Rechtbank Zeeland-West-Brabant, op tegenspraak strafrecht overig

ECLI:NL:RBZWB:2026:7002

Op 29 July 2026 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een op tegenspraak procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 12-715227-10, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:RBZWB:2026:7002. De plaats van zitting was Middelburg.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
12-715227-10
Datum uitspraak:
29 July 2026
Datum publicatie:
30 July 2026

Indicatie

Verlenging TBS met twee jaar.

Uitspraak

Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

Parketnummer: 12-715227-10

Beslissing van de meervoudige kamer d.d. 29 juli 2026 met betrekking tot de terbeschikkingstelling van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

verblijvende in [tbs-instelling] (hierna: de tbs-instelling),

hierna: betrokkene,

raadsman mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp.

1
Inleiding

Bij vonnis van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 21 februari 2013 is

betrokkene, wegens overtreding van de artikelen 282, 312 en 317 van het Wetboek van

Strafrecht, veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met voorwaarden (hierna: tbs met voorwaarden).

De rechtbank constateert dat het hier gaat om misdrijven als bedoeld in artikel 38e, eerste

lid, van het Wetboek van Strafrecht.

De tbs met voorwaarden is op 28 februari 2013 aangevangen. Bij beslissing van 27 maart

2014 is deze omgezet in terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege (hierna: tbs). De tbs is bij beslissing van 28 februari 2024 laatstelijk verlengd voor een termijn van twee jaren.

Procesverloop

2
Procesverloop

De rechtbank heeft op 12 januari 2026 van het Openbaar Ministerie een vordering ontvangen tot verlenging van de tbs met verpleging van overheidswege. De vereiste stukken zijn bijgevoegd dan wel toegezonden.

De vordering is op de openbare terechtzitting van 15 juli 2026 behandeld, nadat de behandeling eerder is aangehouden op 23 februari 2026 en 21 mei 2026. De officier van justitie, mr. J. Verschuren, is gehoord. Tevens is betrokkene gehoord (via een videoverbinding), bijgestaan door zijn raadsman. Voorts zijn (via een videoverbinding) als deskundigen gehoord [psychiater] en [psycholoog 1] , hoofd behandeling en psycholoog bij de instelling.

3
Adviezen
3.1.

Advies instelling

De tbs-instelling heeft in het rapport van 19 december 2025 geadviseerd de tbs te verlengen met twee jaar. Betrokkene is een zwakbegaafde man, bij wie sprake is van een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline gedragskenmerken. Daarnaast is sprake van forse verslavingsproblematiek. Nu betrokkene sterk afhankelijk is van externe controle en structuur om de risicofactoren onder controle te houden, wordt het recidiverisico in geval van een beëindiging van het toezicht of de maatregel als hoog ingeschat. Betrokkene heeft in de afgelopen periode dat hij onbegeleid verlof heeft, structureel laten zien dat hij moeite heeft om zich zelfstandig aan zijn voorwaarden te houden. Hij blijft zich vastdraaien in zijn eigen disfunctionele coping. De complexiteit van de problematiek maakt dat de bewerking van de risicofactoren langzaam verloopt. Daarbij valt op dat de problematiek van betrokkene goed in beeld is en dat hij hier rationeel zelf op kan reflecteren, maar dat het moeilijk is voor hem om dit ook in gedragsverandering om te zetten. Zijn problematiek speelt met name in de interpersoonlijke dynamiek en wordt versterkt door de zeer hardnekkige verslavingsproblematiek (gebruik van cannabis). De koers wordt gezet op de doorstroom naar de pre-resocialisatieafdeling. De prognose is dat de voorwaartse stappen in zijn resocialisatie zorgen voor meer perspectief en daarmee meer ruimte om zijn reeds aangeleerde reflectief vermogen en vaardigheden in therapie ook daadwerkelijk in de praktijk te brengen. Op dit moment is betrokkene echter nog afhankelijk van de externe structuur en aansturing die de kliniek hem biedt. Gezien het huidige behandelverloop is het recidiverisico nog niet voldoende teruggedrongen, waardoor een verblijf in een FPC de komende periode nog noodzakelijk wordt geacht.

Ter zitting is de deskundige bij het verlengingsadvies gebleven en heeft hij daaraan nog toegevoegd dat er naar aanleiding van de adviezen van de externe deskundigen en de eerdere zittingen bij de rechtbank met betrokkene afspraken op maat zijn gemaakt. Daar plukt betrokkene geleidelijk aan de vruchten van. Het is van belang om maatwerk in het verdere behandeltraject van betrokkene toe te passen. Betrokkene is gemotiveerd om doelen te halen en lijkt zich in geval van incidenten steeds sneller te herpakken. De komende periode zal er toegewerkt worden naar de uitbreiding van (onbegeleid) verlof.

3.2.

