Gerechtshof Amsterdam, hoger beroep strafrecht overig

ECLI:NL:GHAMS:2026:436

Op 25 February 2026 heeft de Gerechtshof Amsterdam een hoger beroep procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 23-001077-24, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:GHAMS:2026:436. De plaats van zitting was Amsterdam.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
23-001077-24
Datum uitspraak:
25 February 2026
Datum publicatie:
25 February 2026

Indicatie

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Uitspraak

afdeling strafrecht

parketnummer: 23-001077-24

datum uitspraak: 25 februari 2026

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 2024 in de strafzaak onder parketnummer 13-277310-23 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

11 februari 2026 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

De verdachte heeft beperkt hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis. Blijkens de akte instellen hoger beroep is het hoger beroep alleen gericht op de veroordeling voor feit 1 en niet op de vrijspraak van feit 2.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep aan de orde - tenlastegelegd dat:

1.hij op of omstreeks 23 oktober 2023 te Amsterdam , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine en/of

- een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne en/of

- een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of

- een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende GHB en/of

- een of meer hoeveelheden van een materiaal bevattende 2C-B,

in elk geval een of meer middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal worden vernietigd, omdat het hof een andere bewijsconstructie hanteert.

Standpunt verdediging met betrekking tot de bewijsgaring

De raadsvrouw heeft betoogd dat in deze zaak sprake is geweest van een onherstelbare vormverzuimen, meer in het bijzonder dat sprake is geweest van onrechtmatig binnentreden en van een onrechtmatige doorzoeking van de woning in Amsterdam waar de verdachte verbleef. Kort samengevat heeft de raadsvrouw aangevoerd dat bij het binnentreden van de woning door de [bedrijf 1] ( [bedrijf 2] ) er onvoldoende concrete aanwijzingen bestonden voor een verdenking die herleidbaar was tot de woning van de verdachte. Er was geen sprake van zeer sterke gelijkenissen met de verdachte in de moordzaak en voorafgaand aan het binnentreden is er in het geheel geen nader onderzoek verricht. Bovendien volgt uit de beschrijving van het proces-verbaal van de [bedrijf 2] -verbalisanten onvoldoende de noodzaak tot het verbreken van de deur van de trapkast. Het hof dient als gevolg hiervan te komen tot bewijsuitsluiting dan wel strafvermindering.

Het hof overweegt als volgt.

Op maandag 23 oktober 2023 werd, binnen een lopend onderzoek in het kader van een moord/doodslag, de woning gelegen aan de [adres 2] door de [bedrijf 1] ( [bedrijf 2] ) betreden ter aanhouding van de verdachte in die zaak. Dit nadat op 22 oktober 2023 door een observatieteam was waargenomen dat deze gezochte persoon vermoedelijk een portiek binnenging aan de [plaats 2] huisnummers [huisnummers] te [plaats 1] . Op 23 oktober 2023 werd er bij hetzelfde portiek een pizza afgeleverd die werd aangenomen door een persoon die sterke gelijkenissen had met deze gezochte persoon en vervolgens de woning van de verdachte inging. Na overleg met de officier van justitie is de [bedrijf 2] vervolgens de de woning binnengetreden ter aanhouding van deze persoon. De genoemde woning werd doorzocht ter aanhouding. De gezochte verdachte werd niet in de woning aangetroffen. In de woning trof de [bedrijf 2] wel de verdachte en (onder meer) verdovende middelen aan.

Het hof is van oordeel dat, gelet op de informatie die de [bedrijf 2] had, er wel degelijk voldoende concrete aanwijzingen waren om de woning te betreden. Het doel van het binnentreden was het aanhouden van een verdachte in een lopend onderzoek. De [bedrijf 2] heeft om die reden alle ruimtes bekeken om de desbetreffende persoon aan te kunnen vinden. Op het moment dat de verbalisanten de verdachte in de woning aantroffen en constateerden dat hij niet de gezochte persoon betrof, hadden de verbalisanten nog steeds voldoende redenen om de rest van de woning te doorzoeken voor het vinden van de juiste persoon, inclusief het verbreken van de deur van en het kijken in de trapkast.

Gelet op het voorgaande was sprake van een voldoende verdenking om tot aanhouding van een gezocht persoon over te gaan en is enig vormverzuim ex artikel 359a Sv niet aan de orde.

Dat de verdachte achteraf niet de gezochte persoon bleek te zijn, maakt niet dat het binnentreden en daarbij aantreffen van de drugs onrechtmatig is.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw heeft zich, voor zover het gaat om de verdovende middelen aangetroffen in de schoenendoos, gerefereerd aan het oordeel van het hof. De verdachte heeft dit bekend en heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de verantwoordelijkheid neemt voor de aangetroffen drugs met uitzondering van hetgeen is aangetroffen in de zak met roze poeder, te weten de twee kilogram MDMA. De verdachte stelt niet van het bestaan van deze zak te hebben geweten. Er is op die zak geen DNA aangetroffen van de verdachte en uit het telefoononderzoek blijkt niet dat ondubbelzinnig is gesproken over deze specifieke drugs. Ten aanzien van de menukaart die zou zijn rondgestuurd, heeft de verdachte verklaard dat er meerdere personen gebruik maakten van zijn telefoon. De aangetroffen ‘labelmaker’ zou de verdachte alleen hebben gebruikt in het kader van zijn werkzaamheden als fietsenmaker.

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het vonnis kan worden bevestigd. De verklaring van de verdachte omtrent de zak met roze poeder acht zij niet aannemelijk.

Het hof overweegt als volgt.

In de woning waarin de verdachte verbleef, zijn op meerdere plekken drugs aangetroffen. De grote zak met roze poeder (MDMA) is in de trapkast gevonden, waar men ook de schoenendoos heeft aangetroffen. Het hof dient de vraag te beantwoorden of de verdachte ook de zak met roze poeder opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Uit het onderzoek van de telefoon van de verdachte zijn chatberichten naar voren gekomen die de indruk wekken dat de verdachte zich met verdovende middelen heeft beziggehouden. Met het account ‘ [website] ’ – tevens de naam van de onderneming van de verdachte – zijn meerdere berichten verstuurd waarin over drugs lijkt te worden gesproken. Daarnaast is in de telefoon een ‘drugsmenu’ aangetroffen, dat op 17 oktober 2023 (enkele dagen voor de aanhouding van de verdachte en de doorzoeking van de woning) is aangemaakt. Dit menu is niet alleen verzonden via het hiervoor genoemde account ‘ [website] ’, maar ook met het andere account van deze telefoon genaamd ‘ [persoon] ’. Beide accounts zijn te relateren aan de verdachte.

In de trapkast is verder een labelmaker aangetroffen. In de woning werden meerdere labels gevonden met opschriften die overeenkomen met het in de telefoon van de verdachte aangetroffen ‘drugsmenu’, zoals ‘speed’, ‘keta’, ‘colo’ en ‘XTC’.

Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is het hof van oordeel dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte wetenschap heeft gehad van alle verdovende middelen die in zijn woning zijn aangetroffen en daarover ook heeft kunnen beschikken. De verklaring van de verdachte dat hij naast de drugs in de schoenendoos nergens van wist en niets met de andere drugs te maken heeft, is – gezien hetgeen door het hof is overwogen – niet aannemelijk geworden.

Vrijspraak medeplegen

Nu niet is gebleken dat de verdachte bij het aanwezig hebben van de verdovende middelen tezamen en in vereniging met een of meer anderen heeft samengewerkt, zal de verdachte worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.hij op 23 oktober 2023 te Amsterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad: amfetamine, cocaïne, MDMA, GHB en 2C-B.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf en maatregel als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht af te wijken van de LOVS-oriëntatiepunten, gelet op de jurisprudentie, de persoonlijke omstandigheden en het feit dat de verdachte first offender was ten tijde van het tenlastegelegde.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van een grote hoeveelheid amfetamine, cocaïne, MDMA, GHB en 2C-B. Het is algemeen bekend dat gebruik van harddrugs schadelijke gevolgen kan hebben voor de gezondheid van de gebruikers. Daarnaast ontstaat door het bezit van harddrugs en de daarmee samenhangende handel, schade en (veelal criminele) overlast voor de samenleving. Uit het dossier blijkt en ter zitting is aan de orde gesteld dat er aanwijzingen waren voor handel.

Bij deze hoeveelheid drugs gaan de oriëntatiepunten die voor dit soort feiten zijn vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden. Gelet op de ernst van de feiten kan in beginsel niet worden volstaan met een andere dan een vrijheidsbenemende straf van geruime duur.

Daar staat tegenover dat sinds het begane delict de persoonlijke omstandigheden van de verdachte drastisch zijn gewijzigd. De verdachte draagt mede de zorg voor zijn zieke vader en zoontje. Meerdere keren per week reist hij af naar Groningen waar zijn vader wordt behandeld in het ziekenhuis. Daarnaast ondersteunt de verdachte zijn zoontje bij diens medische gezondheidsproblemen. Tenslotte loopt de verdachte in een schuldhulpverleningstraject.

Het hof ziet in de hiervoor genoemde zeer uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden aanleiding om aanzienlijk af te wijken van de door de advocaat-generaal gevorderde straf. Naar het oordeel van het hof dient hernieuwde detentie thans geen redelijk strafdoel meer. Wel zal het hof, om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen, naast de maximale taakstraf, een lange voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.

Beslag

Onder de verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen en nog niet teruggegeven:

- 1 STK verdovende middelen (G64 12863);

- 3 STK verdovende middelen (G64 12865);

- 1 STK verdovende middelen (G64 12852);

- 1 STK verdovende middelen (G6412854);

- 1 STK verdovende middelen (G64 12860);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13258);

- 1 DSDoos (G6412853);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13257);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13262);

- 15 STK verdovende middelen (G64 13263);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13266);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13268);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13270);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13272);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13274);

- 18 STK verdovende middelen (G64 13278);

- 80 STK verdovende middelen (G64 13282);

- 5 STK verdovende middelen (G64 13284);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13285);

- 16 STK verdovende middelen (G64 13286);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13293);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13298);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13299);

- 1 STK verdovende middelen (G64 12856);

- 20 STK verdovende middelen (G64 12858);

- 20 STK verdovende middelen (G64 12864);

- 5 STK verdovende middelen (G64 12866);

- 3805 EUR(G6412845);

- 3400 EUR (G64 12859);

- 900 EUR (G64 12855);

- 564.65 EUR (G6412857: betreft 490 GBP omgewisseld naar € 564.65);

- 1 STK telefoontoestel (G64 12867);

- 1 STK weegapparatuur (G64 12851);

- 1 STK printer (G64 12862);

- 1 STK weegschaal (G6413281).

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdovende middelen en de doos worden onttrokken aan het verkeer. De overige goederen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

De raadsvrouw van de verdachte heeft zich niet uitgelaten over het beslag.

Onttrekking aan het verkeer

Het tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan met betrekking tot en/of met behulp van de verdovende middelen en de schoenendoos. Zij zullen aan het verkeer worden onttrokken aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.

Teruggave

Het hof stelt vast dat het bewezen verklaarde feit niet is begaan met de in beslag genomen geldbedragen en overige goederen. Om die reden zullen de geldbedragen en voorwerpen aan de verdachte worden teruggegeven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 1 STK verdovende middelen (G64 12863);

- 3 STK verdovende middelen (G64 12865);

- 1 STK verdovende middelen (G64 12852);

- 1 STK verdovende middelen (G6412854);

- 1 STK verdovende middelen (G64 12860);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13258);

- 1 DSDoos (G6412853);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13257);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13262);

- 15 STK verdovende middelen (G64 13263);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13266);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13268);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13270);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13272);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13274);

- 18 STK verdovende middelen (G64 13278);

- 80 STK verdovende middelen (G64 13282);

- 5 STK verdovende middelen (G64 13284);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13285);

- 16 STK verdovende middelen (G64 13286);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13293);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13298);

- 1 STK verdovende middelen (G64 13299);

- 1 STK verdovende middelen (G64 12856);

- 20 STK verdovende middelen (G64 12858);

- 20 STK verdovende middelen (G64 12864);

- 5 STK verdovende middelen (G64 12866).

Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- 3805 EUR(G6412845);

- 3400 EUR (G64 12859);

- 900 EUR (G64 12855);

- 564.65 EUR (G6412857: betreft 490 GBP omgewisseld naar € 564.65);

- 1 STK telefoontoestel (G64 12867);

- 1 STK weegapparatuur (G64 12851);

- 1 STK printer (G64 12862);

- 1 STK weegschaal (G6413281).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.E. Dijkers, mr. M.J.A. Plaisier en mr. R.D. van Heffen, in tegenwoordigheid van

mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

25 februari 2026.

Mr. R.D. van Heffen is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]