Parket bij de Hoge Raad, strafrecht overig

ECLI:NL:PHR:1995:53

Op 28 March 1995 heeft de Parket bij de Hoge Raad een procedure behandeld op het gebied van strafrecht overig, wat onderdeel is van het strafrecht. Het zaaknummer is 99.828, bekend onder identificatienummer ECLI:NL:PHR:1995:53.

Soort procedure:
Rechtsgebied:
Zaaknummer(s):
99.828
Datum uitspraak:
28 March 1995
Datum publicatie:
10 September 2026

Indicatie

Uitspraak

Nr. 99.828

Zitting 28 maart 1995

Mr Van Dorst

Conclusie inzake:

[verdachte]

Edelhoogachtbaar College,

1. Aan verzoeker is door de politierechter te Utrecht, wiens vonnis in hoger beroep is bevestigd door het gerechtshof te Amsterdam, straf opgelegd wegens drie gekwalificeerde diefstallen. Middelen van cassatie zijn door of namens hem niet voorgesteld.

3. Na schorsing van de terechtzitting in eerste aanleg, waarbij verzoeker en zijn raadsman aanwezig waren, verscheen alleen de raadsman ter nadere zitting. De op tegenspraak aangevangen zaak, diende derhalve contradictoir te worden voortgezet en afgewikkeld; vgl. HR NJ 1952, 41 en DD 88.104. Uit het proces-verbaal van die nadere terechtzitting blijkt echter niet dat de raadsman in de gelegenheid is gesteld het (laatste) woord te voeren. Het moet er daarom voor worden gehouden dat dit niet is geschied. Inbreuk op dit verdedigingsrecht is bij art. 331 jo. art. 311 leden 2 en 4 Sv met nietigheid bedreigd. Het hof had het vonnis van de politierechter dan ook niet mogen bevestigen.

4. In DD 95.163, 95.164 en 95.171 heeft Uw Raad geoordeeld dat geen terugwijzing zoals bedoeld in art. 423 Sv behoeft te volgen indien de raadsman in eerste aanleg ten onrechte niet het woord heeft gekregen. Hoewel de onderhavige zaak een slag anders ligt, zie ik geen reden die lijn niet door te trekken. Dat betekent dat het bestreden arrest zal moeten worden vernietigd, met verwijzing der zaak naar een ander hof voor een nieuwe appelbehandeling. Het spreekt voor zichzelf dat het hof, rechtdoende na verwijzing, het vonnis in eerste aanleg niet (opnieuw) zal kunnen bevestigen.

5. Bij deze stand van zaken kan worden voorbijgegaan aan het feit dat de raadsman die in hoger beroep was verschenen doch die aldaar niet het woord heeft gevraagd, niet in de gelegenheid is gesteld de verdediging te voeren, nog daargelaten of dit tot vernietiging ambtshalve zou moeten leiden; vgl. Fokkens, Trema 1995 blz. 32.

6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot verwijzing van de zaak naar een aangrenzend gerechtshof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,