Adviezen (externe) gedragsdeskundigen

Advies psychiater

Uit het rapport van [psychiater] van 9 januari 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, narcistische en borderline trekken (hoofddiagnose), stoornissen in het gebruik van cannabis en alcohol (de laatste in remissie), een gokstoornis in remissie en van cognitief functioneren op zwakbegaafd niveau. De psychiater adviseert om bij betrokkene, ondanks zijn herhaaldelijke terugvallen in cannabisgebruik, in te zetten op resocialisatie en daarbij beschermende factoren op te bouwen. Gefocust moet worden op het voorkomen en uitblijven van agressief gedrag en niet enkel op cannabisgebruik, zo lang dat gebruik geen agressief gedrag in de hand werkt en betrokkene ondanks het gebruik overige regels naleeft en afspraken nakomt. De psychiater adviseert de verlenging van de tbs-maatregel. Hoewel een verlengingsduur van twee jaar het meest realistisch wordt geacht, gegeven de resocialisatiestappen die nog gezet moeten worden, adviseert de psychiater te verlengen met één jaar om de voortgang van het resocialisatietraject te kunnen monitoren.

Ter zitting is de psychiater bij zijn advies gebleven en heeft hij daaraan nog toegevoegd dat betrokkene zich de afgelopen tijd in een bepaalde mate positief heeft ontwikkeld. Zo lang het cannabisgebruik niet leidt tot gedragsproblemen, kan deze positieve ontwikkeling ook met beperkt cannabisgebruik worden voortgezet. Het is van belang om toe te werken naar resocialisatie en naar het opbouwen van beschermende factoren als een woning, een dagbesteding en een sociaal netwerk.

Advies psycholoog

Uit het rapport van [psycholoog 2] van 3 februari 2026 blijkt dat bij betrokkene sprake is van gecombineerde psychopathologie, in de zin van andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met antisociale kenmerken en zwakbegaafdheid. Daarnaast is sprake van een stoornis in cannabisgebruik. Bij het wegvallen van een tbs-kader kan de kans op recidive onder ongunstige omstandigheden oplopen naar matig en zelfs hoog. Betrokkene neigt niet naar impulsief agressief gedrag, maar onder negatieve omstandigheden kan hij op termijn in een situatie komen dat hij geweld instrumenteel gaat inzetten, vooral als hij weinig perspectief meer ervaart. De psycholoog pleit voor het opnieuw optuigen van een overzichtelijke praktische resocialisatie met duidelijke tussenstappen, waarbij het streven naar abstinentie van cannabis niet een doel op zichzelf moet worden. Van betrokkene mag sterk gereguleerd gebruik van cannabis verwacht worden, waarbij hij zich houdt aan zijn afspraken en hij zich naar vermogen inzet. Hoewel het niet in de lijn der verwachting ligt dat betrokkene over een jaar toe is aan een voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging, adviseert de psycholoog de huidige maatregel slechts met één jaar te verlengen om daarmee over een jaar een toetsmoment te hebben of het betrokkene en de kliniek lukt de resocialisatie vorm te geven.

4
Standpunt van partijen
4.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is ter zitting bij de vordering om de tbs met twee jaar te verlengen gebleven.

4.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de verlenging van de tbs met één jaar bepleit. Betrokkene heeft aangegeven dat hij zich kan neerleggen bij een verlenging van zowel één als twee jaar zolang de tbs-instelling de gemaakte afspraken nakomt.

Overwegingen

5
Beoordeling

De tbs kan slechts worden verlengd indien de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen de verlenging van de tbs eist. Het recidivegevaar moet nog aanwezig zijn en dient voort te vloeien uit een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Gelet op de adviezen van de tbs-instelling en de externe gedragsdeskundigen wordt nog steeds voldaan aan dit wettelijke criterium.

De rechtbank overweegt dat als uitgangspunt geldt dat de tbs verlengd moet worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met een termijn van één jaar.

De rechtbank ziet dat betrokkene de laatste tijd een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt in zijn behandeling. Duidelijk is echter wel dat hij nog veel stappen moet zetten. De tbs-instelling heeft aangegeven dat er nog zeker twee jaar nodig is voor de verdere behandeling en begeleiding van betrokkene. Hoewel de externe gedragsdeskundigen tot een advies tot verlenging van de maatregel met één jaar komen, achten ook zij een verlengingsduur van twee jaar het meest realistisch. Hun advies om de tbs met één jaar te verlengen is met name gegeven vanuit het oogpunt om de voortgang van het resocialisatietraject te monitoren. Inmiddels is gebleken dat de tbs-instelling de adviezen van de externe deskundigen ter harte heeft genomen en maatwerk heeft toegepast, wat tot een positieve ontwikkeling in het resocialisatietraject heeft geleid. Nu duidelijk is dat het resocialisatietraject meer dan een jaar gaat duren en de tbs-instelling maatwerk toepast ten aanzien van het cannabisgebruik van betrokkene zolang dit niet leidt tot gedragsproblemen, ziet de rechtbank geen aanleiding om de termijn van de verlenging te beperken om dit traject te kunnen monitoren. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank ten aanzien van de termijn van verpleging het advies van de tbs-instelling volgen en de tbs met verpleging van overheidswege met twee jaar verlengen. Hierbij is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Beslissing

6
Beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met 2 (twee) jaren.

Deze beslissing is genomen door mr. S.C.S. van Bree, voorzitter, en D.H. Hamburger en D. Bogaert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.J. van der Welle, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 juli 2026.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.