader, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van betrokkene dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie/stabilisatie/observatie/diagnostiek/crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat betrokkene zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing.
3.dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zoekt of heeft met: [benadeelde] geboren op [geboortedag 2] -1989;
4.dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet bevindt in het gebied rondom het adres van het slachtoffer, [adres] te [plaats] , zijnde het gebied binnen de straten [straat 1] , [straat 2] , [straat 3] en [straat 4], exclusief die straten zelf, (zie bijlage II), zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering kan tijdens deze periode het verboden gebied laten vervallen, het verboden gebied verkleinen en/of aan verdachte toestemming geven om zich voor een bepaalde periode in een bepaald deel van het verboden gebied te bevinden;
5.dat verdachte zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk en of een passende daginvulling met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
6.dat verdachte gedurende de proeftijd meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen in de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek/ademonderzoek. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
7.dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
8.dat verdachte medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde/voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;
- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uren;
- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 75 dagen;
- verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot nu toe begroot op nihil;
- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.S. van Bree, voorzitter,
en mr. C.H.W.M. Sterk en mr. M.E.I. Beudeker, rechters,
in tegenwoordigheid van M.R. Tafazzul, griffier,
en is uitgesproken ter de openbare zitting op 22 juli 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 14 oktober 2025 te [plaats] , althans in Nederland,opzettelijkbrand heeft gesticht en/of een ontploffing teweeg heeft gebrachtdoorbenzine althans een brandbare stof te gieten op een tochtstrip van dewoning gelegen aan [adres] en die benzine in aanraking tebrengen met open vuur en/ofopen vuur in aanraking te brengen met een (afwasmiddel)fles metdaarin benzine, althans een brandbare stof,terwijl daarvan gemeen gevaar voor een of meer goederen, te wetende andere delen van de woning gelegen aan [adres] dan detochtstrip en/ofeen of meer naastgelegen woningen te duchten was;( art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht )