Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
belaging;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 160 (honderdzestig) dagen, waarvan 60 (zestig) dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;
- legt op de maatregel dat verdachte voor de duur van 5 (vijf) jaren op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op [geboortedag 2] 1989;
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt 1 (één) week voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximale duur van 6 (zes) maanden;
- bepaalt dat toepassing van de vervangende hechtenis de verplichtingen ingevolge de opgelegde maatregel niet opheft;
- beveelt dat de opgelegde maatregel dadelijk uitvoerbaar is omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit zal plegen of zich opnieuw belastend zal gedragen jegens een bepaalde persoon;
Vorderingen tenuitvoerlegging
- gelast dat de voorwaardelijke straf die bij vonnis van 3 juli 2024 is opgelegd in de zaak onder parketnummer 02-201754-24 ten uitvoer zal worden gelegd, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) dagen;
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak onder parketnummer 02-180158-24;
- heft het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Akdikan, voorzitter, en mr. G.H. Nomes en mr. H. Skalonjic rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken ter de openbare zitting op 13 februari 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
hij op één of meerdere tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 22 juni
2025 tot en met 6 november 2025 te [plaats] , althans in Nederland,
wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt
op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer] ,
door
- veelvuldig, althans meermalen zich opgehouden voor en/of in de onmiddellijke
nabijheid van de woning van die [slachtoffer] voornoemd en/of
- veelvuldig, althans meermalen een of meerdere kaarten verstuurd aan die [slachtoffer]
voornoemd en/of
- veelvuldig, althans meermalen (telefonisch) contact gezocht/trachten te
zoeken/opgenomen met die [slachtoffer] voornoemd en/of
- veelvuldig, althans meermalen e-mail-berichten en/of WhatsApp-berichten
verstuurd aan die [slachtoffer] voornoemd,
- veelvuldig, althans meermalen voicemail berichten ingesproken aan die [slachtoffer]
voornoemd,
met het oogmerk die [slachtoffer] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of
vrees aan te jagen;
(art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht)