4.3.
4.3.2.
De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen het volgende vast.
[adres 2]
Naar aanleiding van een melding op 14 januari 2022 dat er een acetonlucht was waargenomen op de locatie [adres 2] , is hier onderzoek verricht. In het appartement werden versnijdingsmiddelen, onder meer tetramisole en procaïne, en chemicaliën zoals aceton aangetroffen. Ook werden er ruim drie kilo cocaïne en verschillende goederen zoals emmers, blenders, weegschalen en jerrycans gevuld met vloeistof, aangetroffen. De bewoner van de naastgelegen woning heeft aangegeven al een half jaar elk weekend een sterke chemische lucht te ruiken. De Landelijke Faciliteit Ontmantelen (LFO) heeft aangegeven dat de aangetroffen goederen en chemicaliën typische goederen en chemicaliën zijn die worden aangetroffen op een locatie waar drugs worden vervaardigd of bewerkt. Op basis van analyseresultaten concludeert het LFO dat tetramisole en procaïne met behulp van aceton werd bewerkt en dat tetramisole en procaïne versnijdingsmiddelen zijn voor cocaïne.
Op het adres aan de [adres 2] stond onder andere ingeschreven [betrokkene] (hierna: [betrokkene] ).
Telefoons
In het appartement aan de [straat] zijn ook een 8-tal telefoons aangetroffen. Deze telefoons zijn onderzocht. Ten aanzien van een Iphone7 (goednummer 2419452) met als gebruiker “ [gebruikersnaam 1] ” en een Iphone (goednummer 2419449) met als gebruiker “ [gebruikersnaam 2] ” werd de stem van de gebruiker herkend als zijnde de stem van [betrokkene] . De rechtbank zal hierna voor de leesbaarheid bij de chats van ‘ [gebruikersnaam 1] ’ en ‘ [gebruikersnaam 2] ’ de naam [betrokkene] vermelden.
De politie heeft geconcludeerd dat er op deze IPhones hoofdzakelijk chats stonden met betrekking tot de handel in en bewerking van cocaïne. Via de app “Signal” wordt er onder meer gesproken over mixen, poeder, hoeveelheden, stempels, grijze 5-liter vaten en persen en zijn er foto’s te zien van grote partijen gesealde blokken en witkleurige blokken voorzien van stempels. In de Iphone 7 werden ook notities aangetroffen, waaronder een notitie waarin onder meer stond geschreven: “4 mallen garage, 1 pers garage, 6 magnetrons garage”.
De rechtbank is ambtshalve bekend met de termen en goederen waarover in de chats wordt gesproken. Zij verenigt zich met de conclusie die de politie heeft getrokken uit de chats, namelijk dat deze gaan over de bewerking van en handel in cocaïne. Dit wordt bevestigd door de in het dossier aanwezige foto’s van witkleurige blokken voorzien van stempels. Het is de rechtbank eveneens ambtshalve bekend dat deze blokken doorgaans blokken cocaïne betreffen. Dergelijke gesealde blokken cocaïne zijn ook in het appartement aan de [adres 2] aangetroffen.
Op de Iphone7 werden voorts een video en afbeeldingen van de binnenzijde van een loods aangetroffen, Deze beelden werden op 20 augustus 2021 verzonden door [betrokkene] aan ‘ [bijnaam 1] ’. ‘ [bijnaam 1] ’ antwoordt naar aanleiding van die beelden in de chat dat hij gaat overleggen en dat men als alles goed is overmorgen kan beginnen.
Deze loods is geïdentificeerd als zijnde de loods van “ [bedrijf] ”, gelegen aan [adres 3] . Het [telefoonnummer] op de gevel van voornoemd bedrijf staat als contact in de Iphone7 (goednummer 2419542) in de applicatie “Signal” onder de naam “ [bijnaam 2] ” met als gebruikersnaam [verdachte] . In de contactlijst van de Iphone (goednummer 2419449) staat het [telefoonnummer] opgeslagen onder de naam [verdachte] . Niet ter discussie staat dat dit telefoonnummer en deze loods bij verdachte in gebruik waren en dat de voornaam van verdachte [verdachte] is.
Werkzaamheden loods
De rechtbank ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of er in deze loods aan [adres 3] cocaïne is bewerkt.
De rechtbank beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daarover het volgende.
Op een afbeelding op de Iphone7, gemaakt op 29 augustus 2021, is te zien dat in een ruimte in de loods, vier ijzeren mallen, een pers en zes magnetrons staan. Dit komt exact overeen met de opsomming in de eerder genoemde notitie op de Iphone7: “4 mallen garage, 1 pers garage, 6 magnetrons garage”. Op de foto is te zien dat onder de pers wit poeder ligt. De rechtbank leidt daaruit af dat de pers in gebruik was op dat moment.
De rechtbank stelt voorts vast dat er in de loods van verdachte sporen van tetramisole en cocaïne zijn aangetroffen. Deze stoffen zijn ook aangetroffen in het appartement aan de [adres 2] . Tetramisole betreft een chemische stof die wordt gebruikt voor het versnijden van cocaïne. Het spoor dat cocaïne bleek te bevatten is aangetroffen op een koolstoffilter onder een bureau dat -zo blijkt bij vergelijking van de foto’s- in de ruimte staat waar op 29 augustus 2021 de 4 mallen, een pers (met daaronder wit poeder) en de zes magnetrons zijn gefotografeerd.
Daarnaast is het bureau met daaronder een koolstoffilter ook te zien op een foto die op 13 oktober 2021 is gestuurd. Verdachte stuurde deze foto naar [betrokkene] nadat [betrokkene] een bericht aan verdachte had gestuurd dat hij iets onder het bureau had achtergelaten. De rechtbank leidt daaruit af dat de cocaïne in de tenlastegelegde periode op het koolstoffilter terecht is gekomen kennelijk bij de werkzaamheden in de werkruimte.
Voorts zijn er bij de doorzoeking van de loods kartonnen vellen, groene plastic zakjes, etiketten van Chiquita bananen en resten duct-tape zijn aangetroffen. De kartonnen vellen lijken op de vellen die op de bodem liggen van bananendozen. De rechtbank is ambtshalve bekend dat er tussen bananen vaak cocaïne wordt gesmokkeld. Pakketten cocaïne zijn dan vaak omwikkeld met tape.
Volgens de productiebeschrijving van de terugwinning van cocaïne wordt in de vierde stap de nog vochtige cocaïne (deels) gedroogd en eventueel met versnijdingsmiddelen gemengd. Eventueel kan hierbij een logo in het blok worden aangebracht. Het mengsel wordt in een mal gedaan en tot blok geperst. Na het persen kan het gevormde blok nog verder gedroogd worden in een magnetron en vervolgens worden verpakt. De rechtbank stelt vast dat de goederen en enkele stoffen benodigd voor dit proces in de loods aanwezig waren en dat er in de loods aldus cocaïne is bewerkt.
De rechtbank verwijst hierbij tevens naar de in het dossier aanwezige chat van 11 januari 2022. Ook uit deze chat kan immers worden opgemaakt dat ‘ [naam] ’ zich op aansturing van [betrokkene] op 11 januari 2022 heeft bezig gehouden met de bewerking van cocaïne en hiervoor in de loods van verdachte is geweest. Nadat [naam] in de nabijheid van de loods van verdachte kennelijk ‘spullen’ heeft geladen, wordt er door [betrokkene] om 19:47 uur een bericht aan verdachte verzonden dat de vriend van [betrokkene] daar zo is. [betrokkene] schrijft: ‘Hij is net geweest wat spullen gezet hij gaat zo terug dan uurtje zo anderhalf uur is hij klaar’. Even later meldt [naam] dat hij binnen is. Er wordt daarbij ook gesproken over de “werkplek”. Een term die eerder ook in de chat van 25 november 2021 wordt gebruikt in relatie tot verdachte, te weten werkplek [bijnaam 3] .
Wetenschap verdachte
Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden of verdachte wetenschap had van de werkzaamheden die in zijn loods hebben plaatsgevonden. Ook deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend.
Niet alleen is het uitgangspunt dat verdachte als eigenaar van het bedrijf zou moeten weten wat zich in de door hem gebruikte loods afspeelt, maar dat verdachte hier wetenschap van had, blijkt ook uit de in het dossier aanwezig chats.
Zo wordt er op 20 augustus 2021 door ‘ [bijnaam 1] ’ een bericht verzonden aan [betrokkene] met daarin de tekst dat hij daar naar toe moet gaan en moet vragen naar de eigenaar [verdachte] , waarbij het telefoonnummer van verdachte wordt genoemd.
Op 20 september 2021 stuurt [betrokkene] een bericht naar “ [bijnaam 2] ” (verdachte) dat het licht van de werkruimte is uitgevallen met daarbij twee afbeeldingen. Verdachte geeft vervolgens instructies aan [betrokkene] over de schakelaars. In een ander gesprek tussen hen wordt gesproken over tijden, tot hoe laat “ [gebruikersnaam 1] ” er is.
Op 15 oktober 2021 stuurt [betrokkene] aan ‘ [bijnaam 1] ’: “die [bijnaam 3] zegt laat weten wanneer beginnen dan plakt hij brief voor de deur dat ze gesloten zijn. Kunnen we ook gwn werken. Van ochtend tot middag. En die [bijnaam 3] heb plekje in [plaats] voor kleine partijen thuis.” De politie heeft aangegeven dat verdachte op dat moment in [plaats] woonde.
Op 25 november 2021 wordt er vervolgens door [betrokkene] gesproken over bedragen voor het werk en de werkplek bij [bijnaam 3] , “2000 voorgeschoten werkplek [bijnaam 3] ”, “2k [bijnaam 3] ”, “500matriaal voor werk bij [bijnaam 3] ” en “6000 [bijnaam 3] werkplek = 5500”.
Naast het gegeven dat verdachte middels “Signal” contact had met [betrokkene] , daarbij instructies gaf over de stroom, zoals hij zelf ook ter zitting heeft bevestigd, en zij spreken over tijden dat [betrokkene] aanwezig is, blijkt uit de chats dat de loods werd gesloten op het moment dat er mensen aan het “werk” waren. Kennelijk om te voorkomen dat ze zouden worden ontdekt. Het is een feit van algemene bekendheid dat een drugsorganisatie geen willekeurige en onwetende personen betrekt bij een laboratorium of bewerkingslocatie en het aantal personen dat er werkzaam is bewust zo klein mogelijk houdt om de kans op ontdekking te verkleinen. Dat [betrokkene] de loods van verdachte zou hebben gebruikt voor de bewerking van cocaïne zonder dat verdachte hier weet van had, acht de rechtbank reeds om deze reden dan ook onaannemelijk. Dit vindt voorts steun in het gegeven dat de loods vijf maanden door [betrokkene] en anderen is gebruikt. Dat verdachte op geen enkel moment in deze periode zou hebben geweten wat er in zijn bedrijf gebeurde, is onwaarschijnlijk. Uit de in het dossier aanwezige foto’s is immers gebleken dat er in het kantoor van verdachte goederen bevonden ten behoeve van de bewerking van cocaïne. Niet valt in te zien dat verdachte deze op geen enkel moment zou hebben opgemerkt.
Verdachte heeft ter zitting verklaard dat zijn telefoon het merendeel van de tijd in de loods lag, waardoor niet kan worden uitgesloten dat een ander dan verdachte daarmee contact heeft gehad met [betrokkene] . De rechtbank acht deze verklaring echter ongeloofwaardig. Verdachte heeft hierover ter zitting een wisselende en tegenstrijdige verklaring afgelegd. Daarbij bevat het dossier geen enkel aanknopingspunt dat een ander dan verdachte de voornaam ‘ [verdachte] ’ zou gebruiken en gebruik zou hebben gemaakt van zijn telefoon(nummer). In de chat tussen [betrokkene] en “ [bijnaam 1] ” van 20 augustus 2021, voorafgaand aan het versturen van de zojuist beschreven video en beelden van de loods, zegt ‘ [bijnaam 1] ’ dat [betrokkene] naar de ‘eigenaar [verdachte] ’ moet vragen en geeft daarbij het telefoonnummer van verdachte. Dit bevestigt naar het oordeel van de rechtbank dat het verdachte zelf was die de contacten onderhield met [betrokkene] en niet een ander.
Voorts heeft de verdediging aangegeven dat “ [bijnaam 3] ”, “broer” in de Turkse taal betekent, zodat niet geconcludeerd kan worden dat waar er in de chats wordt gesproken over “ [bijnaam 3] ” dit betrekking zou hebben op verdachte. De rechtbank stelt echter vast dat de politie heeft aangegeven dat in de chats “ [bijnaam 2] ” steeds wordt aangesproken als “ [bijnaam 3] ” en dat in de overige chats niemand “ [bijnaam 3] ” wordt genoemd. In chats met anderen wordt er steeds over een “ [bijnaam 3] ” gesproken als zijnde één persoon. Nu uit de vermelding in de contacten blijkt dat met “ [bijnaam 2] ” verdachte bedoeld wordt die een garagebedrijf aan [adres 3] heeft ,is de rechtbank van oordeel dat daar waar er in de chats wordt gesproken over “ [bijnaam 3] ” hiermee verdachte wordt bedoeld.
Conclusie
De chats, in samenhang bezien met de overige bevindingen, maken dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte zijn loods bewust ter beschikking heeft gesteld voor de bewerking van cocaïne gedurende de tenlastegelegde periode. De rechtbank acht het ten laste gelegde feit dan ook wettig en overtuigend bewezen.